FUNCTIELEER DEEL 2
MOTIVATIE EN EMOTIE (DEEL
EMOTIE)
WETENSCHAPPELIJKE CYCLUS TOEGEPAST OP EMOTIE
EXPLANANDUM: EMOTIE
Anders dan bij de motivatietheorieën, waarbij gedrag het explanandum was en
motivatie een mogelijk explanans, is het zo dat in emotietheorieën, emotie zelf
het explanandum is. De vraag die emotie-onderzoekers zich stellen is: Wat is
een emotie, hoe kunnen we emoties verklaren?
Werkdefinitie: Er is vrij veel consensus over de werkdefinitie die
emotietheorieën geven voor dit explanandum.
Veel auteurs starten van een werkdefinitie in divisio formaat: dit is een lijst van
prototypische emoties die voorkomen in de natuurlijke taal zoals woede, angst,
verdriet, vreugde, enz. Maar vaak wordt er ook vertrokken van een werkdefinitie
in intensioneel formaat, d.w.z. een lijst van kenmerken zoals dat emoties positief
of negatief zijn, dat ze snel ontvlammen, dat ze intens zijn en een zekere
urgentie hebben, dat ze moeilijk controleerbaar zijn, en dat ze vaak irrationeel
lijken. Dit zijn de desiderata, de kenmerken die een adequate emotietheorie zou
moeten kunnen verklaren.
VEEL EMOTIETHEORIEËN BIEDEN STRUCTURELE, CAUSALE EN
MECHANISTISCHE VERKLARINGEN VOOR EMOTIES
Structurele verklaringen specifiëren de componenten van emoties. Dit
is de 1e as waarop emotietheorieën duidelijke verschillen vertonen.
Bij causale verklaringen is het de bedoeling om regulariteiten te
ontdekken tussen de omgeving enerzijds en emoties anderzijds. Het doel is
om die kenmerken in de omgeving te ontdekken die op een betrouwbare
manier kenmerken van emoties voorspellen.
De meeste emotietheorieën geven echter meteen een mechanistische
verklaring (zonder eerst de regulariteiten tussen omgeving en emoties
volledig in kaart te brengen). Op basis van een aantal regulariteiten in de
omgeving formuleren ze de aard en inhoud van representaties die
mediëren tussen stimuli en emoties. Dit is de 2e as waarop
emotietheorieën verschillen.
1
,Sommige mechanismen zijn eerder op het mentale level te situeren en andere op
het hersenlevel. Maar dit vormt geen duidelijke as waarop theorieën verschillen
want de meeste theorieën streven naar een mechanistische verklaring op
meerdere levels van analyse.
Nadat structurele en causaal-mechanistische verklaringen zijn voorgesteld,
moeten deze uiteraard nog empirisch onderzocht worden.
Daarna worden er ook wetenschappelijke definities voorgesteld in
intensioneel en divisio formaat. Deze hangen nauw samen met de
mechanistische verklaringen die ze voorstellen. De meeste van deze definities
zijn echter prematuur want de verklaringen zelf werden meestal nog niet
uitgebreid genoeg getest en binnen dit domein werd nog totaal geen consensus
bereikt. M.a.w., de volgorde van de laatste 2 fasen (empirisch onderzoek en
wetenschappelijke definitie) wordt niet strikt gevolgd: Auteurs van
emotietheorieën hebben vaak al een wetenschappelijke definitie voordat hun
verklaring uitgebreid empirisch getest werd.
Theorieën verschillen m.b.t. de wetenschappelijke intensionele definitie die ze
voorstellen: hoe ze emoties onderscheiden van andere fenomenen. Dit is een 3e
as.
Theorieën verschillen ook m.b.t. de wetenschappelijke divisio definitie die ze
voorstellen: hoe ze de set van emoties intern organiseren in subsets. Dit is een
4e as:
EMOTIETHEORIEËN
De meeste van deze theorieën zijn eigenlijk eerder tradities of families van
theorieën, want er bestaan meerdere versies van. Deze 5 theorieën verschillen
van elkaar m.b.t. de 4 hoger vermelde assen:
1e as: structurele verklaring: de componenten die ze onderscheiden
binnen 1 emotie
2e as: mechanistische verklaring: de mechanismen die ze
voorstellen voor het uitlokken van emoties of componenten van
emoties
3e as: intensionele definitie: hoe ze de set van emoties afbakenen
van andere sets
4e as: divisio-definitie: hoe ze de set van emoties intern structureren
of opdelen in subsets
Ze verschillen in de eerste plaats volgens de 2 e as: de mechanismen die ze
voorstellen – en daarmee samenhangend de 3 e en de 4e as.
