Onderwijsgroep 5. Ontwikkelingspsychologie
Leerdoelen bij probleem 1.
Gelezen bronnen:
Hoofdstuk 3 en 4 uit Developmental Psychology1
Hoofdstuk 3 uit Child Development2
Hoe ontwikkelt een kind zich tijdens de zwangerschap?
1. Periode van de zygote1
Van de conceptie tot de ontwikkeling van een organisme (10-14 dagen)
Zygote gaat van eileiders naar de baarmoeder (mitosis vindt plaats)
De twee cellen delen zich verder en worden een soort bal (blastocyst)
De binnenkant wordt het embryo, de buitenkant een beschermlaag
Embryo hecht zich aan het slijmvlies in de baarmoeder
Andion: vruchtzak, regelt temperatuur
Chorion: zorgt voor voeding
Placenta: zorgt voor voeding, afvoer en zuurstof
Navelstreng: verbinding tussen moeder en kind
2. Periode van het embryo1
Week 3 tot eind week 8
Ectoderm: zenuwstelsel, huid en haren
Mesoderm: spieren, botten en bloedsomloop
Endoderm: spijsvertering, longen, urinewegen en andere vitale organen zoals
de alvleesklier en de lever
Vanaf de tweede maand wordt het steeds meer een mensje; aan het eind
worden de ledematen meer gevormd
Aan het eind ongeveer 2,5cm lang en weegt ongeveer 7 gram
3. Periode van de foetus1
Week 9 tot geboorte
In week 20 is het geslacht zichtbaar
Snelle groei en afwerking van alle orgaansystemen
Foetus begint te bewegen, te voelen en gedrag te vertonen
Ook ontstaan nu de karaktereigenschappen
Bescherming van de baby (huid en temperatuur);
Fernix: vetlaag op de huid
Lanugo: donshaar
Age of viability: tussen week 22 en 28 kan de baby overleven buiten de
baarmoeder
Wat kan de zwangerschap van buitenaf beïnvloeden? (negatief)
Teratogenen: externe factoren die de ontwikkeling van het embryo of de foetus aantasten
door fysieke misvormingen, groeiachterstanden, blindheid, hersenbeschadiging of zelfs de
dood te veroorzaken.1
Gevoelige periode: wanneer een organisme het meest ontvankelijk is voor
omgevingsinvloeden, buiten deze periode moeten deze invloeden veel sterker te zijn om het
zelfde effect te bereiken.
Andere invloeden: indirecte invloed (vader), intensiteit, duur en dosis van de teratogenen en
meerdere teratogenen kunnen elkaar versterken.
Moeder1
Ziektes van de moeder (problemen tijdens de geboorte)
Seksueel overdraagbare ziektes
Syfilis (miskraam, oog-, oor-, bot-, hart- of hersenbeschadiging)
Genitale herpes (dood 1/3, 25-30% neurologische problemen, keizersnede)
AIDS (immunodeficiëntiesyndroom) (doorgeven via placenta, vloeistoffen van de
moeder bij de geboorte of borstvoeding)
Leerdoelen bij probleem 1.
Gelezen bronnen:
Hoofdstuk 3 en 4 uit Developmental Psychology1
Hoofdstuk 3 uit Child Development2
Hoe ontwikkelt een kind zich tijdens de zwangerschap?
1. Periode van de zygote1
Van de conceptie tot de ontwikkeling van een organisme (10-14 dagen)
Zygote gaat van eileiders naar de baarmoeder (mitosis vindt plaats)
De twee cellen delen zich verder en worden een soort bal (blastocyst)
De binnenkant wordt het embryo, de buitenkant een beschermlaag
Embryo hecht zich aan het slijmvlies in de baarmoeder
Andion: vruchtzak, regelt temperatuur
Chorion: zorgt voor voeding
Placenta: zorgt voor voeding, afvoer en zuurstof
Navelstreng: verbinding tussen moeder en kind
2. Periode van het embryo1
Week 3 tot eind week 8
Ectoderm: zenuwstelsel, huid en haren
Mesoderm: spieren, botten en bloedsomloop
Endoderm: spijsvertering, longen, urinewegen en andere vitale organen zoals
de alvleesklier en de lever
Vanaf de tweede maand wordt het steeds meer een mensje; aan het eind
worden de ledematen meer gevormd
Aan het eind ongeveer 2,5cm lang en weegt ongeveer 7 gram
3. Periode van de foetus1
Week 9 tot geboorte
In week 20 is het geslacht zichtbaar
Snelle groei en afwerking van alle orgaansystemen
Foetus begint te bewegen, te voelen en gedrag te vertonen
Ook ontstaan nu de karaktereigenschappen
Bescherming van de baby (huid en temperatuur);
Fernix: vetlaag op de huid
Lanugo: donshaar
Age of viability: tussen week 22 en 28 kan de baby overleven buiten de
baarmoeder
Wat kan de zwangerschap van buitenaf beïnvloeden? (negatief)
Teratogenen: externe factoren die de ontwikkeling van het embryo of de foetus aantasten
door fysieke misvormingen, groeiachterstanden, blindheid, hersenbeschadiging of zelfs de
dood te veroorzaken.1
Gevoelige periode: wanneer een organisme het meest ontvankelijk is voor
omgevingsinvloeden, buiten deze periode moeten deze invloeden veel sterker te zijn om het
zelfde effect te bereiken.
Andere invloeden: indirecte invloed (vader), intensiteit, duur en dosis van de teratogenen en
meerdere teratogenen kunnen elkaar versterken.
Moeder1
Ziektes van de moeder (problemen tijdens de geboorte)
Seksueel overdraagbare ziektes
Syfilis (miskraam, oog-, oor-, bot-, hart- of hersenbeschadiging)
Genitale herpes (dood 1/3, 25-30% neurologische problemen, keizersnede)
AIDS (immunodeficiëntiesyndroom) (doorgeven via placenta, vloeistoffen van de
moeder bij de geboorte of borstvoeding)