- Socialisatie is geen uniformiserend proces
Niet voor iedereen gelijk, afhankelijk van regio, geslacht, … anders
gesocialiseerd
- Socialisatie verschilt naargelang de sociale kenmerken van individu
Tot stand komen van culturele verscheidenheid
Je sociale kenmerken zorgen voor specifieke cultuuroverdracht
o Verschillen in regio, afkomst, geslacht, etnische groep,
beroepsgroep, …
o Kom je uit de stad of platteland gaat anders gesocialiseerd zijn
- Klassen- & genderspecifieke socialisatie
2.5.1.SOCIALISATIE IS KLASSENGEBONDEN
Sociale klasse:
- Het geheel van posities waarbinnen een zekere mobiliteit realistisch is
Gevormd door mensen met ongeveer gelijke economische positie
Ongeveer gelijke levenskansen in maatschappelijk leven
- Zijn afgebakende sociale entiteiten
- Bepalen" je mobiliteitskansen
- Posities waartussen er weinig mobiliteitskansen zijn, vormen aparte
sociale klassen
A) MELVIN KOHN: GEZIN ALS CULTUURFILTER
- Sociale klasse waarin opgegroeid: bepaald door opleiding +
inkomensniveau ouders
Kan effect hebben op manier waarop jij gesocialiseerd wordt in de
samenleving
Andere waarden & normen meekrijgen van thuis uit
- Onderzoek van Melvin Kohn (1969)
Socialisatieproces verschilt tussen ‘arbeidskinderen’ en ‘kinderen
middenklasse’
Aard van het werk heeft invloed op waarden die ouders doorgeven
aan kinderen
, Kohn gaat dus uit van de sociale klasse waarin iemand zit:
- Bepaald o.b.v. bezitten van eigendom + controle op productiemiddelen
werk
Arbeiders: vaak geen eigenaar over middelen waarmee
geproduceerd
Afhankelijkere positie, dan mensen uit hogere klassen
Middenklasse: meer leiding, verantwoordelijkheid dragen
- Kohn ging onderzoeken welke waarden ouders willen meegeven aan
kinderen
- 2 vaststellingen: waarden noteren en rangorde in brengen
Beide klassen vinden belangrijk gehoorzaam te zijn, eerlijkheid
tonen en net zijn
Interessant bij de rangorde wel significante verschillen
o Arbeiders: meer belang aan waarden als gehoorzaamheid &
beleefdheid
o Middenklasse: meer individualistische waarden: zelfdiscipline,
zelfontplooiing
o Arbeiders: meer neiging naar fysieke afstraffing
o Middenklasse: aandacht voor zelfcontrole, kans om zichzelf te zijn,
praten, …
Volgens Kohn kan je dat opdelen in 2 opvoedingspatronen
- Repressieve en participatieve opvoedingspatroon
- Verschillen: type werk dat ouders doen, hebben invloed op socialisatie
die ze doen
Arbeiders: minder controle, sterker gesuperviseerd
o Weinig tot geen ruimte voor initiatief, kinderen opvoeden op zo’n
manier ook
o Gaan ze opvoeden met gehoorzaamheid en conformiteit hoog in
het vaandel
Middenklasse: net wel, beetje tegenovergestelde van arbeiders
o Arbeidssituatie is gekenmerkt door veel eigen initiatief en
creativiteit