TABLE OF CONTENTS
Chirurgie ................................................................................................................. 2
Oncologische chirurgie .................................................................................................... 2
Lipoma ............................................................................................................................................... 3
Mammatumoren ................................................................................................................................ 3
Mastectomie ...................................................................................................................................... 5
Perineale chirurgie .......................................................................................................... 7
Bovenste luchtwegen ......................................................................................................9
BOS ................................................................................................................................................. 10
Larynxparalyse ................................................................................................................................. 13
Drains .......................................................................................................................... 14
Gedrag ................................................................................................................. 16
Behandeling gedragsproblemen..................................................................................... 16
Gedragsproblemen ....................................................................................................... 19
Gedragsproblemen hond ............................................................................................... 22
Onzindelijkheid................................................................................................................................. 22
Coprofagie en pica ............................................................................................................................ 23
Abnormaal repetitief gedrag (ARG).................................................................................................... 24
Niet alleen kunnen zijn ...................................................................................................................... 28
Happen en bijten .............................................................................................................................. 28
Casus blaffen/bijten .......................................................................................................................... 29
Gedragsproblemen kat .................................................................................................. 30
Eliminatieprobleem .......................................................................................................................... 30
Onzindelijkheid................................................................................................................................. 31
Pica .................................................................................................................................................. 32
Abnormaal repetitief gedrag ............................................................................................................. 33
Krabben/vernielen ............................................................................................................................ 33
Vechten/aanvallen ............................................................................................................................ 34
Dementie (FDS) ................................................................................................................................ 35
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
,CHIRURGIE
ONCOLOGISCHE CHIRURGIE
Chirurgie heeft de meeste kans op goede prognose bij tumoren.
50% van dieren >10 jaar heeft tumor.
Tumor = weefselmassa of -zwelling, ook niet neoplastisch
Neoplasie = abnormale groei van weefsel in een tumor (goed- of kwaadaardig)
Bij succesvolle behandeling van de neoplasie verdwijnen de paraneoplastische syndromen!
Diagnose: liefst 3 biopten.
Lichamelijk oz: vergeet niet mediale iliacale die je kan voelen bij rectaal toucher (normaal niet/nauwelijks te
voelen).
Oncologische chirurgie:
1. Preventief
2. Diagnostisch
3. Curatief
4. Palliatief
Biopsie:
- Voordelen: bepalen type behandeling, bepalen uitgebreidheid behandeling
- Nadelen: geen bijkomende info, gevaarlijk (dicht tegen bloedvaten: bij bijniertumor geen biopt maar
direct wegnemen)
Voor huidbiopt liefste randje gezond weefsel meenemen.
Voor botbiopt: centraal biopt, niet perifeer (driehoek codman).
Specifieke aandachtspunten:
- Vrije sectieranden: marges!
o Goedaardig: marge 1 mm
o Kwaadaardig:
▪ Marginale excisie: 1 mm – 1 cm
▪ Wijde excisie: 1-3 cm
▪ Radicale excisie: >3 cm
▪ Normale grens: 1 fascieblad maar bij kwaadaardige soms meer
1) Intracapsulaire verwijdering voor omkapselde tumoren (dus zonder marges):
enkel geschikt als debulking + enkel indien er bijkomende therapie wordt
gegeven.
• Tumorkapsel bestaat eigenlijk niet ➔ vormt zich laag door platte
tumorcellen. Bij lipoom kun je dit doen.
• Bv. schildklier → geen marge hierrond mogelijk wegens luchtpijp etc
hierrond. Tumor kun je enkel uitpellen.
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
, 2) Marginale verwijdering (pseudokapsel): microscopisch zijn er nog resten van
tumor na verwijdering: enkel indien gevolgd door bijkomende therapie
• Microscopische tumor altijd achterlaten
3) Wijde of raciale excisie: zowel zijdelings als diep genoeg marges → fascie
meenemen om zeker te zijn dat alles weg is. Bv. mastocytoom ➔ fascia lata mee
wegnemen.
- Vermijden contaminatie tumorcellen
o Vroegtijdig onderbinden bloedvaten: eerst venen onderbinden en dan pas tumor
verwijderen
o Pas op met manipulaties
o Extra set chirurgisch materiaal nemen voor tumor vs. rest van weefsel
- Histopathologisch onderzoek op elke massa, zelfs indien er vooraf biopt is gedaan
o Eventueel inkt ter hoogte van fascie onder tumor + laterale randen zodat patholoog weet
waar tumor zat
o Gedeeltelijk (!) insnijden (zoals bij patho kliniek)
o In 4-10% formol: 1:10 verhouding
- Gradering via histologie → overlevingsduur, ziektevrij interval, risico op metastasen, risico op recidief
LIPOMA
Enige tumor die we wegnemen zonder resectie huid!
- Enkel chirurgische wegname bij irritatie
- Snede op lipoom → scherp doorheen huid overheen gezwel, stompe dissectie errond (best met
vinger)
o Indien insnijden in lipoom = kans op recidieven
o Cytologie: vettig op draadglaasje → kun je niet kleuren = brandschoon glaasje
- Lipoom is zo uit huid te ‘poppen’ indien het een niet-infiltrerend lipoom is
o infiltrerend lipoom is nooit 100% weg te nemen
- Subcutis tegen onderliggend weefsel fixeren of drain.
PLAATSEN PENROSE DRAIN
- NOOIT ter hoogte van primaire wonde
- NOOIT onder hechtlijn
MAMMATUMOREN
Hond: 5 paar melkklieren kat 4 paar melklieren:
o Paar 1-3 bij hond paar 1-2 bij kat:
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
, ▪ Bloedtoevoer: a. thoracica interna, intercostalis en epigastrica superficialis cranialis
▪ Lymfevaten: axillaire lymfeknoop
o Paar 3-5 bij hond paar 3-4 bij kat:
▪ Bloedtoevoer: a. epigastrica superficialis caudalis
▪ Lymfevaten: inguinale lymfeknoop
o Tussen a. epigastrica superficialis cranialis en caudalis zijn er anastomosen
o Kat heeft weinig tot geen anastomosen tussen lymfevaten, hond wel
o Kat zeer kwaadaardig hond helft goedaardig
Vooral bij vrouwelijke dieren, middelbaar – oude leeftijd en vaker bij progesteronpreparaten man:
kwaadaardige vormen.
Metastasen? Controleer zowel lnn als longen.
- Meestal goed beweeglijk, soms gefixeerd aan onderliggende fascie of spier.
- Grootte, vorm of aantal zegt niets over maligniteit: caudale klierpakketten wel vaker aangetast.
- Tumoren meestal niet verankerd in onderliggende spieren, indien wel: slechte prognose.
- Brede of smalle basis, vast of cysteus, al dan niet geülcereerd.
- Klieren diffuus gezwollen? Vermoeden mastitis of inflammatoir carcinoom (erosies, soms vochtig ➔
zeer slechte prognose: enkel euthanasie)
= inflammatoir carcinoom
- Inguinale en axillane lnn voelen! ➔ vaak manken voorpoot mediale iliacale lnn: rectaal oz
- Diagnose:
o Cytologie (FNA) niet van tumor, wel van lymfeknopen (epitheliale cellen)
▪ Vaak gemengde tumoren: deels kwaadaardig, goedaardig dus foutieve diagnose
o Biopt?
o Bloedonderzoek
o Thorax: 3 opnames
o Abdominale echo: kijken of er CEH of vocht in baarmoeder is ➔ ovariectomie heeft geen
effect meer op ontwikkeling mammatumoren maar kan wel pyometra voorkomen
▪ Dus niet om naar orgaan metastasen te kijken
Hond Kat
Frequentie Meest frequent bij vrouwtjes 1/3 van alle tumoren bij vrouwtjes
→ castratie
Maligniteit 35-50% maligne 90% maligne
Maligne tumoren zaaien uit via lymfevaten naar lymfeknopen en via bloed naar long.
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen