OVERZICHT VAN HET BELGISCH ALGEMEEN STRAFRECHT
4 delen:
1. Strafwet
2. Misdrijf
3. Dader
4. Straf
INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. BEGRIPSBEPALING
I. BEPALING VAN HET STRAFRECHT
Recht is afdwingbaar -> dit is maar zo wanneer een overtreding van het recht gesanctioneerd kan worden.
Verschillende sanctiesystemen: burgerlijke, administratieve (gasboetes), disciplinaire (tucht) … sancties en
strafsancties of straffen
⇨ Strafsancties of straffen: ter bescherming van de menselijke persoon of van de eigendommen
⇨ Morele regels niet opgenomen in Sw.
Strafsanctie: laatste redmiddel om regel na te leven, overtreding ervan te sanctioneren
Strafrecht:
Beschermd rechtsgoederen (de mens en zijn eigendommen beschermen)
Buiten strafrecht zijn er bijzondere wetten (dierenbeschermingswetten)
Misdrijf staat straf en sanctie wordt opgelegd aan dader
Strafrecht: 3 kenmerken
1. Publiek recht
2. Legaal recht
3. Sanctierecht
Positief strafrecht: beoogt de handhaving van een aantal waarden in een bepaald land op een gegeven
ogenblik.
⇨ Wat het strafrecht beschermd ≠ statisch, maar varieert in ruimte en tijd
Positief strafrecht = geldende strafrecht (vastgelegd in verdragen, wetten, decreten…) <-> Wijsgerig strafrecht
Filosofisch strafrecht: verantwoording iemand straft
Strafrecht: kernbegrippen
1. Misdrijven
2. Sancties
3. Daders
,Strafrecht: definitie
= Geheel van wetsbepalingen
⇨ Die strafbare gedragingen aangeven en sancties bepalen, hetzij straffen, hetzij
beveiligingsmaatregelen, die op daders toepasselijk zijn
⇨ Die algemene principes weergeven die op bestraffing van die daders van toepassing zijn
• Er moet een begin van uitvoering zijn om strafbaar te zijn, voorbereidingshandelingen zijn niet
strafbaar tenzij je bv. wapen koopt om iemand er later mee te vermoorden
Onderscheid tussen absolute en relatieve theorieën
⇨ Absolute leer: omdat misdaan is, moet de straf volgen. Er is een schuld aan de gemeenschap die
moet worden vereffend. De staat is gerechtigd om te bestraffen omdat er een misdrijf is gepleegd
⇨ Relatieve leer: straffen om een misdrijf te voorkomen. Er wordt niet gestraft omdat de betrokkene
het verdient, maar wel omdat het maatschappelijk nuttig is.
• tot inkeer brengen, preventieve en repressieve werking
In de praktijk: combinatie van beide theorieën, met nadruk op elementen uit relatieve theorie
Straftoemeting beïnvloedende regels om straf te bepalen, in bepaalde volgorde toepassen:
- op niveau dader
- op niveau misdrijf
- op niveau straf
Verjaring van straffen
Foltering en seksuele misdrijven tegen minderj onverjaarbaar
Eens verjaring ingetreden is het verworven
Strafrecht past zich aan de samenleving, evolueert mee met de tijd
II. KENMERKEN VAN HET STRAFRECHT
STRAFRECHT IS PUBLIEK RECHT
Bij het plegen van een misdrijf: vooral een verticale (publiekrechtelijke) rechtsverhouding tussen dader van
misdrijf en OH/gemeenschap = wezenskenmerk van het strafrecht (Procureur altijd aanwezig)
Het recht tot straffen wordt door de gemeenschap overgedragen aan staatsorganen, nl. het openbaar
ministerie.
⇨ ! MAAR, staat is geen noodzakelijk element van het strafrecht. Is enkel een tussenkomende macht,
doch geen grondelelement van het strafrecht.
⇨ ! Het openbaar ministerie vertegenwoordigd de gemeenschap en NIET de staat
Er kan door plegen van misdrijf ook horizontale (privaatrechtelijke) rechtsverhouding ontstaan, tussen dader van
misdrijf en slachtoffer ≠ wezenskenmerk van het strafrecht
1. Er zijn misdrijven zonder (identificeerbare) slachtoffers -> er ontstaat dan geen horizontale
rechtsverhouding door het plegen van het misdrijf.
Bv: bepaalde inbreuken op het wegverkeer, op de milieuwetgeving…
2. Zelfs al is er slachtoffer, er is in de regel geen initiatief vereist van het slachtoffer om de
strafprocedure mogelijk te maken, dader te kunnen vervolgen. Die strafprocedure wordt namens de
gemeenschap opgestart door het OM, niet namens het individueel slachtoffer.
▪ De strafvordering kan op gang worden gebracht zonder initiatief van het slachtoffer (en zelfs
tegen de wil van het slachtoffer)
, ▪ Enige uitzondering: klachtmisdrijven (bv: laster en eerroof) PdK wél kracht nodig v. slachtoffer
(niet meer in nieuw Sw.)
3. Het slachtoffer kan wel deelnemen aan de strafprocedure, het kan zelfs strafprocedure opstarten.
Maar de uitoefening van de strafvordering is het prerogatief van het OM.
▪ Het slachtoffer staat niet in voor het vorderen van straffen, maar kan wel schadevergoeding
vorderen.
Slachtoffer rechtstreeks dagvaarden v. dader
Zodra strafvordering ingesteld is slachtoffer ze kwijt, onderzoeksr. verder behandelen
Bij onderzoeksrechter klacht indienen met burgerlijke partijstelling tegen dader
Verdere uitvoering v. strafvordering is voor PdK, straf op zich vorderen
Slachtoffer enkel schadevergoeding vragen
De private verhouding tussen dader en slachtoffer beïnvloedt meer en meer het strafproces
⇨ Betrekken van het slachtoffer in de procedure van voorwaardelijke invrijheidstelling
⇨ Uitbreiding van mogelijkheden tot inzage in de lopende strafdossiers tot alle belanghebbenden
dader voorwaardelijk vrijgekomen, slachtoffer zal worden gehoord; strafuitvoeringsrb. beslist finaal, komen vrij
onder vwden (controle uitoefenen)
STRAFRECHT IS LEGAAL RECHT
Art. 12, 2e lid GW.: “Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt”
(nulla crime sine lege)
Art. 14 GW.: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet”
Legaliteitsbeginsel van incriminatie en van de straf in de Grondwet: niet vervolgd worden voor
gedragingen die – op ogenblik dat men ze stelde – geen misdrijf uitmaakten, alsook dat men niet veroordeeld
kan worden tot straffen die – op ogenblik van het plegen van het misdrijf – daarop niet gesteld waren.
= Waarborg van de burger tegen willekeur van de overheid
(Wet en straf moeten bestaan op moment van overtreding)
STRAFRECHT IS SANCTIERECHT
In het strafrecht treedt het publiek belang op de voorgrond -> straffen zijn gekenmerkt door leedtoevoeging,
die de schuldige treft in zijn vrijheid, zijn vermogen of zijn eer. (wezen vd straf)
⇨ De situatie van de dader vóór het plegen van het misdrijf is beter dan de situatie van de dader na het
ondergaan van de straf. (2de situatie moet slechter zijn)
⇨ Repressieve en preventieve werking
In privaatrecht: vooral particulier belang -> sancties streven het herstel van de geschonden regel na door
toekenning van schadevergoeding. (schadeherstel)
III. KERNBEGRIPPEN VAN HET STRAFRECHT
MISDRIJVEN
= overtreding van de strafwet (staan in Strafwetboek B2 + bijzondere wetten)
⇨ Zowel positieve daden (niet stelen, slaan..) als onthoudingen (niet helpen in nood, omissiedelicten)
kunnen misdrijven uitmaken. (gevaarzettingsdelict)
, STRAFRECHTELIJKE SANCTIES
= reacties op de schending van strafrechtelijke normen (zijn leedtoevoegend)
1. Een straf: opleggen van leed t.o.v. degenen die een inbreuk plegen op de norm (vrijheidsberoving,
aantasting van het vermogen, ontzetten uit sommige rechten)
2. Beveiligingsmaatregelen (t.o.v. geesteszieken en minderjarigen) (betere situaties)
3. Nieuwe straffen (werkstraf, elektronisch toezicht) of bestraffingsmodaliteiten (resocialiserend)
(uitstel, opschorting, probatie)
DADER
Sancties worden meer en meer geïndividualiseerd en afgestemd op de persoonlijkheid van de dader, zowel
op niveau van hun oplegging (bv keuze tussen gevangenisstraf of geldboete) als op niveau van de uitvoering
(bv met uitstel)
Niet enkel natuurlijke personen, maar ook vennootschappen e.d. kunnen strafrechtelijk vervolgd en
gesanctioneerd worden. (materieel en moreel (intentie) bestanddeel nodig)
Pas een kenmerk geworden vanaf de 19e eeuw. Mens van vlees en bloed.
Moet betrokken worden in het bestraffingsproces.
IV. INDELING VAN HET STRAFRECHT
Wat je wel en niet mag doen. En wat is de sanctie
In de ruime betekenis bestaat het strafrecht uit 2 takken:
1. Het formeel strafrecht = strafprocesrecht (= procedure die gevolgd wordt om een dader te straffen)
Wetboek strafvordering
2. Het materieel strafrecht
▪ Algemeen deel: regels die in principe van toepassing zijn op alle misdrijven, gepleegd door
gelijk welke dader (algemene principes)
▪ Boek 1 Strafwetboek
▪ Regels van herhaling, regels van strafbare deelneming
▪ Bijzonder deel: beschrijving van de verschillende misdrijven met delictsomschrijving en
toepasselijke straf, bijzondere regels… (2 delen: )
▪ Boek 2 Strafwetboek (= bijzonder strafrecht)
▪ Bijzondere strafwetten (bv: Fiscaal strafrecht, milieustrafrecht, economisch
strafrecht…) -> buiten het Strafwetboek, wijken soms af van algemeen strafrecht
(boek I) en van strafprocesrecht (formeel strafrecht))
3. Positief strafrecht, wijsgerig strafrecht
▪ Absolute: waarom straffen? Daarom
▪ Relatieve: gestraft omdat je niet meer zou zondigen (maatschappelijk nuttig) (preventief)
B. INHOUD EN INDELING VAN HET STRAFRECHT
Het strafrecht wordt ingedeeld in strafrecht van gemeen recht en de bijzondere strafwetten.
⇨ Strafrecht van gemeen recht: Strafwetboek met inbegrip van de wetten die het sindsdien hebben
gewijzigd of aangevuld, alsook de complementaire strafwetten.
= Het vaste, permanente deel van het strafrecht dat in principe onveranderlijk is
⇨ Bijzondere strafwetten: definiëren en sanctioneren misdrijven die niet in het strafrecht van gemeen
recht zijn opgenomen.
= Afzonderlijke wetten (wetten, decreten, verordeningen of besluiten) (veranderlijk)
4 delen:
1. Strafwet
2. Misdrijf
3. Dader
4. Straf
INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. BEGRIPSBEPALING
I. BEPALING VAN HET STRAFRECHT
Recht is afdwingbaar -> dit is maar zo wanneer een overtreding van het recht gesanctioneerd kan worden.
Verschillende sanctiesystemen: burgerlijke, administratieve (gasboetes), disciplinaire (tucht) … sancties en
strafsancties of straffen
⇨ Strafsancties of straffen: ter bescherming van de menselijke persoon of van de eigendommen
⇨ Morele regels niet opgenomen in Sw.
Strafsanctie: laatste redmiddel om regel na te leven, overtreding ervan te sanctioneren
Strafrecht:
Beschermd rechtsgoederen (de mens en zijn eigendommen beschermen)
Buiten strafrecht zijn er bijzondere wetten (dierenbeschermingswetten)
Misdrijf staat straf en sanctie wordt opgelegd aan dader
Strafrecht: 3 kenmerken
1. Publiek recht
2. Legaal recht
3. Sanctierecht
Positief strafrecht: beoogt de handhaving van een aantal waarden in een bepaald land op een gegeven
ogenblik.
⇨ Wat het strafrecht beschermd ≠ statisch, maar varieert in ruimte en tijd
Positief strafrecht = geldende strafrecht (vastgelegd in verdragen, wetten, decreten…) <-> Wijsgerig strafrecht
Filosofisch strafrecht: verantwoording iemand straft
Strafrecht: kernbegrippen
1. Misdrijven
2. Sancties
3. Daders
,Strafrecht: definitie
= Geheel van wetsbepalingen
⇨ Die strafbare gedragingen aangeven en sancties bepalen, hetzij straffen, hetzij
beveiligingsmaatregelen, die op daders toepasselijk zijn
⇨ Die algemene principes weergeven die op bestraffing van die daders van toepassing zijn
• Er moet een begin van uitvoering zijn om strafbaar te zijn, voorbereidingshandelingen zijn niet
strafbaar tenzij je bv. wapen koopt om iemand er later mee te vermoorden
Onderscheid tussen absolute en relatieve theorieën
⇨ Absolute leer: omdat misdaan is, moet de straf volgen. Er is een schuld aan de gemeenschap die
moet worden vereffend. De staat is gerechtigd om te bestraffen omdat er een misdrijf is gepleegd
⇨ Relatieve leer: straffen om een misdrijf te voorkomen. Er wordt niet gestraft omdat de betrokkene
het verdient, maar wel omdat het maatschappelijk nuttig is.
• tot inkeer brengen, preventieve en repressieve werking
In de praktijk: combinatie van beide theorieën, met nadruk op elementen uit relatieve theorie
Straftoemeting beïnvloedende regels om straf te bepalen, in bepaalde volgorde toepassen:
- op niveau dader
- op niveau misdrijf
- op niveau straf
Verjaring van straffen
Foltering en seksuele misdrijven tegen minderj onverjaarbaar
Eens verjaring ingetreden is het verworven
Strafrecht past zich aan de samenleving, evolueert mee met de tijd
II. KENMERKEN VAN HET STRAFRECHT
STRAFRECHT IS PUBLIEK RECHT
Bij het plegen van een misdrijf: vooral een verticale (publiekrechtelijke) rechtsverhouding tussen dader van
misdrijf en OH/gemeenschap = wezenskenmerk van het strafrecht (Procureur altijd aanwezig)
Het recht tot straffen wordt door de gemeenschap overgedragen aan staatsorganen, nl. het openbaar
ministerie.
⇨ ! MAAR, staat is geen noodzakelijk element van het strafrecht. Is enkel een tussenkomende macht,
doch geen grondelelement van het strafrecht.
⇨ ! Het openbaar ministerie vertegenwoordigd de gemeenschap en NIET de staat
Er kan door plegen van misdrijf ook horizontale (privaatrechtelijke) rechtsverhouding ontstaan, tussen dader van
misdrijf en slachtoffer ≠ wezenskenmerk van het strafrecht
1. Er zijn misdrijven zonder (identificeerbare) slachtoffers -> er ontstaat dan geen horizontale
rechtsverhouding door het plegen van het misdrijf.
Bv: bepaalde inbreuken op het wegverkeer, op de milieuwetgeving…
2. Zelfs al is er slachtoffer, er is in de regel geen initiatief vereist van het slachtoffer om de
strafprocedure mogelijk te maken, dader te kunnen vervolgen. Die strafprocedure wordt namens de
gemeenschap opgestart door het OM, niet namens het individueel slachtoffer.
▪ De strafvordering kan op gang worden gebracht zonder initiatief van het slachtoffer (en zelfs
tegen de wil van het slachtoffer)
, ▪ Enige uitzondering: klachtmisdrijven (bv: laster en eerroof) PdK wél kracht nodig v. slachtoffer
(niet meer in nieuw Sw.)
3. Het slachtoffer kan wel deelnemen aan de strafprocedure, het kan zelfs strafprocedure opstarten.
Maar de uitoefening van de strafvordering is het prerogatief van het OM.
▪ Het slachtoffer staat niet in voor het vorderen van straffen, maar kan wel schadevergoeding
vorderen.
Slachtoffer rechtstreeks dagvaarden v. dader
Zodra strafvordering ingesteld is slachtoffer ze kwijt, onderzoeksr. verder behandelen
Bij onderzoeksrechter klacht indienen met burgerlijke partijstelling tegen dader
Verdere uitvoering v. strafvordering is voor PdK, straf op zich vorderen
Slachtoffer enkel schadevergoeding vragen
De private verhouding tussen dader en slachtoffer beïnvloedt meer en meer het strafproces
⇨ Betrekken van het slachtoffer in de procedure van voorwaardelijke invrijheidstelling
⇨ Uitbreiding van mogelijkheden tot inzage in de lopende strafdossiers tot alle belanghebbenden
dader voorwaardelijk vrijgekomen, slachtoffer zal worden gehoord; strafuitvoeringsrb. beslist finaal, komen vrij
onder vwden (controle uitoefenen)
STRAFRECHT IS LEGAAL RECHT
Art. 12, 2e lid GW.: “Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt”
(nulla crime sine lege)
Art. 14 GW.: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet”
Legaliteitsbeginsel van incriminatie en van de straf in de Grondwet: niet vervolgd worden voor
gedragingen die – op ogenblik dat men ze stelde – geen misdrijf uitmaakten, alsook dat men niet veroordeeld
kan worden tot straffen die – op ogenblik van het plegen van het misdrijf – daarop niet gesteld waren.
= Waarborg van de burger tegen willekeur van de overheid
(Wet en straf moeten bestaan op moment van overtreding)
STRAFRECHT IS SANCTIERECHT
In het strafrecht treedt het publiek belang op de voorgrond -> straffen zijn gekenmerkt door leedtoevoeging,
die de schuldige treft in zijn vrijheid, zijn vermogen of zijn eer. (wezen vd straf)
⇨ De situatie van de dader vóór het plegen van het misdrijf is beter dan de situatie van de dader na het
ondergaan van de straf. (2de situatie moet slechter zijn)
⇨ Repressieve en preventieve werking
In privaatrecht: vooral particulier belang -> sancties streven het herstel van de geschonden regel na door
toekenning van schadevergoeding. (schadeherstel)
III. KERNBEGRIPPEN VAN HET STRAFRECHT
MISDRIJVEN
= overtreding van de strafwet (staan in Strafwetboek B2 + bijzondere wetten)
⇨ Zowel positieve daden (niet stelen, slaan..) als onthoudingen (niet helpen in nood, omissiedelicten)
kunnen misdrijven uitmaken. (gevaarzettingsdelict)
, STRAFRECHTELIJKE SANCTIES
= reacties op de schending van strafrechtelijke normen (zijn leedtoevoegend)
1. Een straf: opleggen van leed t.o.v. degenen die een inbreuk plegen op de norm (vrijheidsberoving,
aantasting van het vermogen, ontzetten uit sommige rechten)
2. Beveiligingsmaatregelen (t.o.v. geesteszieken en minderjarigen) (betere situaties)
3. Nieuwe straffen (werkstraf, elektronisch toezicht) of bestraffingsmodaliteiten (resocialiserend)
(uitstel, opschorting, probatie)
DADER
Sancties worden meer en meer geïndividualiseerd en afgestemd op de persoonlijkheid van de dader, zowel
op niveau van hun oplegging (bv keuze tussen gevangenisstraf of geldboete) als op niveau van de uitvoering
(bv met uitstel)
Niet enkel natuurlijke personen, maar ook vennootschappen e.d. kunnen strafrechtelijk vervolgd en
gesanctioneerd worden. (materieel en moreel (intentie) bestanddeel nodig)
Pas een kenmerk geworden vanaf de 19e eeuw. Mens van vlees en bloed.
Moet betrokken worden in het bestraffingsproces.
IV. INDELING VAN HET STRAFRECHT
Wat je wel en niet mag doen. En wat is de sanctie
In de ruime betekenis bestaat het strafrecht uit 2 takken:
1. Het formeel strafrecht = strafprocesrecht (= procedure die gevolgd wordt om een dader te straffen)
Wetboek strafvordering
2. Het materieel strafrecht
▪ Algemeen deel: regels die in principe van toepassing zijn op alle misdrijven, gepleegd door
gelijk welke dader (algemene principes)
▪ Boek 1 Strafwetboek
▪ Regels van herhaling, regels van strafbare deelneming
▪ Bijzonder deel: beschrijving van de verschillende misdrijven met delictsomschrijving en
toepasselijke straf, bijzondere regels… (2 delen: )
▪ Boek 2 Strafwetboek (= bijzonder strafrecht)
▪ Bijzondere strafwetten (bv: Fiscaal strafrecht, milieustrafrecht, economisch
strafrecht…) -> buiten het Strafwetboek, wijken soms af van algemeen strafrecht
(boek I) en van strafprocesrecht (formeel strafrecht))
3. Positief strafrecht, wijsgerig strafrecht
▪ Absolute: waarom straffen? Daarom
▪ Relatieve: gestraft omdat je niet meer zou zondigen (maatschappelijk nuttig) (preventief)
B. INHOUD EN INDELING VAN HET STRAFRECHT
Het strafrecht wordt ingedeeld in strafrecht van gemeen recht en de bijzondere strafwetten.
⇨ Strafrecht van gemeen recht: Strafwetboek met inbegrip van de wetten die het sindsdien hebben
gewijzigd of aangevuld, alsook de complementaire strafwetten.
= Het vaste, permanente deel van het strafrecht dat in principe onveranderlijk is
⇨ Bijzondere strafwetten: definiëren en sanctioneren misdrijven die niet in het strafrecht van gemeen
recht zijn opgenomen.
= Afzonderlijke wetten (wetten, decreten, verordeningen of besluiten) (veranderlijk)