Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Summary

Samenvatting Europees Recht | Open Universiteit

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Deze uitgebreide en gestructureerde samenvatting behandelt alle kernonderwerpen van het vak Europees Recht aan de Open Universiteit. Deze samenvatting bevat onder andere: - Uitleg van primaire en secundaire rechtsbronnen - Kernschema’s over interne markt, vrij verkeer, mededingingsrecht en staatssteun - Duidelijke uitleg van harmonisatie, loyaliteitsbeginsel en nuttig effect-doctrine. Ideaal voor studenten van de Open Universiteit die efficiënt willen studeren, zich grondig willen voorbereiden op het tentamen Europees Recht, of snel de essentie van de EU-rechtsorde willen begrijpen.

Content preview

Leereenheid 1
Europese (markt)integratie

1.2. Hoe komt (markt)integratie tot stand?

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) uit 1951 vormde het begin van een samenwerking
tussen de lidstaten van de Europese Unie.
Het Verdrag van Rome uit 1957 en de daaropvolgende verdragen zijn, zoals in het citaat hierboven ook staat,
etappes in een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa.

Marktintegratie:
Omvat alle EU-beleidsmaatregelen die tot doel hebben de economieën van de lidstaten samen te voegen tot
een grote interne markt waarin de economische activiteit niet langer wordt beperkt door nationale grenzen.

Productiefactoren EU:
- Goederen;
- Diensten;
- Arbeid en kapitaal.

Harmonisatie:
Europese instellingen harmoniseren door middel van secundaire wetgeving onderdelen van het recht in de
Europese lidstaten.

Rechtstreekse werking:
Europees recht heeft voorrang en rechtstreekse werking.

Bevoegdheden van de EU:
De bevoegdheden van de EU zijn beperkt tot het nastreven van specifieke doelstellingen. Dit met inachtneming
van de constitutieve beginselen:
• Attributie;
• Subsidiariteit;
• Evenredigheid.

Kenmerken autonome rechtsorde (= EU):
Voorrang en doorwerking.

Lidstaten hebben hun soevereiniteit beperkt door het sluiten van de verdragen.

Primair EU-recht:
Þ Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
Þ Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Secundair EU-recht (Art. 288 VWEU):
Harmonisatiemiddelen om marktintegriteit te bewerkstelligen:
Þ Verordeningen:
➔ Rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten, zonder omzetting;
➔ Zorgen voor volledige en uniforme harmonisatie
📍Bijv: de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Þ Richtlijnen:
➔ Leggen een resultaatverplichting op aan de lidstaten, maar laten vorm en middelen vrij;
➔ Leveren vaak minimum- of gedeeltelijke harmonisatie op.
📍 Bijv: Consumentenrichtlijn, dienstenrichtlijn.




1

, Þ Besluiten:
➔ Zijn bindend voor diegene aan wie ze gericht zijn (lidstaat, onderneming, individu);
➔ Worden meestal gebruikt voor specifieke situaties of individuele gevallen, dus niet voor de
algemene harmonisatie van hele markten.
📍Bijv: een commissiebesluit dat een bepaalde fusie goedkeurt of verbiedt.
Þ Aanbevelingen en adviezen (niet verbindend):
➔ Juridisch niet bindend, maar dienen als soft law om beleid te coördineren of voorbereiden.

Europese integratie komt door stand door middel van negatieve en positieve integratie:
- Negatieve integratie:
Lidstaten mogen geen nationale regels aannemen die de werking van het EU recht belemmeren.
- Positieve integratie (harmonisatie):
Nationale regels van de lidstaten worden vervangen door EU recht.
Dit gebeurt vaak door secundair EU recht, maar ook door de mededingingsregels die een mededingingsrecht
van een lidstaat hebben vervangen. Richtlijnen zijn hiervoor het meest geschikt, omdat deze de lidstaten
verplichten hun wetgeving en bestuurlijke praktijken in overeenstemming te brengen met de Europese regels.
⇢ Volledige harmonisatie:
Lidstaten mogen niet meer afwijken van EU recht.
⇢ Minimum harmonisatie:
Lidstaten kunnen strengere regels aannemen.
De mate van harmonisatie hangt af van de grondslag waarop zij berust.

Toetsing nationaal recht aan EU recht:
1. Er wordt gekeken naar het voorwerp van harmonisatie -> wordt het onderwerp geregeld door de EU?
Nee?
Dan heeft de lidstaat nog soevereiniteit op dat gebied.
2. Vervolgens wordt gekeken naar de mate van harmonisatie.
Volledige harmonisatie?
Lidstaat kan alleen EU recht nog volgen.
3. Bij minimum harmonisatie:
Lidstaat kan evt. strengere maatregelen nemen. Wel wordt gekeken of die strengere regels in
overeenstemming zijn met de Verdragen.

