2V VZOM: Geneeskunde-heelkunde: verpleegkundige zorg
Wondzorg
,1. Herhaling 1V
1.1. Soorten wondheling
➢ per primam . (bv biopsiewonde)
➢ zuivere wonde, geen necrose, zonder contaminatie en zonder vreemde
lichamen, de wond heeft gladde wondranden
➢ geen factoren die de wondgenezing belemmeren
➢ gesloten worden door hechting
➢ Per secundam (bv chronische ulcus)
➢ Wond met necrose, gecontamineerd en/of geïnfecteerd kan zijn + eventueel
vreemde lichamen bevat.
➢ Gescheurde wondranden
➢ Geassocieerde aandoeningen die de wondgenezing vertragen (vasculaire
insufficiëntie of diabetes)
➢ Neemt veel tijd in beslag
➢ Regeneratieve wondgenezing (bv schaafwonde)
➢ Opperhuid alleen beschadigd
,1.2. Wondhelingsfasen
1. Ontstekingsfase
➢ Acute ontstekingsreactie
➢ Opruiming van dood weefsel en bacteriën
➢ Lichaam reageert op de wond via een vasculaire
respons → vasodilatatie van de arteriën
➢ Capillaire druk daalt en vocht neemt toe in het
omliggend weefsel
➢ Bloedplaatjes en de rode bloedlichaampjes migreren
vanuit de bloedbaan naar het wondgebied. → bloeding
➢ Minuten later → vasoconstrictie om het bloedverlies te
beperken
➢ Bloedplaatjes produceren fibrinogeen → fibrinenetwerk
➢ Tekenen:
- Rubor (roodheid)
- Tumor (zwelling)
- Calor (warmte)
- Dolor (pijn)
2. Granulatiefase
➢ Vorming nieuw bindweefsel en nieuwe bloedvaten
➢ Fibroblasten komen in grote aantallen opgezet →
produceren collageen en elastine
➢ Bouwstoffen vormen een nieuw netwerk waar
macrofagen, endotheelcellen en fibroblasten
zich in kunnen bewegen om dan geleidelijk
het wondbed te vullen.
➢ Rood korrelig aspect aan wondoppervlak →
granulatieweefsel.
➢ Nieuwe capillairen nodig voor de aanvoer van
zuurstof en voedingstoffen tot in het centrum
van de wond. → neovascularisatie
3. Maturatiefase
➢ Bindweefselreorganisatie, wondcontractie en
epithelialisatie.
➢ Na de piekproductie van collageen of bindweefsel in de
granulatiefase neemt de weefselsterkte van de wonden
toe door de remodellering van de collageenvezels.
➢ Fibroblasten → myofibroblasten die de wondranden
samentrekken. → wondcontractie
➢ Nieuwvorming van epitheel
➢ Epithelialisatie beschermt de wond tegen vochtverlies en
het indringen van MO.
, ➢ Bij gehechte wonde start de epithalisatie binnen de 24 uur. Bij
grotere wonden vereisen eerst collageenformatie en de vorming van
granulatieweefsel voor dat de migratie van epitheelcellen kan
plaatsvinden.
4. Littekenvorming
➢ Door maturatie van het collageen neemt het
litteken langzaam zijn uiteindelijke vorm aan.
➢ Eerste weken → litteken zacht en fragiel
➢ Na maand → harder, roder, dikker en sterker.
➢ Tenslotte → zacht, wit en soepel
1.3. Factoren die wondheling beïnvloeden
➢ Factoren eigen aan de wond
- Type diepte en uitgebreidheid van het letsel
- Locatie van de wond (wonden in gelaat genezen beter dan
onderste ledematen.)
- Eigenschappen van het weefsel in de wond en de
wondomgeving
- Lokale bloedvoorzieningen.
- Graad van microbiologische belasting. (contaminatie,
kolonisatie, kritische kolonisatie, infectie.
➢ Voedingstoestand van de PT
- Bijvoorbeeld bij PT met een slechte voedingstoestand ten
gevolge van een eenzijdige voedselinname.
- Proteïne, suikers, vetten, vitaminen, mineralen en
spoorelementen!!!!
➢ Concomitante aandoeningen
- Veel PT hebben tegelijkertijd ook andere aandoeningen
waarvan bekend is dat ze de oorzaak kunnen zijn van het
ontstaan van een wond of de wondgenezing kunnen
vertragen.
- Bv vasculaire insufficiëntie, stofwisselingsziekte,
longziekten, bindweefselziekten, oncologische
aandoeningen.
➢ Psychologische toestand en lichaamsbeeld
- Stress en angst kunnen de wondgenezing negatief
beïnvloeden.
➢ Medicaties en therapieën
➢ Leeftijd van de PT
➢ Roken en drugs
Wondzorg
,1. Herhaling 1V
1.1. Soorten wondheling
➢ per primam . (bv biopsiewonde)
➢ zuivere wonde, geen necrose, zonder contaminatie en zonder vreemde
lichamen, de wond heeft gladde wondranden
➢ geen factoren die de wondgenezing belemmeren
➢ gesloten worden door hechting
➢ Per secundam (bv chronische ulcus)
➢ Wond met necrose, gecontamineerd en/of geïnfecteerd kan zijn + eventueel
vreemde lichamen bevat.
➢ Gescheurde wondranden
➢ Geassocieerde aandoeningen die de wondgenezing vertragen (vasculaire
insufficiëntie of diabetes)
➢ Neemt veel tijd in beslag
➢ Regeneratieve wondgenezing (bv schaafwonde)
➢ Opperhuid alleen beschadigd
,1.2. Wondhelingsfasen
1. Ontstekingsfase
➢ Acute ontstekingsreactie
➢ Opruiming van dood weefsel en bacteriën
➢ Lichaam reageert op de wond via een vasculaire
respons → vasodilatatie van de arteriën
➢ Capillaire druk daalt en vocht neemt toe in het
omliggend weefsel
➢ Bloedplaatjes en de rode bloedlichaampjes migreren
vanuit de bloedbaan naar het wondgebied. → bloeding
➢ Minuten later → vasoconstrictie om het bloedverlies te
beperken
➢ Bloedplaatjes produceren fibrinogeen → fibrinenetwerk
➢ Tekenen:
- Rubor (roodheid)
- Tumor (zwelling)
- Calor (warmte)
- Dolor (pijn)
2. Granulatiefase
➢ Vorming nieuw bindweefsel en nieuwe bloedvaten
➢ Fibroblasten komen in grote aantallen opgezet →
produceren collageen en elastine
➢ Bouwstoffen vormen een nieuw netwerk waar
macrofagen, endotheelcellen en fibroblasten
zich in kunnen bewegen om dan geleidelijk
het wondbed te vullen.
➢ Rood korrelig aspect aan wondoppervlak →
granulatieweefsel.
➢ Nieuwe capillairen nodig voor de aanvoer van
zuurstof en voedingstoffen tot in het centrum
van de wond. → neovascularisatie
3. Maturatiefase
➢ Bindweefselreorganisatie, wondcontractie en
epithelialisatie.
➢ Na de piekproductie van collageen of bindweefsel in de
granulatiefase neemt de weefselsterkte van de wonden
toe door de remodellering van de collageenvezels.
➢ Fibroblasten → myofibroblasten die de wondranden
samentrekken. → wondcontractie
➢ Nieuwvorming van epitheel
➢ Epithelialisatie beschermt de wond tegen vochtverlies en
het indringen van MO.
, ➢ Bij gehechte wonde start de epithalisatie binnen de 24 uur. Bij
grotere wonden vereisen eerst collageenformatie en de vorming van
granulatieweefsel voor dat de migratie van epitheelcellen kan
plaatsvinden.
4. Littekenvorming
➢ Door maturatie van het collageen neemt het
litteken langzaam zijn uiteindelijke vorm aan.
➢ Eerste weken → litteken zacht en fragiel
➢ Na maand → harder, roder, dikker en sterker.
➢ Tenslotte → zacht, wit en soepel
1.3. Factoren die wondheling beïnvloeden
➢ Factoren eigen aan de wond
- Type diepte en uitgebreidheid van het letsel
- Locatie van de wond (wonden in gelaat genezen beter dan
onderste ledematen.)
- Eigenschappen van het weefsel in de wond en de
wondomgeving
- Lokale bloedvoorzieningen.
- Graad van microbiologische belasting. (contaminatie,
kolonisatie, kritische kolonisatie, infectie.
➢ Voedingstoestand van de PT
- Bijvoorbeeld bij PT met een slechte voedingstoestand ten
gevolge van een eenzijdige voedselinname.
- Proteïne, suikers, vetten, vitaminen, mineralen en
spoorelementen!!!!
➢ Concomitante aandoeningen
- Veel PT hebben tegelijkertijd ook andere aandoeningen
waarvan bekend is dat ze de oorzaak kunnen zijn van het
ontstaan van een wond of de wondgenezing kunnen
vertragen.
- Bv vasculaire insufficiëntie, stofwisselingsziekte,
longziekten, bindweefselziekten, oncologische
aandoeningen.
➢ Psychologische toestand en lichaamsbeeld
- Stress en angst kunnen de wondgenezing negatief
beïnvloeden.
➢ Medicaties en therapieën
➢ Leeftijd van de PT
➢ Roken en drugs