• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 139 pagina's
Samenvatting

Sociale zekerheidsrecht (C03B1A) - volledige samenvatting (14/20 gehaald)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 139 pagina's

Volledige samenvatting 'sociale zekerheidsrecht' o.b.v. de lessen van prof. Schoukens. Geslaagd in eerste zit met 14/20. Deel 'arbeidsrecht' gegeven door prof. Hendrickx ook te koop.

Voorbeeld van de inhoud

Sociale Zekerheid samenvatting




1

,SOCIALE ZEKERHEID
Hoofdstuk 1: Begrip SZ
1. Beginselen onderliggend aan SZ-stelsels
1.1 Omschrijving van SZ in het algemeen
Wat is sociale zekerheid?
Bij arbeidsongeschiktheid kan je door externe oorzaak niet meer werken
➔ Gevolg: verlies inkomen & eventueel medische kosten
o Voor deze risico’s is compensatie vereist
▪ = SZ
▪ Mogelijke compensatieregelingen:
• Pensioen
o = compensatie voor arbeidsongeschiktheid door leeftijd
o Kan ook overlevingspensioen zijn voor overlevende bij
overlijden vd partner
▪ Is dat nog wel SZ-risico?
• Kindergeld
o = compensatie voor gezinslast
• Langdurige zorg
o = compensatie omdat je door gezondheidsproblemen niet
meer zelfstandig kunnen handelen
o Vb: zorgverzekering voorzien door Vlaamse Sociale Zorg
• Leefloon
o Via OCMW
o = minimuminkomen geven om te overleven door gebrek aan
middelen
o = residuaire voorziening
o = hoeksteen vd SZ
▪ Beste inkomensgarantie = inkomen uit arbeid
• De andere regelingen heeft specifieke
toekenningsvwden die voldaan moeten zijn
(kan dat je hier niet voor in aanmerking komt)
o < Art. 23 Gw.: minstens recht op dit leefloon
▪ Controle: heb je nog voldoende middelen, ben je wel
behoeftig?
▪ Deels door internationale conventies bepaald welke risico’s onder SZ vallen
• Wat SZ-risico’s zijn kan verschillen tussen landen
o Vb: SZ gedefinieerd als gratis gas toekennen aan burgers (dus
sommige landen wijken af vd definitie)
o Vb: eventueel in de toekomst ipv overlevingspensioenen te
geven, klimaatuitkeringen geven


1.1.1 Geen eenduidig begrip
• Verschillende definities:
o 1) Prof. Van Langendonck: “het geheel van wettelijke systemen die prestaties leveren
op individueel vlak, hetzij in geld, hetzij in natura, zonder onderscheid naar de wijze

2

, van financiering, uitvoeringsorganisatie of aard of berekeningswijze van de
uitkeringen”
▪ Prestaties kunnen geld of diensten zijn
▪ = heel ruime definitie: te weinig accuraat, want beschrijft risico’s niet
o 2) IAO-conventie nr. 102: “dekking vd opgesomde sociale risico’s:
gezondheidsverzorging, ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, vroegtijdig
overlijden, arbeidsongevallen, beroepsziekten, kinderlast en werkloosheid.”
▪ -> Verscheidenheid van mening op nationaal & internationaal niveau
▪ Opsomming vd risico’s = ook zwakte, want conventie < 1952
• -> Onvoldoende ruimte voor nieuwe ontwikkelingen & sociale
problemen binnen SZ
• -> Laat niet toe om rekening te houden met de nationaalrechtelijke
eigenheid van landen
▪ ≠ een inhoudelijke beschrijving
• In BE: bijstandsregeling met subj. rechten
• Geen discretionaire bvh. vd OH om te kiezen
wanneer wel of niet toekennen
• Veel landen baseren zich wel strikt
op oude definitie, dus hebben dit
wel
• = tekortkoming vd definitie
o 3) Werkdefinitie


1.1.2 Voorgestelde werkdefinitie
• Sociale zekerheid & sociale zekerheidsrecht = het geheel van (boven)wettelijke regelingen
die obv solidariteit prestaties leveren aan personen geconfronteerd met een gebrek aan
inkomen en/of met bijzondere kosten, omwille van ouderdom, overlijden van partner,
arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, gezinslast, nood aan gezondheidszorg of zorg en/of
omwille van armoede
o Aandacht voor: preventie & herstel
▪ Preventie = zorgen dat risico’s zich niet voordien
• Vb: vaccins in gezondheidszorg, voldoende werk voorzien op
arbeidsmarkt zodat er geen werkloosheid is
• = ook SZ
▪ Herstel = voor als risico zich toch voordoet
• Vb: ziekte genezen, zorgen dat mensenwerk vinden voor als mensen
toch werkloos worden
• = ook SZ
• Focus op re-integratie vereist als arbeidsongeschiktheid
▪ Compensatie = als herstel & preventie niet mogelijk zijn
• = wat effectieve focus krijgt
• In theorie: we beogen juist de andere 2 te benadrukken
o Publiek recht vereist voor verregaande solidariteit
▪ Gevolg: meeste SZ-regelingen = verplicht
• Waarom? Door solidariteit & publiek recht
• Sommigen = vrijwillig!
o RSZ = publiekrechtelijke instellingen
▪ = instellingen belast met inning vd SZ-bijdragen

3

, ▪ ≠ altijd zo
• Vb: arbeidsongevallenverzekering = geregeld door
privéverzekeringsmaatschappij (= werknemers moeten zich verplicht
aanmelden bij verzekeraar naar keuze)
o MAAR blijft SZ, want manoeuvreerruimte in onderhandeling
blijft beperkt
▪  Privéregelingen = geregeld door privémaatschappen (vb: banken)
o Vanaf wanneer is men niet meer in staat te werken (arbeidsongeschikt)?
▪ Pensioen
• Vanaf 65j
o = leeftijdsbepaling
▪ Eventueel leeftijdsdiscriminatie, want waarom deze
specifieke leeftijd?
• = techniek van berekening vd uitkering
▪ Ziekte
• Eerst beroep op arbeidsrecht, vanaf langer dan 1m beroep op SZR &
vanaf 1j consolidatie dus invaliditeit (sprong in berekening vd
uitkeringen)
▪ Moederschap
• = door bevalling
• Partner kan ook soort arbeidsongeschiktheid krijgen
o Vermoedens & regelingen die ontstaan
▪ Vb: arbeidsongeschiktheid ontstaan in werkrelatie door arbeidsongeval of
ziekte door uitoefening werk = bijzondere regeling
o  Werkloosheid = onmogelijkheid te werken, maar niet per se door externe oorzaak
waar je niet aan kan doen
▪ Arbeidsongeschiktheid = gunstiger tav slachtoffer
 Werkloosheid: restrictiever (soort van wantrouwen)


1.2 Omschrijving van de sociale risico’s
• Sociaal risico = dreiging van gebrek aan inkomen uit arbeid of bijzondere kosten
• Erkend:
o Afwezigheid inkomen bij mensen die niet werken < ouderdom
o Wegvallen inkomen < overlijden partner
o Afwezigheid inkomen < arbeidsongeschiktheid
o Afwezigheid inkomen < werkloosheid
o Nood aan dekking kosten medische verzorging
o Bijzondere kosten die samenhangen met verzorgen van kinderen
o Nood aan dekking kosten verlies zelfredzaamheid
o Ontbreken voldoende middelen om menswaardig bestaan te leiden
• Opgelet:
o (1) SZ niet verengen tot loutere compensaties in vorm van geld
▪ Preventie => herstel => compensatie
o (2) SZ eng opvatten doet geen afbreuk aan de grote waarde vd ruimere
opvatting (vb: ook veiligheid & hygiëne op het werk, arbeidsvoorziening,
arbeidsbemiddeling…)
o (3) Impact vd verborgen gelduitkeringen vd fiscaliteit niet onderschatten

4

,1.3 Solidariteitstechnieken om SZ vorm te geven
1.3.1 Korte historiek
Boeie

1.3.2 Verticale en horizontale solidariteit
• Verticale & horizontale herverdeling:




o 1) Horizontaal = groepssolidariteit tussen mensen die laag risico lopen & mensen die
hoog risico lopen
o 2) Verticaal = mensen met hogere inkomens betalen meer dan lagere inkomens
• Wat je niet hebt bij SZ (wel bij privéverzekering): dat je verzekering niet krijgt door slecht
profiel (risico-bepaling = waarschijnlijkheid dat risico, schade gaat voordoen bepaalt hoogte vd
premie)
o Wat je wel hebt bij SZ: draagkracht (hoe hoger inkomen, hoe hoger bijdrage)
▪ Verschil in: solidariteit & herverdeling
• Horizontale as = groepssolidariteit = in privéverz. & SZ
• Verticale as = inkomenssolidariteit = SZ te betalen op inkomen (hangt
af vd draagkracht)
• = mbt inkomen uit arbeid
• In privéverz. ontbreekt dit
▪ = tekortkoming vd definitie < Prof Van Langedonck
• Particuliere (privé)-verzekering
o Horizontale benadering: element vd solidariteit = te zwak
o Bijdrage/premie berekend risicoprofiel: kanselement aanwezig
➔ ≠ SZ
• Loutere liefdadigheid
➔ = slechts SZ voor zover ingebed in publiekrechtelijke regeling
• Bepaling vd premie/bijdrage
o Particuliere (privé)-verzekering: R = P x D
o Sociale zekerheid: horizontale & verticale benadering
▪ Bijdrage aan sociale verzekeringen = wettelijk vastgelegd
• Meestal: proportioneel (%) met de hoogte vh beroepsinkomen




5

,1.3.3 Sociale verzekering & sociale bijstand




Technieken van berekening vd uitkeringen
➔ Onderscheid:

o 1) Sociale verzekeringen
▪ Eerder voor inkomensvervanging & kostencompensatie
▪ = specifieke SZ-bijdragen via belastingen
▪ Deelname = verplicht
• Tenzij afwijkingen
▪ Vwden:
• 1) Achterliggende afweging vh risico: geen middelentoets
o Vb: echtgenoot van notaris die job verliest &
werkloosheidsuitkering wil
▪ Geen middelentoets vereist, dus uitkering ALS
onvrijwillig werkloos geworden (≠ te maken met haar
gedrag), zij solliciteert systematisch & ze heeft
voldoende gewerkt vooraf
• Ze krijgt dan wel uitkering, ook al heeft ze het
niet nodig
o Vb: gezinsbijslag ≠ gekoppeld aan middelen vh gezin (zou
moeten zijn voor kinderen van arme gezinnen)
▪ We kijken el naar gezinstoestand, maar ≠
middelentoets
o Inkomenstoets = wel mogelijk
▪ ALS je nog werknemer bent & inkomen hebt, kan je
pensioen bv. verlaagd worden
• 2) Financiering: bijdragen
• 3) Aanspraak: subjectief recht
o In obj. recht vwden beschreven & als je hieraan voldoet heb je
subj. recht op verzekering
▪ Kostendekkende of inkomensaanvullende uitkeringen
• = tot dekking vd kosten, verbonden aan kinderlast,
geneeskundige verzorging of de hulp van 3den
• = voor werknemers, ambtenaren & zelfstandigen (vb:
ziekteverzekering)

6

, • ≠ gekoppeld aan inkomen of loon
• Voor zorg & gezin: universeel & regionaal
▪ Vervangingsinkomens
• Voor werknemers & ambtenaren: in alle eventualiteiten
• Voor zelfstandigen: niet voor alle eventualiteit: moederschap,
ziekte en invaliditeit, ouderdom, overlijden vd kostwinner
• Niet voor arbeidsongevallen!
▪ Opgelet:
• (1) Niet elke publiekrechtelijke & verplichte risicoverplichting =
sociale verzekering
• Vb: verplichte Ah.-verzekering voor motorvoertuigen
• (2) Niet-verplichte regelingen die aansluiten bij &
voortbouwen op verplichte sociale verzekeringen ≠ als
sociale verzekering aangemerkt

o 2) Sociale bijstand
▪ Eerder voor armoederegeling
▪ = uitkeringen toekennen aan wie daaraan behoefte heeft
▪ < OH-gelden
▪ Toekenning = afhankelijk van middelentoets
• => Financiële middelen vd potentiële ontvanger worden
onderzocht
▪ Vwden:
• 1) Achterliggende afweging vh risico: middelentoets: ben je
behoeftig?
o ≠ inkomenstoets (vb: spaargeld, auto, middelen vd
partner.. vallen ook onder middelen)
o Waardoor je in aanmerking komt voor bijstand
▪ Hoe minder middelen/meer behoefte, hoe
meer bijstand
• 2) Financiering: budget
o Centraal of lokaal
▪ Groot deel vd gemeente-/lokale belastingen =
gebruikt om OCMW & sociale bijstand te financieren
• 3) Aanspraak: discretionaire bvh. vd OH
o = geëvolueerd: ook subj. recht op leefloon ALS je voldoet aan
vwden
▪ MAAR gemeenten kunnen nog steeds discr. extra
bijstand toekennen
• Volgens beginselen van behoorlijk bestuur,
zoals gelijkheid & transparantie
▪ 2 types:
• Algemene = gericht op iedereen die behoeftig is een menswaardig
bestaan verzekeren
• Categorale = voor specifieke categorie (zoals ouderen of
gehandicapten)

7

, ▪ ALS instantie grote marge voor discretionaire bvh heeft = bijstand

o 3) Gemengde uitkeringen (demogrant)
o = hybride systeem
o Sociale verzekering: geen middelentoets & subjectief recht
o Sociale bijstand: budgetgefinancierd
• Is verschil tussen beiden relevant?
• Ja, want EU-verordeningen kijken voornamelijk naar
verzekeringen
• Is pertinent?
• Nee, want veel hybrides
• Grens tussen verzekering & bijstand vervaagd
• => ALS niet duidelijk = gemengde prestatie of
demogrant


1.3.4 Andere beschermingstechnieken
• Sociale compensatieregelingen
o = geheel van regelingen die gemeen hebben dat de OH of gemeenschap erin haar
solidariteit vertoont met personen die door OH blootgesteld werden aan bijzondere
lasten & schade
o Vb: overlevingspensioen voor oorlogslachtoffers
o = gefinancierd door OH
o Vaak geen middelentoets
o ≠ SZ, want geen georganiseerde solidariteit karakter
• Basisinkomen
o = stelsels waarbij de OH aan alle ingezetenen of burgers een periodieke
gelduitkering toezegt zonder daaraan vwden van werkwilligheid of behoeftigheid
te verbinden

1.4 Opdeling SZ-prestaties naar inhoud
• 1) Inkomen garanderen
o Ouderdom
o Werkloosheid
• 2) Kosten verlagen
o Kinderbijslag
o Langdurige zorg (bejaardentehuis)
o Gezondheidszorg
• 3) Residuair
o Leefloon/bijstand
• ALS veel leefloon gevraagd = teken dat bovenstaanden niet genoeg werkt om
menswaardig bestaan te lijden
• Wat niet? Studiebeurzen, vakantiegeld…
• Wie beslist dit? Wetgever
• Niet alle structuren die bijdragen geven in geval van zulke risico’s = gezondheidszorg
o Vb: levensverzekering (risico overlijden)
o Vb: hospitalisatieverzekering (comfort)

8

, o = privéregeling
• SZ = een kost: om solidariteit te bewerkstelligen
o ALS solidariteit beperkt is, meer kans dat het privéregeling is (vaak contract met
bank, verzekeraar…)
• Belang vd sociale regels? Uitgesloten van mededingingsrecht

1.5 Verschillende vormen van solidariteitstechnieken




SZ-systemen behoren tot: Bismarck- of Beveridge-stelsel:

• Bismarck- stelsel (< DE)
o < 19de eeuw: introductie vh eerste SZ-systeem voor arbeiders
• Historisch kader: idee dat OH moet investeren in SZ
• Eerste pensioenen in DE: door opkomst vh socialisme
• Eisen uit socialisme gerecupereerd & vormgegeven in
pensioenregelingen, in hoop dat het gedaan zou zijn met
socialisme (= mislukt)
• = invaliditeitspensioenen (vanaf 65j door lagere
levensverwachtingen)
• Vandaag: ouderdomspensioenen genoemd
• Blijft tot 65j (ook al hogere
levensverwachtingen)
• Risico andere invulling
gekregen, zodat je laatste
jaren van je leven nog kan
genieten
o Vandaag: categoriale sociale verzekeringsregelingen, die per bedrijfstak of
beroepsgroep georganiseerd zijn en waarvoor de sociaal verzekerden bijdragen
betalen
• Focus op werk
• Levensstandaard wordt gehandhaafd
• Gefinancierd door: sociale partners (= vakbonden & werkgeversorganisaties)
• ≠ OH
o Personeel toepassingsgebied: werknemers/beroepsactieve bevolking
• Vanaf je werkt, heb je recht op SZ
o Uitkering: inkomensgerelateerd/levensstandaard
• Doel: levensstandaard vd betrokkene behouden zodat je sociale contacten
kan behouden
9

, • Hoe hoger loon, hoe hoger uitkering
o Administratie/beheer: sociale partners (= vakbonden &
werknemersorganisaties)/triparties (= 3de partij)
• Subsidiariteit vd OH-bvh.: als OH niet moet tussenkomen, overlaten aan
sociale middenveld
• OH = 3de partij/tripartie
• Treedt op zodat besluiten niet tegen wet of algemeen
belang ingaan
• Steeds grotere rol door financiering adhv belastinggeld
o Financiering: bijdrage
• = geaffecteerde belasting; heffing die niet naar algemene pot gaat maar
onmiddellijk naar doel, nl. SZ
• RSZ int de bijdrage & gaat onmiddellijk naar SZ
• Waarom? Anders bepaalt OH hoeveel geld vd algemene pot naar
wat gaat
• Vb: werknemersbijdrage van brutoloon afgetrokken
o Snel verspreid & veel invloed gehad op andere systemen
o Continentaal SZ-begrip
• Beveridge- stelsel (< VK)
o Rapport tijdens WOII > grote invloed
• Historisch kader: na WOII eigen stelsel gevormd (minder Bismarckaans)
o Vandaag: universele socialezekerheidsregelingen die de gehele bevolking beogen &
die vaak uit algemene middelen (budget) gefinancierd worden
• Feit dat je in land woont = voldoende
• Forfaitair: basisbescherming
• Publieke administratie/OH = bevoegd voor management vd SZ
o Personeel toepassingsgebied: ingezetenen
• = burgers/woonachtigen vh land
• ≠ enkel werkenden
o Uitkering: forfaitair/basisbescherming
• = vaste uitkeringen
o Administratie/beheer: OH
• ≠ sociale partners, want denken enkel in functie van werknemers
• Centraal of decentraal/lokaal (vb: sommige riciso’s best beheerd door
gemeenten)
o Financiering: budget
• = fiscale middelen uit algemene pot (bepaald door OH hoeveel naar SZ gaat)
o Atlantisch SZ-begrip

• -> In BE:
o Inkomensvervangende regelingen = voornamelijk gebaseerd op Bismarck-stelsel
o Kostencompenserende regelingen (vb: gezinslast, sociale zorg, gezondheidszorg) =
voornamelijk gebaseerd op Beveridge-stelsel

2. Beginselen toegepast op de BE context
2.1 Omschrijving van de BE SZ
2.1.1 Geen eenduidig begrip
• Definitie in (grond)wetgeving
o Wel recht op < 23 GW

10

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk_1:_Begrip_SZ 2
  2. 02 1.1_Een_omschrijving_van_SZ_in_het_algem 2
  3. 03 1.1.1_Geen_eenduidig_begrip 2
  4. 04 1.1.2_Voorgestelde_werkdefinitie 3
  5. 05 1.2_Omschrijving_van_de_sociale_risico’s 4
  6. 06 1.3_Solidariteitstechnieken_om_SZ_vorm_t 5
  7. 07 1.3.1_Korte_historiek 5
  8. 08 1.3.2_Verticale_en_horizontale_solidarit 5
  9. 09 1.3.4_Andere_beschermingstechnieken 8
  10. 10 1.4_Opdeling_SZ-prestaties_naar_inhoud 8
  11. 11 1.5_Verschillende_vormen_van_solidaritei 9
  12. 12 2.1_Een_omschrijving_van_de_BE_SZ 10
  13. 13 2.1.1_Geen_eenduidig_begrip 10
  14. 14 2.2_Omschrijving_van_de_sociale_risico’s 11
  15. 15 2.3_Solidariteitstechnieken_in_BE 13
  16. 16 2.3.1_Sociale_verzekering 13
  17. 17 2.3.2_Sociale_bijstand 14
  18. 18 2.4_Opdeling_SZ-prestaties_naar_inhoud 14
  19. 19 2.5_Verschillende_vormen_van_solidaritei 14
  20. 20 Hoofdstuk_2_Bronnen_van_het_SZ-R 15
  21. 21 1.1_Internationaal_en_Europees_recht 15
  22. 22 1.2_Grondwet 15
  23. 23 1.3_Federale_staten 16
  24. 24 1.4_Bevoegdheid_om_SZ-normen_te_bepalen 16
  25. 25 1.4.1_WM 16
  26. 26 1.4.2_UM 16
  27. 27 1.4.3_Autonome_organen 16
  28. 28 1.5_RS_en_administratieve_praktijk 17
  29. 29 1.6_Uitvoeringsorganen 17
  30. 30 2._Beginselen_toegepast_in_BE_rechtsorde 17
  31. 31 2.1_Internationaal_en_Europees_recht 17
  32. 32 2.2_Grondwet 17
  33. 33 2.3_Federale_staten 24
  34. 34 2.4_Bevoegdheid_om_SZ-normen_te_bepalen 25
  35. 35 2.4.2_UM 25
  36. 36 2.4.3_Autonome_organen 25
  37. 37 2.5_RS_en_administratieve_praktijk 25
  38. 38 2.6_Uitvoeringsorganen 25
  39. 39 Hoofdstuk_3:_Personeel_toepassingsgebied 26
  40. 40 1.1_Solidariteitskringen_in_SZ 26
  41. 41 1.1.1_Algemeen 26
  42. 42 1.1.2_Solidariteitskringen_bij_volksverz 27
  43. 43 1.1.3_Solidariteitskringen_bij_sociale_b 27
  44. 44 1.1.4_Inter-_en_intra_generationele_soli 28
  45. 45 1.2_Bijzonderheden_voor_professionele_so 28
  46. 46 1.2.1_Cumulatie_van_sociale_verzekeringe 28
  47. 47 1.2.2_Nawerking_van_sociale_verzekeringe 28
  48. 48 1.2.3_Afgeleide_en_eigen_rechten_uit_soc 28
  49. 49 2.1.1_Het_WN-stelsel 29
  50. 50 2.1.2_Het_AMB-stelsel 30
  51. 51 2.1.3_Het_ZEL-stelsel 30
  52. 52 Werknemer_><_zelfstandigen:_juridische_o 31
  53. 53 Weerlegbaar_vermoeden:_economische_onder 32
  54. 54 2.1.4_Onderscheid_tussen_WN_en_ZEL 32
  55. 55 2.1.5_Enkele_bijzonderheden_vd_BE_profes 32
  56. 56 2.2_Solidariteitskring_in_de_BE_sociale_ 33
  57. 57 2.3_Solidariteitskring_in_de_regionale_S 34
  58. 58 2.3.1_Vlaamse_sociale_bescherming 34
  59. 59 2.3.2_Gezinsbijslagen 35
  60. 60 Hoofdstuk_4:_Financiering_van_de_SZ 36
  61. 61 1.1_Algemeen 36
  62. 62 1.2_Financiering_voor_SZ-stelsel 37
  63. 63 1.2.1_Bijdragebetaling_voor_WN 37
  64. 64 1.2.2_Bijdragebetaling_voor_ZEL 37
  65. 65 1.2.3_Bijdragebetaling_door_AMB 38
  66. 66 1.2.4_Bijdragebetaling_“machines”_of_“be 38
  67. 67 1.3_Financiering_SZ-stelsel_via_OH-midde 38
  68. 68 1.4_Andere_financieringsbronnen 38
  69. 69 1.5_Beheer_van_financiering_en_financier 39
  70. 70 1.5.1_Globaal_of_afzonderlijk_beheer_van 39
  71. 71 1.5.2_Omslag-_en_kapitalisatiestelsels 39
  72. 72 2.1Algemeen 40
  73. 73 2.2_Financiering_van_de_socialeverzekeri 40
  74. 74 2.2.1_SZ-bijdragen_en_beheer_van_financi 40
  75. 75 2.2.2_Andere_financieringsbronnen 44
  76. 76 2.3Financiering_van_de_socialeverzekerin 44
  77. 77 2.3.1_SZ-bijdragen_en_beheer_van_financi 44
  78. 78 2.3.2_Andere_financieringsbronnen 46
  79. 79 2.4Financiering_van_socialeverzekeringss 47
  80. 80 2.5_Financiering_voor_socialebijstandsst 47
  81. 81 2.6_Financiering_van_regionale_SZ-regeli 47
  82. 82 2.6.1_Vlaamse_sociale_bescherming 47
  83. 83 2.6.2_Gezinsbijslagen 48
  84. 84 Hoofdstuk_5:_Administratie_van_de_SZ 49
  85. 85 1.1_Vss_niveaus_bij_de_administratie_vd_ 49
  86. 86 1.2_Bijzondere_focus_op_territoriale_en_ 49
  87. 87 1.2.1_Begrippen 49
  88. 88 1.2.2_Onderscheid_decentralisatie_en_fed 50
  89. 89 1.3_Functionele_decentralisatie 50
  90. 90 1.4_Medewerking_van_de_betrokkenen 50
  91. 91 1.5_Maatschappelijk_belang 51
  92. 92 2.1_Professionele_stelsels 51
  93. 93 2.1.1_Voor_WN 51
  94. 94 2.1.2_Voor_ZEL 52
  95. 95 2.1.3_Voor_AMB 53
  96. 96 2.2_Socialebijstandsregelingen 54
  97. 97 2.3_Vlaamse_sociale_bescherming 55
  98. 98 2.4_Gezinsbijslagen_in_Vlaanderen 55
  99. 99 2.5_Maatschappelijk_belang_en_medewerkin 55
  100. 100 Hoofdstuk_6:_Sociale_risico’s_en_prestat 56
  101. 101 1.1_Sociale_risico’s 56
  102. 102 Het_begrip_sociaal_risico 56
  103. 103 Het_evolutieve_karakter 56
  104. 104 Het_relatieve_karakter 56
  105. 105 1.2_Sociale_prestaties 56
  106. 106 Algemeen 56
  107. 107 De_omvang 56
  108. 108 Inbouwen_van_sociale_prestaties_in_ander 58
  109. 109 Duur_van_de_sociale_prestatie 58
  110. 110 2.1_Sociale_risico’s 59
  111. 111 Evolutief_karakter 59
  112. 112 Arbeidsongevallen_en_beroepsziekte 59
  113. 113 2.2_Sociale_prestaties 60
  114. 114 Omvang_van_een_sociale_prestatie 60
  115. 115 Grenzen_aan_het_verkrijgen_van_een_socia 61
  116. 116 Duur_van_een_sociale_prestatie 62
  117. 117 Hoofdstuk_7:_Ouderdom 68
  118. 118 1.1_Het_sociaal_risico_ouderdom 68
  119. 119 Begrip_“ouderdom”_en_wijze_van_beschermi 68
  120. 120 Driepijlerstructuur_als_bescherming_bij_ 69
  121. 121 Eigenheid_van_het_sociaal_risico_ouderdo 69
  122. 122 1.2_De_sociale_prestaties_bij_ouderdom 69
  123. 123 Aantal_jaren_deelname 70
  124. 124 Personen_ten_laste 70
  125. 125 Beschikbare_middelen_of_inkomsten 70
  126. 126 Sector 71
  127. 127 1.3_Toegelaten_arbeid 71
  128. 128 2.1_Het_sociaal_risico_ouderdom 71
  129. 129 2.2_Bescherming_bij_ouderdom_in_de_wette 71
  130. 130 Pensioenleeftijd 71
  131. 131 Berekeningsbasis_voor_de_bepaling_vh_pen 71
  132. 132 Minimumpensioen 74
  133. 133 Gelijkgestelde_periodes 75
  134. 134 Toegelaten_arbeid_en_deeltijds_pensioen 75
  135. 135 Bijzondere_regeling:_uit_de_echt_geschei 76
  136. 136 2.2_Bescherming_bij_ouderdom_in_de_boven 76
  137. 137 2.4_Bescherming_bij_ouderdom_in_sociale_ 78
  138. 138 Hoofdstuk_8:_Overlijden 78
  139. 139 1.1_Het_sociaal_risico_overlijden 78
  140. 140 1.2_De_sociale_prestatie_bij_overlijden 78
  141. 141 1.2.1_Een_overlevingsuitkering_als_inkom 78
  142. 142 1.2.2_Relatie_tussen_het_overlevings-_en 78
  143. 143 1.2.3_Bescherming_bij_overlijden_in_de_v 79
  144. 144 1.2.4_Prestaties_aan_andere_nabestaanden 79
  145. 145 1.2.5_Andere_prestaties_bij_overlijden 79
  146. 146 2._Beginselen_toegepast_bij_overlijden 79
  147. 147 2.1_Het_sociaal_risico_overlijden 79
  148. 148 2.2_De_sociale_prestatie_bij_overlijden 79
  149. 149 2.2.1_Overlijden_voor_2015 79
  150. 150 2.2.2_Overlijden_na_2015 79
  151. 151 2.2.3_Andere_verwante_uitkeringen 80
  152. 152 Hoofdstuk_9:_Arbeidsongeschiktheid 81
  153. 153 1.1_Het_sociaal_risico_arbeidsongeschikt 81
  154. 154 1.1.1Verlies_van_verdienvermogen_als_arb 81
  155. 155 1.1.2_Maatman_of_referentiepersoon 81
  156. 156 1.1.3_Arbeidsongeschiktheidsgraad 81
  157. 157 1.1.4_Onderscheid_arbeidsongeschikt_en_w 81
  158. 158 1.2_Sociale_prestatie_bij_arbeidsongesch 81
  159. 159 1.2.1_Onderscheid_ziekte_en_invaliditeit 81
  160. 160 1.2.2_Stopzetting_vd_arbeid_als_vwde_voo 82
  161. 161 1.2.3_Belang_van_preventie_en_herstel_in 82
  162. 162 1.2.4_Bijzondere_vormen_van_arbeidsonges 82
  163. 163 2._Beginselen_toegepast_op_de_BE_rechtso 82
  164. 164 2.1_Het_sociaal_risico_arbeidsongeschikt 82
  165. 165 2.2_Sociale_prestatie_bij_arbeidsongesch 82
  166. 166 2.2.1_Algemene_arbeidsongeschiktheidsreg 82
  167. 167 2.2.2_Moederschapsuitkeringen 85
  168. 168 2.2.3_Uitkeringen_bij_arbeidsongevallen_ 86
  169. 169 2.2.4_Indien_A-ongeschiktheid_minder_dan 88
  170. 170 Hoofdstuk_10:_Werkloosheid 89
  171. 171 1.1_Het_sociaal_risico_werkloosheid 89
  172. 172 1.2_De_sociale_prestatie_bij_werklooshei 91
  173. 173 1.2.2_Toekenningsvoorwaarden 91
  174. 174 1.2.3_Duur_vd_werkloosheidsuitkering 91
  175. 175 1.2.4_Hoogte_van_de_werkloosheidsuitkeri 92
  176. 176 1.2.5_Cumulatie_van_een_werkloosheidsuit 92
  177. 177 1.2.6_Aanverwante_prestaties 92
  178. 178 2._Beginselen_toegepast_op_BE_rechtsorde 92
  179. 179 2.1_Het_sociaal_risico_werkloosheid 92
  180. 180 2.2_De_sociale_prestatie_bij_werklooshei 92
  181. 181 2.2.1_WN 92
  182. 182 2.2.2_Aanverwante_regelingen_in_WN-stels 101
  183. 183 2.2.3_ZEL 104
  184. 184 2.2.4_Verderzetting_werkloosheidsuitkeri 106
  185. 185 2.2.5_Aanverwante_regelingen_in_ZEL-stel 106
  186. 186 Hoofdstuk_11:_Gezinslasten 107
  187. 187 1.1_Oorsprong 107
  188. 188 1.2_Het_sociaal_gezinslasten 107
  189. 189 1.2.1_Opzet_en_doel 107
  190. 190 1.2.2_Kinderbijslag_en_de_ruimere_regeli 107
  191. 191 1.3_De_sociale_prestatie_bij_kinderbijsl 107
  192. 192 1.3.1_Kinderbijslag_als_kostencompensere 107
  193. 193 1.3.2_Kinderbijslag_als_inkomensvervange 108
  194. 194 2._Principes_toegepast_toegepast_op_de_B 108
  195. 195 2.1_Het_sociaal_risico_gezinslasten_en_d 108
  196. 196 2.2_De_sociale_prestatie_bij_kinderbijsl 109
  197. 197 2.2.1_Begrippen_“begunstigde”_en_“gerech 109
  198. 198 2.2.2_Periodieke_uitkering 110
  199. 199 2.2.3_Eenmalige_uitkeringen 111
  200. 200 2.2.4_Inkomensvervangende_uitkeringen 111
  201. 201 Hoofdstuk_12:_Gezondheidszorg 111
  202. 202 1.1_Het_sociaal_risico_gezondheidszorg 112
  203. 203 1.1.1_Doelstelling 112
  204. 204 1.1.2_De_werking_van_gezondheidszorgstel 112
  205. 205 1.2_De_sociale_prestatie_bij_gezondheids 112
  206. 206 1.2.2_Aard_van_de_tegemoetkoming:_in_nat 113
  207. 207 1.2.3_De_gedekte_prestaties 113
  208. 208 1.2.4_De_financiële_houdbaarheid_van_gez 114
  209. 209 1.2.5_De_rol_van_particuliere_verzekerin 114
  210. 210 2.1_Het_sociaal_risico_gezondheidszorg 114
  211. 211 2.1.1_Opzet_BE_gezondheidszorg 114
  212. 212 2.1.2_Privaat_gezondheidszorgstelsel_als 115
  213. 213 2.2_De_sociale_prestatie_bij_gezondheids 115
  214. 214 2.2.1_Personeel_toepassingsgebied 115
  215. 215 2.2.2_De_gedekte_prestaties 117
  216. 216 2.2.3_Eigen_bijdrage 119
  217. 217 2.2.4_Bijzonere_regeling_bij_arbeidsonge 120
  218. 218 Hoofdstuk_13:_Zorg 121
  219. 219 1.1_Het_sociaal_risico_zorg 121
  220. 220 1.2_De_sociale_prestatie_bij_zorg 122
  221. 221 1.2.1_Personeel_toepassingsgebied 122
  222. 222 1.2.2_Verschillende_soorten_van_prestati 122
  223. 223 2.1_Het_sociaal_risico_zorg 122
  224. 224 2.2_De_sociale_prestatie_bij_zorg 122
  225. 225 2.2.1_Vlaamse_regeling_bij_zorg 122
  226. 226 2.2.2_Federale_regeling_bij_zorg 123
  227. 227 Hoofdstuk_14:_Behoeftigheid 125
  228. 228 1.1_Het_sociaal_risico_behoeftigheid 125
  229. 229 1.1.1_Ontstaansgeschiedenis 125
  230. 230 1.1.2_Onderscheid_algemene_en_categorale 125
  231. 231 1.2_De_sociale_prestatie_bij_behoeftighe 125
  232. 232 1.2.1_Voorwaarden_om_een_sociale_prestat 125
  233. 233 1.2.2_Verschillende_vormen_van_sociale_b 125
  234. 234 1.2.3_De_problemen_van_non-take_up 126
  235. 235 2._Principes_toegepast_op_de_BE_rechtsor 126
  236. 236 2.1_Het_sociaal_risico_behoeftigheid 126
  237. 237 2.2_De_sociale_prestatie_bij_behoeftighe 126
  238. 238 2.2.1_Maatschappelijke_integratie 126
  239. 239 2.2.2_Maatschappelijke_dienstverlening 129
  240. 240 Hoofdstuk_15:_Internationaal_en_EU_recht 131
  241. 241 1._Beginselen_onderliggend_aan_SZ-stelse 131
  242. 242 Coördinatie_van_SZ-stelsels 131
  243. 243 De_noodzaak_van_internationale_en_supran 131
  244. 244 De_principes_onderliggend_aan_coördinati 131
  245. 245 Harmonisatie_van_SZ-stelsels 131
  246. 246 De_noodzaak_van_harmonie 131
  247. 247 De_principes_onderliggend_aan_harmonisat 131
  248. 248 Instrumenten_die_indirect_raken_aan_SZ-s 131
  249. 249 Verschillende_bronnen_van_coördinatie-_e 132
  250. 250 2._Beginselen_toegepast_op_het_internati 132
  251. 251 2.1_Coördinatie_van_SZ 132
  252. 252 2.1.1_Internationaal_niveau 132
  253. 253 2.1.2_EU-niveau 133
  254. 254 2.2_Harmonisatie_van_SZ 135
  255. 255 2.2.1_Internationaal_niveau 136
  256. 256 2.2.2_EU-niveau 137

Documentinformatie

Studie
Onbekend
Geüpload op
27 september 2025
Bestand laatst geupdate op
28 september 2025
Aantal pagina's
139
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$19.44

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
louisebeerts
3.5
(8)
Verkocht
177
Volgers
4
Items
27
Laatst verkocht
4 dagen geleden


Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen