Inhoudsopgave
HC 1: Angststoornissen...............................................................................6
Beschrijving en diagnostiek..................................................................6
Angst of angststoornis..........................................................................6
Angststoornissen in de DSM-5...............................................................7
Angststoornissen in Nederland:............................................................7
Separatie Angststoornis...........................................................................8
Selectief Mutisme.....................................................................................9
Specifieke Fobie.....................................................................................10
Sociale Angststoornis (voorheen: Sociale Fobie)....................................11
Paniekstoornis........................................................................................12
Agorafobie..............................................................................................14
Gegeneraliseerde Angststoornis (GAS)..................................................15
Beloop.................................................................................................16
Etiologie en Behandeling van Angststoornissen..................................16
Diagnostiek.........................................................................................18
Behandeling van Angststoornissen:....................................................19
HC 2: Angstconditionering als Model voor Acquisitie en Extinctie van Angst
..................................................................................................................21
Etiologie van Angst:...............................................................................22
Behandeling van Pathologische Angst....................................................24
Werkingsmechanismen en Uitdagingen.................................................25
,Klinische Psychologie
Gaat over ontstaan, diagnostiek en behandeling van psychische
stoornissen.
Richt zich op afwijkingen in gedachten, gevoelens en gedragingen (3G's).
Afwijkend Gedrag
Afwijkend gedrag (m.b.t. de norm) heeft betrekking op:
Individuele persoon: bv. excessief drinken, dwanggedachten,
extreme angsten.
Relatie met anderen: bv. overbezorgd, extreem agressief, extreem
teruggetrokken.
Factoren voor pathologisch gedrag
Persoonlijk lijden
(Dis)functionaliteit van het gedrag
Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Opvallend, onconventioneel gedrag
Gedrag dat ongemak veroorzaakt bij anderen
Overtreding van morele normen
Psychische Stoornis (DSM-5-TR Definitie)
Een syndroom met klinisch significante symptomen in cognitieve,
affectieve of conatieve functies door disfuncties in psychosociale,
biologische of ontwikkelingsprocessen.
Uitsluitingen: verwachte culturele reacties, deviant gedrag door
minderheidsgroepen.
, Modellen voor Psychische Stoornissen
1. Statistisch Model
Normale verdeling van menselijke eigenschappen, abnormaliteit bij
extreme scores.
Kritiek: Arbitrage grens tussen normaal en abnormaal, geen
specificatie van hoe ongewoon gedrag moet zijn, onduidelijkheid
over persoonlijk lijden.
2. Medisch of Ziektemodel
Stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten; bestrijding van
somatogene of psychogene mechanismen.
Kritiek: Geen bewezen onderliggende mechanismen voor veel
stoornissen, stigmatiserend, passieve rol patiënt. De verhouding
hulpverlener en cliënt is autoritair.
3. Leer- of Onderwijsmodel
Stoornissen ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen.
Voordelen: Minder stigmatiserend, recht aan eigen
verantwoordelijkheid, ondersteunt gelijkwaardige relatie in
hulpverlening.
In de praktijk wordt voortgebouwd op een gelijkwaardige relatie. Belang
van shared/gedeelde besluitvorming!
Theorieën zijn nodig om te verklaren, voorspellen en controleren.
Wetenschappelijke Methode in Psychologie
Inductie
Theorie gebaseerd op observaties uit de realiteit. Probleem: het is
praktisch onmogelijk iedereen te observeren.
Deductie
Toetsing van voorspellingen (hypotheses) uit algemene theorieën.
Als het uitkomt, kan de theorie voorlopig worden geaccepteerd,
anders is er zekerheid dat het niet klopt. Theoretische aannames
zijn nodig als leidraad, maar moeten aangepast worden tot er
consensus is (paradigma).
HC 1: Angststoornissen...............................................................................6
Beschrijving en diagnostiek..................................................................6
Angst of angststoornis..........................................................................6
Angststoornissen in de DSM-5...............................................................7
Angststoornissen in Nederland:............................................................7
Separatie Angststoornis...........................................................................8
Selectief Mutisme.....................................................................................9
Specifieke Fobie.....................................................................................10
Sociale Angststoornis (voorheen: Sociale Fobie)....................................11
Paniekstoornis........................................................................................12
Agorafobie..............................................................................................14
Gegeneraliseerde Angststoornis (GAS)..................................................15
Beloop.................................................................................................16
Etiologie en Behandeling van Angststoornissen..................................16
Diagnostiek.........................................................................................18
Behandeling van Angststoornissen:....................................................19
HC 2: Angstconditionering als Model voor Acquisitie en Extinctie van Angst
..................................................................................................................21
Etiologie van Angst:...............................................................................22
Behandeling van Pathologische Angst....................................................24
Werkingsmechanismen en Uitdagingen.................................................25
,Klinische Psychologie
Gaat over ontstaan, diagnostiek en behandeling van psychische
stoornissen.
Richt zich op afwijkingen in gedachten, gevoelens en gedragingen (3G's).
Afwijkend Gedrag
Afwijkend gedrag (m.b.t. de norm) heeft betrekking op:
Individuele persoon: bv. excessief drinken, dwanggedachten,
extreme angsten.
Relatie met anderen: bv. overbezorgd, extreem agressief, extreem
teruggetrokken.
Factoren voor pathologisch gedrag
Persoonlijk lijden
(Dis)functionaliteit van het gedrag
Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Opvallend, onconventioneel gedrag
Gedrag dat ongemak veroorzaakt bij anderen
Overtreding van morele normen
Psychische Stoornis (DSM-5-TR Definitie)
Een syndroom met klinisch significante symptomen in cognitieve,
affectieve of conatieve functies door disfuncties in psychosociale,
biologische of ontwikkelingsprocessen.
Uitsluitingen: verwachte culturele reacties, deviant gedrag door
minderheidsgroepen.
, Modellen voor Psychische Stoornissen
1. Statistisch Model
Normale verdeling van menselijke eigenschappen, abnormaliteit bij
extreme scores.
Kritiek: Arbitrage grens tussen normaal en abnormaal, geen
specificatie van hoe ongewoon gedrag moet zijn, onduidelijkheid
over persoonlijk lijden.
2. Medisch of Ziektemodel
Stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten; bestrijding van
somatogene of psychogene mechanismen.
Kritiek: Geen bewezen onderliggende mechanismen voor veel
stoornissen, stigmatiserend, passieve rol patiënt. De verhouding
hulpverlener en cliënt is autoritair.
3. Leer- of Onderwijsmodel
Stoornissen ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen.
Voordelen: Minder stigmatiserend, recht aan eigen
verantwoordelijkheid, ondersteunt gelijkwaardige relatie in
hulpverlening.
In de praktijk wordt voortgebouwd op een gelijkwaardige relatie. Belang
van shared/gedeelde besluitvorming!
Theorieën zijn nodig om te verklaren, voorspellen en controleren.
Wetenschappelijke Methode in Psychologie
Inductie
Theorie gebaseerd op observaties uit de realiteit. Probleem: het is
praktisch onmogelijk iedereen te observeren.
Deductie
Toetsing van voorspellingen (hypotheses) uit algemene theorieën.
Als het uitkomt, kan de theorie voorlopig worden geaccepteerd,
anders is er zekerheid dat het niet klopt. Theoretische aannames
zijn nodig als leidraad, maar moeten aangepast worden tot er
consensus is (paradigma).