Inhoud
Hoorcollege 1: inleiding (26/09).......................................................................................... 3
Epistemologie.................................................................................................................. 3
Ontologie:........................................................................................................................ 3
Voorbeeld vanuit een definitie van kwalitatief onderzoek (Voorbeeld ontleend aan S.
Brinkmann, 2017)......................................................................................................... 3
Vragen die we ons stellen in dit OPO............................................................................3
Kwalitatief onderzoek in de pedagogische wetenschappen: wetenschap?...................4
de mens als talig wezen.................................................................................................. 5
De mens als talig wezen: implicaties voor kwalitatief onderzoek in de pedagogische
wetenschappen............................................................................................................... 5
twee mensen centraal in de cursus:.............................................................................5
Enkele afsluitende bedenkingen; en anticiperend op wat nog komt….............................6
Hoorcollege 2: moderne epistemologie & Heidegger (3/10)................................................7
(Kort) Moderne Epistemologie: Descartes, Hume, Kant – dualisme (p. 170)....................7
Probleem van het dualisme.......................................................................................... 7
Heidegger (non-dualistic account of being in the world)................................................11
Heidegger – Sein und zeit........................................................................................... 11
Hoorcollege 3: Wittgenstein (10/10).................................................................................13
Wittgenstein (1898-1957).............................................................................................. 13
Achtergrond Wittgenstein........................................................................................... 13
Waarom Wittgenstein?................................................................................................ 14
Revolution of the ordinary (Toril Moi) => 2 hoofdstukken...........................................14
Hoorcollege 4-5: QRI – qualitative research interview (17/10 – 24/10)..............................23
Kwalitatief onderzoek.................................................................................................... 23
Samenvatting prof – hoofdstuk 2 (Packer)..................................................................23
Kwalitatief onderzoek: interviews...............................................................................25
Hoorcollege 6: coderen van kwalitatieve data (7/11)........................................................29
Te kennen teksten.......................................................................................................... 29
Wat houdt de analyse van kwalitatief onderzoeksmateriaal in? (Packer).......................29
Coderen van materiaal............................................................................................... 29
De vragen die je bij het proces kan stellen:................................................................31
Conclusie hoofdstuk 3................................................................................................ 33
Hoorcollege 7-8: Hermeneutiek Gadamer (14/11)............................................................34
hoofdstuk 4: hermeneutiek............................................................................................ 34
Tekst packer – hoofdstuk 4.......................................................................................... 34
3 belangrijke figuren in de ontwikkeling van de Hermeneutiek......................................35
1. Schleiermacher (1768-1834) – grondlijnen van zijn rol in de ontwikkeling van de
hermeneutiek............................................................................................................. 36
1
, 2. Dilthey – grondlijnen van zijn rol in de ontwikkeling van de hermeneutiek.............37
3. Gadamer................................................................................................................. 38
hoorCollege 9: vervolg hermeneutiek + onderzoek Petersen (27/11)...............................48
tekst: Gadamers’ concepts of language (Culb.) – taal....................................................48
Gadamer over taal...................................................................................................... 48
Het hermeneutisch gebeuren in de tekst....................................................................49
Eenheid tussen taal en wereld (Wittgenstein)............................................................50
