• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 52 pages
Summary

samenvatting vennootschapsrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 52 pages

uitgebreide samenvatting 15/20 eerste zit

Content preview

Vennootschapsrecht

Inleiding

De bronnen van het vennootschapsrecht
1. Wetgeving

Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV)

- Nieuw wetboek zorgt voor flexibeler vennootschapsrecht
o Buitenlandse vennootschappen aantrekken door flexibeler vennootschapsrecht
- Aantal vennootschapsvormen verminderd tot 4 vormen
o Zorgt voor eenduidigheid en duidelijkheid
- Begrip ‘handelaar’ wordt vervangen door begrip ‘onderneming’

Insolventiewetgeving

- Boek XX in WER
- Toepassingsgebied:
o Insolventieprocedures waaronder het faillissement en gerechtelijke organisatie
o Faillissement geld voor ondernemingen, waaronder alle rechtspersonen vallen
▪ Alle rechtspersonen, dus ook VZW!

Opm. Wetgeving is een belangrijke rechtsbron en is BINDEND

Opm. “bindend”? = Verplichting opleggend, niet vrij opzegbaar. Iets waar je je aan moet houden.

2. Rechtspraak

= geheel van uitspraken van verschillende rechtsbanken en hoven

- Niet algemeen bindend voor iedereen. WEL gezaghebbend.

Vb. Vonnis tussen 2 partijen is enkel bindend voor de personen die daarin staan, niet voor iedereen. Het is
wel gezaghebbend voor iedereen. Dus Niet bindend voor iedereen.

3. Rechtsleer

= het geheel van wetenschappelijke juridische verhandelingen geschreven door rechtsgeleerden

- Niet bindend, wel gezaghebbend
o We hechten er wel belang aan, maar het is niet bindend!

4. Gewoonte

= een rechtsbron van objectief recht, gelijkaardig aan de wet

= is gebaseerd op gevestigde gebruiken die als algemeen bindende rechtsregels worden aanvaard.




1

, - Vb. het vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen ondernemers ten aanzien van hun
schuldeiser.
o Passieve hoofdelijkheid= er is één schuld, meerdere schuldenaars en één schuldeiser.
Meerdere schuldenaars staan in voor dezelfde schuld en moeten onderling de schuld
verdelen. De schuldeiser moet de schuld dus niet zelf verdelen over de schuldenaars.

Opm. “hoofdelijkheid”: 1 persoon is aansprakelijk

- Moet niet per se op papier staan (mag mondeling)
- Alleen van toepassing op ondernemers



De structuur van het WVV




Deel 1: Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1: inleidende bepalingen

1. Het begrip vennootschap, vereniging en stichting
Een contract, meer-/ éénhoofdigheid
Een Vennootschap (Art. 1:1 WVV)

- Rechtshandeling of overeenkomst
o Rechtshandeling= iets dat je alleen kan stellen; EENHOOFDIGHEID
o Overeenkomst = tussen ≥ 2 personen; ≥ 2 hoofdigheid
- Inbreng
- Er is een bepaald doel/ voorwerp
- Rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel
= Vermogensuitkeringsoogmerk




2

,Een Vereniging (Art. 1:2 WVV)

- Overeenkomst
o ≥ 2 personen
- Belangeloos doel
- Geen vermogensvoordeel
o Geen winstoogmerk!
o Je mag er niet voor streven/ als doel hebben om winst te maken.

Een stichting (Art. 1:3 WVV)

- Rechtshandeling door ≥1 personen
o Is een rechtspersoon
- Belangeloos doel
- Geen vermogensvoordeel
o Geen winstoogmerk

Materiële geldigheidsvereisten
- Rechtshandeling of overeenkomst
- Inbreng
- Voorwerp/doel
- Vermogensvoordeel
o Winstoogmerk
o Rechtstreeks of onrechtstreeks

Rechtshandeling – overeenkomst



Overeenkomst Rechtshandeling
Vennootschap, vereniging of stichting Vennootschap en stichting
- Geldigheidsvoorwaarden: - Kan door 1 pers opgericht worden
Toestemming
Bekwaamheid Opm. vereniging is geen rechtshandeling!! Is
Voorwerp ALTIJD een overeenkomst
Oorzaak

Opm. een VZW is enkel een overeenkomst!! (>2 Uitz. Een Coöperatieve vennootschap moet
pers), dus nooit een rechtshandeling minstens 3 personen zijn




3

, Inbreng
- Art. 1:8 WVV
o De inbreng is de handeling waarbij een persoon iets ter beschikking stelt van een op te
richten of een bestaande vennootschap, met het oog vennoot te worden of zijn aandeel
in de vennootschap te vergroten
 Kan in geld, nijverheid of natura

Inbreng in Geld Inbreng in Natura Inbreng in Nijverheid
Vb. je stort geld op de rekening Onlichamelijk goed: = arbeid, kennis
om kapitaal te creëren klantenbestand = diensten gepresteerd door de
vennootschap; soort bijdrage
Belofte tot inbreng Lichamelijk goed: aan de vennootschap
(Art 1:9, §1 en §2 WVV): kantoorgebouw in eigendom/
Het niet nakomen van de belofte verhuren aan een VN Art. 1:9 §2,3° WVV
tot inbreng geeft aanleiding tot Vennoot die inbreng in nijverheid
het betalen van interesten. Inbreng in EIGENDOM* <> doet, mag de VN niet
inbreng in GENOT** beconcurreren of activiteiten
Interesten worden automatisch (Art. 1.10 §1, §2 WVV) ontwikkelen die de VN schaden.
gehoffen.
 De diensten geleverd
door vennoot mag enkel
aangeboden worden via
de vennootschap.
*Inbreng in Eigendom:

- Je draagt de eigendom over
- Vb. een wagen in eigendom inbrengen in een VN:
o Risico ligt bij vennootschap van zodra de overeenstemming bereikt is over de inbreng
o Wagen wordt eigendom van de vennootschap
o Vennootschap is eigenaar

** Inbreng in Genot:

- Gebruiksrecht, verhuur, leasing
- Het risico blijft bij de vennoot aan wie de goederen toebehoren (Art. 1:10 §2 WVV)
- Vb. genot van een wagen in te brengen in een VN:
o De vennoot die het inbrengt blijft eigenaar (NIET DE VENNOOTSCHAP)
o Risico blijft dus ook bij de vennoot, en niet bij de vennootschap
▪ De vennootschap beschikt enkel over genotsrechten, niet rechten als eigenaar

Het voorwerp – welbepaalde activiteiten
- De vennootschap -> bepaald voorwerp/Doel realiseren door activiteiten uit te oefenen
o Streeft naar winst: winstoogmerk
- De vereniging en stichting -> Belangeloos doel
o Niet naar winst streven

Opm. Vereniging kan en mag winst maken, maar dat maakt NIET uit van hun doel!




4

Table of contents

  1. 01 Inleiding 1
    1. De bronnen van het vennootschapsrecht 1
    2. De structuur van het WVV 2
  2. 02 Deel 1: Algemene bepalingen 2
    1. Hoofdstuk 1: inleidende bepalingen 2
    2. Hoofdstuk 2: bepalingen gemeenschappelijk aan de rechtspersonen 10
    3. Hoofdstuk 3: jaarrekening van vennootschappen, verenigingen en stichtingen 18
  3. 03 Deel 2: De vennootschappen 21
    1. Hoofdstuk 1: De maatschap, VOF en commv 21
    2. Hoofdstuk 2: De BV 27
    3. Hoofdstuk 3: De CV 38
    4. Hoofdstuk 4: De NV 42
    5. Hoofdstuk 5: Erkenning van vennootschappen 47
  4. 04 Deel 3: De verenigingen en stichtingen 47
    1. Hoofdstuk 1: de (I)VZW 47
    2. Hoofdstuk 2: de stichting 49
  5. 05 Deel 4: De onderneming in moeilijkheden 49
    1. Kamers voor ondernemingen in moeilijkheden 50
    2. Gerechtelijke reorganisatie 50
    3. Faillissement 51

Document information

Study
Uploaded on
October 21, 2025
Number of pages
52
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.55

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
TLMNT
4.0
(1)
Sold
4
Followers
0
Items
11
Last sold
2 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions