ALGEMENE INFORMATIE
-6 ECTS credits
-155 u studietijd
-2e semester
Onderwijsteam
Franky Bossuyt (titularis)
Onderdelen en contacturen
26 contacturen Hoorcollege
26 contacturen Werkvormen en Praktische Oef.
26 contacturen Zelfwerk en -studie
Inhoud
Dit opleidingsonderdeel behandelt de evolutieve oorsprong en verwantschappen van de grote
vertebraatgroepen en geeft een overzicht van hun diversiteit in vorm, functie, en gedrag. Tijdens de
hoorcolleges bespreken we classificatie, morfologie, fylogenetische verwantschappen en hun
biogeografische verklaring, reproductie, communicatie (auditieve, chemische en visuele), vijanden en
verdedigingsmechanismen, navigatie, adaptieve radiaties en convergente evolutie.
Het practicum is erop gericht de opgedane theoretische kennis in praktische competenties om te zetten.
De student leert hierbij vooral determineer- en veldtechnieken, herkenning van vogels in het veld, enz.
Studiemateriaal
Digitaal cursusmateriaal (Aanbevolen) : Biodiversiteit en ecologie van vertebraten, Prints van Powerpoint
presentaties van hoorcollege.
Leerresultaten
Algemene competenties
Na het beëindigen van het opleidingsonderdeel ‘Biodiversiteit en ecologie van vertebraten’moet de
student in staat zijn om de belangrijkste groepen binnen de vertebraten te herkennen. Bovendien heeft
zij/hij een grondige kennis van de diversiteit qua vorm, functie en gedrag van vertebraten en begrijpt deze
in een evolutieve context. Tijdens het hoorcollege en de excursie hebben de studenten ook inzicht
verworven in de plaats van soorten en populaties in het groter geheel van een ecosysteem. De
voorbeelden besproken in de cursus helpen de studenten om de rol van wetenschappelijk onderzoek te
kaderen in een breedere maatschappelijke context. Ze beheersen na deze cursus de technieken die nodig
zijn om met behulp van een veldgids dieren in de vrije natuur zelfstandig te identificeren. De studenten
maken een (schriftelijk) wetenschappelijk verslag van de excursie en geven een presentie over een
vertebraatgroep in het hoorcollege, twee taken waarmee ze tonen dat ze zelfstandig informatie kunnen
opzoeken, de concepten die aan bod komen in het hoorcollege beheersen, op kritische wijze
wetenschappelijke informatie kunnen verwerken en deze op een heldere manier kunnen communiceren.
De student geeft blijk van een attitude van levenslang leren en heeft zich het principe van
voortschrijdende inzichten eigen gemaakt.
Beoordelingsinformatie
De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
→Examen Mondeling bepaalt 80% van het eindcijfer
→Examen Praktijk bepaalt 20% van het eindcijfer
• Examen mondeling met schriftelijke voorbereiding
• mondelinge presentatie (10%) en excursie (10%), actieve medewerking, de kwaliteit van de
experten-oefening, en het excursieverslag).
