TABLE OF CONTENTS
Bijzondere dieren ..................................................................................................... 2
Reptielen ....................................................................................................................... 2
Konijn .......................................................................................................................... 22
Algemeen ......................................................................................................................................... 23
Virale ziekten .................................................................................................................................... 29
Niet-infectieus .................................................................................................................................. 33
Knaagdieren................................................................................................................. 35
Vogels ......................................................................................................................... 44
Ademhalingsproblemen .................................................................................................................... 44
Maag-darmproblemen ...................................................................................................................... 45
neurologische symptomen ................................................................................................................ 47
Skeletproblemen .............................................................................................................................. 48
Voortplantingsproblemen ................................................................................................................. 48
Oftalmologie ......................................................................................................... 48
Medicatie ..................................................................................................................... 51
Chirurgie ................................................................................................................52
Antimicrobieel gebruik .................................................................................................. 52
Abdominale chirurgie .................................................................................................... 53
Celiotomie ........................................................................................................................................ 54
Maag ........................................................................................................................... 57
Maagdilatatie/volvulus ...................................................................................................................... 59
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
,BIJZONDERE DIEREN
REPTIELEN
Vogels behoren tot de reptielen.
Squamata = slangen + hagedissen.
Hoe zie je verschil tussen slang en hagedis?
Slang Hagedis
Geen oogleden (geen corneareflex) Wel oogleden
Geen uitwendige gehooropening Uitwendige gehooropening
Bril Oogleden
Ecdysis in 1x van craniaal naar caudaal + eten vel Ecdysis in flarden + eten dit op
niet op
Ecdysis:
- Tussen de bril en cornea zit een ruimte die in verbinding staat met de mondholte. Tijdens de
vervelling zal er tussen oude en nieuwe huid vloeistof met enzymen bevinden = troebel oog.
Symmetrische troebele ogen vaak door normale ecdysis.
- Tijdens ecdysis gaan slangen vaker niet eten (1-2 weken)
- Slang MOET in 1x vervellen
Carapax = bovenschild plastron = onderschild
Slangen en hagedissen doen niet aan huidademhaling → slang heeft 1 long, hagedissen meestal 2. De
gasuitwisseling gebeurt in de wand en ze hebben een groot lumen. Ze hebben geen diafragma →
coeloomholte (hoesten niet mogelijk). Pathologie aan luchtwegen heeft slechte prognose wegens:
(1) Long is grote holle ruimte (gasuitwisseling in wand met groot lumen)
(2) Geen diafragma → niet hoesten
(3) Mucociliair transport minder goed ontwikkeld
Anesthesie/beademing:
- Glottis ligt zeer ver naar craniaal = intuberen makkelijk
o NIET intuberen bij stomatitis → longontsteking
- Kunnen lang adem inhouden dus vaak beademing nodig
o Geen maskers → ademen te traag, altijd intuberen
- Inductie + recovery tijden zeer variabel <30 sec tot 2 uur
- Geen echte protocols beschikbaar
- Vaststellen diepte anesthesie moeilijk → wegvallen reflexen in volgorde:
o Oprichtingsreflex
o Spinale reflexen
o Pijnreacties
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
, o Corneareflex (blijft altijd traag positief) + tong terugtrek reflex
o Cloaca reflex (blijft ook positief)
- GEEN cuff → gesloten kraakbeenringen
- Schildpad: tube niet te diep want snel te ver waardoor je 1 long gaat ventileren
- Hagedis nooit in ventrale middenlijn → paramediaan wegens ventrale abdominale vene
- Ectotherm: liefs op voorkeurstemperatuur, NIET bij kamertemperatuur
- Slang minimaal 1 week laten uitvasten, schildpad 2-3 weken
- Voordelen: kunnen lang apnee verdragen + geen kans op hypothermie
- Capnografie is beperkt bruikbaar
- Pulse oximetrie beperkt bruikbaar door schubben
1. Spier relaxantie: benzodiazepines, succinylcholine
2. Analgesie: ketoprofen, meloxicam, buprenorphine, butorphanol, alfa-2 agonisten
3. Injectie:
a. Ketamine NIET gebruiken → inductie en recovery onvoorspelbaar
b. Barbituraten NIET gebruiken → enkel euthanasie
c. Propofol + alfaxalone WEL → betrouwbare inductie en recovery
Propofol MOET IV (witte emulsie IV), alfaxalone mag IV of IM.
4. Inhalatie:
a. Isofluraan ZONDER cuff: IPPV = intermittend positive pressure ventialtion zodat er niet
teveel druk ontstaat
▪ Hoge concentraties zijn normaal
- Recovery:
o In warme omgeving
o Beademen totdat dier echt wakker wordt spontane ademhaling bij zoogdieren
Reptielen hebben geen volledig gehemelte
Hagedis: wit rond neus = normaal → overtollige zoutafzettingen worden uitgeniesd (symmetrisch).
Reptielen hebben een hart met 2 atria en 1 ventrikel → ventrikel is echter vaak toch gescheiden in
compartimenten waardoor zuurstofrijk- en arm bloed toch worden gescheiden.
Renaal portaal systeem: veneuze bloed van staart en achterpoten gaat naar nieren vooraleer in algemene
circulatie → nefrotoxische medicatie NIET in achterhand.
Cardia van de maag is zeer zwak dus maagsonde gemakkelijk in te brengen. Dikke darm is de
fermentatiekamer bij herbivore reptielen → kans op AB dysbiose (vaker bij konijn).
Reptielen zijn NIET koudbloedig maar poikilotherm/ectotherm = wisselende lichaamstemperatuur op basis
van omgeving. Elk dier heeft een voorkeurstemperatuur (25-40 graden). Reptielen hebben lagere
energiebehoefte dan zoogdieren want steken geen energie in zich warm houden dus niet teveel eten geven.
Slang heeft 2 punten op uiteinde tong om oriëntatie in omgeving te voorzien → altijd recht uitgestoken.
3e ooglid bij slangen zorgt dat ze de daglichtlengte kunnen detecteren. Tussen oog en neus zit een warmte
sensor.
Nooit 2 mannelijke hagedissen in 1 terrarium.
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen
, Reptielen hebben zachte eischaal → gevoeliger aan uitdroging + geen hagelsnoeren waardoor eieren niet
gedraaid mogen worden vogels.
Urogenitaal:
- Eindproduct = urinezuur (bij landbewoners) ureum/allantoine/ammoniak (bij waterbewoners)
o Urinezuur is normaal wit
- Hagedissen en schildpadden WEL een blaas slangen en krokodillen niet
o Pas op met intracoelomaal prikken wegens aanprikken blaas (altijd aspireren)
- Squamata (hagedis + slang) = 2 penissen
- Schildpadden hebben een nephron neogenesis = nieren kunnen nefronen aanmaken → betere
prognose bij nieraandoening.
- Nier ligt in bekkenkanaal bij veel hagedissen → vergrote nier kan leiden tot blokkade mest of eieren
Geslachtsbepaling:
- Genetische test op bloed geen zin, want niet genetisch vastgelegd → afhankelijk van temperatuur =
temperature dependent sex determination.
o Hoge T = vrouw
o Lage T = man
Hanteren reptielen:
- Slang: kop tussen duim en wijsvinger + andere hand lichaam vastpakken. 1 persoon per meter slang.
- Nooit hagedis aan staart pakken → kop tussen duim en wijsvinger met handpalm over
schoudergordel hagedis. Dier op handpalm als je het vertrouwt.
- Schildpadden: aan achterrand schild pakken bij gevaarlijke dieren. Of kop tussen duim en wijsvinger.
NOOIT met metalen tang kop onder schild uittrekken.
Klinisch onderzoek:
(1) Signalement:
o Nakweek = kweken van dieren die uit wild komen
o Groeiringen schildpad = elke ring is 1 jaar → tot 20-30 jaar duidelijk
o Te dik schildpad: vaak door teveel eiwit/vet omdat ze dan sneller groeien. Schildpadden zijn
herbivoren en zijn pas op 10 jaar volwassen.
o Huisvesting, voeding
▪ 1 mannelijke hagedis per terrarium
o Gedrag: braken wordt vaak verward met dyspnee
▪ Anorexie is no. 1 klacht!!!
▪ Apathie heeft slechte prognose wegens gebrekkige thermoregulatie
o Algemene indruk:
▪ Levendig
▪ Apathisch
• Kop laag, oogleden dicht
▪ Soporeus
▪ Dood?
▪ Geen stethoscoop gebruiken om hartslag te beluisteren
▪ Doppler
STUVIA | Diergeneeskundesamenvattingen