• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 41 pages
Summary

Franse samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 41 pages

Franse samenvatting opgesteld volgens het vakfiche van ASO3 humane wetenschappen.

Content preview

Frans samenvatting

1. Tegenwoordige tijd (le prèsent)

Parler -ER Finir -IR Vendre -RE
Je Parle Je Finis Je Vends
Tu Parles Tu Finis Tu Vends
Il/elle Parle Il/elle Finit Il/elle Vend
Nous Parlons Nous Finissons Nous Vendons
Vous Parlez Vous Finissez Vous Vendez
Ils/elles Parlent Ils/elles Finissent Ils/elles Vendent

• Onregelmatige werkwoorden= êtrê, avoir, allêr, fairê, vênir, pouvoir, vouloir,
savoir, dêvoir
• De onregelmatige werkwoorden in prèsent:
Être Avoir Aller
Je Suis Ai Vais
Tu Es As Vas
Il/elle Est A Va
Nous Sommes Avons Allons
Vous êtes Avez Allez
Ils/elles Sont Ont Vont

Faire Venir Pouvoir
(doen, maken) (komen) (kunnen)
Je Fais Viens Peux
Tu Fais Viens Peux
Il/elle Fait Vient Peut
Nous Faisons Venons Pouvons
Vous Faites Venez Pouvez
Ils/elles Font Viennent Peuvent

Vouloir Savoir Devoir
(Willen) (Weten,kunnen) (Moeten)
Je Veux Sais Dois
Tu Veux Sais Dois
Il/elle Veut Sait Doit
Nous Veulons Savons Devons
Vous Voulez Savez Devez
Ils/elles Veulent Savent Doivent




1

, 2. Passé compossé = voltooid verleden tijd
- Je moet altijd een hulpwerkwoord gebruiken (être / avoir)
- Daarna kijk je naar het werkwoord (voltooid deelwoord), regelmatig of onregelmatig?


Onregelmatig voorbeelden:
Voltooid deelwoord
• être → été
• avoir → eu
Regelmatig:
• faire → fait
• aller → allé
• -er → é → parler → parlé
• venir → venu
• -ir → i → finir → fini
• prendre → pris
• -re → u → vendre → vendu
• voir → vu
• mettre → mis
• pouvoir → pu
• devoir → dû




3. Imparfait /onvoltooid verleden tijd
• Neem de Nous-vorm in de présent van het werkwoord
• Voor alle regelmatige werkwoorden maakt het niet uit of het eindig op ER,RE,IR
• Ook de onregelmatige zijn hier dezelfde vervoeging (uitgang) enkel être is hier een
uitzondering.

Stap 1 – Zoek de nous-vorm in présent

• parler → nous parlons
• finir → nous finissons
• vendre → nous vendons

De nous-vorm in het présent is altijd de basis (stam) voor imparfait.



Stap 2 – Verwijder -ons

Van de nous-vorm haal je -ons eraf:

1. parlons → parl-
2. finissons → finiss-
3. vendons → vend




2

Table of contents

  1. 01 Stap 1 – Zoek de nous-vorm in présent 2
  2. 02 Stap 2 – Verwijder -ons 2
  3. 03 Voltooid deelwoord 2
  4. 04 5. Le passé récent De “ik heb net iets gedaan”-tijd 4
    1. Onregelmatige werkwoorden (zelfde structuur): 4
  5. 05 6. Le plus-que-parfait ik had iets gedaan” 5
  6. 06 7. Futur simple 6
  7. 07 8. Impératif présent bevel, advies of verzoek. 7
    1. Reguliere werkwoorden 7
    2. Bij -ER-werkwoorden vervalt de “-s” bij tu in de impératif: Parle ! (niet parles !) 7
    3. Onregelmatige werkwoorden 7
  8. 08 9. Subjonctif présent uitdrukking van twijfel, wens, emotie, noodzaak. Gebruik: meestal na que: Il faut que tu viennes. → Het is nodig dat jij komt. Je veux que tu sois là. → Ik wil dat jij er bent. 8
    1. Onregelmatige werkwoorden 8
  9. 09 10. Conditionnel présent : “zou …” Vorm: stam van futur simple + uitgangen van imparfait 9
  10. 10 Gebruik: beleefdheid, wens, hypothetische situatie. 9
  11. 11 Je voudrais un café. → Ik zou graag een koffie willen. Si j’avais de l’argent, j’irais en France. → Als ik geld had, zou ik naar Frankrijk gaan. 9
    1. Reguliere werkwoorden 9
    2. Onregelmatige werkwoorden (zelfde stam als futur simple) 9
    3. Article contracté – “au, du” (altijd mannelijk , is het vrouwelijk? -> à la/ du la) 10
    4. Article partitif – “du, de la, des”. (Du mannelijk, de la vrouwelijk, des meervoud) 10
    5. Betekenis NL: een beetje / wat / een deel van Gebruik je voor iets dat je niet kan tellen of niet helemaal bedoelt. 10
    6. Adjectif démonstratif – “ce, cette, ces” 10
    7. Adjectif interrogatif – “quel, quelle, quels, quelles” 10
    8. Adjectif indéfini – “quelques” 10
    9. Sujet (onderwerp). wie iets doet 11
    10. COD (complément d’objet direct). lijdend voorwerp, dus wie of wat na de handeling. 11
    11. COI (complément d’objet indirect). meewerkend voorwerp, meestal met “aan / voor” 11
    12. Toniques (beklemtoonde vormen) gebruik je na voorzetsels of om iets te benadrukken. 11
    13. e. Y vervangt à + iets of een plaats 12
    14. EN vervangt de + iets / hoeveelheid 12
  12. 12 Pronom possessif – “le mien, la mienne, les miens...” betekent de mijne / de jouwe / de hare... 12
  13. 13 Pronom interrogatif – “qui, quoi” om vragen te stellen. 12
  14. 14 Pronom relatif – “qui, que, dont, où” om zinnen te verbinden (“die/dat”). 13
  15. 15 Pronom réfléchi – “me, te, se, nous, vous” gebruik je bij wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich herinneren, …) 13
  16. 16 Pronoms indéfinis – “chacun, personne…” verwijzen naar onbepaalde personen of dingen. 13
  17. 17 Adjectif qualificatif = bijvoeglijk naamwoord 15
  18. 18 Geslacht & getal 15
  19. 19 Plaats in de zin 15
  20. 20 Conditionnel passé = “zou hebben gedaan” 17
  21. 21 Vorm: → avoir/être in conditionnel présent + participe passé 17
  22. 22 Participe présent = “doende” (zoals “pratend”, “lopend”) 17
  23. 23 Gérondif “door te …” 18
  24. 24 Prépositions (voorzetsels) 18
    1. En 18
    2. in / naar / met / tijdens — afhankelijk van de context 18
    3. À 18
    4. De 19
    5. Avec 19
    6. Sans 19
  25. 25 Locutions prépositionnelles 20
  26. 26 = voorzetsel-uitdrukkingen (meerdere woorden) 20
  27. 27 Conjonctions / voortzettingen (voegwoorden) 21
    1. Lors de 21
    2. Vu que 21
    3. Parce que 21
    4. Pendant que 21
    5. Avant de / Après avoir 21
    6. Bien que 22
    7. Quand / Lorsque 22
  28. 28 Wat is een bijwoord (adverbe)? 22
  29. 29 Bijwoorden op -ment 22
  30. 30 • Plaats van het bijwoord in de zin: meestal achter het werkwoord 24
  31. 31 Wat zijn conjonctions? 25
  32. 32 Nevenschikkende voegwoorden (coordination) 25
  33. 33 Onderschikkende voegwoorden (subordination) 26
  34. 34 1. Mededelende zin (phrase déclarative) 27
  35. 35 2. Vragende zin (phrase interrogative) 27
  36. 36 3. Bevelende zin (phrase impérative) 27
  37. 37 4. Uitroepende zin (phrase exclamative) 28
  38. 38 5. Ontkennende zin (phrase négative) 28
  39. 39 Enkelvoudige zin (phrase simple) 29
  40. 40 Samengestelde zin (phrase composée) 29
    1. ? Soorten samengestelde zinnen 29
  41. 41 Betrekkelijke bijzinnen (propositions relatives) 30
  42. 42 Indirecte vraag (question indirecte) 31
  43. 43 Rede indirecte (discours indirect) 31
  44. 44 Onderwerp – persoonsvorm 31
  45. 45 Zelfstandig naamwoord/voornaamwoord – bijvoeglijk naamwoord 32
  46. 46 Voltooid deelwoord met être en avoir (participe passé) 32
  47. 47 Subjonctif – gevoel, wil, noodzaak 33
    1. Hoe je het toepast in een zin: 33
  48. 48 Onderwerp (sujet) 34
  49. 49 Persoonsvorm (verbe conjugué) 34
  50. 50 Lijdend voorwerp (COD – complément d’objet direct) 34
    1. Dagelijks en sociaal leven 36
    2. Economie en consumptie 36
    3. Eten en drinken 36
    4. Santé et psychologie 36
  51. 51 Persuasieve teksten (overtuigen) 39
  52. 52 Argumentatieve teksten (argumenteren) 40
  53. 53 Literaire teksten (poëtisch, verbeelding) 41

Document information

Study
3e graad
School year
5
Uploaded on
November 6, 2025
File latest updated on
November 6, 2025
Number of pages
41
Written in
2025/2026
Type
Summary
$4.10

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
emilydejonghe
5.0
(2)
Sold
5
Followers
0
Items
3
Last sold
5 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions