Pathologie &
Biomechanica
Fysiotherapie
LEERJAAR 1 FYSIOTHERAPIE SAXION ENSCHEDE
STEPHANIE STRIJKER
,Inhoud
Pathologie De Enkel................................................................................................................................2
Pathologie heup.....................................................................................................................................8
Gevolgen van immobilisatie.................................................................................................................12
Lifestyle en gezondheid........................................................................................................................14
Valrisico................................................................................................................................................17
Biomechanica 1....................................................................................................................................21
Biomechanica 2....................................................................................................................................23
Biomechanica 3....................................................................................................................................25
Biomechanica 4....................................................................................................................................28
1
, Pathologie De Enkel
De student is in staat om de oorzaken, symptomen en behandelopties van enkelletsels te kunnen
beschrijven. De omvang van het probleem dient tevens gekend te worden.
Fractuur = onderbreking van structuur en continuïteit van bot. Oorzaak:
- Trauma = ongeval
- Spontaan:
- Osteoporose = minimaal/afwezig trauma -> botverzwakking = minder botmassa en
veranderde botstructuur. Risicofactor = calcium tekort.
- Pathologisch = botverzakking -> bottumor
- Stress/vermoeidheid = overbelasting
Indeling fracturen:
- Compleet/incompleet:
- Compleet = volledig doormidden
- Incompleet = niet volledig doormidden (greenstick)
- Gesloten/open:
- Gesloten = bovenliggende huid is nog intact
- Open = bot steekt uit huid, gevaarlijk -> infectiegevaar
- Richting fractuurlijnen
- Aantal fractuurlijnen
Greenstick fractuur: vaak bij kinderen door het buigen van soepele botten.
Aantal fractuurlijnen:
- Simpel fractuur: enkele breuk en botten niet verplaatst = stabiel
- Comminutief fractuur = meerdere fractuurlijnen (verbrijzeling) en meerdere botfragmenten.
Vaak schade aan weke delen (organen, huid, bloedvaten, zenuwen).
- Segmentele fractuur: meerdere grote botfragmenten zijn gescheiden van lichaam.
- Samengedrukte fractuur: bot verpletterd in kleine stukjes.
Richting fractuurlijnen:
- Transversaal = horizontaal gebroken -> meest stabiel
- Dwarsfractuur (oblique) = hoek in fractuur
- Spiraalfractuur = botten verdraaid
- Lineair = langs de as van het bot
Overig:
- Geïmpacteerde fractuur = bot in elkaar gedrukt
- Bedrukte fractuur = in schedel -> gebroken deel wordt in hersenen gedrukt
- Colles fractuur = breuk in distale radius pols, vaak door breken val
- Pott fractuur = breuk in onderste deel fibula door herhaalde stress op enkel
- Avulsie = deel van bot afgescheurd, vaak in de buurt van aanhechting pees
2
, Dislocatie = scheiding van 2 botten bij een gewricht met verlies van contact tussen de articulerende
botoppervlakken. Vaak is 1 bot uit positie. Als bot slechts deels wordt verplaatst, met gedeeltelijk
verlies van contact tussen oppervlakken, wordt het letsel subluxatie genoemd. Dislocaties zorgen
voor schade aan zacht weefsel en schade aan ligamenten, zenuwen en bloedvaten.
Behandeling: terugplaatsen van bot in normale positie, therapie voor mobiliteit.
Anamnese, lichamelijk onderzoek (abnormale stand, functieverlies), aanvullend onderzoek (foto).
Röntgenfoto: 5x2 regel:
- 2 aanzichten
- 2 gewrichten
- 2 extremiteiten (links, rechts)
- 2 verwondingen
- 2 tijdstippen
Behandeling: doel = volledig herstel van de functie:
- Repositie: bot zit nog op zelfde plek of is van plek veranderd
- Gesloten = niet operatief -> d.m.v. tractie = bijv. schouder uit kom terugzetten
- Open = operatief
- Stabilisatie/immobilisatie: botten op goede plek houden voor genezing
- Duurtractie = zwachtel en been omhoog houden met touwen en doek etc.
- Gips
- Interne/externe fixatie: d.m.v. platen, draden en schroeven botsegmenten op de plek
houden, dit kan binnenin lichaam maar ook van buitenaf.
- Revalidatie: beweging stimuleert opbouw bot en bloedcirculatie, zwelling kan afnemen en
gewrichten en spieren soepel houden.
Factoren die herstel beïnvloeden:
- Hoeveelheid schade aan bot en zachte weefsel
- Hoe groot de afstand tussen de 2 botstukken is, hoe kleiner hoe sneller
- Vervuiling of infectie
- Factoren als leeftijd, diabetes, bloedarmoede, etc.
Vroege complicaties:
- Vasculair letsel
- Compartimentsyndroom: na fractuur neemt zwelling toe en er is bloedstolsel -> druk bij
fractuur neemt heel erg toe. Bijv. breuk in pols -> hele hoge druk -> geen bloed naar vingers
-> necrose -> afvalstoffen moeten terug -> zwelling neemt nog meer toe. Huid openmaken
voor betere bloeddoorstroming.
- Vetembolie: vettig kraakbeen wat bloedvat in schiet
- Infectie (gecompliceerde fractuur): osteomyelitis = botontsteking
- Trombose
- Spierspasme: fractuur verder uit positie
- Ischemie: zuurstoftekort (gips te strak)
- Zenuwschade
3