Boek:

Flankerend beleid:
Beleid dat de marktintegratie aanvult en ondersteunt:
- Het is ondersteunend of aanvullend, niet zelfstandig.
- Het mag geen nationale bevoegdheden wegnemen: lidstaten blijven dus vooral zelf verantwoordelijk.
- Het EU-beleid heeft meestal de vorm van coördinatie, aanbevelingen of richtsnoeren, en soms beperkte
harmonisatie.

1.3. (Markt)integratie en rechtstreekse werking

De Europese integratie verloopt via positieve en negatieve integratie, en dat beperkt de vrijheid van lidstaten
om zelf nationale regels te maken. Daarom moet steeds worden getoetst of die nationale regels passen binnen
het EU-recht.

Een belangrijk punt daarbij is of primair en secundair EU-recht rechtstreekse werking hebben. Als burgers zich
direct op EU-regels kunnen beroepen, kan de nationale rechter die regels handhaven. Daarmee draagt de
rechter bij aan de naleving van het EU-recht en dus aan de Europese integratie.

Verticale rechtstreekse werking:
Een individu beroept zich tegen de staat op het Europees recht.
📍Bijv: een bestuursrechtelijke procedure.




2

, Horizontale rechtstreekse werking:
Een individu beroept zich tegenover een andere particulier op het Europees recht.
📍Bijv: een consument in een privaatrechtelijke procedure.

Basisvoorwaarden voor de rechtstreekse werking van een bepaling in de verdragen:
→ de bepaling moet voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn,
→ en onvoorwaardelijk.
Individuen kunnen zowel horizontaal als verticaal een beroep doen.

Rechtstreekse werking van de handelingen:
Hieronder vallen:
1. Besluiten,
2. Verordeningen,
3. Richtlijnen.

Rechtstreekse werking verordeningen (volgens art. 288 VWEU):
“Maatregelen van algemene strekking die verbindend zijn in al hun onderdelen en die rechtstreeks toepasselijk
zijn in de lidstaten.”
• Hoeven niet te worden omgezet in nationale wetgeving (richtlijnen wel) = rechtstreekse toepasselijkheid.
• Individuen kunnen zowel horizontaal als verticaal een beroep doen.

Rechtstreekse werking richtlijnen (volgens art. 288 VWEU):
“Verbindend ten aanzien van het beoogde resultaat, maar laat de lidstaat vrij in de keuze vorm en middelen.”
• Moet omgezet worden naar nationale wetgeving (termijn meestal 2 jaar na datum inwerkingtreding).
• Tijdens omzettingstermijn geen rechtstreekse werking, maar lidstaten mogen geen maatregelen nemen -
vóór de omzettingstermijn - die ingaan tegen het beoogde resultaat van de richtlijn.
• Bepalingen moeten voldoende duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn voor rechtstreekse werking
(Becker-arrest).
• Individuen kunnen verticaal (en driehoeksverhouding) een beroep doen (Wells-arrest).
Individuen kunnen niet horizontaal een beroep doen (Faccini Dori-arrest).


Wanneer een richtlijn rechtstreekse werking heeft,
dan mag een burger zich tegenover een
overheidsorgaan op die richtlijn beroepen. Wanneer
dit negatieve gevolgen heeft voor een derde, zou men
kunnen spreken van indirect horizontaal effect, een
omgekeerd verticaal effect. Dit maakt niet uit. De
burger kan zich nog steeds ten overstaan van de
overheid op de richtlijn beroepen. Ook als een derde
daar negatieve gevolgen van ondervindt.


Procedurele autonomie in het procesrecht:
In principe is het procesrecht een aangelegenheid van de lidstaten.
Maar:
• Lidstaten zijn gebonden aan procedure van voorrang en rechtstreekse werking
• Op basis van de ‘nuttig-effect’ doctrine (Rewe/Comet-arrest) kan de rechter toetsen of er in het
procesrecht van de lidstaten voldaan wordt aan:
o Gelijkheidsbeginsel en
o Doeltreffendheidbeginsel.

Gelijkheidsbeginsel:
Dit houdt in dat het EU recht procesrechtelijk gelijk moet worden behandeld als het nationale recht.

Doeltreffendheidbeginsel:
Dit houdt in dat de procesregels van een lidstaat het niet onmogelijk mogen maken om een zaak op basis van
het EU recht voor de nationale rechter aan te spannen.



3

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789054549406 Edition: 3

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 2, 2025
Number of pages
26
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.94

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jazz31
3.8
(224)
Sold
688
Followers
485
Items
24
Last sold
1 month ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions