- Maatschappelijke organisatie: structuur & cultuur
= Hoe is het menselijk gedrag en het groepsleven sociaal
georganiseerd?
SOCIALE STRUCTUUR:
- Vorm van het georganiseerd samenleven
Sociale posities wel persoonsafhankelijk
Sociale status niet persoonsafhankelijk
Sociale rol
Rolconflicten
STRUCTURELE ELEMENTEN:
SOCIALE POSITIE
- De plaats die iemand inneemt in een sociaal netwerk
Bv. Dochter, vriendin, werknemer, …
- Toegeschreven posities (ascribed) vs. verworven posities (achieved)
Toegeschreven of ascribed: komen individu toe zonder toedoen
o O.b.v. kenmerken onafhankelijk van inspanningen o.b.v.
objectieve criteria
o In bepaalde samenlevingen zelfs posities toegeschreven o.b.v.
afkomst zoals adellijke titels of koningschap
Bv. Geslacht, leeftijd, familiebanden, geboorte toegewezen zonder
individu daaraan iets kan veranderen o.b.v. eigen capaciteiten,
kwaliteiten of criteria (ev. verwerfbaar)
Verworven/achieved: verwerf je na individuele prestaties,
inspanning, studies, …
o Komt op bepaalde positie terecht o.b.v. formele en informele
maatschappelijke kwalificaties: nodig zijn om die positie waar te
maken
, o Verworven door eigen inbreng of inspanning van individu én door
de erkenning daarvan door de anderen en/of de samenleving
o In de huidige samenleving zijn steeds meer posities verworven
- Positieset = geheel van sociale posities die één iemand bekleedt
Bv. meisje van 15 is dochter van, zus van, keepster bij, leerling op, …
- Aanvulling sociale posities: kan tijdelijk of langdurig zijn
Tijdelijk
Kan vluchtig zijn
Bv. een klant, treinreiziger, patiënt, … zijn
Ergens daartussen: tussen het tijdelijke en levenslange
Bv. Pubertijd, geboren worden als baby, sterven als bejaarde
Langdurig
Levenslang = hele leven aan vastzitten
Bv. Dochter van, zus, …
- Impact van toewijzing o.b.v. sociaal economische status (SES) en/of
geslacht?
Bv. Bedrijf besturen omdat je het overneemt van vader, zonder dat je eigenlijk
bekwaam bent
Bv. Vrouwen krijgen minder vaak leidinggevende functies, ondanks gelijke
competenties
- Organisaties: Competentie versus statistische criteria
Hoe organisaties beslissen wie welke positie krijgt
Bv. Vrouwen met jonge kinderen zijn vaker afwezig, dus ik kies liever een man
SOCIALE STATUS
- Waardering die leden van samenleving hebben voor een bepaalde
sociale positie
NIET verbonden aan persoon
- Sociaal aanzien
WEL verbonden aan de persoon
Bv. Klein dorp: iedereen kent wijkagent & weten bij wie terecht voor wat,
anoniemer in grote stad: kent die niet en geen sociaal aanzien op kleven
Stel die wordt veroordeeld voor iets dat niet past binnen ambt -> aanzien zal
dalen
Bv. Sarkozy FR: naar gevangenis = aanzien daalt, maar status blijft wel (was
ooit president)
- Belangrijke statusdimensies in onze cultuur: opleiding, beroep en
inkomen
- Toegeschreven posities oefenen invloed uit op de verworven posities
- Statusset = geheel van sociale statussen van een persoon
- Verbonden aan verschillende sociale posities die de persoon inneemt
(positie-set)
Bv. Broer, zoon, student, vrijwilliger, …