1 E AS
2
,De 1e as—de structurele verklaring—snijdt door deze tradities. Structurele
verklaringen kunnen variëren van eng tot breed.
Enge structurele verklaringen vinden we meestal terug bij oudere
theorieën en oudere versies binnen een aantal tradities. Zij stellen emoties
gelijk aan 1 component bv. gevoelens.
Meer recente theorieën stellen meestal een brede structurele verklaring
voor waarin ze een emotie gelijkstellen met een verzameling van
componenten. Dus naast gevoelens rekenen ze ook actietendensen,
fysiologische responsen en expressief gedrag tot emoties.
Motivationele Verandering in actietendensen. Bv. tendens tot vluchten,
component tendens tot vechten, tendens om te berusten of zich over te
geven aan zijn hulpeloosheid, tendens om te herstellen.
Een actietendens is een doel om een bepaald gedrag of respons
te stellen.
Verandering in perifere fysiologische responsen, meer
Somatische bepaald autonome responsen (= responsen gemedieerd
component: door het autonome deel van het perifere zenuwstelsel).
Bv. veranderingen in hartritme, bloeddruk, zweetsecretie,
pupilgrootte, enz.
Verandering in centrale fysiologische activiteit (=
activiteit die gemedieerd wordt door het centrale
zenuwstelsel = hersenactiviteit)
Opmerking: volgens sommige auteurs horen veranderingen in
hersenactiviteit niet in de lijst van componenten omdat er ook
voor alle mentale componenten hersenactiviteit is op een lager
level van analyse.
Motorcompone Verandering in emotioneel gedrag, ook wel expressief gedrag
nt genoemd, bestaande uit expressies (gelaatsexpressies en
vocale expressies) en grove (full-body) gedragingen of acties
(bv. vluchten, vechten, berusten, herstellen).
Opmerking: Sommige theorieën plaatsen enkel expressies
binnen de motorcomponent en zien de grove acties als het
gevolg van emoties.
Subjectieve Verandering in emotionele beleving of gevoelens.
component:
3
, We spreken telkens van veranderingen want deze systemen hebben altijd een
bepaalde waarde. We zijn voortdurend aan het streven naar doelen, er is altijd
fysiologische activiteit, er is altijd gedrag (passiviteit is ook gedrag) en er zijn
altijd gevoelens.
De perifere somatische responsen en gedrag behoren tot het observeerbaar
level; actietendensen en beleving behoren tot het mentaal level; centrale
somatische responsen behoren tot het hersenlevel.
3 E AS
Wat de 3e as—de intensionele definitie—betreft, kunnen we 2 groepen van
theorieën onderscheiden: De meeste theorieën zien emoties als analoog aan
“water”. Ze gaan ervan uit dat de descriptieve set van emoties (of een deel
ervan) omgevormd zal worden tot een adequate wetenschappelijke set. Hun taak
bestaat er enkel in om een explanans te ontdekken dat als een
gemeenschappelijke noemer van de set kan dienen.
De theorieën die binnen deze groep horen zijn de evolutietheorie, de
appraisaltheorie, de netwerktheorie en de psychologisch-constructionistische
theorieën van Schachter en Barrett
Andere theorieën staan sceptisch tegenover de idee dat emoties een
wetenschappelijke set vormen. Zij zien het als hun taak om de bovenstaande
theorieën kritisch te bevragen. Bijvoorbeeld, de psychologische
constructionistische theorie van Russell (2003) beschouwt emoties eerder als
analoog aan “lucht”. Emoties vormen zelf geen wetenschappelijke set, maar ze
bestaan uit componenten die elk tot afzonderlijke wetenschappelijke sets
behoren (zie verder). Ook de doelgerichte theorie (Moors, 2022) hoort hier thuis.
4 E AS
Wat de 4e as – de divisio definitie – betreft, zien we ook een duidelijk patroon
verschijnen.
Sommige theorieën delen de set van emoties op in discrete subsets die min of
meer beantwoorden aan de emotiewoorden die we kennen vanuit de natuurlijke
taal zoals woede, angst, verdriet, vreugde, enz. Dit geldt voor de evolutionaire
theorie alsook voor biologische versies van de netwerktheorie en van de
appraisaltheorie.
