Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

Mens en organisatie : samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

Dit bevat alle info die tijdens de lessen gezegd geweest is, hier staat alles in wat je moet kennen. onbelangrijke info wat we niet moet kennen voor de examens is er ook al uit gehaald

Content preview

Mens en Organisatie:
Hoofdstuk 1– individu en organisatie
Inleiding: wat is een organisatie?

Welke voorbeelden van organisaties kennen jullie?

- Bedrijven
- School
- Sportclub

Def: Een organisatie bestaat uit twee of meer mensen die op een
bewuste manier samengebracht worden om bepaalde doelstellingen te
realiseren. Met het oog op de realisatie van deze doelstellingen wordt een
specifieke structuur ontwikkeld.

Organisatie als systeem:

- Open systeem  geen eiland, heel veel invloed van buitenaf, heel
afhankelijk van buitenaf
- Technisch systeem  werkprocessen, informatiestromen
- Financieel-economisch systeem
- Sociaal-politiek systeem  mensen en belangen ‘partijen’, gedrag
van mensen is hier belangrijk

Inleiding: wat is gedrag (in een organisatie)?

Gedrag = waarneembare handelingen van mensen

Hoe kan je waarnemen dat iemand moe is?  geeuwen, met je hoofd op
de bank liggen

Vanwaar komt dat gedrag? Hoe kunnen we bepaald gedrag verklaren en
voorspellen?

Hoe kunnen we de medewerker aanzetten tot ander/nieuw gedrag 
motiveren?

Hoe kunnen we dit gedrag beïnvloeden?

- Individuele factoren
- Groepsfactoren
- Organisatiefactoren
- Omgevingsfactoren
1.1 Gedrag en Motivatie

Def: Het totaal van beweegredenen (motieven) dat op een bepaald
ogenblik werkzaam is binnen een individu. Die beweegredenen leiden tot
1

,de bereidheid om bepaalde inspanningen (gedrag) te verrichten. (vb: je
zit in de klas omdat je een diploma wilt halen)

Wat zet mensen in beweging?, Hoe ontstaat motivatie?

1. Door interne krachten
o Wat bezielt een mens om bepaalde dingen te
doen = hebben nood aan behoefte te
vervullen
o Behoefte theorieën : maslow, alderfer,
mcclellland
o Hoe kunnen we mensen motiveren? Door de
prioritaire behoeften van een individu te
vervullen

Maslow piramide:

- Behoefte aan zelfverwezenlijking: bv. opleiding, uitdagende job,
zelfontplooiing
- Behoefte aan erkenning en waardering: bv. status, schouderklopje,
respect
- Sociale behoefte: bv. genegenheid, vriendschap, sociaal contact
- Behoefte aan veiligheid en zekerheid: bv. woning, geen misbruik,
financiële zekerheid
- Fysiologische behoefte: bv. eten, drinken, slapen (basisbehoefte)

Deprivatie leidt tot activatie (= als een behoefte niet wordt ingevuld
gaan we over tot actie) Behoeften zijn hiërarchisch geordend (= de
eerste laag moet vervuld zijn voor dat ik aan de volgende laag kan
beginnen)

Vraag examen: Anja studeert en werkt ook nog via een uitzendbureau als
schoonmaakster bij een bedrijf. Ze moet iedere ochtend van zes tot negen
uur schoonmaken in een kantoorgebouw. Nadien gaat ze naar de les. Ze
heeft dit baantje om wat bij te verdienen, omdat ze anders niet goed kan
rondkomen met enkel haar studiebeurs.

Welke behoefte volgens de motivatietheorie van Maslow speelt bij Anja
een rol voor het aannemen van een baantje als schoonmaakster? 
financiële zekerheid

Pinto: primaire behoefte, behagen groep, goede naam, eer

 gaat meer over familiaire behoeften, maffia omgeving

Veel kritiek

- Geeft geen verklaring voor individuele verschillen.
- Behoeften komen ook tegelijkertijd voor.
2

, - Gebaseerd op cultuur IK-cultuur~ Wat met culturele verschillen?
- Wordt niet ondersteund door empirische studies  niet evidence-
based
- MAAR (nog steeds) veel gebruikt in de praktijk
2. Externe krachten

Maya maakt grapjes tijdens haar eerste werkbespreking met de nieuwe
collega’s. Haar collega’s kijken verstoord en reageren niet op de grapjes.
Wel reageren ze als ze een goede inhoudelijke bijdrage levert aan de
discussie.

Hoe gaat Maya zich voortaan gedragen tijdens werkbesprekingen?  zoals
de rest, gedrag wordt geconditioneerd

Welke stappen doorloopt Maya:

- Trail ans error  je probeert iets
- Bekrachtiging  je gedrag wordt bekrachtigd of niet/ goedkeuren of
niet
- Conditionering  als het wordt bekrachtigd zal ik het zo voortaan
doen

Elke situatie is anders  een ander effect op ons gedrag (alles hangt af
van de situatie)

3. Betekenisgeving en behoeften

Sonia is zeer ambitieus en wil wel een stapje hoger komen in haar beroep.
De vraag is hoe ze dat gaat aanpakken. Ze stelt zichzelf de volgende
vragen. Zal ze intern opklimmen? Zo ja? Hoe moet ze dit dan aanpakken?
Nog harder werken en betere contacten leggen? Of is het gemakkelijker
om elders te solliciteren naar een hogere positie?

Wat zie je hier gebeuren? Overwegingsproces, afweging van voor en
nadelen

Hoe verloopt dit proces? Welke overwegingen liggen aan de basis van
gedrag?

- Verwachtingstheorie van Vroom


Inspanning Prestatie / Opbrengste Waarde
oefeningen Resultaat n hebben van
maken of niet wat levert mij met diploma leuk werk vind
het hard op zak meer ik belangrijk
werken op kans op leuk
werk




3

, o De motivatie van een persoon om zich in te spannen (bepaald
gedrag te vertonen) hang af van wat we verwachten op
vlak van :
o Ga ik het goed doen? Kan ik het? Gaat het leiden tot goede
prestaties/resultaat? En brengt dat resultaat iets op?
o Heb ik er iets aan? Voor- en nadelen?
- Attributietheorie van Kelley
o Uitgangspunt  Mensen gaan zich inspannen als ze het idee
hebben met hun inspanning succes te kunnen bereiken.
o Hoe schatten mensen hun eigen mogelijkheden in? Dat doen
ze door proberen te achterhalen wat de oorzaken zijn van
eigen gedrag of gedrag van anderen.
o Ze gaan toeschrijven aan zichzelf (interne atrributie) of aan
externe factoren. (externe atributie)
o Attribueren = aan iets toeschrijven

Voorbeeld: Een manager merkt tot zijn ongenoegen dat zijn voorstel op de
vergadering totaal geen steun krijgt. Hij was nochtans goed voorbereid.
Hoe kan dat? Hij gaat op zoek naar verklaringen.

Hij vraagt zich af: ligt het aan mezelf of aan andere factoren buiten
mijzelf?




Interne attributie

Interne attributie heeft gevolgen voor het zelfbeeld. Aangezien mensen
het liefst een positief zelfbeeld hebben, zal hun attributie niet altijd geheel
objectief verlopen, maar eerder selectief: positieve zaken aan zichzelf
toeschrijven en negatieve zaken aan hun omgeving. = zelfdienende
vertekening

Externe attributie

Oorzaken van gedrag van andere personen toeschrijven aan de
eigenschappen van die persoon en niet aan de omstandigheden. =
fundamentele attributiefout

4. Intrinsieke en extrinsieke motivatie

Waarom draag jij een gordel in de auto? Wat is jouw beweegreden?
Veiligheid

Intrinsieke motivatie:

4

Document information

Study
Uploaded on
October 22, 2025
Number of pages
45
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.22

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
4
Last sold
9 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions