Communicatievaardigheden Nederlands
1 Taal en communicatie
1.1 Taal is meer dan communicatie
o Alledaagse Nederlands is te vinden in
Dialecten vb. Deerlijks
Regiolecten vb. Limburgs
Stadstalen vb. Gents
Etnolecten vb. Marokkaans- Nederlands
Sociolecten vb. Verkavelingsvlaams, Poldernederlands (verschuivingen in taal)
Jongerentaal
Standaardenederlands
o Verschillende soorten Nederlands
Standaardtaal
Tussentaal
Dialect
o Taal functioneert als communicatiemiddel
o Sociale- culturele aspect van taal
Vb. Als een Gentenaar een winkel of café in Gent binnenstapt en gebruik maakt van zijn Gents, krijgt
hij een ander onthaal dan wanneer hij zijn min of meer Standaardnederlandse tongval hanteert
o Elk beroep heeft zijn eigen jargon
o Waarom Nederlands?
Iedereen hetzelfde Nederlands = makkelijk
Iedereen Engels = handig
Wereldtaal
Zakentaal/ handelsverkeer (40%)
Maar: IDENTITEIT EXAMEN
Onderscheiden
Socio- cultureel middel
Om groepen te vormen en van elkaar te onderscheiden
Taal is krachtig profileringmiddel, waarvan de mensen om ons heen zullen
verwachten dat we de sociale conventies aanvoelen en de juiste keuzes zullen
maken
Sociale profilering: sociale identiteit tonen via je taal
Het belang van ‘insiders’
o In jeugdbeweging, sportvereniging, vriendengroepen gebruik van insiders
= woorden waarvan het gebruik en de betekenis alleen steek houden als je tot diezelfde groep
behoort
1.2 Het Nederlands als taal
1.2.1 Nederlands in de wereld
o 23 miljoen sprekers
Nederland 16 miljoen
Vlaanderen 6 miljoen
o Nederlands als officiële taal
België
Nederland
Aruba
Nederlands Antillen
Suriname
1
, o 8ste grootste taal in EU
o Nederlands op wereldschaal
Chinees: 1 miljard sprekers
Engels 350 miljoen spreker
Spaans 250 miljoen sprekers
Nederlands op 37ste plaats in de wereld
1.2.2 Het Afrikaans
o Afrikaans als (officiële) dochtertaal vh Nederlands
18de eeuw
Nog steeds gesproken in Namibië + Zuid-Afrika
Cultuurtaal
13,5% vd bevolking spreekt dit als moedertaal
Apartheid (1948- 1991)
Nederlands en Afrikaans geassocieerd et de taal vd blanke onderdrukkers
Afrikaners maken zich zorgen over het verdere bestaan vd taal
o Afrikaanse klanken en woordenschat
Grappige klanken
Schattige woordenschat
‘Wie het die soethappies geët wat in die yskas was?’
Dubbele ontkenning
1.2.3 Officieel Nederlands
o Wie bepaalt wat goed Nederlands is?
De spraakmakende gemeente
Niet- afgebakende groep ezaghebbende schrijvers en sprekers
In culturele, journalistieke en wetenschappelijk sectoren
Martine Tanghe Nederlands
o Spelling
Bij wet vastgelegd
Vastgelegd door Nederlandse Taalunie
Ambtenaren en onderwijs moeten deze spelling gebruiken
Laatste spellingaanpassing 2005
Het Groene Boekje : Woordenlijst vd Nederlandse Taal
Om de 10 jaar vernieuwd
Nieuwste woorden toegevoegd: selfie, pandapunten, barista
Huidige, officiële spelling = Groene Spelling
o Grammatica en uitspraak
Geen wet, enkel beschrijvingen
Vb. Hetgene dat daar wordt vermeld vs. Hetgene wat daar wordt vermeld
1.3 Professioneel taaladvies
o Als je twijfelt of iets goed Nederlands is
o www.taaladvies.net
o www.vrttaal.net
o www.onzetaal.nl
o www.woordenlijst.org
o www.vives.be/taalhulp
1.4 Communicatie en communicatiemiddelen
1.4.1 Communicatie als coöperatieve onderneming
o Tussen beide vormen van communicatie bestaan er overeenkomsten en verschilpunten
o Elementen die in mondelinge en schriftelijke communicatie een rol spelen
2
, o Communicatie: interactie tss twee of meer personen waarbij een spreker of een schrijver een of meer
uitingen of een tekst richt tot een of meer toegesprokenen of lezers
o Mislukte communicatie: wat loopt fout?
Toegesprokene begrijpt niet wat we zeggen of interpreteert het verkeerd
Slechte formulering gebruikt hebben
Toegesprokene beschikt over te weinig achtergrondkennis
o Voorwaarden voor goede communicatie
Dezelfde taal
Uitingen aanpassen aan de gangbare regels vd grammatica, uitspraak, woordbetekenis
Contextuele en situationele verwijzingen zijn duidelijk voor de toehoorder
Contextueel: tekst of gesprek
Situationeel: voorwerpen of omstandigheden
Verwijzingen moeten precies zijn om de gesprekspartner de kans te geven tot een juist
begrip vd uiting te komen
Dezelfde achtergrondkennis hebben over het behandelde onderwerp
Coöperatieve onderneming
Waarin de betrokkenen hun bijdrage aanpassen aan de situatie en de context vd
communicatie en aan de kennis vd wereld die ze bij de andere menen te mogen
veronderstellen
Paul Grice: samenwerkingsbeginsel
‘Maak je communicatiebijdrage zo dat die, op de plaats waar je hem uit, voldoet aan
de impliciet of expliciet overeengekomen doelen vh gesprek waaraan je deelneemt’
1.4.2 Het communicatiemodel van Jakobson
o Jakobson
Russische taalkundige
Grondlegger vh structuralisme (alles in schema’s zetten)
1952: Fundamentals of Language
Hij ontwikkelde een aantal ideeën rond taal en communicatie die van grote invloed waren op
de manier waarop taalwetenschappers in de 20 ste eeuw taal zouden onderzoeken
Uitgangspunt: dubbele basistaak van taal
Informatieoverdracht: taal dient om informatie over te brengen
Sociale profilering: het bewust of onbewust geven van info over onze sociale achtergrond
tijdens het communicatieproces
6 functies van taal onderscheiden
Referentieel: overdracht van info over de wereld om ons heen
Conatief: veroorzaken van handelingen bij de luisteraar, aanzetten om iets te doen
Fatisch: controleren vh spraakkanaal zelf (hoor u mij, hoesten)
Emotief: uitdrukken van (de gevoelens van) de spreker
Poëtisch: uitdrukken vd schoonheid vd taal zelf
Metatalig: het spreken over de taal zelf
3
, In zakelijke communicatie: vooral referentiële en conatieve functies van belang
Telefoongesprek: fatische functie
Marketeer die reclameteksten schrijft: emotieve en poëtische functies
6 basiselementen in elke communicatievorm het communicatiemodel
Zender: persoon die de boodschap produceert en verstuurt
Ontvanger: persoon die de boodschap ontvangt
Boodschap: inhoud vd communicatie (waarover gesproken of geschreven wordt
Code: taal vd boodschap
Contact: het fysieke kanaal en de psychologische koppeling tussen zender en ontvanger
Context: gemeenschappelijke achtergrond en voorkennis van beide
communicatiepartners die nodig is opdat de boodschap op een juiste manier
geïnterpreteerd zal worden (gemeenschappelijk referentiekader)
Communicatiedeskundigen gebruiken dit communicatiemodel om communicatieve
situaties te beschrijven en te ontleden
Te beperkt?
Geen rekeninghoudend met externe factoren die communicatie zouden kunnen
bemoeilijken
Eenrichtingsbenadering van communicatie
1.4.3 Het uitgebreide communicatiemodel
o 6 aanvullende elementen
Medium : middel waarmee of de wijze waarop de communicatie wordt verstuurd (telefoon, brief, e-
mail, sms..)
Bedoeling : doel vd communicatie
Informeren
Instrueren < instructies
Activeren
Persuaderen, overtuigen
Emotioneren
Amuseren
Vb. bijsluiter medicatie: informeren, instrueren
Vb. Bloed geven doet leven: persuaderen, activeren, informeren
Ruis : storing die de communicatie in het gedrang kan brengen
Interne ruis: door de zender zelf veroorzaakt vb. dagdromen, afgeleid zijn
Externe ruis: komt van buitenaf vb. omgevingslawaai
Feedback : zorgt ervoor dat communicatie niet eenzijdig is, maar dat er dialoog en interactie mogelijk
is (tweerichtingsverkeer)
Coderen = omzetten van mentale concepten in gesproken of geschreven taal (de creatie van
gesproken of geschreven taal)
4
1 Taal en communicatie
1.1 Taal is meer dan communicatie
o Alledaagse Nederlands is te vinden in
Dialecten vb. Deerlijks
Regiolecten vb. Limburgs
Stadstalen vb. Gents
Etnolecten vb. Marokkaans- Nederlands
Sociolecten vb. Verkavelingsvlaams, Poldernederlands (verschuivingen in taal)
Jongerentaal
Standaardenederlands
o Verschillende soorten Nederlands
Standaardtaal
Tussentaal
Dialect
o Taal functioneert als communicatiemiddel
o Sociale- culturele aspect van taal
Vb. Als een Gentenaar een winkel of café in Gent binnenstapt en gebruik maakt van zijn Gents, krijgt
hij een ander onthaal dan wanneer hij zijn min of meer Standaardnederlandse tongval hanteert
o Elk beroep heeft zijn eigen jargon
o Waarom Nederlands?
Iedereen hetzelfde Nederlands = makkelijk
Iedereen Engels = handig
Wereldtaal
Zakentaal/ handelsverkeer (40%)
Maar: IDENTITEIT EXAMEN
Onderscheiden
Socio- cultureel middel
Om groepen te vormen en van elkaar te onderscheiden
Taal is krachtig profileringmiddel, waarvan de mensen om ons heen zullen
verwachten dat we de sociale conventies aanvoelen en de juiste keuzes zullen
maken
Sociale profilering: sociale identiteit tonen via je taal
Het belang van ‘insiders’
o In jeugdbeweging, sportvereniging, vriendengroepen gebruik van insiders
= woorden waarvan het gebruik en de betekenis alleen steek houden als je tot diezelfde groep
behoort
1.2 Het Nederlands als taal
1.2.1 Nederlands in de wereld
o 23 miljoen sprekers
Nederland 16 miljoen
Vlaanderen 6 miljoen
o Nederlands als officiële taal
België
Nederland
Aruba
Nederlands Antillen
Suriname
1
, o 8ste grootste taal in EU
o Nederlands op wereldschaal
Chinees: 1 miljard sprekers
Engels 350 miljoen spreker
Spaans 250 miljoen sprekers
Nederlands op 37ste plaats in de wereld
1.2.2 Het Afrikaans
o Afrikaans als (officiële) dochtertaal vh Nederlands
18de eeuw
Nog steeds gesproken in Namibië + Zuid-Afrika
Cultuurtaal
13,5% vd bevolking spreekt dit als moedertaal
Apartheid (1948- 1991)
Nederlands en Afrikaans geassocieerd et de taal vd blanke onderdrukkers
Afrikaners maken zich zorgen over het verdere bestaan vd taal
o Afrikaanse klanken en woordenschat
Grappige klanken
Schattige woordenschat
‘Wie het die soethappies geët wat in die yskas was?’
Dubbele ontkenning
1.2.3 Officieel Nederlands
o Wie bepaalt wat goed Nederlands is?
De spraakmakende gemeente
Niet- afgebakende groep ezaghebbende schrijvers en sprekers
In culturele, journalistieke en wetenschappelijk sectoren
Martine Tanghe Nederlands
o Spelling
Bij wet vastgelegd
Vastgelegd door Nederlandse Taalunie
Ambtenaren en onderwijs moeten deze spelling gebruiken
Laatste spellingaanpassing 2005
Het Groene Boekje : Woordenlijst vd Nederlandse Taal
Om de 10 jaar vernieuwd
Nieuwste woorden toegevoegd: selfie, pandapunten, barista
Huidige, officiële spelling = Groene Spelling
o Grammatica en uitspraak
Geen wet, enkel beschrijvingen
Vb. Hetgene dat daar wordt vermeld vs. Hetgene wat daar wordt vermeld
1.3 Professioneel taaladvies
o Als je twijfelt of iets goed Nederlands is
o www.taaladvies.net
o www.vrttaal.net
o www.onzetaal.nl
o www.woordenlijst.org
o www.vives.be/taalhulp
1.4 Communicatie en communicatiemiddelen
1.4.1 Communicatie als coöperatieve onderneming
o Tussen beide vormen van communicatie bestaan er overeenkomsten en verschilpunten
o Elementen die in mondelinge en schriftelijke communicatie een rol spelen
2
, o Communicatie: interactie tss twee of meer personen waarbij een spreker of een schrijver een of meer
uitingen of een tekst richt tot een of meer toegesprokenen of lezers
o Mislukte communicatie: wat loopt fout?
Toegesprokene begrijpt niet wat we zeggen of interpreteert het verkeerd
Slechte formulering gebruikt hebben
Toegesprokene beschikt over te weinig achtergrondkennis
o Voorwaarden voor goede communicatie
Dezelfde taal
Uitingen aanpassen aan de gangbare regels vd grammatica, uitspraak, woordbetekenis
Contextuele en situationele verwijzingen zijn duidelijk voor de toehoorder
Contextueel: tekst of gesprek
Situationeel: voorwerpen of omstandigheden
Verwijzingen moeten precies zijn om de gesprekspartner de kans te geven tot een juist
begrip vd uiting te komen
Dezelfde achtergrondkennis hebben over het behandelde onderwerp
Coöperatieve onderneming
Waarin de betrokkenen hun bijdrage aanpassen aan de situatie en de context vd
communicatie en aan de kennis vd wereld die ze bij de andere menen te mogen
veronderstellen
Paul Grice: samenwerkingsbeginsel
‘Maak je communicatiebijdrage zo dat die, op de plaats waar je hem uit, voldoet aan
de impliciet of expliciet overeengekomen doelen vh gesprek waaraan je deelneemt’
1.4.2 Het communicatiemodel van Jakobson
o Jakobson
Russische taalkundige
Grondlegger vh structuralisme (alles in schema’s zetten)
1952: Fundamentals of Language
Hij ontwikkelde een aantal ideeën rond taal en communicatie die van grote invloed waren op
de manier waarop taalwetenschappers in de 20 ste eeuw taal zouden onderzoeken
Uitgangspunt: dubbele basistaak van taal
Informatieoverdracht: taal dient om informatie over te brengen
Sociale profilering: het bewust of onbewust geven van info over onze sociale achtergrond
tijdens het communicatieproces
6 functies van taal onderscheiden
Referentieel: overdracht van info over de wereld om ons heen
Conatief: veroorzaken van handelingen bij de luisteraar, aanzetten om iets te doen
Fatisch: controleren vh spraakkanaal zelf (hoor u mij, hoesten)
Emotief: uitdrukken van (de gevoelens van) de spreker
Poëtisch: uitdrukken vd schoonheid vd taal zelf
Metatalig: het spreken over de taal zelf
3
, In zakelijke communicatie: vooral referentiële en conatieve functies van belang
Telefoongesprek: fatische functie
Marketeer die reclameteksten schrijft: emotieve en poëtische functies
6 basiselementen in elke communicatievorm het communicatiemodel
Zender: persoon die de boodschap produceert en verstuurt
Ontvanger: persoon die de boodschap ontvangt
Boodschap: inhoud vd communicatie (waarover gesproken of geschreven wordt
Code: taal vd boodschap
Contact: het fysieke kanaal en de psychologische koppeling tussen zender en ontvanger
Context: gemeenschappelijke achtergrond en voorkennis van beide
communicatiepartners die nodig is opdat de boodschap op een juiste manier
geïnterpreteerd zal worden (gemeenschappelijk referentiekader)
Communicatiedeskundigen gebruiken dit communicatiemodel om communicatieve
situaties te beschrijven en te ontleden
Te beperkt?
Geen rekeninghoudend met externe factoren die communicatie zouden kunnen
bemoeilijken
Eenrichtingsbenadering van communicatie
1.4.3 Het uitgebreide communicatiemodel
o 6 aanvullende elementen
Medium : middel waarmee of de wijze waarop de communicatie wordt verstuurd (telefoon, brief, e-
mail, sms..)
Bedoeling : doel vd communicatie
Informeren
Instrueren < instructies
Activeren
Persuaderen, overtuigen
Emotioneren
Amuseren
Vb. bijsluiter medicatie: informeren, instrueren
Vb. Bloed geven doet leven: persuaderen, activeren, informeren
Ruis : storing die de communicatie in het gedrang kan brengen
Interne ruis: door de zender zelf veroorzaakt vb. dagdromen, afgeleid zijn
Externe ruis: komt van buitenaf vb. omgevingslawaai
Feedback : zorgt ervoor dat communicatie niet eenzijdig is, maar dat er dialoog en interactie mogelijk
is (tweerichtingsverkeer)
Coderen = omzetten van mentale concepten in gesproken of geschreven taal (de creatie van
gesproken of geschreven taal)
4