Zij gaan er meestal van uit dat er een beperkt aantal basisemoties is en deze
worden beschouwd als de bouwstenen van het emotioneel leven. Variatie wordt
4
MOTIVATIE EN EMOTIE (DEEL
EMOTIE)
WETENSCHAPPELIJKE CYCLUS TOEGEPAST OP EMOTIE
EXPLANANDUM: EMOTIE
Anders dan bij de motivatietheorieën, waarbij gedrag het explanandum was en
motivatie een mogelijk explanans, is het zo dat in emotietheorieën, emotie zelf
het explanandum is. De vraag die emotie-onderzoekers zich stellen is: Wat is
een emotie, hoe kunnen we emoties verklaren?
Werkdefinitie: Er is vrij veel consensus over de werkdefinitie die
emotietheorieën geven voor dit explanandum.
Veel auteurs starten van een werkdefinitie in divisio formaat: dit is een lijst van
prototypische emoties die voorkomen in de natuurlijke taal zoals woede, angst,
verdriet, vreugde, enz. Maar vaak wordt er ook vertrokken van een werkdefinitie
in intensioneel formaat, d.w.z. een lijst van kenmerken zoals dat emoties positief
of negatief zijn, dat ze snel ontvlammen, dat ze intens zijn en een zekere
urgentie hebben, dat ze moeilijk controleerbaar zijn, en dat ze vaak irrationeel
lijken. Dit zijn de desiderata, de kenmerken die een adequate emotietheorie zou
moeten kunnen verklaren.
VEEL EMOTIETHEORIEËN BIEDEN STRUCTURELE, CAUSALE EN
MECHANISTISCHE VERKLARINGEN VOOR EMOTIES
Structurele verklaringen specifiëren de componenten van emoties. Dit
is de 1e as waarop emotietheorieën duidelijke verschillen vertonen.
Bij causale verklaringen is het de bedoeling om regulariteiten te
ontdekken tussen de omgeving enerzijds en emoties anderzijds. Het doel is
om die kenmerken in de omgeving te ontdekken die op een betrouwbare
manier kenmerken van emoties voorspellen.
De meeste emotietheorieën geven echter meteen een mechanistische
verklaring (zonder eerst de regulariteiten tussen omgeving en emoties
volledig in kaart te brengen). Op basis van een aantal regulariteiten in de
omgeving formuleren ze de aard en inhoud van representaties die
mediëren tussen stimuli en emoties. Dit is de 2e as waarop
emotietheorieën verschillen.
1
,Sommige mechanismen zijn eerder op het mentale level te situeren en andere op
het hersenlevel. Maar dit vormt geen duidelijke as waarop theorieën verschillen
want de meeste theorieën streven naar een mechanistische verklaring op
meerdere levels van analyse.
Nadat structurele en causaal-mechanistische verklaringen zijn voorgesteld,
moeten deze uiteraard nog empirisch onderzocht worden.
Daarna worden er ook wetenschappelijke definities voorgesteld in
intensioneel en divisio formaat. Deze hangen nauw samen met de
mechanistische verklaringen die ze voorstellen. De meeste van deze definities
zijn echter prematuur want de verklaringen zelf werden meestal nog niet
uitgebreid genoeg getest en binnen dit domein werd nog totaal geen consensus
bereikt. M.a.w., de volgorde van de laatste 2 fasen (empirisch onderzoek en
wetenschappelijke definitie) wordt niet strikt gevolgd: Auteurs van
emotietheorieën hebben vaak al een wetenschappelijke definitie voordat hun
verklaring uitgebreid empirisch getest werd.
Theorieën verschillen m.b.t. de wetenschappelijke intensionele definitie die ze
voorstellen: hoe ze emoties onderscheiden van andere fenomenen. Dit is een 3e
as.
Theorieën verschillen ook m.b.t. de wetenschappelijke divisio definitie die ze
voorstellen: hoe ze de set van emoties intern organiseren in subsets. Dit is een
4e as:
EMOTIETHEORIEËN
De meeste van deze theorieën zijn eigenlijk eerder tradities of families van
theorieën, want er bestaan meerdere versies van. Deze 5 theorieën verschillen
van elkaar m.b.t. de 4 hoger vermelde assen:
1e as: structurele verklaring: de componenten die ze onderscheiden
binnen 1 emotie
2e as: mechanistische verklaring: de mechanismen die ze
voorstellen voor het uitlokken van emoties of componenten van
emoties
3e as: intensionele definitie: hoe ze de set van emoties afbakenen
van andere sets
4e as: divisio-definitie: hoe ze de set van emoties intern structureren
of opdelen in subsets
Ze verschillen in de eerste plaats volgens de 2 e as: de mechanismen die ze
voorstellen – en daarmee samenhangend de 3 e en de 4e as.
1 E AS
2
,De 1e as—de structurele verklaring—snijdt door deze tradities. Structurele
verklaringen kunnen variëren van eng tot breed.
Enge structurele verklaringen vinden we meestal terug bij oudere
theorieën en oudere versies binnen een aantal tradities. Zij stellen emoties
gelijk aan 1 component bv. gevoelens.
Meer recente theorieën stellen meestal een brede structurele verklaring
voor waarin ze een emotie gelijkstellen met een verzameling van
componenten. Dus naast gevoelens rekenen ze ook actietendensen,
fysiologische responsen en expressief gedrag tot emoties.
Motivationele Verandering in actietendensen. Bv. tendens tot vluchten,
component tendens tot vechten, tendens om te berusten of zich over te
geven aan zijn hulpeloosheid, tendens om te herstellen.
Een actietendens is een doel om een bepaald gedrag of respons
te stellen.
Verandering in perifere fysiologische responsen, meer
Somatische bepaald autonome responsen (= responsen gemedieerd
component: door het autonome deel van het perifere zenuwstelsel).
Bv. veranderingen in hartritme, bloeddruk, zweetsecretie,
pupilgrootte, enz.
Verandering in centrale fysiologische activiteit (=
activiteit die gemedieerd wordt door het centrale
zenuwstelsel = hersenactiviteit)
Opmerking: volgens sommige auteurs horen veranderingen in
hersenactiviteit niet in de lijst van componenten omdat er ook
voor alle mentale componenten hersenactiviteit is op een lager
level van analyse.
Motorcompone Verandering in emotioneel gedrag, ook wel expressief gedrag
nt genoemd, bestaande uit expressies (gelaatsexpressies en
vocale expressies) en grove (full-body) gedragingen of acties
(bv. vluchten, vechten, berusten, herstellen).
Opmerking: Sommige theorieën plaatsen enkel expressies
binnen de motorcomponent en zien de grove acties als het
gevolg van emoties.
Subjectieve Verandering in emotionele beleving of gevoelens.
component:
3
, We spreken telkens van veranderingen want deze systemen hebben altijd een
bepaalde waarde. We zijn voortdurend aan het streven naar doelen, er is altijd
fysiologische activiteit, er is altijd gedrag (passiviteit is ook gedrag) en er zijn
altijd gevoelens.
De perifere somatische responsen en gedrag behoren tot het observeerbaar
level; actietendensen en beleving behoren tot het mentaal level; centrale
somatische responsen behoren tot het hersenlevel.
3 E AS
Wat de 3e as—de intensionele definitie—betreft, kunnen we 2 groepen van
theorieën onderscheiden: De meeste theorieën zien emoties als analoog aan
“water”. Ze gaan ervan uit dat de descriptieve set van emoties (of een deel
ervan) omgevormd zal worden tot een adequate wetenschappelijke set. Hun taak
bestaat er enkel in om een explanans te ontdekken dat als een
gemeenschappelijke noemer van de set kan dienen.
De theorieën die binnen deze groep horen zijn de evolutietheorie, de
appraisaltheorie, de netwerktheorie en de psychologisch-constructionistische
theorieën van Schachter en Barrett
Andere theorieën staan sceptisch tegenover de idee dat emoties een
wetenschappelijke set vormen. Zij zien het als hun taak om de bovenstaande
theorieën kritisch te bevragen. Bijvoorbeeld, de psychologische
constructionistische theorie van Russell (2003) beschouwt emoties eerder als
analoog aan “lucht”. Emoties vormen zelf geen wetenschappelijke set, maar ze
bestaan uit componenten die elk tot afzonderlijke wetenschappelijke sets
behoren (zie verder). Ook de doelgerichte theorie (Moors, 2022) hoort hier thuis.
4 E AS
Wat de 4e as – de divisio definitie – betreft, zien we ook een duidelijk patroon
verschijnen.
Sommige theorieën delen de set van emoties op in discrete subsets die min of
meer beantwoorden aan de emotiewoorden die we kennen vanuit de natuurlijke
taal zoals woede, angst, verdriet, vreugde, enz. Dit geldt voor de evolutionaire
theorie alsook voor biologische versies van de netwerktheorie en van de
appraisaltheorie.
Zij gaan er meestal van uit dat er een beperkt aantal basisemoties is en deze
worden beschouwd als de bouwstenen van het emotioneel leven. Variatie wordt
4