Examenvragen: directe restauratieve biomaterialen: prof. Van Meerbeek
Hoofdstuk 0: Inleidende begrippen:
Vraag 1: Dermatitis:
1) Contactdermatitis is de meest voorkomende overgevoeligheidsreactie.
2) Overgevoeligheidsreactie van het uitgestelde type (type IV).
3) Altijd sensibilisatie vooraf.
Vraag 2: figuur aanvullen: Welk is sterker, brozer, taaier?
Vraag 3: vinger met kunstharsallergie (foto):
Hoofdstuk 1: Gutta percha:
Vraag 1: Gutta Percha: Wanneer wordt het gebruikt en met wat wordt het samen gebruikt?
1) Indicaties:
a. Voorlopig vulmateriaal (implantaten)
b. Kanaalvulmateriaal
2) Met wat wordt het samen gebruikt?
a. Gebruikt met wortelkanaalcementen of ‘sealers’:
i. ZOE-cementen
ii. Ca(OH)2-cementen
iii. Epoxyharsen
b. ZnO:
i. Vulstof
ii. Stevigheid
iii. Tegen kleverigheid
c. Was: maakt het week binnen de juiste temperaturen
d. BaSO4: radio-opaciteit
Vraag 2: (dia) Formule van Gutta Percha (kunnen herkennen en kunnen tekenen):
1) poly-isopreen = isomeer van rubber
2) Formule: (C5H8)n
3) Dubbele C-C binding, 2 isomeren
1
, Vraag 3: Foto van gutta percha:
Hoofdstuk 2: Tandheelkundige cementen
Vraag 1: Cementenschema: geef van elke soort de toepassingen en ook toepassingen van cementen die
besproken zijn, maar niet in dit schema staan.
1) Classificatie van cementen:
a. ZnO:
i. Licht therapeutisch
ii. Zeer biocompatibel
b. F-Al-Si-glas:
i. Sterker
ii. Cariostatisch door F-afgifte
c. Ca(OH)2:
i. Zeer therapeutisch
ii. Desinfecterend
iii. Cel-stimulerend
d. Kunsthars:
i. Sterker, minder oplosbaar
ii. On command curing
2) Indeling volgens basisbestanddelen:
a. ZnO-bevattende cementen:
i. Zinkoxydecement
1. Zeer voorlopig cement
2. Niet meer gebruikt
ii. Zinkoxyde-eugenolcement
1. Klassiek ZOE
a. Kanaalvulmateriaal
b. wondverband
2. Snelhardend ZOE
a. Voorlopig vulmateriaal
b. Bodemlaag onder amalgaam
3. EBA-cement
a. Definitief fixatiecement
4. Non-eugenolcement
a. Voorlopig fixatiecement
iii. Calciumhydroxyde-salicylaatcement
iv. Zinkfosfaatcement
1. Stopverfconsistentie:
a. Bodemlaag bij avitale elementen
b. Basis voor avitale ontkleuring
2. Vloeibare consistentie:
2
Hoofdstuk 0: Inleidende begrippen:
Vraag 1: Dermatitis:
1) Contactdermatitis is de meest voorkomende overgevoeligheidsreactie.
2) Overgevoeligheidsreactie van het uitgestelde type (type IV).
3) Altijd sensibilisatie vooraf.
Vraag 2: figuur aanvullen: Welk is sterker, brozer, taaier?
Vraag 3: vinger met kunstharsallergie (foto):
Hoofdstuk 1: Gutta percha:
Vraag 1: Gutta Percha: Wanneer wordt het gebruikt en met wat wordt het samen gebruikt?
1) Indicaties:
a. Voorlopig vulmateriaal (implantaten)
b. Kanaalvulmateriaal
2) Met wat wordt het samen gebruikt?
a. Gebruikt met wortelkanaalcementen of ‘sealers’:
i. ZOE-cementen
ii. Ca(OH)2-cementen
iii. Epoxyharsen
b. ZnO:
i. Vulstof
ii. Stevigheid
iii. Tegen kleverigheid
c. Was: maakt het week binnen de juiste temperaturen
d. BaSO4: radio-opaciteit
Vraag 2: (dia) Formule van Gutta Percha (kunnen herkennen en kunnen tekenen):
1) poly-isopreen = isomeer van rubber
2) Formule: (C5H8)n
3) Dubbele C-C binding, 2 isomeren
1
, Vraag 3: Foto van gutta percha:
Hoofdstuk 2: Tandheelkundige cementen
Vraag 1: Cementenschema: geef van elke soort de toepassingen en ook toepassingen van cementen die
besproken zijn, maar niet in dit schema staan.
1) Classificatie van cementen:
a. ZnO:
i. Licht therapeutisch
ii. Zeer biocompatibel
b. F-Al-Si-glas:
i. Sterker
ii. Cariostatisch door F-afgifte
c. Ca(OH)2:
i. Zeer therapeutisch
ii. Desinfecterend
iii. Cel-stimulerend
d. Kunsthars:
i. Sterker, minder oplosbaar
ii. On command curing
2) Indeling volgens basisbestanddelen:
a. ZnO-bevattende cementen:
i. Zinkoxydecement
1. Zeer voorlopig cement
2. Niet meer gebruikt
ii. Zinkoxyde-eugenolcement
1. Klassiek ZOE
a. Kanaalvulmateriaal
b. wondverband
2. Snelhardend ZOE
a. Voorlopig vulmateriaal
b. Bodemlaag onder amalgaam
3. EBA-cement
a. Definitief fixatiecement
4. Non-eugenolcement
a. Voorlopig fixatiecement
iii. Calciumhydroxyde-salicylaatcement
iv. Zinkfosfaatcement
1. Stopverfconsistentie:
a. Bodemlaag bij avitale elementen
b. Basis voor avitale ontkleuring
2. Vloeibare consistentie:
2