FUNCTIONELE ANATOMIE
Bovenste extrimiteiten
i. Osteologie van het clavicula, scapula en de humerus
Het skelet van het bovenste lidmaat:
- schoudergordel (cingulum membri superioris)
- vrij bewegend deel (skeleton membri superioris liberi).
In dit gedeelte bespreken we het cingulum membri superioris (clavicula en
scapula) en een gedeelte van het skeleton membri superioris liberi (de humerus).
Cingulum membri superioris
De schoudergordel bestaat uit 2 beenderen (scapula of schouderblad
en clavicula of sleutelbeen) en verbindt het vrij bewegend deel(=de arm) met
het axiale skelet.
Voor het onderste lidmaat kan de bekkengordel als het equivalent beschouwd
worden.
Er zijn echter belangrijke verschillen tussen deze beide gordels.
Op vlak van functie:
- het bovenste lidmaat heeft voornamelijk een dynamische rol met grote
bewegingsamplitude
- het onderste lidmaat eerder een statische, steunende functie heeft.
Op vlak van bouw:
Schoudergordel bekkengordel
-Clavicula en scapula zijn - één botstuk is in het bekken: os
afzonderlijke beenstukken coxae.
-Geen dorsale verbinding met de -het bekken heeft een stevige
centrale as. dorsale verbinding rechtstreeks aan
de wervelzuil (art. sacroiliaca).
-Geen ventrale verbinding tussen -Het bekken heeft een weinig
beide claviculae. De beweeglijke verbinding ventraal via
sleutelbeenderen zijn wel verbonden de symphysis pubis
met de centrale as via het borstbeen
(sternum). Hier wordt een beweeglijk
gewricht gevormd (art.
sternoclaviculare) zodat de
schoudergordel kan bewegen t.o.v.
de romp.
Het vrije deel kent bijgevolg 2
vrijheidsgraden, wat de
bewegingsvrijheid van de arm
vergroot.
Anderzijds zullen extra spieren nodig
zijn om deze 2 vrijheidsgraden te
sturen
-Lichte bouw (kleine massa en -het bekken heeft een zware bouw
inertie).
-Ondiep gewricht met het vrije deel -Het bekken heeft een diep gewricht
, (de bovenarm) kan makkelijker tussen bekken en dijbeen betere
bewegen stabiliteit.
1. De Scapula
Algemeen
De scapula is een plat driehoekig beenstuk dat gelegen is op de achter-zijwand
van het ribbenrooster en de 2de tot 7de rib bedekt. Het been is opgehangen aan
spieren en wordt lateraal op zijn plaats gehouden door het sleutelbeen dat als
stut fungeert. Het platte been kan over de thoraxwand schuiven.
Enerzijds is er het ventrale vlak dat los op de ribben (costa) gelegen is: de facies
costalis.
Anderzijds is er het dorsale vlak: de facies dorsalis.
Facies costalis
Het is een rechthoekige driehoek 3 randen:
- margo superior,
- margo medialis
- margo lateralis.
Het heeft afgeronde hoeken
- zijn de angulus inferior,
- angulus superior (de rechte hoek van de driehoek) mediaal gelegen
- angulus lateralis.
Het voorvlak = iets uitgehold (concaaf) volgt zo de ronding die de ribben
vormen.
Het beenstuk is erg dun (en dus licht) en enkel naar de randen toe wordt het
dikker om stevige aanhechting voor spieren te kunnen verzorgen. Soms worden
in het vlak sterk ontwikkelde lijnen gezien (verdikkingen), de lineae musculares,
Bovenste extrimiteiten
i. Osteologie van het clavicula, scapula en de humerus
Het skelet van het bovenste lidmaat:
- schoudergordel (cingulum membri superioris)
- vrij bewegend deel (skeleton membri superioris liberi).
In dit gedeelte bespreken we het cingulum membri superioris (clavicula en
scapula) en een gedeelte van het skeleton membri superioris liberi (de humerus).
Cingulum membri superioris
De schoudergordel bestaat uit 2 beenderen (scapula of schouderblad
en clavicula of sleutelbeen) en verbindt het vrij bewegend deel(=de arm) met
het axiale skelet.
Voor het onderste lidmaat kan de bekkengordel als het equivalent beschouwd
worden.
Er zijn echter belangrijke verschillen tussen deze beide gordels.
Op vlak van functie:
- het bovenste lidmaat heeft voornamelijk een dynamische rol met grote
bewegingsamplitude
- het onderste lidmaat eerder een statische, steunende functie heeft.
Op vlak van bouw:
Schoudergordel bekkengordel
-Clavicula en scapula zijn - één botstuk is in het bekken: os
afzonderlijke beenstukken coxae.
-Geen dorsale verbinding met de -het bekken heeft een stevige
centrale as. dorsale verbinding rechtstreeks aan
de wervelzuil (art. sacroiliaca).
-Geen ventrale verbinding tussen -Het bekken heeft een weinig
beide claviculae. De beweeglijke verbinding ventraal via
sleutelbeenderen zijn wel verbonden de symphysis pubis
met de centrale as via het borstbeen
(sternum). Hier wordt een beweeglijk
gewricht gevormd (art.
sternoclaviculare) zodat de
schoudergordel kan bewegen t.o.v.
de romp.
Het vrije deel kent bijgevolg 2
vrijheidsgraden, wat de
bewegingsvrijheid van de arm
vergroot.
Anderzijds zullen extra spieren nodig
zijn om deze 2 vrijheidsgraden te
sturen
-Lichte bouw (kleine massa en -het bekken heeft een zware bouw
inertie).
-Ondiep gewricht met het vrije deel -Het bekken heeft een diep gewricht
, (de bovenarm) kan makkelijker tussen bekken en dijbeen betere
bewegen stabiliteit.
1. De Scapula
Algemeen
De scapula is een plat driehoekig beenstuk dat gelegen is op de achter-zijwand
van het ribbenrooster en de 2de tot 7de rib bedekt. Het been is opgehangen aan
spieren en wordt lateraal op zijn plaats gehouden door het sleutelbeen dat als
stut fungeert. Het platte been kan over de thoraxwand schuiven.
Enerzijds is er het ventrale vlak dat los op de ribben (costa) gelegen is: de facies
costalis.
Anderzijds is er het dorsale vlak: de facies dorsalis.
Facies costalis
Het is een rechthoekige driehoek 3 randen:
- margo superior,
- margo medialis
- margo lateralis.
Het heeft afgeronde hoeken
- zijn de angulus inferior,
- angulus superior (de rechte hoek van de driehoek) mediaal gelegen
- angulus lateralis.
Het voorvlak = iets uitgehold (concaaf) volgt zo de ronding die de ribben
vormen.
Het beenstuk is erg dun (en dus licht) en enkel naar de randen toe wordt het
dikker om stevige aanhechting voor spieren te kunnen verzorgen. Soms worden
in het vlak sterk ontwikkelde lijnen gezien (verdikkingen), de lineae musculares,