• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Portaal hoofdstuk 1, 2, 3 en 8

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's

Samenvatting van 10 pagina's voor het vak Taal aan de NHL

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1 Taal en Taalonderwijs

Er is gesproken en geschreven taal.
Receptief  betekenis geven aan klanken en tekens.
Productief  Bij het spreken produceer je spraakklanken, bij het schrijven produceer je lettertekens.

Spreken, schrijven, luisteren en lezen zijn onze vier domeinen en het komt in taalonderwijs aan bod.

Productief Receptief
Mondeling Spreken Luisteren
Schriftelijk Schrijven Lezen

1. Taal heeft een functie
2. Taal gaat ergens over: taal heeft betekenis
3. Taal heeft een systeem

Functies van taal
1. Communicatiemiddel
Zender  boodschap  ontvanger  feedback
Communicatie onderscheid je in:
- Het zakelijk aspect: De letterlijke betekenis wat hij over wil brengen
- Het appellerend aspect: Het doel wat de zender wil bereiken
- De relatie tussen zender en ontvanger: Dat wat je zegt moet wel passen bij het persoon waar
je tegen spreekt.
- Het expressief effect: De indruk die je overgeeft
2. Een middel om greep te krijgen op de werkelijkheid
Taal heeft daarmee een conceptualiserende functie: je kunt de werkelijkheid vangen in concepten
die je weergeeft in taal.
3. Een expressiemiddel
Je expressie is van invloed op hoe je dingen over brengt van taal. Dus het heeft invloed op
gesprekken.

Betekenis van taal
Taal gaat ergens over, heeft een betekenis en verwijst naar een werkelijkheid die buiten de taal ligt.
Het semantisch aspect van taal  Relatie tussen teken en betekenis. Semantiek gaat over woorden,
maar ook over andere structuurelementen. Dezelfde woorden in een zin in een verschillende
volgorde geeft een verschillende betekenis weer.

Woorden met een afhankelijke betekenis:
Woorden als deze en hij hebben een afhankelijke betekenis. Als je zegt deze is mooi, en je hebt het
gebaar niet gezien, weet je niet wat mooi is. Woorden zijn alleen begrijpelijk als het antecedent ook
duidelijk of bekend is.

Lexicale woorden en afgeleiden:
Woorden met een eigen betekenis, die niet afhankelijk is van de context. Zoals stoel of auto. Lopen is
wel afhankelijk van een context. Je kunt alleen lopen vinden in het woordenboek, gelopen dat gaat
niet lukken, want dat is een afgeleid woord.

Polysemie:
Hetzelfde woord in verschillende contexten  een andere betekenis.

, Homoniemen en synoniemen
Homoniemen zijn woorden die dezelfde klank hebben en dezelfde schriftelijke weergave, maar dan
met een hele andere betekenis. Zoals het woord bank.
Synoniemen hebben dezelfde betekenis maar een andere klank, zoals fiets en rijwiel.

Systeem van taal
- Fonologie  spraakklanken: klinkers, tweeklanken, medeklinkers.
Bij klinkers en tweeklanken trillen de stembanden en wordt de adem nergens belemmerd.
Medeklinkers kunnen stemhebbend of stemloos zijn. Bij de z trillen de stembanden bij de s
niet. Andere stemloze medeklinkers zijn p, t, r, k, f, g, h
Bilabialen  worden met de lippen gevormd. P, b, m, w
Labiodentalen  worden met onderlip en boventanden gevormd. F, V
Dentalen  Tongpunt en het bovenste tandvlees. T, D, S, Z, L, R, N
Palatalen  die met het tongblad en het harde gehemelte worden gevormd tj, sj, kj, zj, j, nj
Velaren, die met het tongblad en de grens van het harde en zachte gehemelte worden
gevormd. K, ch, g, ng.
Er zijn explosieve medeklinkers, dat zijn medeklinkers waarbij je toon niet lang aan kunt
houden, t, d, k
Neusklanken: klanken die langer aangehouden kunnen worden.
Stemloze glijder, H
- Morfologie  vormleer van woorden
Woordsoorten: Taalkundige ontleding.
Morfemen: kleinste betekenisdragende delen van taal. Vrije morfemen en gebonden
morfemen. Vrije zijn woorden zoals tuin, maar ook vlindertuin. Gebonden morfemen zijn
woorden die niet zelfstandig kunnen, zoals tje in tuintje. Huisdeurtjes kan worden verdeeld
in vier morfemen. Huis – deur – tje – s
Samenstellingen: Woorden die aan elkaar geplakt zijn, maar los van elkaar ook een woord
zijn. Overhalen, kleinkind, ijskoud, daarmee.
Je hebt zwakke en sterke werkwoorden. Dus regelmatige en onregelmatige werkwoorden.
- Syntaxis  zinsbouw
Taal bestaat uit zinnen. Hierbij de redekundige ontleding.
- Teksten

Kennis over taal:
Kennis van taal wordt verdeeld in verschillende componenten
1. Klanken (fonologische component)
2. Betekenis van woorden (semantische component)
3. Opbouw van woorden (morfologische component)
4. Vormen van zinnen (grammaticale/syntactische component)
5. Structuur van teksten (tekstuele component)
6. Functies van taal/ wat je met taal kunt doen (pragmatische component)
7. De schriftelijke weergave van taal (orthografie of spelling)

Een ander element om taal te geven is dat taal nu een belangrijk element is van onze cultuur.
Zeven belangrijke visies op taalonderwijs
1. Traditioneel taalonderwijs nadruk op schriftelijke vaardigheden.
2. Thematisch-cursorisch taalonderwijs  Taal leren door taal te gebruiken
3. Taal bij alle vakken  Taal is meer dan een materie. Je kunt dmv taal leren
4. Communicatief taalonderwijs  mondeling en schriftelijk goed kunnen communiceren.
5. Strategisch taalonderwijs Met uitvoeren je taken bepaalde strategieën controleren.
6. Taakgericht onderwijs  Taken die de kinderen zelf interessant vinden.
7. Interactief onderwijs  Sociaal proces, zelfstandig leren. En verschillen tussen lln.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
27 juni 2014
Bestand laatst geupdate op
24 oktober 2014
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2013/2014
Type
Samenvatting
$4.02

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jantinavanderzee
4.1
(14)
Verkocht
104
Volgers
86
Items
5
Laatst verkocht
9 maanden geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen