• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 195 pages
Summary

Samenvatting strafrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 195 pages

Samenvatting strafrecht handboek aangevuld met lesnota's

Content preview

OVERZICHT VAN HET BELGISCH ALGEMEEN STRAFRECHT
4 delen:
1. Strafwet
2. Misdrijf
3. Dader
4. Straf



INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT


A. BEGRIPSBEPALING

I. BEPALING VAN HET STRAFRECHT

Recht is afdwingbaar -> dit is maar zo wanneer een overtreding van het recht gesanctioneerd kan worden.
Verschillende sanctiesystemen: burgerlijke, administratieve (gasboetes), disciplinaire (tucht) … sancties en
strafsancties of straffen
⇨ Strafsancties of straffen: ter bescherming van de menselijke persoon of van de eigendommen
⇨ Morele regels niet opgenomen in Sw.



Strafsanctie: laatste redmiddel om regel na te leven, overtreding ervan te sanctioneren

Strafrecht:

 Beschermd rechtsgoederen (de mens en zijn eigendommen beschermen)

 Buiten strafrecht zijn er bijzondere wetten (dierenbeschermingswetten)

 Misdrijf staat straf en sanctie wordt opgelegd aan dader


Strafrecht: 3 kenmerken
1. Publiek recht
2. Legaal recht
3. Sanctierecht


Positief strafrecht: beoogt de handhaving van een aantal waarden in een bepaald land op een gegeven
ogenblik.
⇨ Wat het strafrecht beschermd ≠ statisch, maar varieert in ruimte en tijd

Positief strafrecht = geldende strafrecht (vastgelegd in verdragen, wetten, decreten…) <-> Wijsgerig strafrecht

Filosofisch strafrecht: verantwoording iemand straft


Strafrecht: kernbegrippen
1. Misdrijven
2. Sancties
3. Daders

,Strafrecht: definitie
= Geheel van wetsbepalingen
⇨ Die strafbare gedragingen aangeven en sancties bepalen, hetzij straffen, hetzij
beveiligingsmaatregelen, die op daders toepasselijk zijn
⇨ Die algemene principes weergeven die op bestraffing van die daders van toepassing zijn
• Er moet een begin van uitvoering zijn om strafbaar te zijn, voorbereidingshandelingen zijn niet
strafbaar tenzij je bv. wapen koopt om iemand er later mee te vermoorden


Onderscheid tussen absolute en relatieve theorieën
⇨ Absolute leer: omdat misdaan is, moet de straf volgen. Er is een schuld aan de gemeenschap die
moet worden vereffend. De staat is gerechtigd om te bestraffen omdat er een misdrijf is gepleegd
⇨ Relatieve leer: straffen om een misdrijf te voorkomen. Er wordt niet gestraft omdat de betrokkene
het verdient, maar wel omdat het maatschappelijk nuttig is.
• tot inkeer brengen, preventieve en repressieve werking

 In de praktijk: combinatie van beide theorieën, met nadruk op elementen uit relatieve theorie


Straftoemeting beïnvloedende regels om straf te bepalen, in bepaalde volgorde toepassen:
- op niveau dader
- op niveau misdrijf
- op niveau straf

Verjaring van straffen
 Foltering en seksuele misdrijven tegen minderj onverjaarbaar
 Eens verjaring ingetreden is het verworven
 Strafrecht past zich aan de samenleving, evolueert mee met de tijd


II. KENMERKEN VAN HET STRAFRECHT

STRAFRECHT IS PUBLIEK RECHT

Bij het plegen van een misdrijf: vooral een verticale (publiekrechtelijke) rechtsverhouding tussen dader van
misdrijf en OH/gemeenschap = wezenskenmerk van het strafrecht (Procureur altijd aanwezig)


Het recht tot straffen wordt door de gemeenschap overgedragen aan staatsorganen, nl. het openbaar
ministerie.
⇨ ! MAAR, staat is geen noodzakelijk element van het strafrecht. Is enkel een tussenkomende macht,
doch geen grondelelement van het strafrecht.
⇨ ! Het openbaar ministerie vertegenwoordigd de gemeenschap en NIET de staat


Er kan door plegen van misdrijf ook horizontale (privaatrechtelijke) rechtsverhouding ontstaan, tussen dader van
misdrijf en slachtoffer ≠ wezenskenmerk van het strafrecht
1. Er zijn misdrijven zonder (identificeerbare) slachtoffers -> er ontstaat dan geen horizontale
rechtsverhouding door het plegen van het misdrijf.
Bv: bepaalde inbreuken op het wegverkeer, op de milieuwetgeving…

2. Zelfs al is er slachtoffer, er is in de regel geen initiatief vereist van het slachtoffer om de
strafprocedure mogelijk te maken, dader te kunnen vervolgen. Die strafprocedure wordt namens de
gemeenschap opgestart door het OM, niet namens het individueel slachtoffer.
▪ De strafvordering kan op gang worden gebracht zonder initiatief van het slachtoffer (en zelfs
tegen de wil van het slachtoffer)

, ▪ Enige uitzondering: klachtmisdrijven (bv: laster en eerroof) PdK wél kracht nodig v. slachtoffer
(niet meer in nieuw Sw.)


3. Het slachtoffer kan wel deelnemen aan de strafprocedure, het kan zelfs strafprocedure opstarten.
Maar de uitoefening van de strafvordering is het prerogatief van het OM.
▪ Het slachtoffer staat niet in voor het vorderen van straffen, maar kan wel schadevergoeding
vorderen.
 Slachtoffer rechtstreeks dagvaarden v. dader
 Zodra strafvordering ingesteld is slachtoffer ze kwijt, onderzoeksr. verder behandelen
 Bij onderzoeksrechter klacht indienen met burgerlijke partijstelling tegen dader
 Verdere uitvoering v. strafvordering is voor PdK, straf op zich vorderen
 Slachtoffer enkel schadevergoeding vragen

De private verhouding tussen dader en slachtoffer beïnvloedt meer en meer het strafproces
⇨ Betrekken van het slachtoffer in de procedure van voorwaardelijke invrijheidstelling
⇨ Uitbreiding van mogelijkheden tot inzage in de lopende strafdossiers tot alle belanghebbenden

 dader voorwaardelijk vrijgekomen, slachtoffer zal worden gehoord; strafuitvoeringsrb. beslist finaal, komen vrij
onder vwden (controle uitoefenen)

STRAFRECHT IS LEGAAL RECHT

Art. 12, 2e lid GW.: “Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt”
(nulla crime sine lege)
Art. 14 GW.: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet”


 Legaliteitsbeginsel van incriminatie en van de straf in de Grondwet: niet vervolgd worden voor
gedragingen die – op ogenblik dat men ze stelde – geen misdrijf uitmaakten, alsook dat men niet veroordeeld
kan worden tot straffen die – op ogenblik van het plegen van het misdrijf – daarop niet gesteld waren.
= Waarborg van de burger tegen willekeur van de overheid
(Wet en straf moeten bestaan op moment van overtreding)

STRAFRECHT IS SANCTIERECHT

In het strafrecht treedt het publiek belang op de voorgrond -> straffen zijn gekenmerkt door leedtoevoeging,
die de schuldige treft in zijn vrijheid, zijn vermogen of zijn eer. (wezen vd straf)
⇨ De situatie van de dader vóór het plegen van het misdrijf is beter dan de situatie van de dader na het
ondergaan van de straf. (2de situatie moet slechter zijn)
⇨ Repressieve en preventieve werking
In privaatrecht: vooral particulier belang -> sancties streven het herstel van de geschonden regel na door
toekenning van schadevergoeding. (schadeherstel)

III. KERNBEGRIPPEN VAN HET STRAFRECHT

MISDRIJVEN

= overtreding van de strafwet (staan in Strafwetboek B2 + bijzondere wetten)
⇨ Zowel positieve daden (niet stelen, slaan..) als onthoudingen (niet helpen in nood, omissiedelicten)
kunnen misdrijven uitmaken. (gevaarzettingsdelict)

, STRAFRECHTELIJKE SANCTIES

= reacties op de schending van strafrechtelijke normen (zijn leedtoevoegend)
1. Een straf: opleggen van leed t.o.v. degenen die een inbreuk plegen op de norm (vrijheidsberoving,
aantasting van het vermogen, ontzetten uit sommige rechten)
2. Beveiligingsmaatregelen (t.o.v. geesteszieken en minderjarigen) (betere situaties)
3. Nieuwe straffen (werkstraf, elektronisch toezicht) of bestraffingsmodaliteiten (resocialiserend)
(uitstel, opschorting, probatie)

DADER

Sancties worden meer en meer geïndividualiseerd en afgestemd op de persoonlijkheid van de dader, zowel
op niveau van hun oplegging (bv keuze tussen gevangenisstraf of geldboete) als op niveau van de uitvoering
(bv met uitstel)
Niet enkel natuurlijke personen, maar ook vennootschappen e.d. kunnen strafrechtelijk vervolgd en
gesanctioneerd worden. (materieel en moreel (intentie) bestanddeel nodig)
Pas een kenmerk geworden vanaf de 19e eeuw. Mens van vlees en bloed.
Moet betrokken worden in het bestraffingsproces.

IV. INDELING VAN HET STRAFRECHT


Wat je wel en niet mag doen. En wat is de sanctie

In de ruime betekenis bestaat het strafrecht uit 2 takken:
1. Het formeel strafrecht = strafprocesrecht (= procedure die gevolgd wordt om een dader te straffen)
Wetboek strafvordering
2. Het materieel strafrecht
▪ Algemeen deel: regels die in principe van toepassing zijn op alle misdrijven, gepleegd door
gelijk welke dader (algemene principes)
▪ Boek 1 Strafwetboek
▪ Regels van herhaling, regels van strafbare deelneming
▪ Bijzonder deel: beschrijving van de verschillende misdrijven met delictsomschrijving en
toepasselijke straf, bijzondere regels… (2 delen: )
▪ Boek 2 Strafwetboek (= bijzonder strafrecht)
▪ Bijzondere strafwetten (bv: Fiscaal strafrecht, milieustrafrecht, economisch
strafrecht…) -> buiten het Strafwetboek, wijken soms af van algemeen strafrecht
(boek I) en van strafprocesrecht (formeel strafrecht))
3. Positief strafrecht, wijsgerig strafrecht
▪ Absolute: waarom straffen? Daarom
▪ Relatieve: gestraft omdat je niet meer zou zondigen (maatschappelijk nuttig) (preventief)


B. INHOUD EN INDELING VAN HET STRAFRECHT

Het strafrecht wordt ingedeeld in strafrecht van gemeen recht en de bijzondere strafwetten.
⇨ Strafrecht van gemeen recht: Strafwetboek met inbegrip van de wetten die het sindsdien hebben
gewijzigd of aangevuld, alsook de complementaire strafwetten.
= Het vaste, permanente deel van het strafrecht dat in principe onveranderlijk is
⇨ Bijzondere strafwetten: definiëren en sanctioneren misdrijven die niet in het strafrecht van gemeen
recht zijn opgenomen.
= Afzonderlijke wetten (wetten, decreten, verordeningen of besluiten) (veranderlijk)

Table of contents

  1. 01 ! Het openbaar ministerie vertegenwoordigd de gemeenschap en NIET de staat 2
  2. 02 1. BEGRIP 7
  3. 03 2. DRAAGWIJDTE VAN HET LEGALITEITSBEGINSEL 7
  4. 04 3. CONTROLE VAN LEGALITEITSBEGINSEL 8
  5. 05 4. TOETSING AAN HOGERE NORMEN 8
  6. 06 1. INTERPRETATIEMIDDELEN 10
  7. 07 2 UITGESTREKTHEID VAN DE INTERPRETATIEMACHT VAN DE STRAFRECHTER 10
  8. 08 1. DE INWERKINGTREDING VAN DE STRAFWETTEN 11
  9. 09 2. DE OPHEFFING VAN STRAFWETTEN 11
  10. 10 1. ARTIKEL 2 STRAFWETBOEK 11
  11. 11 2. DE NIET-TERUGWERKENDE KRACHT VAN DE STRAFWET 12
  12. 12 3. DE TERUGWERKENDE KRACHT VAN DE MINST ZWARE WET 13
    1. a. de rechtsregel 13
    2. b. toepassingen van de rechtsregel 13
    3. c) uitzonderingen op de regel van de toepassing van de zachtere strafwet 17
  13. 13 HOC 27/02/’25: 19
  14. 14 4. DE ONMIDDELIJKE TOEPASSING VAN FORMELE STRAFWETTEN 19
  15. 15 1. HET BEGRIP 21
  16. 16 2. OMSCHRIJVING VAN HET GRONDGEBIED 22
  17. 17 1. STAATSRECHTELIJKE UITZONDERINGEN 24
  18. 18 2. VOLKENRECHTELIJKE UITZONDERINGEN 26
    1. DOEL: 28
  19. 19 1. OPZETTELIJKE MISDRIJVEN 32
  20. 20 2. ONACHTZAAMHEIDSMISDRIJVEN 33
  21. 21 3. MOREEL BESTANDDEEL NSW (art. 7 NSW) 34
  22. 22 Reglementaire misdrijven 34
  23. 23 Bijzondere strafwetten en boek II 34
  24. 24 Onopzettelijke misdrijven 34
  25. 25 Zware fout: ernstig gebrek aan voorzichtigheid/voorzorg (redelijk voorzichtig persoon zou niet zo handelen) 34
  26. 26 Misdrijven die algemeen opzet vereisen 34
  27. 27 Voornemen (daadwerkelijk wil uitvoeren) om met kennis van zaken strafbare gedrag te stellen 34
  28. 28 Misdrijven die bijzonder opzet vereisen 34
  29. 29 Voornemen bepaalt resultaat te bereiken of dader gehandeld in bijzondere geestesgesteldheid door wet gepreciseerd 34
  30. 30 Basis vereisten: 34
  31. 31  Voor alle misdrijven vereist dader in staat bewust en uit vrije wil te handelen 34
  32. 32  Uiting van bewuste, vrijwillige en foutieve gedraging (wordt vermoedt, OM niet bewijzen tenzij dader zich op schuldontheffingsgronden (dwang, overmacht, dwaling) beroept) 34
  33. 33 Bijkomende vereisten: 34
  34. 34 2 vormen: 34
  35. 35 Opzettelijke misdrijven: opzet 34
  36. 36 Algemeen en bijzonder opzet 34
  37. 37 Onachtzaamheidsmisdrijven/onopzettelijke: zware fout 34
  38. 38  wordt niet vermoed, OM bewijzen 34
  39. 39 1. DE WETTELIJKE BEPALING VAN DE AARD VAN HET MISDRIJF 37
  40. 40 2 DE WIJZIGING VAN DE AARD VAN HET MISDRIJF DOOR WETTELIJKE OMSTANDIGHEDEN 37
  41. 41 3. DE WIJZIGING VAN DE AARD VAN HET MISDRIJF GEDURENDE DE PROCEDURE 38
    1. a) Wijziging door de onderzoeksgerechten 38
    2. b) wijziging door het openbaar ministerie 40
    3. c) wijziging door de vonnisgerechten 40
  42. 42 1. POLITIEKE MISDRIJVEN 40
    1. a) begrip 40
  43. 43 (I) OBJECTIEVE POLITIEKE MISDRIJVEN 41
  44. 44 (II) GEMENGDE POLITIEKE MISDRIJVEN 41
    1. c) belang van het onderscheid tussen misdrijf van gemeen recht en politiek misdrijf 41
  45. 45 2. DRUKPERSMISDRIJVEN 42
    1. a) begrip 42
    2. b) bestanddelen van het drukpersmisdrijf 42
  46. 46 (I) UITING VAN EEN STRAFBARE GEDACHTE 42
  47. 47 (II) DOOR MIDDEL VAN DE DRUKPERS 44
  48. 48 (III) EEN DAADWERKELIJKE PUBLICITEIT 44
    1. b) belang van het onderscheid tussen misdrijf van gemeen recht en drukpersmisdrijf 44
  49. 49 1. AFLOPENDE EN VOORTDURENDE MISDRIJVEN 44
    1. a) begrippen 44
    2. b) belang van onderscheid 46
  50. 50 2. ENKELVOUDIGE EN VOORTGEZETTE (OF COLLECTIEVE) MISDRIJVEN 46
    1. a) begrippen 46
    2. b) belang van het onderscheid 47
  51. 51 3. GEWOONTEMISDRIJVEN 47
    1. a) begrip 47
    2. b) belang 47
  52. 52 4. VERGELIJKING TUSSEN VOORTDURENDE MISDRIJVEN, VOORGEZETTE/ COLLECTIEVE MISDRIJVEN EN GEWOONTEMISDRIJVEN 48
  53. 53 1. OPENBARE EN PRIVATE MISDRIJVEN 48
    1. a) begrippen 48
    2. b) belang van onderscheid 48
  54. 54 2. EIGEN MIDRIJVEN 48
    1. a) begrippen 48
    2. b) belang van onderscheid 48
  55. 55 1. ZIJ ZIJN WETTELIJK 50
  56. 56 2. ZIJ HEBBEN EEN BIJKOMEND KARAKTER 50
  57. 57 3. ZIJ HEBBEN EEN VERPLICHT KARAKTER 50
  58. 58 4. ZIJ HEBBEN EEN WETTELIJKE VERZWARENDE UITWERKING 51
  59. 59 1. DE ITER CRIMINIS 52
  60. 60 2. DE POGINGSLEREN 53
  61. 61 1. HET VOORNEMEN OM EEN MISDAAD/ WANBEDRIJF TE PLEGEN (ART. 51 SW.) 53
  62. 62 2. EEN BEGIN VAN UITVOERING 54
  63. 63 3 HET NIET-VOLTOOIEN VAN HET MISDRIJF, BUITEN DE WIL VAN DE DADER 55
  64. 64 1. STRAFBAARHEID VAN DE POGING 57
  65. 65 2. TOEPASSELIJKE STRAF 57
  66. 66 1. BEPALING 59
  67. 67 2. BEWIJS VAN RECHTVAARDIGINGSGRONDEN 60
  68. 68 3. VERSCHIL MET GRONDEN VAN SCHULDUITSLUITING, GRONDEN VAN NIET- TOEREKENINGSVATBAARHEID EN STRAFUITSLUITENDE VERSCHONINGSGRONDEN 60
  69. 69 1. GEBOD VAN DE WET EN BEVEL VAN DE OVERHEID 61
    1. a) begrip 61
  70. 70 2. WETTIGE VERDEDIGING 62
    1. a) begrip 62
    2. b) voorwaarden 62
    3. c) bijzondere gevallen van art. 417 Sw. 64
    4. d) verschil met de verschoningsgrond van uitlokking 64
  71. 71 3. NOODTOESTAND 64
    1. a) begrip 64
    2. b) voorwaarden 65
    3. c) verschil met wettige verdediging en overmacht 65
  72. 72 1. DEELNEMEN AAN EEN MISDAAD OF EEN WANBEDRIJF 73
  73. 73 2. WETTELIJK BEPAALDE DEELNEMINGSVORMEN 75
  74. 74 3. MOREEL ELEMENT VAN DEELNEMING 75
  75. 75 1. (MEDE)DADERS 77
    1. a) begrip 77
  76. 76 (I) UITVOERING EN RECHTSTREEKSE MEDEWERKING DAARAAN (ART. 66, 2E LID SW.) 77
  77. 77 (II) NOODZAKELIJKE HULP OF BIJSTAND (ART. 66, 3E LID SW.) 77
  78. 78 (III) AANZETTING (ART. 66, 4E EN 5E LID SW.) (morele deelneming) 79
  79. 79 2. MEDEPLICHTIGEN 81
    1. a) begrip 81
    2. b) verschillende gevallen van medeplichtigheid 81
  80. 80 1. (MEDE)DADERSCHAP (NSW geen onderscheid) 82
  81. 81 2. MEDEPLICHTIGHEID 82
  82. 82 1. DWANG OF OVERMACHT 83
    1. a) grondslag en voorwaarden 83
    2. b) fysieke dwang 84
    3. c) psychische dwang 84
  83. 83 2. DWALING OF ONWETENDHEID 85
    1. a) grondslag en begrip 85
    2. b) rechtsdwaling 85
    3. c) feitelijke dwaling 86
  84. 84 1. DE GEESTESGESTOORDEN 87
    1. a) algemene begrippen 87
  85. 85 (I) HET BEGRIP GEESTESGESTOORDE 88
  86. 86 (II) DE INTERNERING 88
    1.  internering 89
    2.  veroordeling 89
    3.  vrijspraak 89
    4.  geen internering causaal verband moet zijn tussen geestesstoornis en plegen misdrijf, geen verband is pas na plegen misdrijf ontstaan 90
  87. 87 2. DE MINDERJARIGHEID 92
    1. a) algemene begrippen 92
  88. 88 (I) HET BEGRIP MINDERJARIGE 93
  89. 89 (II) DE VERSCHILLENDE AFHANDELINGSWIJZEN 94
  90. 90 (III) BIJZONDERE REGELING VOOR VERKEERSMISDRIJVEN 97
  91. 91 (IV) DE UITHANDENGEVING 97
  92. 92 1. BEPALING 98
  93. 93 2. KENMERKEN 99
  94. 94 1. BLOED- EN AANVERWANTSCHAPSBANDEN 99
    1. a) misdrijven tegen de eigendom 99
    2. b) gevallen van hulpverlening aan familieleden 100
  95. 95 2. AANGIFTE AAN DE OVERHEID 100
  96. 96 3. ONDERWERPING AAN DE OVERHEID 100
  97. 97 4. MISDRIJVEN GEPLEEGD IHKV DE BIJZONDERE OPSPORINGSMETHODEN 101
  98. 98 5. DE CUMULREGEL VAN ART. 5, 2DE LID SW. 101
  99. 99 1. DE STRAFFEN ZIJN WETTELIJK 104
  100. 100 2. DE STRAFFEN ZIJN GERECHTELIJK 104
  101. 101 3. DE STRAFFEN ZIJN PERSOONLIJK EN INDIVIDUEEL 104
  102. 102 4. DE STRAFFEN ZIJN VERPLICHT 105
  103. 103 1. DE HOOFDSTRAFFEN 106
    1. a) Vrijheidsberovende straffen 107
    2. b) de straf onder elektronisch toezicht 107
    3. c) de werkstraf (art. 37quinquies-septies Sw.) 110
    4. d) de autonome probatiestraf 111
    5. e) de geldboete 113
  104. 104 2. DE BIJKOMENDE STRAFFEN (natuurlijke personen) 115
  105. 105 (I) DE GELDBOETE 115
  106. 106 (II) BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING 115
    1. 1. Het voorwerp van het misdrijf 116
    2. 2. Zaken die hebben gediend tot of bestemd waren voor het plegen van het misdrijf (instrument) 116
    3. 1. De zaken die uit het misdrijf “voortkomen” 117
    4. 1) De verbeurdverklaring dient vooraf en schriftelijk door PdK te worden gevorderd (43bis, 1ste lid) 118
    5. 2) De verbeurdverklaring is een zgn. objectconfiscatie (2e lid) 118
    6. 3) De verbeurdverklaarde vermogensvoordelen die aan burgerlijke partij toebehoren, worden haar toegewezen 119
    7. 4) Illegale vermogensvoordelen kunnen ook bestaan in een onroerend goed 119
    8. 5) De rechter kan bedrag van illegale vermogensvoordelen (of equivalent) verminderen 119
  107. 107 (I) TERBESCHIKKINGSTELLING VAN DE STRAFUITVOERINGSRECHTBANK 121
  108. 108 (II) ONTZETTING UIT BURGERLIJKE EN POLITIEKE RECHTEN 123
  109. 109 (I) DE AFZETTING 124
    1. Afzetting ≠ ontzetting 124
  110. 110 (II) DE BEKENDMAKING VAN DE VEROORDELING 124
  111. 111 1. IN CRIMINELE, CORRECTIONELE EN POLITIEZAKEN 124
    1. a) de geldboete 125
    2. b) de bijzondere verbeurdverklaring 126
  112. 112 2. IN CRIMINELE EN CORRECTIONELE ZAKEN 126
    1. 1. Bekendmaking of verspreiding van de (veroordelende) beslissing 126
    2. 2. Verbod om een werkzaamheid te verrichten die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel van de rechtspersoon 126
    3. 3. Sluiting van één of meer inrichtingen van de rechtspersoon 126
    4. 4. Ontbinding van de rechtspersoon (beveiligingsmaatregel) 126
  113. 113 1. ALGEMENE BEGRIPPEN 128
    1. a) bepaling 128
    2. b) kenmerken 129
  114. 114 2. DE VERSCHILLENDE STRAFVERMINDERENDE VERSCHONINGSGRONDEN 129
  115. 115 (I) BEGRIP 129
  116. 116 (II) WETTELIJKE GEVALLEN VAN UITLOKKING 130
  117. 117 (III) WETTELIJKE GEVOLGEN VAN UITLOKKING 131
    1. b) aangifte aan de overheid 132
  118. 118 3. PROCEDURELE ASPECTEN 132
  119. 119 1. ALGEMENE BEGRIPPEN 133
  120. 120 2. KENMERKEN 133
  121. 121 3. BEOORDELING VAN DE VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN 135
    1. a) wettelijke toelaatbaarheid 135
    2. b) bevoegde organen 135
  122. 122 (I) DE ONDERZOEKSGERECHTEN 137
  123. 123 (II) OPENBAAR MINISTERIE 137
  124. 124 (III) VONNISGERECHTEN 138
  125. 125 4. WERKING VAN DE VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN 139
    1. a) criminele straffen 139
    2. b) correctionele straffen 140
    3. c) politiestraffen 141
  126. 126 1. ALGEMENE BEGRIPPEN 141
    1. Is de regel 142
    2. Is de uitzondering 142
  127. 127 2. ALGEMENE VOORWAARDEN VAN DE WETTELIJKE HERHALING 143
    1. a) een vroegere veroordeling 143
    2. b) een nieuw misdrijf 143
    3. c) een wettelijke herhaling 143
  128. 128 3. GEVALLEN VAN WETTELIJKE HERHALING 144
    1. a) herhaling van misdaad na misdaad 144
    2. b) herhaling van misdaad na wanbedrijf 144
    3. c) herhaling van wanbedrijf na misdaad 144
    4. d) herhaling van wanbedrijf na wanbedrijf 145
    5. e) herhaling van overtreding na overtreding 146
  129. 129 4. BIJKOMENDE GEVOLGEN VAN HERHALING 146
  130. 130 1 ALGEMENE BEGRIPPEN 147
  131. 131 2 EENDAADSE SAMENLOOP 147
    1. a) wettelijke gevallen 147
    2. b) gelijkgestelde gevallen 148
    3. c) toepassing van een enkele straf 148
  132. 132 3 MEERDAADSE SAMENLOOP 149
    1. a) begrip 149
    2. b) regels van straftoemeting 151
  133. 133 (I) SAMENLOOP VAN WANBEDRIJVEN 151
  134. 134 (II) SAMENLOPENDE MISDRIJVEN DIE NIET GELIJKTIJDIG WORDEN BERECHT 151
    1. Maatschappelijke enquête: 154
  135. 135 1. BEGRIP 154
  136. 136 2. WETTELIJKE TOEPASSINGSVOORWAARDEN 154
  137. 137 3. BEVOEGDE GERECHTEN 154
  138. 138 4. GEVOLGEN VAN DE OPSCHORTING 155
  139. 139 5. HERROEPING VAN DE OPSCHORTING 155
  140. 140 1. BEGRIP 157
  141. 141 2. WETTELIJKE TOEPASSINGSVOORWAARDEN 157
  142. 142 3. BEVOEGDE GERECHTEN 159
  143. 143 4. GEVOLGEN VAN HET UITSTEL 159
  144. 144 5. HERROEPING VAN HET UITSTEL 159
  145. 145 1. BEGRIP 161
  146. 146 2. PROBATIECOMMISSIE 161
    1. Strafuitvoeringsrechtbank 162
  147. 147 1. ALGEMENE BEGRIPPEN 164
  148. 148 2. UITVOERINGSMODALITEITEN 167
  149. 149 3. DE STRAFUITVOERINGSRECHTER EN DE STRAFUITVOERINGSRECHTBANK 168
    1. a) de strafuitvoeringsmodaliteiten 168
  150. 150 (I) VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING 168
  151. 151 (II) BEPERKTE DETENTIE EN ELEKTRONISCH TOEZICHT 170
    1. b) toekenningsprocedure 172
    2. c) opvolging en controle 172
    3. d) herroeping, schorsing en herziening 172
    4. e) rechtsmiddelen 173
    5. f) definitieve invrijheidstelling 173
    6. g) geen verjaring van de straf 173
  152. 152 4. DE MINISTER VAN JUSTITIE 175
    1. Justitieassistent: 176
    2. Justitieassistent: 176
    3. onverjaarbaar 182
  153. 153 1. BEGRIP 187
  154. 154 2. DRAAGWIJDTE 188
  155. 155 3. GEVOLGEN 189
  156. 156 1. BEGRIP 189
  157. 157 2. TOEPASSINGSVELD 189
  158. 158 3. VOORWAARDEN 190
  159. 159 4. GEVOLGEN 191
  160. 160 1. BEGRIP 191
    1. politiestraffen. 191
  161. 161 2. GEVOLGEN 192
    1. Welke kosten? 193

Document information

Study
Uploaded on
October 1, 2025
Number of pages
195
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.80

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
5
Items
12
Last sold
3 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions