Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 94 pages
Summary

samenvatting jeugddelinquentie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 94 pages

Jeugdcriminologie: Achtergronden van jeugdcriminaliteit” 2022: 4e druk Ido Weijers (red.) Boom Criminologie ISBN 9789462361874 en “Justitiële interventies voor jeugdige daders en risicojongeren” 2016: 2e druk Ido Weijers (red.) Boom Criminologie ISBN 9789462365681 samengevat: •week 1: JC H1, 3, 5, 9. week 2: JC H 10, 11, 12, 13, 16, week 3: JC 19, 20, 21, 23 week 4 alleen JI h1, week 5: JI h8, 17, 18, 19. week 6: • JI, Hfdst 14, 15, 16, 21, 12 en week 7: • JC H 25, 26, 27, 28 Kennisclips zitten in de stof verwerkt.

Content preview

Jeugddelinquentie
Week 1
 JC H1, 3, 5, 9
H1
Verschil tussen wat wel en niet als (jeugd)criminaliteit wordt opgevat. (al dan niet)
geregistreerd en (al dan niet) vervolgd, raakt aan een ander kenmerkend probleem
waar de criminologie voor staat -> dark number, pakkans en selectie.
Enorm verschil tussen werkelijke aard en omvang van de criminaliteit en wat we
daarvan terugzien in de cijfers en in de strafrechtspleging.
- politie niet in staat om alles vast te stellen, op te pakken en te registreren. Meeste
delicten worden niet opgemerkt door politie.
- pakkans is vooral bij jongeren bijzonder gering.
- Relatieve onschuld en het wenig ernstige karakter van de feiten.
-selectie: niet altijd aangifte of melden.
- ander soort selectie: witteboordencriminaliteit komt weinig voor in de cijfers van de
politie -> voor andere ministeries.
- politie richt zich vooral op wangedrag van mensen die ze rekent tot een van haar
‘doelgroepen’. ,igratieachtergrond en jongens vs meisjes.
- daarna selectiemoment in doorsturen naar halt of naar om, daarna selectiemoment
met vervolgen of niet en daarna kan de rechter kiezen. Maar de criminoloog doet ook
aan selectie (kattenkwaad vs misdaad).
1.2 drie bronnen
We krijgen het meest betrouwbare beeld van de ontwikkeling van jeugdcriminaliteit
als we ons baseren op de cijfers van de politie met mogelijke aanvulling van het OM,
zelfrapportages onder jongeren en slachtofferenquêtes. Op zichzelf zijn deze
bronnen onvoldoende betrouwbare info.
- politiecijfers:
Voor zover de media en politiek zich baseren op cijfers betreft dat doorgaans
uitsluitend cijfers van de politie. Echter, de cijfers van de politie zeggen betrekkelijk
weinig over de vraag of er sprake isvan een toename:
- De cijfers worden niet alleen beïnvloed door de meldingsbereidheid van slachtoffers
en getuigen, die erg kan verschillen naargelang de aard van de criminaliteit.

,- Ze worden ook sterk beïnvloed door beleidsprioriteiten. Bovendien kan slechts een
klein deel van de gerapporteerde delicten van jongeren worden opgehelderd. Het
dark number is hoog.
- Misdrijven die zichtbaar zijn (straatcriminaliteit) of als prioriteit fungeren
(geweldcriminaliteit), of daders met een negatieve prognose (allochtonen) hebben
aanzienlijk meer kans om terecht te komen in de politieregistratie.
- Veranderingen in de wetgeving, die meestal het gevolg zijn van verschuivingen in
de maatschappelijke aandacht voor bepaalde vormen van deviant en storend
gedrag, beïnvloeden eveneens de kwalificaties en procedures en dus de
criminaliteitscijfers. Wisselende prioriteit en selectiviteit van de sociale constructie
van jeugdcriminilaiteit. Ook rekening houden met demografische factoren.


zelfrapportages:
Zelfrapportages kunnen een goed beeld geven van:
- De meest voorkomende en dus typerende jeugddelicten: zwartrijden, iemand
uitschelden vanwege huidskleur, te vroeg vuurwerk afsteken, vechten of slaan
zonder verwondingen en graffiti.
- Ze maken ook kenmerkende aspecten van ‘gezonde’ jeugddelinquentie zichtbaar,
namelijk dat het merendeel ervan samen met andere wordt gepleegd en dat alcohol
en drugs daarbij nauwelijks een rol spelen.
- Ten slotte kunnen ze ook een scherp licht werpen op een van de meest
bediscussieerde kwesties: het verband tussen jeugdcriminaliteit, etniciteit en cultuur.
Nederlandse en Vlaamse zelfrapportageonderzoek laten nauwelijks verschillen zien
tussen autochtone en allochtone jongeren.
Beperkingen zelfrapportage
Aan de andere kant kent zelfrapportage ook belangrijke beperkingen. Een van de
problemen bij dit onderzoek is dat men slechts een beperkt aantal delicten in de
enquête kan opnemen. Bovendien zijn sommige daders moeilijker te bereiken met de
gebruikelijke enquêtemethoden. Het zwaarst weegt echter het feit dat dergelijke
rapportages geen goed beeld geven van de ernst van de delicten, in termen van
schade en gevolgen voor mogelijke slachtoffers. Zelfrapportages zijn waarschijnlijk
het minst betrouwbaar bij geweldsdelicten.
Slachtofferenquêtes
Slachtofferenquêtes geven wel een goede indruk van de ontwikkeling van het aantal
slachtoffers van misdrijven, maar ze hebben eveneens een aantal serieuze
beperkingen.
- Ten eerste geven ze uiteraard geen uitsluitels over de leeftijd van de daders.

,- Ten tweede worden stijgingen en dalingen ervan waarschijnlijk voor een deel
veroorzaakt door toe- of afname van meldingsbereidheid van het publiek.
- En ten derde worden die voor een belangrijk deel veroorzaakt door toe- of afname
van de bereidheid bij politie om een proces-verbaal op te maken.
Onderzoeker signaleren hier een prestatie-paradox, hoe beter de politie haar werk
doet, des te meer criminaliteit er lijk te zijn.
1.3 toename of afname
Media en politiek creëren een gevoel van urgentie rond jeugd die het verkeerde pad
op dreigt te gaan, daardoor ontstaat er bij het publiek de indruk dat jeugdcriminaliteit
actueel en aan de orde van de dag is en eerder toeneemt dan afneemt. Maar dat
beeld klopt dus niet, de jeugdcriminaliteit is de laatste jaren spectaculair afgenomen
in de lage landen en westerse wereld.
-> afname is te zien in de politieregistraties en in zelfrapportagestudies.
-> een andere fout is de suggestie dat degenen die verontrustend crimineel gedrag
vertonen steeds jonger worden.
-> ten slotte is het eerst geregisterde delict ook niet zwaarder geworden.
Diverse verklaringen voor de daling van jeugdcriminaliteit:
* beveiligingshypothese: sterk toegenomen veiligheidsmaatregelen zouden jongeren
afhouden van relatief eenvoudige instapdelicten.
* invloed van digitalisering: leidt tot grote verschuivingen in de vrijetijdsbesteding van
jongeren, minder op straat en meer op sociale media.
* afname van risicofactoren zoals delinquente vrienden en alcoholgebruik, en een
toename van beschermende factoren zoals betrokkenheid en monitoring van ouders.
Aannemelijk dat de verklaring voor de daling niet in een van deze 3 moet worden
gezocht maar in de combinatie ervan.
1.4 verharding
High impact crimes.
HIC

 vaak minderjarigen betrokken
 Aantal aangehouden minderjarige verdachte toegenomen

Gewelddadige jonge daders

 Omvang groep niet afgenomen
 Recidive toegenomen

Gebruik van wapens

,  Meer minderjarige verdachten van vuurwapenmisdrijven
 Meer incidenten met steekwapens



1.5 de relatie met het strafrecht
De jeugdcriminologie kan niet heen om de discrepanties in de
zelfstandigheidontwikkeling van jongeren, ofwel de spanning tussen hun langduriger
afhankelijkheid en hun toegenomeninbreng en autonomie in allerlei zaken. Dit
verschijnsel wordt in de criminologie aangeduid als de maturity gap. Criminologen
hebben herhaaldelijk gewezen op de beperkingen van strafrechtelijke definities van
criminaliteit. Voorgesteld is om gedragsnormen in het algemeen te bestuderen. Voor
de jeugdcriminaliteit is er echter een onmiskenbaar belang om zich uitdrukkelijk te
richten op gedrag dat valt onder een strafrechtelijke definitie van criminaliteit. Dat
komt omdat er ten aanzien van jongeren ten minste sinds halverwege de 19e eeuw
een krachtige traditie bestaat om allerlei vormen van overlast of hinderlijk, ongepast
ervaren gedrag als aanleiding en legitimatie voor overheidsingrijpen te beschouwen
met een beroep op bescherming van de jeugd.


H3
Aantal jeugdigen in de periode van 2000-2013
Als in de tijd de aantallen jeugdigen in de populatie veranderen dan heeft dat
gevolgen voor de aantallen daders van criminaliteit. Het is daarom van belang om bij
het beschrijven van criminaliteitstrends rekening te houden met deze
bevolkingsontwikkelingen. Tussen 2000 en 2020 zijn de aantallen in beide
leeftijdsgroepen licht veranderd. Het aantal 12-18-jarigen laat vanaf 2000 een lichte
toename zien van ruim 1,1 miljoen tot ruim 1,2 miljoen. De jaren daarna blijft dit
redelijk stabiel.
Leeftijd en criminaliteit
Leeftijd en criminaliteit hangen samen. Onder minderjarigen en jongvolwassenen
bevinden zich naar verhouding meer verdachten en strafrechtelijke daders dan in
oudere leeftijdsgroepen. Bekend is dat het aantal jeugdigen dat wegens het plegen
van een delict met de politie in aanraking komt vanaf het 12e jaar toeneemt logisch is
omdat ze pas vanaf die leeftijd strafrechtelijk schuldig kunnen worden bevonden. Ze
bereiken een piek rond het 18e – 20e levensjaar en daarna neemt het af. Dit
fenomeen noemen we de age-crime curve. Er is wel variatie in het verloop van de
curves als er naar specifieke subgroepen wordt gekeken.
Bronnen om criminaliteit te meten
De omvang van de werkelijke jeugdcriminaliteit en het aantal werkelijke jeugdige
daders is onbekend. Dader worden liever niet gesignaleerd als ze delicten plegen. Er

Table of contents

  1. 01 8.1 Inleiding 32
  2. 02 8.2 Van ‘niets helpt’ naar voorzichtig optimisme 32
  3. 03 8.3 Straffen en gedragsbeïnvloeding 33
  4. 04 8.4 What Works-beginselen (RNR en meer) 33
  5. 05 8.5 Wat niet werkt 34
  6. 06 1. Stoppen of doorgaan met programma’s 35
  7. 07 2. Botsing met strafrechtelijke basisprincipes 35
  8. 08 3. Risicojustitie – actuarieel werken 36
  9. 09 4. Kosten en baten 36
  10. 10 5. Misverstanden rond Randomized Controlled Trials (RCT’s) 36
  11. 11 6. Kritiek op eenzijdige focus op individueel gedrag 37
  12. 12 Samenvattend 8.6 37
  13. 13 8.7 Situatie in Nederland 37
  14. 14 1. Weinig Nederlandse meta-analyses 37
  15. 15 2. Kwaliteitsproblemen in onderzoek 38
  16. 16 3. Vooruitgang: Recidivemonitor en analyses 38
  17. 17 4. Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie 38
  18. 18 5. Onderzoekagenda en toekomst 38
  19. 19 6. Samenvattend 38
  20. 20 Kort samengevat 8.7 39
  21. 21 17.1 Inleiding 39
  22. 22 17.2 MST-PSB 40
  23. 23 Gericht op jongeren van 10–18 jaar met seksueel grensoverschrijdend gedrag (eventueel gecombineerd met ander antisociaal of crimineel gedrag). 40
  24. 24 17.3 Opheldering en risicoreductie 41
  25. 25 17.4 Ontwikkeling en hereniging 41
    1. Fase 1 – Opheldering (delictanalyse) 42
    2. Fase 2 – Risicoreductie en veiligheidsplan 42
    3. Fase 3 – Ontwikkeling en normbesef 42
    4. Fase 4 – Hereniging 42
  26. 26 17.5 Deelnemers in Nederland (eerste groep) 42
  27. 27 17.6 behandelresultaten 43
  28. 28 17.7 Conclusies 43
  29. 29 Slechts klein deel van jeugdige zedendelinquenten komt bij politie en justitie; jongeren melden zichzelf zelden voor behandeling. Ouders zien vaak wel noodzaak → MST-PSB richt zich op hen. 43
  30. 30 18.1 Inleiding 43
  31. 31 18.2 Fasering 44
    1. Fase 1: Verbinden (3–6 sessies) 44
    2. Fase 2: Veranderen (9–11 sessies) 44
    3. Fase 3: Verbreden (4–7 sessies) 45
  32. 32 18.3 Kwaliteitsborging 45
  33. 33 18.4 Evaluatieonderzoek 45
  34. 34 Relationele Gezinstherapie is op FFT gebaseerd en doorontwikkeld om beter aan te sluiten bij de Nederlandse situatie en kent deels dezelfde uitgangspunten, principes en theoretische basis. Onderzoek naar FFT wordt dan ook gebruikt om de uitvoering en effectiviteit van Relationele Gezinstherapie te onderbouwen. 45
  35. 35 18.5 Aanpassingen voor verschillende culturele achtergronden 46
  36. 36 Achtergrond 46
  37. 37 Aanpassingen in Nederland 46
  38. 38 Voordelen en obstakels per groep 46
  39. 39 Culturele aanpassingen in de eerste fase (Verbinden) 46
  40. 40 Culturele aanpassingen in de veranderingsfase 47
  41. 41 18.6 Casus Farid 48
  42. 42 18.7 Tot besluit 48
  43. 43 19.1 Inleiding 48
  44. 44 19.2 MDFT in Justitiële Jeugdinrichtingen 49
    1. Wat is MDFT? 49
    2. Kenmerken van MDFT 49
    3. Intramurale toepassing (JJI’s) 50
    4. Vier domeinen MDFT 50
    5. Als de jongere zijn gedrag aanpast dankzij intramurale therapie, heeft dat weinig zin als er niet ook iets is veranderd in de gezagspositie van ouders en in de onderlinge relaties en communicatiepatronen binnen het gezin als de jongere weer naar huis terugkeert. MDFT onderscheidt vier domeinen in het leven van adolescenten: 50
    6. Hospitalisatie en identiteitsverlies voorkomen 51
  45. 45 19.3 Wegwijzer 51
    1. Hoofdgedachte 51
    2. Implementatie 51
    3. Uitgangspunten voor gezinstherapeuten en instellingsmedewerkers (Box 1) 51
    4. Kernsessie (Box 2) 51
    5. MDFT toepassen bij kort en bij lang verblijf 52
  46. 46 19.4 Casus Nicky 52
  47. 47 19.5 Discussie 53
  48. 48 Hoofdstuk 14 – Mentoring in de Jeugdzorg 54
    1. Inleiding 54
    2. Wat is een mentor? 54
    3. Effecten van mentorprogramma’s in de USA 55
    4. Mentorprogramma’s in Nederland 55
    5. Conceptuele onderbouwing 56
    6. De mentorrelatie 57
    7. Duur van de mentorrelatie 57
    8. Selectie van vrijwilligers 57
    9. Training en begeleiding van vrijwilligers 57
    10. Conclusie en discussie 58
  49. 49 Hoofdstuk 15 – De effectiviteit van Halt 58
    1. 15.1 Inleiding 58
    2. 15.2 Probleemstelling en onderzoeksdesign 59
    3. Probleemstelling 59
    4. 15.3 Zelfgerapporteerde criminaliteit 60
    5. 15.4 Geregistreerde criminaliteit 61
    6. 15.5 Effecten op gedrag 61
    7. 15.6 Recidive 62
    8. 15.7 Gedrag (verklarende factoren) 62
    9. 15.8 Conclusie 63
  50. 50 Hoofdstuk 16 – De leerstraf Tools4U in de praktijk 63
    1. 16.1 Inleiding 63
    2. 16.2 Tools4U 63
    3. 16.3 Drie trainingen – praktijkvoorbeelden 66
    4. 16.4 Conclusies en aanbevelingen 66
  51. 51 Hoofdstuk 21 – Individuele psychotherapie bij jeugdige veelplegers 67
    1. 21.1 Inleiding 67
    2. 21.2 Jeugdige veelplegers 68
    3. Opvallend is dan ook dat er geen protocollen zijn voor individuele psychotherapie bij jeugdige veelplegers met ontwikkelende persoonlijkheidsproblematiek. Het is een uiterst moeilijke groep om wekelijks in therapie te krijgen en het proces om de vermijding te doorbreken blijkt moeilijk in een protocol te vatten. 69
    4. 21.3 Bewustwordingsproces 69
    5. 21.4 Schematherapie 69
    6. 21.5 Motiverende gespreksvoering 70
    7. Therapeutische houding bij jeugdige veelplegers: 70
    8. 21.6 Vermijding doorbreken en gekleurde brillen afzetten 71
    9. 21.7 Conclusie 72
  52. 52 Hoofdstuk 12 – Schadelijke effecten van interventies 72
    1. 12.1 Inleiding 72
    2. 12.2 Peerinvloeden 73
    3. 12.3 De ‘Adolescent Transitions Program Study’ (ATP) 74
    4. 12.4 De ‘Cambridge-Somerville Youth Study’ (CSYS) evaluatie 75
    5. 12.5 Tot besluit 76
  53. 53 JC 25 – Stoppen of doorgaan? 76
    1. Inleiding 76
    2. 25.1 Theoretische kaders 77
    3. 25.2 Empirisch onderzoek 79
  54. 54 JC 26 – Werk, uitkeringen en criminaliteit 81
  55. 55 Inleiding 81
    1. Onderzoeksvragen 81
    2. 26.1 Theorie en eerder onderzoek 82
    3. 26.2 Methode 83
    4. 26.3 Resultaten 83
    5. 26.4 Discussie 84
  56. 56 JC 27 – Financiële onafhankelijkheid en stoppen met delinquentie tijdens jongvolwassenheid 85
    1. 27.1 Introductie 85
    2. 27.2 Opzet van de studie 87
    3. 27.3 Resultaten 88
    4. 27.4 Discussie 89
    5. 27.5 Conclusie 89
  57. 57 JC 28 – Eruit groeien, calculeren en eruit breken 90
    1. Inleiding 90
    2. 28.1 Verklaringen voor desistance from crime 90
    3. 28.2 Eruit groeien en eruit breken 91
    4. 28.3 De longitudinale studie 92
    5. 28.4 Bevindingen uit drie meetmomenten 92
    6. 28.5 Fasen in het desistanceproces 93
    7. 28.6 Conclusies 94

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789462361874 Edition: 4

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1, 3, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 16, 19, 20, 21, 23, 25, 26, 27, 28
Uploaded on
October 6, 2025
Number of pages
94
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.48
Purchased by 5 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
bibivanwerven
3.8
(5)
Sold
56
Followers
0
Items
5
Last sold
6 hours ago


Reviews from verified buyers

11 months ago

`hey I had already messaged you but got no response from you. Can you tell me why you gave me 1 star?




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions