THEORIELES 1
Lichaamssamenstelling
- BMI = (gewicht in kg / lengte in m^2 )
- geen rekening met uit wat gewicht is samengesteld (lichaamssamenstelling)
5 niveaus om lichaamssamenstelling te bestuderen (klein nr groot)
- atomair = uit welke atomen en in welke hoeveelheid
- moleculair = hvl vet, vetvrij, mineralen, water,
- cellulair = celmassa, extracellulair water
- weefsel = bot, spier, bloed, organen, vet
- lichaams = vetmassa vs. vetvrije massa
Weefselniveau
- kader = referentie man
meten = weten
- subcutaan =onderhuids , visceraal = inwendig rond organen
- gewicht = vetmassa + vetvrije massa
referentiewaarden (algemene populatie)
- hier bij vrouw → om op natuurlijke manier kinderen te krijgen moet dit hoger liggen
- VR = 21-32,9%
- M = 8-19,9%
- essentieel % lichaamsvet : minstens 12% bij vrouw , bij man 3%
referentiewaarden v sporters
- afhankelijk v sport
waarom willen we lichaamssamenstelling weten?
- ontwikkeling en groei opvolgen
- gezondheidsrisico's vaststellen
- om veranderingen in lichaamssamensetlling te volgen die geassocieerd zijn met
ziekten
- passend voedings en beweegadvies te geven
- om effectiviteit v programmas te bepalen
Methoden om te meten
- variëren in prijs, complexiteit, nauwkeurigheid, medewerking klant, gebruik/plaats
waar meting gebeurt
Directe methoden
- meet direct wat je wil weten (samenstelling dus)
- kadaver analyse : meestal zieke of oudere mensen (kadavers) → niet bruikbaar v
meeste mensen te meten
- in vivo neutronen activatie analyse : methode met straling op lichaam sturen →
ionen? nemen deze op → zullen gamma stralen uitstralen → hvlheid gamma stralen
, is hvlheid natrium, calcium, stikstof, … in het lichaam (veel stralingslast, heel duur,
enkel in bepaalde ziekenhuizen)
indirecte methoden
- meet aantal veronderstellingen → je neemt aantal veronderstellingen erbij om
vetpercentage te bepalen
- onderwaterweging : iemand met veel vet weegt relatief minder in water dan iemand
met veel spiermassa (ideaal = huidplooimeting in combi met onderwaterweging)
- densiteit bepalen adhv volume volgens wet van Archimedes = “lichaam
onderdompelen in vloeistof → gewicht verplaatste vloeistof = volume lichaam”
- zeer nauwkeurig met foutmarge minder dan 1%
- duur, vakkundig personeel nodig, tijdsduur, effect watertemp op densiteit, …
- DEXA-scan : Dual Energy X-ray Absorptiometry
- lichaam scannen met röntgenstralen van 2 energieniveaus → verschillende
weefsels in lichaam absorberen stralen op andere manier → zo
vetpercentage berekenen
- voordelen : nauwkeurig, blootstelling stralen beperkt, evaluatietijd beperkt,
plaatselijke lichaamssamenstelling in kaart brengen
- nadelen : duur, vakkundig personeel nodig, labo/ziekenhuis, straling
dubbel indirecte methode
- gebaseerd op statistisch verband
- je meet enkele zaken → je neemt formules en meet verband tussen wat je hebt
gemeten en de lichaamssamenstelling
- omtrekmeting
- meten taille = buikvet
- taille- heup ratio = taille (cm) / heup (cm)
- normen op pwp
- VR= 80-88 , M = 94-102 => onthoud deze , onder is goed, boven niet
- huidplooimeting : bij ons 4 punten
!! estimeren v vetpercentage (niet ‘meten’) via lichaamsdensiteit
- goedkoop, niet-plaatsgebonden en betrouwbaar
- ervaring nodig, niet directe meting, afwijkingen v 3,5% VR en 5% M
- je gaat ervan uit dat vet regelmatig is verdeeld over lichaam en dat dikte
huidplooi de maat is v subcutaan vet die representatief is v totale lichaamsvet
- afwijking groter bij mensen die obeser zijn → beter omtrekmeting
- van huidplooi nr lichaamssamenstelling
- bio-elektrische impedantie analyse (liggend op tafel accurater dan de weegschaal)
- weerstand gemeten als wisselstroom door het lichaam wordt geleid
- Water geleidt stroom beter dan vet → Spieren, botten, organen, bloed
bevatten meer water dan vet
- lage weerstand = veel water = bloed, .. + meer spieren
- hoge weerstand = meer vetmassa
- voordelen : snel, eenvoudig, vaak te herhalen, goedkoop, niet belastend,
- nadelen : afhankelijk v hydratatie status!
hoe meer abdominaal vet → hoe hoger kans op CV aandoeningen
Lichaamssamenstelling
- BMI = (gewicht in kg / lengte in m^2 )
- geen rekening met uit wat gewicht is samengesteld (lichaamssamenstelling)
5 niveaus om lichaamssamenstelling te bestuderen (klein nr groot)
- atomair = uit welke atomen en in welke hoeveelheid
- moleculair = hvl vet, vetvrij, mineralen, water,
- cellulair = celmassa, extracellulair water
- weefsel = bot, spier, bloed, organen, vet
- lichaams = vetmassa vs. vetvrije massa
Weefselniveau
- kader = referentie man
meten = weten
- subcutaan =onderhuids , visceraal = inwendig rond organen
- gewicht = vetmassa + vetvrije massa
referentiewaarden (algemene populatie)
- hier bij vrouw → om op natuurlijke manier kinderen te krijgen moet dit hoger liggen
- VR = 21-32,9%
- M = 8-19,9%
- essentieel % lichaamsvet : minstens 12% bij vrouw , bij man 3%
referentiewaarden v sporters
- afhankelijk v sport
waarom willen we lichaamssamenstelling weten?
- ontwikkeling en groei opvolgen
- gezondheidsrisico's vaststellen
- om veranderingen in lichaamssamensetlling te volgen die geassocieerd zijn met
ziekten
- passend voedings en beweegadvies te geven
- om effectiviteit v programmas te bepalen
Methoden om te meten
- variëren in prijs, complexiteit, nauwkeurigheid, medewerking klant, gebruik/plaats
waar meting gebeurt
Directe methoden
- meet direct wat je wil weten (samenstelling dus)
- kadaver analyse : meestal zieke of oudere mensen (kadavers) → niet bruikbaar v
meeste mensen te meten
- in vivo neutronen activatie analyse : methode met straling op lichaam sturen →
ionen? nemen deze op → zullen gamma stralen uitstralen → hvlheid gamma stralen
, is hvlheid natrium, calcium, stikstof, … in het lichaam (veel stralingslast, heel duur,
enkel in bepaalde ziekenhuizen)
indirecte methoden
- meet aantal veronderstellingen → je neemt aantal veronderstellingen erbij om
vetpercentage te bepalen
- onderwaterweging : iemand met veel vet weegt relatief minder in water dan iemand
met veel spiermassa (ideaal = huidplooimeting in combi met onderwaterweging)
- densiteit bepalen adhv volume volgens wet van Archimedes = “lichaam
onderdompelen in vloeistof → gewicht verplaatste vloeistof = volume lichaam”
- zeer nauwkeurig met foutmarge minder dan 1%
- duur, vakkundig personeel nodig, tijdsduur, effect watertemp op densiteit, …
- DEXA-scan : Dual Energy X-ray Absorptiometry
- lichaam scannen met röntgenstralen van 2 energieniveaus → verschillende
weefsels in lichaam absorberen stralen op andere manier → zo
vetpercentage berekenen
- voordelen : nauwkeurig, blootstelling stralen beperkt, evaluatietijd beperkt,
plaatselijke lichaamssamenstelling in kaart brengen
- nadelen : duur, vakkundig personeel nodig, labo/ziekenhuis, straling
dubbel indirecte methode
- gebaseerd op statistisch verband
- je meet enkele zaken → je neemt formules en meet verband tussen wat je hebt
gemeten en de lichaamssamenstelling
- omtrekmeting
- meten taille = buikvet
- taille- heup ratio = taille (cm) / heup (cm)
- normen op pwp
- VR= 80-88 , M = 94-102 => onthoud deze , onder is goed, boven niet
- huidplooimeting : bij ons 4 punten
!! estimeren v vetpercentage (niet ‘meten’) via lichaamsdensiteit
- goedkoop, niet-plaatsgebonden en betrouwbaar
- ervaring nodig, niet directe meting, afwijkingen v 3,5% VR en 5% M
- je gaat ervan uit dat vet regelmatig is verdeeld over lichaam en dat dikte
huidplooi de maat is v subcutaan vet die representatief is v totale lichaamsvet
- afwijking groter bij mensen die obeser zijn → beter omtrekmeting
- van huidplooi nr lichaamssamenstelling
- bio-elektrische impedantie analyse (liggend op tafel accurater dan de weegschaal)
- weerstand gemeten als wisselstroom door het lichaam wordt geleid
- Water geleidt stroom beter dan vet → Spieren, botten, organen, bloed
bevatten meer water dan vet
- lage weerstand = veel water = bloed, .. + meer spieren
- hoge weerstand = meer vetmassa
- voordelen : snel, eenvoudig, vaak te herhalen, goedkoop, niet belastend,
- nadelen : afhankelijk v hydratatie status!
hoe meer abdominaal vet → hoe hoger kans op CV aandoeningen