Les 1: Wat is (sport)biomechanica
= studie van krachten en hun effecten op levende systemen/objecten
- bio = levende of biologische organismen
- mechanica = studie krachten en hun effecten
Organisatie mechanica
5 takken
- star object = objecten die niet vervormen als je er een kracht op uitoefent (mens
hoort erbij denkik)
- statica
- dynamica → kinematica en kinetica
- elastisch object = objecten die wel vervormen als je er een kracht op uitoefent
- niet-vaste stoffen = vloeistoffen en gassen
- relativiteit = alles te maken met dingen die heel snel bewegen (snelheid licht)
- kwantum =deeltjes die kleiner zijn dan atomen
→ deze lessen enkel 1e en 3e
Basisbegrippen mechanica
- lengte = meter
- tijd = seconden
→ snelheid (m/s) en versnelling (m/s2)
- massa = kg
- (gewicht = newton)*
- inertie = weerstand dat lichaam geeft om zijn bewegingstoestand te veranderen
Doel sportbiomechanica
a. prestaties verbeteren
- via techniekverbetering
- techniek tips geven
- nieuwe technieken uitvinden
- via materiaalverbetering (vb. groeve in speer, gaat verder zo)
- via trainingsverbetering (vb. te ver duiken)
b. blessures vermijden
- via techniekaanpassingen (vb. tenniselleboog en grip pols)
- via materiaalaanpassingen
* Gewicht is de kracht waarmee een object wordt aangetrokken door de zwaartekracht
,Les 2 : krachten
→ krachten die v buitenaf op het lichaam en op de bewegingen v het lichaam werken
kracht = trek of duw aan object = iets wat een object versnelt
*versnellen = starten, stoppen (negatieve), versnellen, vertragen of veranderen richting
- Eenheid = Newton = N => 1N = kracht nodig om 1kg te versnellen tot 1m/s2
Hoe kracht beschrijven?
- grootte v de kracht
- aangrijpingspunt (uiteinde pijl)
- richting = omhoog, beneden, (stokje pijl)
- zin= trek of duw (pijl punt)
- voorstelling als een vector = de pijl
Classificatie krachten
- Interne
- krachten werkzaam in het lichaam/in een object
- hier : spieren op botten
- Externe
- krachten van buiten het lichaam op het lichaam
- contactkrachten vs niet-contactkrachten
Zwaartekracht als externe kracht = gewicht object = N
- 9,81m/s2 = valversnelling = g = gravitatie
→ mag je afronden naar 10 → ook op examen!
- gewicht (N) = massa(kg) * 9,81m/s2
Contactkracht als externe kracht
- normaalkracht
- wrijvingskracht (denk aan lopen op ijs → wrijving is dus cruciaal)
Les 3: wrijving
= kracht wnr 2 oppervlakten parallel tov elkaar bewegen
= een contactkracht
- bij vloeistoffen ook wrijving → niet besproken
experiment met duwen tegen boek
- boek beweegt niet → duwkracht = statische wrijving
- boek beweegt → duwkracht > statische wrijving (dynamische wrijving over)
→ wrijving kan zowel horizontaal als verticaal werken
→ wrijvingskracht steeds loodrecht op normaalkracht
4 wetten van wrijving
→ normaalkracht en wrijvingskracht zijn recht evenredig
→ grootte wrijvingskracht wordt niet beïnvloed door grootte contactoppervlakte
→ wrijvingskracht wordt wel beïnvloed door materiaal dat contact maakt
→ statische wrijving altijd groter dan dynamische wrijving
- wrijving = normkracht * wrijvingscoefficient (groter bij statsiche)
, Les 4 : krachten samenstellen
samengestelde kracht = som van alle externe krachten (die inwerken op object)
richting = verticaal of horizontaal
zin = links of rechts
- krachten zelfde richting en zin = optellen krachten
- krachten zelfde richting en andere zin = optellen mr met - teken wnt tegengestelde
krachten
colineaire krachten = krachten in zelfde richting
concurrente krachten = verschillende richting
samengestelde kracht berekenen
- teken de krachten schematisch = pijlpunt ene pijl raakt staart andere
- de samengestelde kracht is de pijl die past tussen de punten die niet verbinden bij de
schematische voorstelling
- lees vraag goed !! kracht die op wat werkt wil je berekenen?
- probeer er een rechthoekige driehoek van te maken om pythagoras toe te passen
→ A2 + B2 = C2
Statisch evenwicht
samengestelde kracht = 0
NIET
samengestelde kracht = niet 0 = beweging !
Les 5 : momenten
= rotatie-effect veroorzaakt door een kracht = krachtmoment, rotatiekracht
- eenheid = Nm = newton meter
- hoe groter de kracht, hoe groter het moment
- grootte moment afhankelijk van
- grootte kracht
- plaats aangrijpingspunt
- richting werklijn kracht
- M = F * r
= kracht * momentarm (afstand werklijn en rotatieas)
- M = N * m = Nm (eenheid)
momentarm biceps brachii op ellebooggewricht grootst bij hoek 90 graden
hoe langer momentarm, hoe groter het moment
lengte momentarm bepalen = loodrechte afstand rotatieas tot werklijn
= studie van krachten en hun effecten op levende systemen/objecten
- bio = levende of biologische organismen
- mechanica = studie krachten en hun effecten
Organisatie mechanica
5 takken
- star object = objecten die niet vervormen als je er een kracht op uitoefent (mens
hoort erbij denkik)
- statica
- dynamica → kinematica en kinetica
- elastisch object = objecten die wel vervormen als je er een kracht op uitoefent
- niet-vaste stoffen = vloeistoffen en gassen
- relativiteit = alles te maken met dingen die heel snel bewegen (snelheid licht)
- kwantum =deeltjes die kleiner zijn dan atomen
→ deze lessen enkel 1e en 3e
Basisbegrippen mechanica
- lengte = meter
- tijd = seconden
→ snelheid (m/s) en versnelling (m/s2)
- massa = kg
- (gewicht = newton)*
- inertie = weerstand dat lichaam geeft om zijn bewegingstoestand te veranderen
Doel sportbiomechanica
a. prestaties verbeteren
- via techniekverbetering
- techniek tips geven
- nieuwe technieken uitvinden
- via materiaalverbetering (vb. groeve in speer, gaat verder zo)
- via trainingsverbetering (vb. te ver duiken)
b. blessures vermijden
- via techniekaanpassingen (vb. tenniselleboog en grip pols)
- via materiaalaanpassingen
* Gewicht is de kracht waarmee een object wordt aangetrokken door de zwaartekracht
,Les 2 : krachten
→ krachten die v buitenaf op het lichaam en op de bewegingen v het lichaam werken
kracht = trek of duw aan object = iets wat een object versnelt
*versnellen = starten, stoppen (negatieve), versnellen, vertragen of veranderen richting
- Eenheid = Newton = N => 1N = kracht nodig om 1kg te versnellen tot 1m/s2
Hoe kracht beschrijven?
- grootte v de kracht
- aangrijpingspunt (uiteinde pijl)
- richting = omhoog, beneden, (stokje pijl)
- zin= trek of duw (pijl punt)
- voorstelling als een vector = de pijl
Classificatie krachten
- Interne
- krachten werkzaam in het lichaam/in een object
- hier : spieren op botten
- Externe
- krachten van buiten het lichaam op het lichaam
- contactkrachten vs niet-contactkrachten
Zwaartekracht als externe kracht = gewicht object = N
- 9,81m/s2 = valversnelling = g = gravitatie
→ mag je afronden naar 10 → ook op examen!
- gewicht (N) = massa(kg) * 9,81m/s2
Contactkracht als externe kracht
- normaalkracht
- wrijvingskracht (denk aan lopen op ijs → wrijving is dus cruciaal)
Les 3: wrijving
= kracht wnr 2 oppervlakten parallel tov elkaar bewegen
= een contactkracht
- bij vloeistoffen ook wrijving → niet besproken
experiment met duwen tegen boek
- boek beweegt niet → duwkracht = statische wrijving
- boek beweegt → duwkracht > statische wrijving (dynamische wrijving over)
→ wrijving kan zowel horizontaal als verticaal werken
→ wrijvingskracht steeds loodrecht op normaalkracht
4 wetten van wrijving
→ normaalkracht en wrijvingskracht zijn recht evenredig
→ grootte wrijvingskracht wordt niet beïnvloed door grootte contactoppervlakte
→ wrijvingskracht wordt wel beïnvloed door materiaal dat contact maakt
→ statische wrijving altijd groter dan dynamische wrijving
- wrijving = normkracht * wrijvingscoefficient (groter bij statsiche)
, Les 4 : krachten samenstellen
samengestelde kracht = som van alle externe krachten (die inwerken op object)
richting = verticaal of horizontaal
zin = links of rechts
- krachten zelfde richting en zin = optellen krachten
- krachten zelfde richting en andere zin = optellen mr met - teken wnt tegengestelde
krachten
colineaire krachten = krachten in zelfde richting
concurrente krachten = verschillende richting
samengestelde kracht berekenen
- teken de krachten schematisch = pijlpunt ene pijl raakt staart andere
- de samengestelde kracht is de pijl die past tussen de punten die niet verbinden bij de
schematische voorstelling
- lees vraag goed !! kracht die op wat werkt wil je berekenen?
- probeer er een rechthoekige driehoek van te maken om pythagoras toe te passen
→ A2 + B2 = C2
Statisch evenwicht
samengestelde kracht = 0
NIET
samengestelde kracht = niet 0 = beweging !
Les 5 : momenten
= rotatie-effect veroorzaakt door een kracht = krachtmoment, rotatiekracht
- eenheid = Nm = newton meter
- hoe groter de kracht, hoe groter het moment
- grootte moment afhankelijk van
- grootte kracht
- plaats aangrijpingspunt
- richting werklijn kracht
- M = F * r
= kracht * momentarm (afstand werklijn en rotatieas)
- M = N * m = Nm (eenheid)
momentarm biceps brachii op ellebooggewricht grootst bij hoek 90 graden
hoe langer momentarm, hoe groter het moment
lengte momentarm bepalen = loodrechte afstand rotatieas tot werklijn