Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages
Summary

Samenvatting Inleiding Tot De Rechtswetenschap - Week 1 t/m 13

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages

Samenvatting van de belangrijkste tentamenstof van 'Inleiding tot de rechtswetenschap', voortkomend uit de werkgroepen en het studieboek. De samenvatting moet het grootste deel van de tentamenstof dekken. Cijfer voor tentamen: 8,6

Content preview

Inleiding Tot De Rechtswetenschap
Tentamen voorbereiding

, Tentamenstof week 1

- Normatieve/prescriptieve beweringen versus descriptieve/feitelijke beweringen
- Empirisch onderzoek
- Vier normatieve kennisdomeinen
- Het verband tussen waarden/beginselen en normen
- Verschillen en overeenkomsten tussen recht en moraal
- Geldend recht, positief recht versus natuurrecht, rechtspositivisme versus
natuurrechtsdenken
- Samenhang tussen rechtsbegrippen: genusbegrippen, species begrippen, onderlinge
overlapping en uitsluiting van begrippen, synoniemen en homoniemen
- De rechtsbronnen, geschreven en ongeschreven recht
- Materieel recht, formeel recht, procesrecht
- Publiekrecht versus privaatrecht
- De belangrijkste rechtsgebieden
- Klassieke rechtsgebieden versus functionele rechtsgebieden

Het recht is een normatief vakgebied, het houdt zich bezig met prescriptie. Normativiteit is het stellen
van een norm, hoe iets in een wenselijke situatie zou zijn.

Andere academische vakgebieden bevatten descriptieve algemene regels. Dit is gebaseerd op feitelijk
controleerbare beweringen, getoetst door empirisch onderzoek. Empirisch onderzoek is het toetsen
van descriptieve beweringen door middel van experimenten.

Een kennisdomein bestaat uit waarden, waaruit gedragsregels (normen) ontstaan.

Domeinen:
- Godsdienst (Hoe leef je in de kaders van godsdienst een goed leven).
- Moraal (Hoe moeten we leven om een goed mens te zijn).
- Fatsoen (Hoe gedraag je je uiterlijk gepast).
- Recht (Algemene regels opgedragen door de overheid)

Het recht is gescheiden van andere normatieve domeinen, het rechtssysteem wordt dwingend opgelegd
door de overheid.

Een gescheiden rechtssysteem t.o.v. andere normatieve domeinen geeft rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid.

Rechtszekerheid wil zeggen dat de wetgeving voor de burger duidelijk en voorspelbaar is.
Rechtsgelijkheid wil zeggen dat iedere burger op gelijk is volgens de wet.

Waarden zijn de overtuigingen over wat wenselijk is, hieruit volgen de gedragsregels om aan deze norm te
voldoen. Dit noemt men normen.

Moraal is het begrip waarbij men stelt hoe er geleefd moet worden om een goede burger te zijn. Het recht
is hierbij overeenkomstig, maar het verschil hierbij is dat het recht gebonden is aan de burger, ongeacht
instemming.

Positief recht (ook wel geldend recht) is het recht vastgesteld door de mens.
Natuurrecht is het van nature, onafhankelijk van de overtuiging van de mens geldend recht.

Het rechtspositivisme is de overtuiging dat uitsluitend het positief recht bestaat.
Het natuurrechtsdenken is de overtuiging dat het natuurrecht geldend is, daarbij aangevuld door het
positief recht. Het positief recht mag niet in strijdt zijn met het natuurrecht.

Een genusbegrip is een verzamelnaam, een overkoepelende term. Een speciesbegrip is een
subcategorie, een ondersoort, van het genus. Een species kan op zichzelf weer fungeren als genus.


2

,Als een genusbegrip één duidelijk criterium beschrijft, sluiten de verschillende species elkaar uit.
Verschillende species hoeven elkaar niet uit te sluiten; er kan sprake zijn van overlap.

Synoniemen zijn verschillende benamingen voor hetzelfde verschijnsel.
Homoniemen zijn dezelfde benamingen voor verschillende verschijnselen.

Een rechtsbron is een algemene gedragsregel die voortvloeit uit een rechtsregel.

Geschreven rechtsbronnen
1. De wet
2. Verdragen

Ongeschreven rechtsbronnen
1. Gewoonterecht
2. Jurisprudentie
3. Algemene rechtsbeginselen

Rechtsbeginselen zijn de fundamentele waarden van het recht.
Proportionaliteit: evenwicht tussen doel en middel.

Privaatrecht: het recht tussen burgers onderling.
Publiekrecht: het recht tussen burgers en de overheid.

Strafrecht (tussen straUende overheid en dader).
Staatsrecht (rechtsgebied in het grondrecht, fundamentele rechten van de burger).
Bestuursrecht (het toezicht van de overheid op het maatschappelijk leven).
Internationaal publiekrecht (relatie tussen staten).
Personenrecht (families en organisaties)
Vermogensrecht (contracten, aansprakelijkheid, eigendommen)

Specialismen in het recht noemt men een functioneel rechtsgebied, de klassieke rechtsgebieden zijn
de doorsnede van het positieve recht.

Materieel recht: de inhoud van rechten en plichten.
Proces-/formeelrecht: de handhaving van materieel recht in procedures voor de rechter.




3

, Tentamenstof week 2

- Absolutisme versus bevoegdheidsspreiding door machtenscheiding én decentralisatie
- De triaspolitica (machtenscheidingsleer); het inbouwen van checks and balances in het
staatsbestel en (territoriale dan wel functionele) decentralisatie
- Legisme en codificatiestreven
- Attributie van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht in de Nederlandse Grondwet
- De ambten en organen: regering, Koning, ministerraad, minister, staatssecretaris, kabinet,
Kamerlid, rechter, provinciale staten, college van gedeputeerde staten, gemeenteraad,
burgemeester, college van burgemeester en wethouders
- Democratie:
Directe versus vertegenwoordigende democratie;
Evenredige vertegenwoordiging versus vertegenwoordiging via districten;
Parlementair stelsel versus presidentieel stelsel;
Vertrouwensregel.
Controlefunctie Staten-Generaal door ministeriële verantwoordelijkheid en vragenrecht
- Rechtsstatelijke waarborgen voor de rechtsbescherming van het individu:
Het legaliteitsbeginsel;
Gebondenheid van de overheid aan het geschreven recht (waaronder Grondwet, wet en
grondrechten) en aan algemene rechtsbeginselen;
Klassieke grondrechten (in drie varianten, zie Verheugt) en sociale grondrechten;
Toegang tot de onafhankelijke rechter.
- Een democratische rechtsstaat: streven naar evenwicht tussen meerderheidsmacht en
rechtsbescherming van het individu
- Democratie: streven naar meerderheidsmacht maar óók streven naar besluitvorming na open
debat

Rechtsregel
- HR 21 maart 2003, Waterpakt
- HR 20 december 2019, Urgenda

Absolutisme wil zeggen dat alle overheidsmacht bij één persoon ligt. Daarentegen is
bevoegdheidsspreiding het verdelen van macht over verschillende overheidsorganen, om
machtsmisbruik te voorkomen en burgers te beschermen.

Checks en balances zijn als extra mechanisme ingesteld om tiranniek tussen staatsmachten te
voorkomen. Balances in het staatsstelsel wil zeggen dat er meerdere organen een bevoegdheid delen, bij
checks controleert het ene overheidsorgaan het andere.

Trias politica: als alle staatsmacht in één hand zou liggen, vormt dit een bedreiging voor de vrijheid van de
burger. Machtsconcentratie leidt snel tot machtsmisbruik, om deze gevaren te voorkomen is het beter om
de staatsmacht te verdelen onder verschillende overheidsorganen. Daarbij is elke orgaan bevoegd om
slechts een begrensd gedeelte van de staatsmacht uit te oefenen.

Decentralisatie is het verspreiden van macht over verschillende overheidsorganen.

Attributie is het toedelen van overheidsmacht aan bevoegde organen.

De wetgevende macht is bevoegd tot het maken van wetten, vrijwel altijd algemene verbindende
voorschriften. Dit is opgedragen aan de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk, de Staten-Generaal
vertegenwoordigt het Nederlandse volk. De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen,
terwijl de leden van de Eerste Kamer verkozen worden door de provinciale staten. De regering is daarnaast
zelf bevoegd om wetgeving te maken, de Staten-Generaal bezit hierbij een controlerende rol, hetzelfde
geldt voor de ministers afzonderlijk.

De uitvoerende macht berust in Nederland bij de regering, zij besturen het land. De regering bestaat uit
de Koning en alle ministers, daarnaast is er een ministerraad die geleid wordt door de minister-president.


4

Connected book
 image
Publisher: augustus 2005 ISBN: 9789054545408 Edition: 13

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Stof van periode 1
Uploaded on
November 4, 2025
File latest updated on
August 18, 2026
Number of pages
48
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.04

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
TentamenIdeaal
4.0
(1)
Sold
3
Followers
0
Items
4
Last sold
7 months ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions