Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages
Summary

Biologische psychologie I: samenvatting (RUIM GESLAAGD!)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages

Aan de hand van deze samenvatting behaalde ik een goed cijfer voor het vak 'biologische psychologie I'

Content preview

Biologische psychologie I
Evolutie en gedragsgenetica
1. Evolutie
Definiëring perspectief:
- Grondvoorwaarden natuurlijke selectie:
➔ Overerving: er z overerfbare eigenschappen
➔ Variatie: er bestaat variabiliteit in deze eigenschappen (oa via mutatie)
➔ Selectie: sommige v deze eigenschappen hangen in een bep context samen met groter
reproductief succes (aantal geslachtsrijpe nakomelingen)
➔ Genen die samenhangen met deze eigensch zullen in frequentie toenemen in de
volgende generatie
➔ Ontstaan van genetische verschillen tss vorige en volgende generaties: evolutie
- Selectie:
➔ Fit van indiv met veranderlijke omgeving cruciaal (= meest aangepaste overleeft)
➔ Vermogen om overleven in een bep omgeving → impact op reproductief succes
➔ Dragen bij tot fitness/reproductief succes ve individu:
• Overleven (moraliteitsselectie)
• Aantal nakomelingen (vruchtbaarheidsselectie) – eieren
• Gelegenheid tot voortplanten (seksuele selectie) – pauw
➔ Directe fitness (pers reproductief succes, ouders en kinderen)
➔ Inclusieve fitness: directe fitness + indirecte fitness (grootouders en kleinkinderen)
➔ Verwantenselectie: ook genen geassocieerd met reproductief succes v verwanten
zullen meer voorkomen in volgende generaties
• Selectie gebeurt niet obv indiv maar obv genen
- Psychologische relevantie:
➔ Indien belangrijke psychische kenmerken ook geworteld z in ons lichaam: rechtstreekse
erfelijke invloed op deze kenmerken
• Vb: grootte brein in belangr mate genetisch bepaald, correleert met IQ
➔ Erfelijke invloed kan ook lopen via “banale” fysieke eigenschappen
• Bv link extraversie – lichaamslengte/attractiviteit
➔ Leer vd overerfbaarheid v gedrag = gedragsgenetica
• Sterke negatieve connotaties via oa eugenetica en andere racistische theorieën
Primaten: dia14
- Zoogdieren
- Generalisten: kunnen allemaal op 2 voeten lopen
- Groot brein
- Aangepast aan leven in bomen (grijphanden & -voeten, schoudergewricht vr slingeren,
frontaal ingeplante ogen vr dieptezicht)
Homo sapiens sapiens:
- Schattingen v gedeeld DNA:
➔ +/- 98,8% gedeeld met chimpansee
➔ +/- 99,7% gedeeld met neanderthaler
➔ +/- 99,9% gedeeld met willekeurige andere mens
- Kenmerken:
➔ Tweevoeter
• Overzicht tijdens trekken

, • Transport v werktuigen en buit
• Versmald geboortekanaal
➔ Groot/exceptioneel brein
- Exceptioneel brein?
➔ Niet absoluut/relatief grootste massa, noch meeste neuronen, noch meest rimpelige
hersenen
➔ Relatieve breinmassa, neuronen/breinmassa en proportie cortex/breinmassa allemaal in
verlengde vd primaten dia20
➔ Maar:
• Primaten scoren echter om te beginnen zeer goed op alle parameters
• !Mens is bij grootste primaten
• Homo sapiens grootste aantal corticale neuronen v alle dieren, ihb prefrontaal
• Bovendien dicht op elkaar → snelle communicatie mogelijk
➔ Corticale neuronen erg duur → +/- 20% van energie
➔ Obstetrisch dilemma-hypothese:
• Groot brein + smal geboortekanaal → complicaties bij baren
• Verklaring vr rijpingsvertraging (neotenie)
- Rijpingsvertraging:
➔ Brein:
• Belangrijke periode v postnatale groei en ontw brein in mensen VS meeste andere
soorten
• Bij geboorte +/- 350g, bevat wel reeds alle neuronen
• Rijping tot in late adolescentie: aanmaken connecties, vermeerdering steuncellen,
groei tot +/- 1,4kg
• Niet alleen aanmaken nieuwe contacten, ook “snoeien” (=pruning)
• Laat toe om “bedrading” af te stemmen op omgeving en ervaring; ihb sociale functies
- Pruning:
➔ Op 2/3j 50% meer verbindingen dan in volwassenen; dan tot zeker late adolescentie
belangrijke reductie
• “te veel” connecties aanmaken om de beste te behouden
➔ Gebeurt in hele brein, v achteraan → vooraan
- Samengevat:
➔ Absoluut en relatief zwaar (brein)
➔ Neuronen dicht opeen gepakt
➔ Sterk gegroefd
➔ Relatief grote cortex
➔ Grootste aantal corticale neuronen, voor zover geweten, ihb prefrontaal
➔ Maturatie in belangrijke mate na geboorte
• Veel connecties maken + wegsnoeien
- Wat levert het op?
➔ Sociale brein-hypothese:
• Complexiteit v sociaal leven als drijvende factor achter vergroting (vooral frontale)
cortex
• Paarvormende soorten <-> niet-paarvormende
• Bij primaten: grootte groep voorspelt corticaal volume, vooral prefrontaal
• Ook diverse studies bevestigen samenhang met omvang sociale hersennetwerken,
waaronder prefrontale cortex

, ➔ Vermogen om nadenken/rekening houden met wat hier en nu niet is
➔ Sociaal leren, onderwijzen, taal
Evolutionaire psychologie:
- Bekijken psychologie door evolutionaire bril, met nadruk op processen v natuurlijke selectie
- Belangr kritiek: evolutionair perspectief vaak gehanteerd als verklaring vr bepaalde feiten,
zonder dat deze empirisch getoetst kunnen w (“maar verhalen”)
- Gevaar v overschatting adaptiviteit = idee dat alle kenmerken/trekken een functie hebben of
gevolg z v adaptieve evolutie (navel)
2. Gedragsgenetica
Erfelijkheidsfactoren
- Suggereert belangr impact v natuur (aanleg) VS nurture (omgeving) in nagenoeg alle
psychologische eigenschappen
- Implicaties:
➔ Verdienste, vrije wil & verantwhd?
➔ Impact v opvoeding, opleiding,…?
• Ontschuldigend/relativerend VS hopeloosheid
- Heritabiliteit:
➔ = mate waarin variabiliteit in een eigenschap verkl w door genetische variabiliteit –
steeds in een bepaalde omgeving/groep
- 2 mensen delen meer dan 99% vh DNA; versch zitten in resterende 1%
- Systematische samenhang bestuderen tss:
➔ Mate v overeenkomst in omgev en/of genetica enerzijds
➔ Mate v overeenkomst in bep eigenschappen anderzijds
- Dominante methoden: window into human nature
➔ Tweelingenstudies, adoptiestudies, combinaties
- Tweelingen:
➔ Monozygotisch: genetisch identiek
➔ Dizygotisch: zelfde mate v genetische verwantschap als broers/zussen (50%)
➔ Concordantie: mate waarin tweelingen eenzelfde eigenschap vertonen (vb zelfde
haarkleur, diagnose autisme,…) maar ook voor continue eigenschappen (gewicht,
lengte,...)
➔ Erfelijkheidsfactor schatten uit verschil tss MZ en DZ (v hetzelfde geslacht)
• Veronderstelling: in gelijke mate blootgesteld aan zelfde omgeving “equal
environment assumption”
• Heritabiliteit= (concordantie MZ – concordantie DZ) x2 – formule van Falconer
- Adoptie:
➔ Vergelijking MZ apart opgevoed (“rechtstreekse schatting erfelijkheidsfactor”)
• Veronderstelling: geen gedeelde omgeving
➔ Couranter: vergelijking genetische/opvoedende ouders/combi
- Tweeling en adoptiestudies:
➔ Equal environment assumption?
➔ Ideale geadopteerde MZ tweelingen-methode veronderstelt geen gedeelde omgeving,
maar:
• Prenatale omgeving?
• Adoptiegezin is specifieke context
• Gedeelde cultuur, tijdsgeest (cohorte-effecten),…
Moleculaire genetica
- Menselijk genoom (genetische code):

, ➔ = genetisch materiaal in elke celkern
➔ Ingedeeld in 23 paar, dus 46 chromosomen
➔ 3 mld baseparen (x2)
➔ Genotype = genetische code ve indiv
➔ Fenotype = observeerbare eigenschappen ve indiv, gevolg v samenspel genotype en
omgeving
- Genen:
➔ Coderen vr aanmaak v bepaalde proteïne (eiwit)
➔ +/- 20.000 in menslk genoom
➔ Slechts 1,5% vh DNA; de rest (“junk DNA”) staat in vr regulatie (wnr/hoeveel v deze
proteïnen produceren = expressie)
➔ Elke celkern bevat dezelfde genen: wnr welke tot expressie komen is dus cruciaal!
➔ 1/3 vd menselijke proteïne-coderende genen komen enkel tot expressie in brein
➔ Allelen: versie ve gen, vaak meerdere courante varianten
• Beide chromosomen kunnen versch varianten bevatten (vb bloedgroep)
• Naar schatting +/- 0,1% verschil tss genoom v 2 indiv
- Overeenkomsten tss soorten:
➔ Onderscheid variabel VS niet-variabel deel
• Genen VS “junk-DNA”
➔ Genetische codes die celdeling, DNA replicatie etc aandrijven effectief ook gedeeld met
planten (banaan)
➔ Zeker grote overeenkomsten met (zoog)dieren → belang dierproeven
- Onderzoeksstrategieën:
➔ Ontw v genetische methoden: mglkhd om verband tss bep genetische variaties
(genotype) (allelen) en eigenschappen te bestuderen
➔ Strategie 1: genotype eerst
• Vertrek vanuit “kandidaat”-gen: functie enigszins bekend; ga verband na met
kenmerken die hier theoretisch mee samen zouden kunnen hangen
• Dia46
• Problemen:
➢ Verbanden verkl meestal maar heel klein deel vd variantie v psychische eigensch
➢ Heel vaak niet reproduceerbaar (toevalstreffers)
➔ Verband tss fenotype en genotype blijkt meestal ingewikkeld:
• Meeste eigenschappen z polygenetisch bepaald:
➢ Een bep genotypische eigensch w bep door meerdere genen
• Pleiotropie: 1 gen beinvl meerdere afzondlk fenotypische eigenschappen
➔ Strategie 2: fenotype eerst -GWAS (genome wide association study)
• Vertrek v 2(+) groepen met een bepaald kenmerk
• Vergelijk vervolgens hun gehele genoom en detecteer zo in welke delen variatie
samenhangt met fenotype
• Kan nieuwe hypotheses genereren, vb over oorzaak v bep aandoeningen en zo ook
leiden tot vb nieuwe geneesmiddelen
• Problemen:
➢ Vergt erg grote groepen vr betrouwbare resultaten
➢ Resultaat is vaak niet functioneel interpreteerbaar (vb geen idee waar dat deel v
genoom voor instaat)
Uitdagingen in interpretatie

Connected book
 image
Neil Carlson, Melissa Birkett Physiology of Behavior, GE
Publisher: Unknown ISBN: 9781292430287 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 7, 2025
Number of pages
32
Written in
2023/2024
Type
Summary
$9.75

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
33
Followers
2
Items
36
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions