Anatomie van de baby mond, aanleggen WHO, BFHI
Leerdoelen:
o De fysiologie en de anatomie van de mond van de baby, in functie
van borstvoeding, beschrijven.
o Het mechanisme van de zoek/zuigreflex en de lactatie reflex
verklaren in relatie met de mond van de baby.
o Beschrijven hoe dynamisch zuigen in mekaar zit.
o Kennis en inzicht in de basistheorie i.v.m. borstvoeding
o Kennis en inzicht in de tien vuistregels van de borstvoeding
o Kennis en inzicht in de correcte aanlegtechniek
o Kennis en inzicht in een fysiologisch borstvoedingsverloop
o Inzicht en kunde in de belangrijke rol van de vroedvrouw tijdens de
begeleiding van borstvoeding
o Kan je informatie verstrekken aan de ouders betreffende
borstvoeding
o Na het doornemen van dit cursusdeeltje en de brochure BFHI, in link
weergegeven en zelf op te zoeken, ken je het doel van het BFHI en
weet je globaal wat dit inhoudt.
o Uitleggen wat het doel is van de 10 vuistregels en waartoe zij
bijdragen.
o De 10 vuistregels benoemen en weten wat ze inhouden
o Sommige vuistregels toepassen in de practica
,Anatomie en fysiologie van de baby
Ontwikkeling (bijzaak)
• 11 weken: foetus slikt
• 24 weken: zuigreflex is ontwikkeld
• 32 weken: zoekreflex + combinatie zuigen en slikken is ontwikkeld
• 37 weken: coördinatie van zuigen slikken ademen is goed
Mond baby
• Gesloten mond: tong vult de hele mondholte
• Bij de geboorte: mondholte van de baby klein
• De onderkaak is klein en wat teruggelegen
• Het gehemelte is vlakker dan bij een volwassene
• De inhoud van de mondholte neemt gedurende het eerste jaar toe
• Het frenulum : (= tongriem = leletje onder je tong)
1) Verankert de tong aan de bodem van de mond
2) Indien te kort is kan dat het voeden belemmeren
• Vetkussentjes in wangen: stabiliteit tijdens het voeden
• Positie van de tong tijdens het aanhappen is belangrijk: laag op de
bodem van de mond!
• Wanneer de baby de tong omhoog krult belemmert dit
het aanleggen
• Baby kan na de geboorte direct proeven (reageert vooral op zoet)
De prikkel van het babymondje
• Aanraken / zuigen op tepel = grote stimulans tot de melkejectie =
toeschieten van de melk = de lactatiereflex
• Mechanisme van de lactatiereflex = milk ejection =
toeschietingsreflex let down reflex = tepelreflex
Zuigen
prikkelt de zenuwen in de tepel
afferente zenuwprikkels worden gezonden naar de hersenen
hypothalamus
hypofyse-achterkwab geeft oxytocine af aan de bloedsomloop
prikkel naar de borstklier
oxytocine oefent werking uit op cellen van de alveoli en ductuli
samentrekken
melk van de alveoli in de melkkanaaltjes geperst
, Fysiologie van het zuigen:
Babymondje prikkelt de tepel, gaat open en hapt groot
De baby neemt de borst ver in de mond
De lippen sluiten mondholte luchtdicht af
Ontstaan vacuüm: dus een NEGATIEVE
druk, waardoor de borst op zijn plaats blijft en een beetje melk uit de borst
wordt gezogen
De kaken, tong en gehemelte masseren de melkkanalen
Hierdoor ontstaat een POSITIEVE druk, die de melk uit de melkkanalen
drukt
Dynamisme van het zuigen
• Het is een zeer ingewikkeld samenspel van positieve en negatieve
druk en hormoonwerking
• Baby’s zuigen en slikken met een frequentie van 1x per seconde
• Als de melkstroom langzamer is zal de baby de
zuigsnelheid verdubbelen
• Zie ook fysiologie van het zuigen
Borstvoeding / het aanleggen van de neonatus
Voedingssignalen
Vroeg
1. Wiebelen, bewegen armen en benen
2. Handen naar de mond brengen
3. Tong uitsteken, zoekreflex hoofd
Leerdoelen:
o De fysiologie en de anatomie van de mond van de baby, in functie
van borstvoeding, beschrijven.
o Het mechanisme van de zoek/zuigreflex en de lactatie reflex
verklaren in relatie met de mond van de baby.
o Beschrijven hoe dynamisch zuigen in mekaar zit.
o Kennis en inzicht in de basistheorie i.v.m. borstvoeding
o Kennis en inzicht in de tien vuistregels van de borstvoeding
o Kennis en inzicht in de correcte aanlegtechniek
o Kennis en inzicht in een fysiologisch borstvoedingsverloop
o Inzicht en kunde in de belangrijke rol van de vroedvrouw tijdens de
begeleiding van borstvoeding
o Kan je informatie verstrekken aan de ouders betreffende
borstvoeding
o Na het doornemen van dit cursusdeeltje en de brochure BFHI, in link
weergegeven en zelf op te zoeken, ken je het doel van het BFHI en
weet je globaal wat dit inhoudt.
o Uitleggen wat het doel is van de 10 vuistregels en waartoe zij
bijdragen.
o De 10 vuistregels benoemen en weten wat ze inhouden
o Sommige vuistregels toepassen in de practica
,Anatomie en fysiologie van de baby
Ontwikkeling (bijzaak)
• 11 weken: foetus slikt
• 24 weken: zuigreflex is ontwikkeld
• 32 weken: zoekreflex + combinatie zuigen en slikken is ontwikkeld
• 37 weken: coördinatie van zuigen slikken ademen is goed
Mond baby
• Gesloten mond: tong vult de hele mondholte
• Bij de geboorte: mondholte van de baby klein
• De onderkaak is klein en wat teruggelegen
• Het gehemelte is vlakker dan bij een volwassene
• De inhoud van de mondholte neemt gedurende het eerste jaar toe
• Het frenulum : (= tongriem = leletje onder je tong)
1) Verankert de tong aan de bodem van de mond
2) Indien te kort is kan dat het voeden belemmeren
• Vetkussentjes in wangen: stabiliteit tijdens het voeden
• Positie van de tong tijdens het aanhappen is belangrijk: laag op de
bodem van de mond!
• Wanneer de baby de tong omhoog krult belemmert dit
het aanleggen
• Baby kan na de geboorte direct proeven (reageert vooral op zoet)
De prikkel van het babymondje
• Aanraken / zuigen op tepel = grote stimulans tot de melkejectie =
toeschieten van de melk = de lactatiereflex
• Mechanisme van de lactatiereflex = milk ejection =
toeschietingsreflex let down reflex = tepelreflex
Zuigen
prikkelt de zenuwen in de tepel
afferente zenuwprikkels worden gezonden naar de hersenen
hypothalamus
hypofyse-achterkwab geeft oxytocine af aan de bloedsomloop
prikkel naar de borstklier
oxytocine oefent werking uit op cellen van de alveoli en ductuli
samentrekken
melk van de alveoli in de melkkanaaltjes geperst
, Fysiologie van het zuigen:
Babymondje prikkelt de tepel, gaat open en hapt groot
De baby neemt de borst ver in de mond
De lippen sluiten mondholte luchtdicht af
Ontstaan vacuüm: dus een NEGATIEVE
druk, waardoor de borst op zijn plaats blijft en een beetje melk uit de borst
wordt gezogen
De kaken, tong en gehemelte masseren de melkkanalen
Hierdoor ontstaat een POSITIEVE druk, die de melk uit de melkkanalen
drukt
Dynamisme van het zuigen
• Het is een zeer ingewikkeld samenspel van positieve en negatieve
druk en hormoonwerking
• Baby’s zuigen en slikken met een frequentie van 1x per seconde
• Als de melkstroom langzamer is zal de baby de
zuigsnelheid verdubbelen
• Zie ook fysiologie van het zuigen
Borstvoeding / het aanleggen van de neonatus
Voedingssignalen
Vroeg
1. Wiebelen, bewegen armen en benen
2. Handen naar de mond brengen
3. Tong uitsteken, zoekreflex hoofd