Samenvatting – Verdieping in
Bestuurskundige Perspectieven
Week 1 – Bestuurskunde als wetenschap
Mark Bovens – Afscheidsrede ‘Opleiding als nieuwe verzuiling. En wat
dit betekent voor de universiteit
- De opleiding is een nieuwe vorm van verzuiling geworden. Academisch en
praktisch geschoolden leven steeds meer in gescheiden sociale werelden,
van waar ze wonen tot op wie ze stemmen. Het politieke landschap is
hierdoor ook veranderd, met nieuwe partijen die zich richten op specifieke
opleidingsgroepen.
- Kosmopolitische partijen trekken academisch geschoolden aan.
Nationalistische partijen trekken praktisch geschoolden aan.
- Academici domineren politieke instituties en middenveldorganisaties, wat
leidt tot een diplomademocratie waarin hun voorkeuren meer worden
gehonoreerd, wat ressentiment veroorzaakt. Hogeropgeleiden hebben het
sowieso beter dan lageropgeleiden.
- Universiteiten zijn niet meer politiek neutraal: bezuinigingen door
kabinetten gesteund door praktisch opgeleiden, internationalisering wat
praktisch geschoolden in de weg zit
Waldo, D. (1955). The study of public administration.
- Recap HC: Politieke rol van de bureaucratie, administration is politics
bureaucratic politics
- Bestuurskunde is zo’n beetje het hele proces of concept van menselijke
samenwerking. Binnen de technologie van menselijke samenwerking is
bestuurskunde één van die technologieën met eigen concepten.
- De opkomst van sociale wetenschap en de bestudering van ‘human
cooperation’
- De systematische bestudering van gezamenlijke rationele doelbereiking in
de praktijk van openbaar bestuur – en van de non-rationele factoren die
dat beïnvloeden
- Er is geen goede korte definitie van bestuurskunde, maar hier twee
typische definities: 1) bestuurskunde is de organisatie en management van
mensen en materialen om overheidszaken te regelen; 2) bestuurskunde is
de kunst en wetenschap van management zoals toegepast op staatszaken.
- Public administration kan zowel refereren aan de studie als aan het proces
van openbaar besturen: de discipline of de activiteit
- Rational action = actie die correct is berekend om de gewenste doelen te
realiseren met minimaal verlies voor de realisatie van andere gewenste
doelen
- Cooperation = moedwillige samenwerking
- Organisatie is de structuur en management is het functioneren van
besturen. Het zit verwoven met elkaar en kan niet zonder elkaar.
- Organisatie = de structuur van gezaghebbende en gebruikelijke
persoonsrelaties in een bestuurlijk systeem
, - Management = actie bedoeld om rationele samenwerking te verkrijgen in
een bestuurlijk systeem
- Publiek = overheid en staat
- Omdat bestandsdelen van cultuur verschillen binnen een maatschappij of
maatschappijen, zo verschilt het bestuur als een systeem van rationele
coöperatieve actie in die maatschappij of tussen maatschappijen.
- Er zit ook een non-rationele factor binnen het bestuurlijk handelen: er
worden niet altijd hyperbewust keuzes gemaakt. Dit komt omdat mensen
zich in het openbaar bestuur begeven en mensen zijn totaal gevormd dmv
culturele conditionering, etc. Ze helpen op paradoxale wijze mee aan het
realiseren van organisatie doelen
Kroes, ‘Wetenschap, pseudowetenschap en ideologie’
- Er is geen universele definitie van wat wetenschap precies is, wat het
debat over wat wetenschap is complex maakt.
- Het gaat er niet alleen om of een theorie klopt met bestaande
wetenschappelijke inzichten, maar of ze voldoet aan algemene
wetenschappelijke criteria
- Analyse van discussie over creationisme en of het onderwezen zou mogen
worden op scholen. En analyse van discussie over Taylors Scientific
management en invoering hiervan op de werkvloer.
- Taylors interpretatie van de wetten van de het wetenschappelijk
management lijkt moeilijk verenigbaar met zijn claim dat het een exacte
wetenschap is Zijn definitie van wetenschap: ‘Geclassificeerde en
georganiseerde kennis van willekeurige aard’ p. 77
- In zowel de situatie van het creationisme als in de situatie van Taylor en
het invoeren van scientific managment is het gebruik van het begrip
‘wetenschap(pelijk)’ sterk gekoppeld aan het behartigen van belangen.
Daardoor is het gevaar van een ideologisch gebruik van het begrip
‘wetenschap(pelijk)’ levensgroot. We spreken van een ideologisch gebruik
wanneer het begrip niet primair verwijst naar een bepaalde vorm van
kennis, maar fungeert als een legitimeringsgrond voor bepaalde belangen,
waarden of nomen.
- Belangen en macht bepalen uiteindelijk.
Jacobs & Meester, Van Aardbeving tot zoönose
- Het artikel gaat over hoe wiskundige modellen ingezet kunnen worden in
beleidsvorming, vooral als het gaat om complexe situaties zoals
aardbevingen en zoönosen (overdraagbare dierziekten). Het legt uit hoe
lastig het kan zijn voor beleidsmakers om met deze modellen te werken en
bespreekt de communicatie tussen wetenschap en beleid.
- Het benadrukt de verschillen én overeenkomsten tussen
wetenschappelijke inzichten in beleid en juridische besluitvorming.
- Het beschrijft hoe bestuurders geholpen kunnen worden bij het verstandig
inzetten van modellen. wiskundige modellen zijn lastig te interpreteren
door bestuurders en beleidsmakers zonder ervaring of ondersteuning; het
is niet vanzelfsprekend dat iedereen correct met logica en getallen kan
omgaan
- Er wordt ingegaan op procesmatige aanpakken die het gebruik van
modellen in beleid kunnen verbeteren. overheidsinstellingen zouden de
, taak van de ‘kansenrechter’ kunnen vervullen mits ze onafhankelijk en
open voor tegenspraak zijn, want modellen zijn belangrijk bij een gesprek,
mits ze op de juiste manier gebruikt worden; beleidsmakers kunnen dat
zelf niet want ze hebben teveel belangen bij het beoordelen van modellen
- Mackor: ‘Kansenrechter’ zou rechters kunnen ondersteunen bij het
transparant en begrijpelijk omgaan met gegevens, zonder zelf empirisch
onderzoek te doen is het proberen waard volgens Jacobs & Meester
- Als de overheid beslissingen neemt op basis van modellen, moeten
burgers een van de gesprekspartners zijn. Deze gesprekken moeten de
problematiek beter helpen begrijpen, niet noodzakelijkerwijs oplossen,
want het is cruciaal om beter begrip te hebben van de basis waarop
besluiten worden genomen en van de gevolgen van de besluiten. Er moet
dus iemand aan tafel die de modellen begrijpt, kan uitleggen en
communicatieve vaardigheden heeft.
- Zie lijst met 10 vragen die gebruikt kunnen worden bij het interpreteren
van modellen
Gadamer, Waarheid en Methode
- De historische context en vooroordelen beïnvloeden het verstaan (=
verstehen). Begrip staat niet los van onze voorafgaande kennis en
verwachtingen, maar zijn juist noodzakelijk om überhaupt te kunnen
interpreteren.
- Als je iets probeert te begrijpen, maak je eerst een voorlopige verklaring of
idee over wat het betekent. Deze aanname moet je steeds blijven toetsen
met wat er echt gezegd wordt. Het proces van voorspellen wat iets
betekent en dan het aanscherpen van deze voorspellen is
verstehen/verstaan.
- Je bent de hele tijd je eigen mening aan het meten langs meningen van
anderen. Je moet op voorhand open staan voor het anders-zijn van een
tekst.
- Een hermeneutische horizon verwijst naar het geheel van verwachtingen,
vooroordelen, en voorkennis waarmee een persoon een tekst, verklaring of
gebeurtenis benadert en probeert te begrijpen. Het is de 'kijkrichting' of
'begripskader' waarbinnen interpretatie plaatsvindt. Gadamer benadrukt in
zijn filosofische hermeneutiek dat begrip altijd plaatsvindt binnen zo'n
horizon, die historisch en cultureel bepaald is en niet kan worden
uitgesloten of genegeerd. Openheid voor de ander en diens betekenis
vereist dat men zich bewust is van zijn eigen horizon en die in dialoog
brengt met de horizon van de tekst of ander individu. Het begrip groeit
wanneer deze horizonten samenvloeien – een proces dat hij de "fusie van
horizonten" noemt. Kortom, de hermeneutische horizon is het beginsel dat
ons inzicht beperkt én mogelijk maakt, doordat we altijd vanuit een
bepaalde voorgeschiedenis en vooropgezette mening meningen en
betekenissen benaderen.
- Grote historische structuren, zoals de structuur van de maatschappij en
staat, bestaan al vóór en buiten het individuele bestaan en bepalen en
beïnvloeden daarmee altijd de individuele ervaringen. De geschiedenis kan
dus niet volledig gevat worden door persoonlijke belevenissen, omdat die
belevenissen al gevormd worden door bredere contexten.
Bestuurskundige Perspectieven
Week 1 – Bestuurskunde als wetenschap
Mark Bovens – Afscheidsrede ‘Opleiding als nieuwe verzuiling. En wat
dit betekent voor de universiteit
- De opleiding is een nieuwe vorm van verzuiling geworden. Academisch en
praktisch geschoolden leven steeds meer in gescheiden sociale werelden,
van waar ze wonen tot op wie ze stemmen. Het politieke landschap is
hierdoor ook veranderd, met nieuwe partijen die zich richten op specifieke
opleidingsgroepen.
- Kosmopolitische partijen trekken academisch geschoolden aan.
Nationalistische partijen trekken praktisch geschoolden aan.
- Academici domineren politieke instituties en middenveldorganisaties, wat
leidt tot een diplomademocratie waarin hun voorkeuren meer worden
gehonoreerd, wat ressentiment veroorzaakt. Hogeropgeleiden hebben het
sowieso beter dan lageropgeleiden.
- Universiteiten zijn niet meer politiek neutraal: bezuinigingen door
kabinetten gesteund door praktisch opgeleiden, internationalisering wat
praktisch geschoolden in de weg zit
Waldo, D. (1955). The study of public administration.
- Recap HC: Politieke rol van de bureaucratie, administration is politics
bureaucratic politics
- Bestuurskunde is zo’n beetje het hele proces of concept van menselijke
samenwerking. Binnen de technologie van menselijke samenwerking is
bestuurskunde één van die technologieën met eigen concepten.
- De opkomst van sociale wetenschap en de bestudering van ‘human
cooperation’
- De systematische bestudering van gezamenlijke rationele doelbereiking in
de praktijk van openbaar bestuur – en van de non-rationele factoren die
dat beïnvloeden
- Er is geen goede korte definitie van bestuurskunde, maar hier twee
typische definities: 1) bestuurskunde is de organisatie en management van
mensen en materialen om overheidszaken te regelen; 2) bestuurskunde is
de kunst en wetenschap van management zoals toegepast op staatszaken.
- Public administration kan zowel refereren aan de studie als aan het proces
van openbaar besturen: de discipline of de activiteit
- Rational action = actie die correct is berekend om de gewenste doelen te
realiseren met minimaal verlies voor de realisatie van andere gewenste
doelen
- Cooperation = moedwillige samenwerking
- Organisatie is de structuur en management is het functioneren van
besturen. Het zit verwoven met elkaar en kan niet zonder elkaar.
- Organisatie = de structuur van gezaghebbende en gebruikelijke
persoonsrelaties in een bestuurlijk systeem
, - Management = actie bedoeld om rationele samenwerking te verkrijgen in
een bestuurlijk systeem
- Publiek = overheid en staat
- Omdat bestandsdelen van cultuur verschillen binnen een maatschappij of
maatschappijen, zo verschilt het bestuur als een systeem van rationele
coöperatieve actie in die maatschappij of tussen maatschappijen.
- Er zit ook een non-rationele factor binnen het bestuurlijk handelen: er
worden niet altijd hyperbewust keuzes gemaakt. Dit komt omdat mensen
zich in het openbaar bestuur begeven en mensen zijn totaal gevormd dmv
culturele conditionering, etc. Ze helpen op paradoxale wijze mee aan het
realiseren van organisatie doelen
Kroes, ‘Wetenschap, pseudowetenschap en ideologie’
- Er is geen universele definitie van wat wetenschap precies is, wat het
debat over wat wetenschap is complex maakt.
- Het gaat er niet alleen om of een theorie klopt met bestaande
wetenschappelijke inzichten, maar of ze voldoet aan algemene
wetenschappelijke criteria
- Analyse van discussie over creationisme en of het onderwezen zou mogen
worden op scholen. En analyse van discussie over Taylors Scientific
management en invoering hiervan op de werkvloer.
- Taylors interpretatie van de wetten van de het wetenschappelijk
management lijkt moeilijk verenigbaar met zijn claim dat het een exacte
wetenschap is Zijn definitie van wetenschap: ‘Geclassificeerde en
georganiseerde kennis van willekeurige aard’ p. 77
- In zowel de situatie van het creationisme als in de situatie van Taylor en
het invoeren van scientific managment is het gebruik van het begrip
‘wetenschap(pelijk)’ sterk gekoppeld aan het behartigen van belangen.
Daardoor is het gevaar van een ideologisch gebruik van het begrip
‘wetenschap(pelijk)’ levensgroot. We spreken van een ideologisch gebruik
wanneer het begrip niet primair verwijst naar een bepaalde vorm van
kennis, maar fungeert als een legitimeringsgrond voor bepaalde belangen,
waarden of nomen.
- Belangen en macht bepalen uiteindelijk.
Jacobs & Meester, Van Aardbeving tot zoönose
- Het artikel gaat over hoe wiskundige modellen ingezet kunnen worden in
beleidsvorming, vooral als het gaat om complexe situaties zoals
aardbevingen en zoönosen (overdraagbare dierziekten). Het legt uit hoe
lastig het kan zijn voor beleidsmakers om met deze modellen te werken en
bespreekt de communicatie tussen wetenschap en beleid.
- Het benadrukt de verschillen én overeenkomsten tussen
wetenschappelijke inzichten in beleid en juridische besluitvorming.
- Het beschrijft hoe bestuurders geholpen kunnen worden bij het verstandig
inzetten van modellen. wiskundige modellen zijn lastig te interpreteren
door bestuurders en beleidsmakers zonder ervaring of ondersteuning; het
is niet vanzelfsprekend dat iedereen correct met logica en getallen kan
omgaan
- Er wordt ingegaan op procesmatige aanpakken die het gebruik van
modellen in beleid kunnen verbeteren. overheidsinstellingen zouden de
, taak van de ‘kansenrechter’ kunnen vervullen mits ze onafhankelijk en
open voor tegenspraak zijn, want modellen zijn belangrijk bij een gesprek,
mits ze op de juiste manier gebruikt worden; beleidsmakers kunnen dat
zelf niet want ze hebben teveel belangen bij het beoordelen van modellen
- Mackor: ‘Kansenrechter’ zou rechters kunnen ondersteunen bij het
transparant en begrijpelijk omgaan met gegevens, zonder zelf empirisch
onderzoek te doen is het proberen waard volgens Jacobs & Meester
- Als de overheid beslissingen neemt op basis van modellen, moeten
burgers een van de gesprekspartners zijn. Deze gesprekken moeten de
problematiek beter helpen begrijpen, niet noodzakelijkerwijs oplossen,
want het is cruciaal om beter begrip te hebben van de basis waarop
besluiten worden genomen en van de gevolgen van de besluiten. Er moet
dus iemand aan tafel die de modellen begrijpt, kan uitleggen en
communicatieve vaardigheden heeft.
- Zie lijst met 10 vragen die gebruikt kunnen worden bij het interpreteren
van modellen
Gadamer, Waarheid en Methode
- De historische context en vooroordelen beïnvloeden het verstaan (=
verstehen). Begrip staat niet los van onze voorafgaande kennis en
verwachtingen, maar zijn juist noodzakelijk om überhaupt te kunnen
interpreteren.
- Als je iets probeert te begrijpen, maak je eerst een voorlopige verklaring of
idee over wat het betekent. Deze aanname moet je steeds blijven toetsen
met wat er echt gezegd wordt. Het proces van voorspellen wat iets
betekent en dan het aanscherpen van deze voorspellen is
verstehen/verstaan.
- Je bent de hele tijd je eigen mening aan het meten langs meningen van
anderen. Je moet op voorhand open staan voor het anders-zijn van een
tekst.
- Een hermeneutische horizon verwijst naar het geheel van verwachtingen,
vooroordelen, en voorkennis waarmee een persoon een tekst, verklaring of
gebeurtenis benadert en probeert te begrijpen. Het is de 'kijkrichting' of
'begripskader' waarbinnen interpretatie plaatsvindt. Gadamer benadrukt in
zijn filosofische hermeneutiek dat begrip altijd plaatsvindt binnen zo'n
horizon, die historisch en cultureel bepaald is en niet kan worden
uitgesloten of genegeerd. Openheid voor de ander en diens betekenis
vereist dat men zich bewust is van zijn eigen horizon en die in dialoog
brengt met de horizon van de tekst of ander individu. Het begrip groeit
wanneer deze horizonten samenvloeien – een proces dat hij de "fusie van
horizonten" noemt. Kortom, de hermeneutische horizon is het beginsel dat
ons inzicht beperkt én mogelijk maakt, doordat we altijd vanuit een
bepaalde voorgeschiedenis en vooropgezette mening meningen en
betekenissen benaderen.
- Grote historische structuren, zoals de structuur van de maatschappij en
staat, bestaan al vóór en buiten het individuele bestaan en bepalen en
beïnvloeden daarmee altijd de individuele ervaringen. De geschiedenis kan
dus niet volledig gevat worden door persoonlijke belevenissen, omdat die
belevenissen al gevormd worden door bredere contexten.