Voorbeeld onderzoek: Petersen.....................................................................................50
Onderzoek ‘imagining the possibilities: qualitative inquiry at the intersections of race,
gender, disability, and class’......................................................................................50
Wat is een analyse van kwalitatieve data dan? (Packer, p. 148-149).............................54
1. Goed kwalitatief onderzoek heeft heel veel aandacht voor taal (in de brede zin van
het woord).................................................................................................................. 54
2. Kwalitatief onderzoek geeft ons geen greep op ‘the inner life’ van de respondenten
................................................................................................................................... 54
hoorCollege 10: etnografische observaties (28/11)...........................................................55
Hoofdstuk 9 – Packer: belangrijke argumentatie van Packer..........................................55
Vanwaar komt het idee van observatie?.....................................................................55
Traditionele visie/praktijk van participerende observatie............................................56
Kritiek van packer op elementen van etnografische observaties................................58
terug naar Dualisme................................................................................................... 63
Hoorcollege 11: Geertz ‘thick descriptions’ + artikels etnografische observaties (5/12)...64
Geertz – thick descriptions............................................................................................. 64
Geertz over cultuur..................................................................................................... 64
Geerts over het begrip ‘thick descriptions’.................................................................65
Artikel: Milstein - Constructing collaborative interpretations..........................................71
Waarover gaat het onderzoek?...................................................................................71
Artikel: Wood – researching the everyday: young people’s experiences and expressions
of citizenship................................................................................................................. 73
Relevante begrippen gelinkt aan artikel.....................................................................73
INTERPRETEREN, ONDERZOEKEN EN THEORIE
VORMEN 1
2
, HOORCOLLEGE 1: INLEIDING (26/09)
EPISTEMOLOGIE
‘Episteme’ en ‘logos’
Kennisleer: wat is kennis? Wanneer we zeggen “ik weet dit of dat”
o Wat is de grondslag (of wat zijn de criteria) voor deze uitspraak? Wat is de
grond van onze zekerheid wanneer we iets met zekerheid beweren te weten?
Enz.
ONTOLOGIE:
‘Onto’ en ‘logos’ (Grieks on [genetief ontos] “zijnde”; werkwoord: einai [“zijn”])
(Metafysische) studie van “wat is”: wat is datgene waarvan we zeggen dat het
bestaat, en welke zijn dan de redenen daarvoor?
VOORBEELD VANUIT EEN DEFINITIE VAN KWALITATIEF ONDERZOEK (VOORBEELD
ONTLEEND AAN S. BRINKMANN, 2017)
“Qualitative research is a situated activity that locates the observer in the world.
Qualitative
research consists of a set of interpretive, material practices that make the world visible.
These practices transform the world. They turn the world into a series of representations,
including fieldnotes, interviews, conversations, photographs, recordings, and memos to
the
self. At this level, qualitative research involves an interpretive, naturalistic approach to
the
world. This means that qualitative researchers study things in their natural settings,
attempting to make sense of or interpret phenomena in terms of the meanings people
bring
to them.” (Denzin & Lincoln, 2011, p. 3, quoted in Brinkmann, 2017)
Observer?
World?
o Wat is die wereld? Hoe bakenen we die af?
Representation?
Natural setting?
o Men wil het onderscheid maken tussen een natuurlijke en experimentele setting
o Wat is een natuurlijke setting? Wanneer vinden we dat mensen zich in een
natuurlijke setting bevinden?
Als je weet dat iemand observeert, is je gedrag dan nog natuurlijk?
Make sense of or interpret?
VRAGEN DIE WE ONS STELLEN IN DIT OPO
Vraag 1: “Wanneer we in kwalitatief onderzoek zeggen dat we geïnteresseerd zijn in
(bijvoorbeeld) de ‘beleefde ervaringen’ van leerkrachten of ouders, waar hebben we het
dan over?”
‘Beleefde ervaringen’:
Men kan via de nodige gegevens berekenen wie onder en boven de armoedegrens
valt
o Grootschalige onderzoeken waarvoor men van alle gegevens heeft en men alle
berekeningen kan nagaan
o We kunnen dit berekenen, maar we weten niet wat die mensen hun beleving en
ervaring is
3
, We willen dit te weten komen
o Voorbeeld: Smartschool
Hoe beleven ouders het gebruik hiervan? => ouders zelf bevragen
hierover
o Hoe krijgen we die ervaringen dan te pakken?
Vraag 2: “Wat zijn ‘data’ van kwalitatief onderzoek?”
‘Data’:
Zijn data een natuurlijk gegeven of zijn ze geconstrueerd?
KWALITATIEF ONDERZOEK IN DE PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN: WETENSCHAP?
Natuurwetenschappen VS menswetenschappen
o Natuurwetenschappen
Oorzaak-gevolg
o Menswetenschappen
Gedrags- en maatschappijwetenschappen
- Causaal-analytisch (verklaren)
- Oorzaak-gevolg-situaties
- Menselijk gedrag/handelen
Cultuurwetenschappen of geesteswetenschappen
- Muziek, kunst, instituten, … proberen te begrijpen
- Hermeneutisch van aard
- Interpreteren van
Þ Waar plaatsen we pedagogische wetenschappen?
o Hier bestaat onenigheid over
Hangt van onderzoeksvraag af
Voorbeeld: Smartschool
‘Heeft Smartschool effecten gehad op de leeruitkomsten van de lln?’
- Dit is een vraag naar oorzaak-gevolg situatie, DUS:
gedragswetenschappen
‘Wat is de betekenis van de leeruitkomsten van Smartschool op onze
school? Waarom vinden we dat we dat nodig hebben?’
- Hier vragen we naar de betekenis en het belang
Þ Naargelang de vraag, plaatsen we pedagogische wetenschappen in een
andere discipline
Onderscheid tussen Verklaren (erklären) en begrijpen (verstehen)
Verklaren (Erklären):
o Onderzoekt menselijk gedrag in termen van afhankelijke en onafhankelijke
variabelen
o Maakt het mogelijk om oorzaken en gevolgen van elkaar te onderscheiden
o Hierdoor kan men voorspellingen doen, bijvoorbeeld: gebeurtenis Y leidt tot
fenomeen X, mits de omstandigheden hetzelfde blijven
o Wetenschap wordt vaak geassocieerd met verklaren en voorspellen
o Begrijpen in deze context betekent het kunnen aangeven van antecedens en
consequens (oorzaak-gevolg relatie)
Begrijpen (Verstehen):
4
Hoorcollege 1: inleiding (26/09).......................................................................................... 3
Epistemologie.................................................................................................................. 3
Ontologie:........................................................................................................................ 3
Voorbeeld vanuit een definitie van kwalitatief onderzoek (Voorbeeld ontleend aan S.
Brinkmann, 2017)......................................................................................................... 3
Vragen die we ons stellen in dit OPO............................................................................3
Kwalitatief onderzoek in de pedagogische wetenschappen: wetenschap?...................4
de mens als talig wezen.................................................................................................. 5
De mens als talig wezen: implicaties voor kwalitatief onderzoek in de pedagogische
wetenschappen............................................................................................................... 5
twee mensen centraal in de cursus:.............................................................................5
Enkele afsluitende bedenkingen; en anticiperend op wat nog komt….............................6
Hoorcollege 2: moderne epistemologie & Heidegger (3/10)................................................7
(Kort) Moderne Epistemologie: Descartes, Hume, Kant – dualisme (p. 170)....................7
Probleem van het dualisme.......................................................................................... 7
Heidegger (non-dualistic account of being in the world)................................................11
Heidegger – Sein und zeit........................................................................................... 11
Hoorcollege 3: Wittgenstein (10/10).................................................................................13
Wittgenstein (1898-1957).............................................................................................. 13
Achtergrond Wittgenstein........................................................................................... 13
Waarom Wittgenstein?................................................................................................ 14
Revolution of the ordinary (Toril Moi) => 2 hoofdstukken...........................................14
Hoorcollege 4-5: QRI – qualitative research interview (17/10 – 24/10)..............................23
Kwalitatief onderzoek.................................................................................................... 23
Samenvatting prof – hoofdstuk 2 (Packer)..................................................................23
Kwalitatief onderzoek: interviews...............................................................................25
Hoorcollege 6: coderen van kwalitatieve data (7/11)........................................................29
Te kennen teksten.......................................................................................................... 29
Wat houdt de analyse van kwalitatief onderzoeksmateriaal in? (Packer).......................29
Coderen van materiaal............................................................................................... 29
De vragen die je bij het proces kan stellen:................................................................31
Conclusie hoofdstuk 3................................................................................................ 33
Hoorcollege 7-8: Hermeneutiek Gadamer (14/11)............................................................34
hoofdstuk 4: hermeneutiek............................................................................................ 34
Tekst packer – hoofdstuk 4.......................................................................................... 34
3 belangrijke figuren in de ontwikkeling van de Hermeneutiek......................................35
1. Schleiermacher (1768-1834) – grondlijnen van zijn rol in de ontwikkeling van de
hermeneutiek............................................................................................................. 36
1
, 2. Dilthey – grondlijnen van zijn rol in de ontwikkeling van de hermeneutiek.............37
3. Gadamer................................................................................................................. 38
hoorCollege 9: vervolg hermeneutiek + onderzoek Petersen (27/11)...............................48
tekst: Gadamers’ concepts of language (Culb.) – taal....................................................48
Gadamer over taal...................................................................................................... 48
Het hermeneutisch gebeuren in de tekst....................................................................49
Eenheid tussen taal en wereld (Wittgenstein)............................................................50
Voorbeeld onderzoek: Petersen.....................................................................................50
Onderzoek ‘imagining the possibilities: qualitative inquiry at the intersections of race,
gender, disability, and class’......................................................................................50
Wat is een analyse van kwalitatieve data dan? (Packer, p. 148-149).............................54
1. Goed kwalitatief onderzoek heeft heel veel aandacht voor taal (in de brede zin van
het woord).................................................................................................................. 54
2. Kwalitatief onderzoek geeft ons geen greep op ‘the inner life’ van de respondenten
................................................................................................................................... 54
hoorCollege 10: etnografische observaties (28/11)...........................................................55
Hoofdstuk 9 – Packer: belangrijke argumentatie van Packer..........................................55
Vanwaar komt het idee van observatie?.....................................................................55
Traditionele visie/praktijk van participerende observatie............................................56
Kritiek van packer op elementen van etnografische observaties................................58
terug naar Dualisme................................................................................................... 63
Hoorcollege 11: Geertz ‘thick descriptions’ + artikels etnografische observaties (5/12)...64
Geertz – thick descriptions............................................................................................. 64
Geertz over cultuur..................................................................................................... 64
Geerts over het begrip ‘thick descriptions’.................................................................65
Artikel: Milstein - Constructing collaborative interpretations..........................................71
Waarover gaat het onderzoek?...................................................................................71
Artikel: Wood – researching the everyday: young people’s experiences and expressions
of citizenship................................................................................................................. 73
Relevante begrippen gelinkt aan artikel.....................................................................73
INTERPRETEREN, ONDERZOEKEN EN THEORIE
VORMEN 1
2
, HOORCOLLEGE 1: INLEIDING (26/09)
EPISTEMOLOGIE
‘Episteme’ en ‘logos’
Kennisleer: wat is kennis? Wanneer we zeggen “ik weet dit of dat”
o Wat is de grondslag (of wat zijn de criteria) voor deze uitspraak? Wat is de
grond van onze zekerheid wanneer we iets met zekerheid beweren te weten?
Enz.
ONTOLOGIE:
‘Onto’ en ‘logos’ (Grieks on [genetief ontos] “zijnde”; werkwoord: einai [“zijn”])
(Metafysische) studie van “wat is”: wat is datgene waarvan we zeggen dat het
bestaat, en welke zijn dan de redenen daarvoor?
VOORBEELD VANUIT EEN DEFINITIE VAN KWALITATIEF ONDERZOEK (VOORBEELD
ONTLEEND AAN S. BRINKMANN, 2017)
“Qualitative research is a situated activity that locates the observer in the world.
Qualitative
research consists of a set of interpretive, material practices that make the world visible.
These practices transform the world. They turn the world into a series of representations,
including fieldnotes, interviews, conversations, photographs, recordings, and memos to
the
self. At this level, qualitative research involves an interpretive, naturalistic approach to
the
world. This means that qualitative researchers study things in their natural settings,
attempting to make sense of or interpret phenomena in terms of the meanings people
bring
to them.” (Denzin & Lincoln, 2011, p. 3, quoted in Brinkmann, 2017)
Observer?
World?
o Wat is die wereld? Hoe bakenen we die af?
Representation?
Natural setting?
o Men wil het onderscheid maken tussen een natuurlijke en experimentele setting
o Wat is een natuurlijke setting? Wanneer vinden we dat mensen zich in een
natuurlijke setting bevinden?
Als je weet dat iemand observeert, is je gedrag dan nog natuurlijk?
Make sense of or interpret?
VRAGEN DIE WE ONS STELLEN IN DIT OPO
Vraag 1: “Wanneer we in kwalitatief onderzoek zeggen dat we geïnteresseerd zijn in
(bijvoorbeeld) de ‘beleefde ervaringen’ van leerkrachten of ouders, waar hebben we het
dan over?”
‘Beleefde ervaringen’:
Men kan via de nodige gegevens berekenen wie onder en boven de armoedegrens
valt
o Grootschalige onderzoeken waarvoor men van alle gegevens heeft en men alle
berekeningen kan nagaan
o We kunnen dit berekenen, maar we weten niet wat die mensen hun beleving en
ervaring is
3
, We willen dit te weten komen
o Voorbeeld: Smartschool
Hoe beleven ouders het gebruik hiervan? => ouders zelf bevragen
hierover
o Hoe krijgen we die ervaringen dan te pakken?
Vraag 2: “Wat zijn ‘data’ van kwalitatief onderzoek?”
‘Data’:
Zijn data een natuurlijk gegeven of zijn ze geconstrueerd?
KWALITATIEF ONDERZOEK IN DE PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN: WETENSCHAP?
Natuurwetenschappen VS menswetenschappen
o Natuurwetenschappen
Oorzaak-gevolg
o Menswetenschappen
Gedrags- en maatschappijwetenschappen
- Causaal-analytisch (verklaren)
- Oorzaak-gevolg-situaties
- Menselijk gedrag/handelen
Cultuurwetenschappen of geesteswetenschappen
- Muziek, kunst, instituten, … proberen te begrijpen
- Hermeneutisch van aard
- Interpreteren van
Þ Waar plaatsen we pedagogische wetenschappen?
o Hier bestaat onenigheid over
Hangt van onderzoeksvraag af
Voorbeeld: Smartschool
‘Heeft Smartschool effecten gehad op de leeruitkomsten van de lln?’
- Dit is een vraag naar oorzaak-gevolg situatie, DUS:
gedragswetenschappen
‘Wat is de betekenis van de leeruitkomsten van Smartschool op onze
school? Waarom vinden we dat we dat nodig hebben?’
- Hier vragen we naar de betekenis en het belang
Þ Naargelang de vraag, plaatsen we pedagogische wetenschappen in een
andere discipline
Onderscheid tussen Verklaren (erklären) en begrijpen (verstehen)
Verklaren (Erklären):
o Onderzoekt menselijk gedrag in termen van afhankelijke en onafhankelijke
variabelen
o Maakt het mogelijk om oorzaken en gevolgen van elkaar te onderscheiden
o Hierdoor kan men voorspellingen doen, bijvoorbeeld: gebeurtenis Y leidt tot
fenomeen X, mits de omstandigheden hetzelfde blijven
o Wetenschap wordt vaak geassocieerd met verklaren en voorspellen
o Begrijpen in deze context betekent het kunnen aangeven van antecedens en
consequens (oorzaak-gevolg relatie)
Begrijpen (Verstehen):
4