0
, Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
H1: EEN AANTAL TERMEN EN PRINCIPES
Fylogenetische classificatie
Fylogenie → soort →populatie →individu
Grote tijdschaal kleine tijdschaal
Weergaves
Fylogram Cladogram
-vertakkingen in volgorde (relatief -geen tijdsaanduidingen
tov andere) -enkel verwantschappen
-tijdsaanduidingen
Geologische tijdschaal
Cenozoïcum Quaternair Holoceen →10,000 years to today
→65 mya →1.8 mya Pleistoceen →1.8 mya to 10,000 yrs
Tertiair Neogeen Plioceen →5.3 to 1.8 mya
→65 to Mioceen →23.8 to 5.3 mya
1.8 Paleogeen Oligoceen →33.7 to 23.8 mya
mya Eoceen →54.8 to 33.7 mya
fanerozoïcum
Paleoceen →65 to 54.8 mya
Mesozoïcum Krijt ~ →144 to 65 mya
→248 to 65 mya Jura ~ →206 to 144 mya
Trias ~ →248 to 206 mya
Paleozoïcum Perm ~ →290 to 248 mya
→543 to 248 mya Carboon ~ →354 to 290 mya
Devoon ~ →417 to 354 mya
Siluur ~ →443 to 417 mya
Ordovicium ~ →490 to 443 mya
Cambrium ~ →543 to 490 mya
1
,Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
Fylogenetische verwantschappen vertebraten
*onstaan tetrapoda= viervoeters
Mid–Laat Devoon (400-360
mya)
Blauw: kieuwen →reductie
Groen : postparietale
→tetrapoda beenderen
365 million years
Graduele verandering van
→tetrapoda
de vorm van de schedel
TUSSENVORM Alle dieren zijn tussen 75
cm and 1.5 m.
385 million years
→choanata
→sarcopterygii
Ichtyostega was lange tijd enkel gekend uit Groenland (dieren ongeveer 1 m lang)
Ichtyostega gevonden in België (Nature 2004)
2
, Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
Hemichordata Chordata
Urochordata Euchordata
Cephalochordata Craniata
=schedeldieren
Myxinoidea Vertebrata
Myxini
=blinde =gewervelden
prikken
Petromyzontiformes Gnathostomata
=prikken =kaakdieren
Chondrichtyes Osteichtyes
=kraakbeen- =beenvissen en viervoeters
vissen Actinopterygii Sarcopterygii
=straalvinnigen =spiervinnigen en viervoeters
Actinistia Choanata
=kwast- =longvissen en viervoeters
vinnigen Dipnoi Tetrapoda
=long- =viervoeters
vissen Amfibia Amniota
=amfibie- =Amnioten
ën ! Eieren met extra-embryonale membranen
Amnion, dooierzak, allantois, chorion
reptilia mammalia
testudines sauria
Lepi- Archo-
do- sauria
sauria
Anapsida Diapsida Synapsida
=0 slaapvensters =2 =1
slaapvensters slaapvenster
Testudines?? Archeosauria Mammalia
Bij dierkunde Crocodilia =zoogdieren
gezien dat het Pterosauria
wss diapsida zijn Dinosauria
met *Aves
Hemichordata Urochordata Cephalochordata Myxini Petromyzontiformes Chondrichtyes Actinopterygii Actinistia Dipnoi Amfibia dichtgegroeide Lepidosauria
gaten
=blinde =prikken =kraakbeen- =straalvinnigen =kwast- =long- =amfibi-
prikken vissen vinnigen vissen eën
3
,Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
“Vissen” (alle uitgestorven fila’s en niet vetgedrukte fila’s weggelaten) [van WPO dat later volgt]
Craniata
Myxini Vertebrata
=blinde =gewervelden
prikken Agnatha Gnathostomata
Petro- =kaakdieren
myzonti-
formes
=prikken
Chondrichthyes Osteichthyes
=kraakbeenvissen =beenvisachtigen (oa tetrapoden)
Elasmobranchi Holocephali Actinopterygii Sarcopterygii
=roggen & haaien =draakvissen =straalvinnigen =kwatsvinnigen
Paleopterygii Neopterygii Actinista Choanata
=oudvinnigen =nieuwvinnigen =kwastvinnigen =longvissen (oa
(coalacanthen) tetrapoden)
Branchiopterygii Chondrostei Holostei Teleostei Dipnoi Tetrapoda
=bichir =steuren =beenganoïden =echte beenvissen =long- =vier-
vissen voeters
Holostei Teleostei
=beenganoïden =echte beenvissen
Lepisosteiformes Amiiformes Osteoglossomorpha Elopomorpha Clupeomorpha Euteleostei
=gars =moddersnoeken =beentongvissen =aalachtigen =haringachtigen =ware teleostei
Ostariophysi Protacanthopterygii Neoteleostei
=meerval- en =zalmachtigen =nieuwe
karperachtigen teleostei
Acanthomorpha
=stekelvormigen
Acanthomorpha
=stekelvormigen
Paracanthopterygii Acanthopterygii
=kabeljouwachtigen =stekelvinnigen
Mugilimorpha Atherinomorpha Percomorpha
=harders / =baarsachtigen
4
,Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
5
, Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
Groep/ superklasse Amniota
Sauropsida= Reptilia Synapsida
Anapsida Diapsida = 1 slaapvenster
=0 = 2 slaapvenster
slaapvenster
-laag temporaal
meeste reptielen, vogels, fossielen -uitgestorven zoogdierachtige
(allemaal Reptielen, Zoogdieren
uitgestorven) Testudines Lepidosauria Archosauria Therapsida
!!Schildpadden =schildpad Parapsida Plesio- Ichtyo- Squa Spheno- Croco- Ptero- Dinosauria =zoogdierachtige reptielen
? → nee wss, den =Eurypsida sauria sauria mata dontia dilia sauria
Diapsida =1 uit eerst 2 Uit- Uit- haged Brug- Krokodil Uitgestor Ornitisch Saurisch Mammalia
dichtgegroeide slaapvensters gestorv gestorv issen hagedissen achtige ven: Vnl. herbivoor herbivoor en =zoogdieren
Slaapvensters- en en en n vliegende Iguanodon carnivoor
slang ‘dino’s bernissartensis Tyrannosaurus rex
Monotremata
en 3.5 meter hoog +5 meter hoog
Marsupiala
(ornitisch< vogel→ omvatten
Eutheria
-hoog
temporaal Hoogstwaarschijnlijk waren heel wat vogelachtige heup- voorouders Vogels
-uitgestorven dinosauriërs endotherm (warmbloedig) structuur
Reptielen zoals vogels. Er zijn anatomische
(uit Diapsida aanwijzingen dat op zijn minst een heel
door secundair aantal dinosaurusgroepen warmbloedig
verlies waren.
Euarchontoglires/
slaapvenster)
Supraprimates
Laurasiatheria
Xenarthra
Afrotheria
Saurisc Aves
he (vogels)
dino’s
Klasse Reptilia Klasse Mammalia
Testudines Squamata Sphenodontia Crocodilia Klasse Aves =zoogdieren
=schildpadden =hagedissen, slangen =brughagedissen =krokodilachtigen =vogels
6
, Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
H2: VAN VIS NAAR VIERVOETER
Sarcopterygii
=spiervinnigen en viervoeters
Actinistia Choanata
=kwast-vinnigen =longvissen en viervoeters
Dipnoi Tetrapoda
=long- =viervoeters
vissen Amfibia Amniota
=amfibie-ën =Amnioten
! Eieren met extra-embryonale membranen
Amnion, dooierzak, allantois, chorion
Actinistia
Latimeria =coelacanthen Geografische verspreiding
Kenmerken -levend fossiel uit het Devoon
a. ~400miljoen jaar geleden
-dikke, benige schubben (cosmoïde
schubben)
-lobvormige vinnen met gewrichten
(bewegen als ledematen)
-trilobate staartvin (3 lobben)
-intracraniaal gewricht in de schedel
(kan kaak extra openen)
-notochord in plaats van wervels
b. Voeding -carnivore predator
Habitat -diepe zee
Voorkomen -2 levende soorten
-Afrika:
a. Afrikaanse coelacanth
(Latimeria chalumnae)
-Indische Oceaan:
b. Indische coelacanth
(Latimeria menadoensis)
!!opgelet in 2024 werd een 3e soort
ontdekt
Dipnoi
Dipnoi =longvissen Geografische verspreiding
Kenmerken -nauwste verwanten van Tetrapoda
-langgerekt lichaam
-4 ledematen: lijken op poten
(gewrichtbeweging)
-één enkele staartvin
-naast kieuwen ook 1 of 2 longen
(ademhaling - zuurstof uit lucht)
Voeding -carnivore predator
Habitat -water (rivier- en moeras)
Voorkomen -6 levende soorten
-Zuid-Amerika, Afrika en Australië
Evolutieve lijn naar moderne tetrapoden: zie p. 3
Sarcopterygii (Spiervinnigen)→ Choanata (Longvissen en viervoeters)→ Tetrapoda (Viervoeters)
Eusthenopteron → Panderichthys (Dipnoi) →Tiktaalik →Acanthostega en Ichthyostega
385 million years ago 365 million years ago
7
,Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
H3: REPTIELEN
https://www.repfocus.dk/index.html
REPTILIA
Testudines Sauria
Archosauria Lepidosauria
Aves Crocodilia Squamata Sphenodontia
Lizards Amphisbaenia Ophidia
Testudines / Crodocilia Squamata Sphenodontia
=schildpadden =krokodil- =hagedissen, slangen =brughagedissen
achtigen
Squamata
Squamata -7900 sp.
Laterata Toxicofera
Helodermatidae
Amphisbaenia
Scinciformata
Lacertidae
Serpentes
Varanidae
Gekkota
Anguida
Iguania
8
, Biodiversiteit en ecologie van vertebraten
Thermoregulatie bij squamata
Ectothermie
Afhankelijk van externe bronnen van warmte (niet in staat om zelf warmte te produceren).
Verandering van Activiteit
- Lage temperaturen: Minder actief, opwarmen door zonnen.
- Hoge temperaturen: Minder actief, zoeken van schaduw of schuilplaatsen.
- Ochtend: Veel activiteit voor zonnen en opwarmen.
- Middag/Na de ochtend: Minder actief, verscholen in schaduw of
schuilplaatsen om oververhitting te voorkomen.
- Avond: Laatste zonopname voor koeling, kortere activiteit
Positie-Verandering
- Zonnebaden: Lichaam in de zon leggen om warmte op te nemen.
- Schaduw zoeken: Terugtrekken naar koelere plekken om af te koelen.
Gedrag
- Actief zoeken naar warmere of koelere plekken (zoals rotsen of holen).
- Bij oververhitting: Beperken van bewegingen of in schaduw blijven.
LATERATA
Amphisbaenia (Laterata)
Amphisbaenia = Wormhagedissen Geografische verspreiding
Kenmerken - geen poten
habitat - ondergronds
- droge gebieden in Spanje, Portugal en
Marokko
voeding Wormen, slakken, insecten + larven
Voorkomen Europa:
-Moorse Wormhagedis (Blanus
cinereus)
Lacertidae (Laterata)
Lacertidae =echte hagedissen Geografische verspreiding
a. Kenmerken -Schubben, een lang lichaam (staart),
een vaak breekbare staart, grote ogen,
een beweeglijke tong
voeding Insecten, fruit
b. habitat België: bewoner van thermofiele
plaatsen
Voorkomen Wereldwijde verspreiding (treinsporen)
België:
c. -Levendbarende hagedis (Zootoca
vivipara) (a.)
-Muurhagedis (Podarcis muralis) (b.)
-Zandhagedis (Lacerta agilis) (c.)
Levendbarende hagedis Muurhagedis Zandhagedis
(Zootoca vivipara) (a.) (Podarcis muralis) (b.) (Lacerta agilis) (c.)
-meest voorkomend in Vlaanderen -Grote kop met opvallend slaapschild. -Paarbeet
-Ongetande halskraag -Niet in Vlaanderen
-van nature niet in Vlaanderen -grootste soort in België
-Maasvallei en bijrivieren -enige soort met groene kleur op de
- meest noordelijke populaties van flanken (= mannetje)
West-Europa (=Maas + Maastricht nl.)
9