Projectmanagement PMC Compact:
H:1 de essentie:
Projectmatig creeeren= andere aanpak dan projectwerk. De traditionele kracht van
projectmanagement wordt gecombineerd met de kracht van scheppend vermogen,
commitment, samenwerking, plezier en inspiratie.
Commitment= vaak grootste probleem. Je krijgt het van mensen als je hen iets laat doen
omdat ze erin geloven.
- In hoeverre is iedereen betrokken?
- In hoeverre neemt iedereen verantwoordelijkheid?
Essentie projectmatig creëren= alle betrokken voelen zich mede-eigenaar, komt energie los
en er wordt samengewerkt aan de gedeelde doelen.
Creëren:
Wij-samenwerking= als geheel samenwerken
Ik-persoonlijk leiderschap= als project bijdraagt aan je persoonlijke groei, is er geen moeite
meer om gemotiveerd te blijven.
Zij- omgeving= ieder project begint vanuit een behoefte, de omgeving bepaald hoe
belangrijk en welke resultaten worden verwacht. Geeft middelen hiervoor.
Het-structuur= uitgewerkt projectcontract, beslismomenten, beheersing van tijd, geld
kwaliteit, informatie, communicatie, organisatie, risicoanalyse.
Verbinding- de creatielemniscaat:
Traditionele benadering projectmanagement= vooral structuur (HET kant van lemniscaat).
Creatie komt alleen tot stand als alle vier de domeinen uit het lemniscaat volop aandacht
krijgen. Bij projectmatig creëren wordt die structuur niet opgelegd. Het projectteam (wij)
kiezen de gewenste structuur (het), op basis van gemeenschappelijke ambities (zij).
, H:2: projecten, programma’s en processen
Projecten, programma’s en processen= alle 3 vormen van tijdelijke organisaties.
Kenmerken gemeen:
- Er is steeds sprake van een duidelijk begin en einde
- Unieke, complexe opgaven
- Mensen van verschillende disciplines, afdelingen of organisaties werken met elkaar
- Aansturing buiten de lijn is noodzakelijk
Project= bedoeld om een of meer concrete resultaten tot stand te brengen. De weg is
redelijk voorspelbaar, bindende afspraken kwaliteit, datum en budget. Resultaat is concreet
(bouwwerk, campagneplan,evenement).
Programma= verzameling van activiteiten waarmee een of meer doelen moeten worden
bereikt. Programma zorgt voor samenhang activiteiten, doelen worden met zo min mogelijk
inspanning bereikt. Er moet situatie worden verbeterd, veranderd of herstelt worden. Gaat
om beoogde effecten van een aantal projectresultaten.
Proces= als we te maken hebben met een niet uidelijk omlijnd vraagstuk en/of een op
voorhand te benoemen oplossing. Bestaat uit samenhangende activiteiten waarmee de
betrokennen stappen in de gewenste richting zetten, steeds focus op volgende stap en
opnieuw de richting bepalen.
- Divergerende activiteiten= verkennende activiteiten
- Convergerende activiteiten= selecterende activiteiten
Processen gaan vaak vooraf aan een project of programma (de zoektocht)
Programma is groter dan project en loopt meerder jaren. Project is meer afgebakend en
concreet. Bij programma staat doel centraal, wordt steeds bekeken welke activiteiten en
resultaten (daarmee projecten) kunnen bijdragen aan de doelen.
Programmasturing= leveren de activiteiten die uitgevoerd worden een wezenlijke en
voldoende bijdrage aan de realisatie van het programmadoel/doelen? De programmanager
houdt de resultaten in de gaten van de projecten, maar laat de verantwoordelijkheid bij de
projectleider.
Multiprojectmanagement= aansturen van een verzameling projecten die inhoudelijk
onderling niet samenhangen maar wel beroep doen op dezelfde middelen (efficiëntie on de
allocatie van middelen)
Portfoliomanagement= op strategisch niveau managen van de effectiviteit van de totale
portefeuille aan projecten en programma’s in een organisatie.
- Welke projecten zijn het interessantst om uit te voeren, gegeven de strategische
doelen? Welke kunnen we beter uitstellen gegeven op beslag beperkte middelen?
H:1 de essentie:
Projectmatig creeeren= andere aanpak dan projectwerk. De traditionele kracht van
projectmanagement wordt gecombineerd met de kracht van scheppend vermogen,
commitment, samenwerking, plezier en inspiratie.
Commitment= vaak grootste probleem. Je krijgt het van mensen als je hen iets laat doen
omdat ze erin geloven.
- In hoeverre is iedereen betrokken?
- In hoeverre neemt iedereen verantwoordelijkheid?
Essentie projectmatig creëren= alle betrokken voelen zich mede-eigenaar, komt energie los
en er wordt samengewerkt aan de gedeelde doelen.
Creëren:
Wij-samenwerking= als geheel samenwerken
Ik-persoonlijk leiderschap= als project bijdraagt aan je persoonlijke groei, is er geen moeite
meer om gemotiveerd te blijven.
Zij- omgeving= ieder project begint vanuit een behoefte, de omgeving bepaald hoe
belangrijk en welke resultaten worden verwacht. Geeft middelen hiervoor.
Het-structuur= uitgewerkt projectcontract, beslismomenten, beheersing van tijd, geld
kwaliteit, informatie, communicatie, organisatie, risicoanalyse.
Verbinding- de creatielemniscaat:
Traditionele benadering projectmanagement= vooral structuur (HET kant van lemniscaat).
Creatie komt alleen tot stand als alle vier de domeinen uit het lemniscaat volop aandacht
krijgen. Bij projectmatig creëren wordt die structuur niet opgelegd. Het projectteam (wij)
kiezen de gewenste structuur (het), op basis van gemeenschappelijke ambities (zij).
, H:2: projecten, programma’s en processen
Projecten, programma’s en processen= alle 3 vormen van tijdelijke organisaties.
Kenmerken gemeen:
- Er is steeds sprake van een duidelijk begin en einde
- Unieke, complexe opgaven
- Mensen van verschillende disciplines, afdelingen of organisaties werken met elkaar
- Aansturing buiten de lijn is noodzakelijk
Project= bedoeld om een of meer concrete resultaten tot stand te brengen. De weg is
redelijk voorspelbaar, bindende afspraken kwaliteit, datum en budget. Resultaat is concreet
(bouwwerk, campagneplan,evenement).
Programma= verzameling van activiteiten waarmee een of meer doelen moeten worden
bereikt. Programma zorgt voor samenhang activiteiten, doelen worden met zo min mogelijk
inspanning bereikt. Er moet situatie worden verbeterd, veranderd of herstelt worden. Gaat
om beoogde effecten van een aantal projectresultaten.
Proces= als we te maken hebben met een niet uidelijk omlijnd vraagstuk en/of een op
voorhand te benoemen oplossing. Bestaat uit samenhangende activiteiten waarmee de
betrokennen stappen in de gewenste richting zetten, steeds focus op volgende stap en
opnieuw de richting bepalen.
- Divergerende activiteiten= verkennende activiteiten
- Convergerende activiteiten= selecterende activiteiten
Processen gaan vaak vooraf aan een project of programma (de zoektocht)
Programma is groter dan project en loopt meerder jaren. Project is meer afgebakend en
concreet. Bij programma staat doel centraal, wordt steeds bekeken welke activiteiten en
resultaten (daarmee projecten) kunnen bijdragen aan de doelen.
Programmasturing= leveren de activiteiten die uitgevoerd worden een wezenlijke en
voldoende bijdrage aan de realisatie van het programmadoel/doelen? De programmanager
houdt de resultaten in de gaten van de projecten, maar laat de verantwoordelijkheid bij de
projectleider.
Multiprojectmanagement= aansturen van een verzameling projecten die inhoudelijk
onderling niet samenhangen maar wel beroep doen op dezelfde middelen (efficiëntie on de
allocatie van middelen)
Portfoliomanagement= op strategisch niveau managen van de effectiviteit van de totale
portefeuille aan projecten en programma’s in een organisatie.
- Welke projecten zijn het interessantst om uit te voeren, gegeven de strategische
doelen? Welke kunnen we beter uitstellen gegeven op beslag beperkte middelen?