Het geheel van beïnvloedingsprocessen waardoor een persoon of
groep gestimuleerd of gedwongen wordt om zich te conformeren aan
een bepaald cultuurpatroon, om orde & stabiliteit in dat patroon te
handhaven.
Bv. Je buur in de aula die je een elleboog geeft omdat je blijft praten
- Gevoelens van schaamte en schuld
Als we iets ‘verkeerd’ doen, ervaren we die gevoelens
- Straffen en belonen
Afwijken van de norm kan leiden tot een straf of beloning
Positieve & negatieve sancties
Formele & informele sancties
Bv. Een glimlach, opgetrokken wenkbrauw, of zelfs een boete
- Macht en invloed
Als er een zekere beloning vasthangt aan iets gaat dat vaak ook het
gedrag gaan beïnvloeden
INSTITUTIES
Institutionalisering = de vorming van “instituties”, door ‘het op elkaar
betrekken’ van structuur en cultuur. Leidt tot het ontstaan van sociale
groepen en organisaties
Het betrekken van structuur en cultuur op elkaar
Kenmerken van een institutie
1. Mensen handelen volgens een normatief bepaalde, vaste procedure
2. Deelnemers nemen sociale posities in, waaraan rollen verbonden zijn
, 3. Zijn gericht op vervullen van basisbehoeften of op realiseren van
bepaalde waarden
Bijvoorbeeld: huwelijk (aftoetsen aan de kenmerken)
Normen in een huwelijk trouw beloven, bij elkaar blijven, tot de dood je scheidt
Sociale posities + rollen positie echtgenoot, rollen: steunen, graag zien, respect,
…
Basisbehoeften + waarden voortplanting, voornamelijk behoefte van huwelijk,
gezin stichten
Waarom ontstaan instituties, wat is het nut?
- Wereldopenheid van de mens – handelingsplasticiteit
We zijn in staat ons aan te passen, afhankelijk van waar we bv.
geboren worden
Mens kan in verschillende omgevingen overleven, aanpassen, we
zijn ‘open’
- Ontlastingsmechanisme nodig
Makkelijker beslissingen kunnen nemen, worden voor een stukje
ontlast
Door die wereldopenheid -> zodanig veel prikkels en informatie
Om informatie te kunnen selecteren, moet er ergens
ontlastingsmechanisme zijn
- Passende interactiepatronen bij bepaalde aspecten van het
samenleven
Huwelijk, het gezin, alles die daarbij past
- Beperkend EN bevrijdend voor het individu
Zorgen enerzijds voor beperkingen, maar anderzijds voor een zekere
bevrijding
Stabiliteit en gevoel van zekerheid = bevrijdend, makkelijk keuzes
nemen
Maar ook beperkend aangezien handelen volgens bepaalde
patronen, etc.
Dus een stukje minder ‘keuzevrijheid’ als het ware
Gevolgen van de institutionalisering
- Continuïteit, het voortbestaan van een cultuur
Bv. ‘Het gezin’ bestaat dat nog? De fundamenten, we zijn hier om een kind op te
voeden, die zijn er wel nog. MAAR: niet meer in de beperkte vormen die we
vroeger kenden, er zijn veel meer andere vormen tegenwoordig. Het instituut
‘gezin’ bestaat nog, maar in andere vormen
Vervullen van de basisbehoeften -> check, andere voorwaarden -> check =
instituut
- Stabiliteit en zekerheid
- Weerbarstig tegenover veranderingen
Niet onveranderbaar
Een instituut is niet te veranderen (maar het is niet onmogelijk)
Zijn logge apparaten, is niet simpel, nogal ‘vastgeroest’
Bv. Schooljaar starten op 4 september i.p.v. 1 september absoluut NIET