15.1. Opvoeden
Kinderen kunnen nog niet voor zichzelf zorgen en weten niet hoe de
wereld in elkaar zit. Daar hebben ze opvoeders voor
nodig. Opvoeders zijn mensen die kinderen verzorgen en begeleiden in
hun ontwikkeling. De eerste verantwoordelijkheid van het opvoeden ligt bij
de ouders en/of verzorgers. Maar ook jij draagt bij aan de opvoeding van
het kind. Als je je bewust bent van de manier waarop jij bijdraagt aan de
opvoeding van het kind, kun je het nog beter voorbereiden op z’n
toekomst als zelfstandige en verantwoordelijke volwassene.
Vroeger en nu
Vroeger voedde je je kinderen op, zoals jijzelf was opgevoed. Je volgde het
voorbeeld van je ouders. Je dacht niet echt na over de opvoeding.
Tegenwoordig gaat de opvoeding van kinderen minder vanzelf. Je komt in
contact met mensen die anders denken over opvoeden, waardoor je ziet
dat een andere aanpak ook succesvol kan zijn. Er is ook veel meer
informatie beschikbaar dan vroeger. Websites, blogs, boeken, onderzoeken
en tv-programma’s – ze schrijven ons voor hoe je het beste kunt
opvoeden. Daarbij is opvoeden een gedeelde verantwoordelijkheid
geworden. Vroeger werden kinderen voornamelijk thuis opgevoed.
Tegenwoordig hebben kinderen meerdere opvoeders, bijvoorbeeld omdat
ze naar de opvang gaan. Hierdoor is de maatschappij kritischer geworden
over opvoeden, mensen zoeken naar manieren het te verbeteren. Om in
die behoefte te voorzien, ontwikkelde men verschillende
opvoedingsmethoden.
15.2. Opvoed- en begeleidingsmethode
Een opvoed- en begeleidingsmethode bepaalt hoe je een kind
opvoedt. Wetenschappers, psychologen en orthopedagogen houden zich
bezig met het ontwikkelen van verschillende methoden. In de praktijk kiest
een kinderdagverblijf of school heel bewust voor een bepaalde opvoed- en
begeleidingsmethode. Als medeopvoeder zorgen kinderdagverblijven en
scholen ervoor dat kinderen competente leden van de samenleving
worden. Hun aanpak komt tot uiting in de methode die je gebruikt. Elke
organisatie kiest een opvoed- en begeleidingsmethode die het meeste
aanspreekt.
15.3. Gordonmethode
De Gordonmethode leert je op een betere manier te communiceren met
kinderen. De methode zorgt ervoor dat er meer overleg is tussen jou en
het kind. Het streeft een gelijkwaardige relatie na, niemand is de ‘baas’. Jij
bent de volwassene, maar misbruikt je macht niet. Hierdoor ontstaat een
hechte en warme band. De Gordonmethode kun je toepassen op kinderen
, van alle leeftijden. Van baby’s tot tieners. Ook baby’s communiceren
namelijk. Zij praten dan nog niet, toch maken ze door hun lichaamstaal
van alles aan je duidelijk. Om beter contact met kinderen te krijgen en
ervoor te zorgen dat kinderen met je willen praten, staat een aantal
punten centraal bij deze methode.
Acceptabel of onacceptabel gedrag
Om er achter te komen welke communicatievaardigheid je moet inzetten,
bepaal je eerst of je gedrag acceptabel of onacceptabel vindt. Gedrag is
iets wat het kind doet of zegt. Alle mogelijke gedragingen van een kind
stel je je voor als een rechthoekige figuur, het gedragsraam:
Het gedragsraam. Sommige gedragingen kun je gemakkelijk accepteren,
andere niet. Dit onderscheid maak je door het gedragsraam te splitsen. Zo
ontstaat er een acceptatiegebied en een niet-acceptatiegebied:
Kinderen kunnen nog niet voor zichzelf zorgen en weten niet hoe de
wereld in elkaar zit. Daar hebben ze opvoeders voor
nodig. Opvoeders zijn mensen die kinderen verzorgen en begeleiden in
hun ontwikkeling. De eerste verantwoordelijkheid van het opvoeden ligt bij
de ouders en/of verzorgers. Maar ook jij draagt bij aan de opvoeding van
het kind. Als je je bewust bent van de manier waarop jij bijdraagt aan de
opvoeding van het kind, kun je het nog beter voorbereiden op z’n
toekomst als zelfstandige en verantwoordelijke volwassene.
Vroeger en nu
Vroeger voedde je je kinderen op, zoals jijzelf was opgevoed. Je volgde het
voorbeeld van je ouders. Je dacht niet echt na over de opvoeding.
Tegenwoordig gaat de opvoeding van kinderen minder vanzelf. Je komt in
contact met mensen die anders denken over opvoeden, waardoor je ziet
dat een andere aanpak ook succesvol kan zijn. Er is ook veel meer
informatie beschikbaar dan vroeger. Websites, blogs, boeken, onderzoeken
en tv-programma’s – ze schrijven ons voor hoe je het beste kunt
opvoeden. Daarbij is opvoeden een gedeelde verantwoordelijkheid
geworden. Vroeger werden kinderen voornamelijk thuis opgevoed.
Tegenwoordig hebben kinderen meerdere opvoeders, bijvoorbeeld omdat
ze naar de opvang gaan. Hierdoor is de maatschappij kritischer geworden
over opvoeden, mensen zoeken naar manieren het te verbeteren. Om in
die behoefte te voorzien, ontwikkelde men verschillende
opvoedingsmethoden.
15.2. Opvoed- en begeleidingsmethode
Een opvoed- en begeleidingsmethode bepaalt hoe je een kind
opvoedt. Wetenschappers, psychologen en orthopedagogen houden zich
bezig met het ontwikkelen van verschillende methoden. In de praktijk kiest
een kinderdagverblijf of school heel bewust voor een bepaalde opvoed- en
begeleidingsmethode. Als medeopvoeder zorgen kinderdagverblijven en
scholen ervoor dat kinderen competente leden van de samenleving
worden. Hun aanpak komt tot uiting in de methode die je gebruikt. Elke
organisatie kiest een opvoed- en begeleidingsmethode die het meeste
aanspreekt.
15.3. Gordonmethode
De Gordonmethode leert je op een betere manier te communiceren met
kinderen. De methode zorgt ervoor dat er meer overleg is tussen jou en
het kind. Het streeft een gelijkwaardige relatie na, niemand is de ‘baas’. Jij
bent de volwassene, maar misbruikt je macht niet. Hierdoor ontstaat een
hechte en warme band. De Gordonmethode kun je toepassen op kinderen
, van alle leeftijden. Van baby’s tot tieners. Ook baby’s communiceren
namelijk. Zij praten dan nog niet, toch maken ze door hun lichaamstaal
van alles aan je duidelijk. Om beter contact met kinderen te krijgen en
ervoor te zorgen dat kinderen met je willen praten, staat een aantal
punten centraal bij deze methode.
Acceptabel of onacceptabel gedrag
Om er achter te komen welke communicatievaardigheid je moet inzetten,
bepaal je eerst of je gedrag acceptabel of onacceptabel vindt. Gedrag is
iets wat het kind doet of zegt. Alle mogelijke gedragingen van een kind
stel je je voor als een rechthoekige figuur, het gedragsraam:
Het gedragsraam. Sommige gedragingen kun je gemakkelijk accepteren,
andere niet. Dit onderscheid maak je door het gedragsraam te splitsen. Zo
ontstaat er een acceptatiegebied en een niet-acceptatiegebied: