Cursus 1 : Bewegen bij Senioren
Gebruikte termen
- 1 RM = one repetition maximum
- 6 MWT = 6 minuten wandeltest
- ADL = Activities of daily living
- iADL = Instrumental activities of daily living
- METs = Metabolic equivalents of a task
- mPPT = Modified Physical Performance Test
- PAR-Q = Physical activity readiness questionnaire
- RPE = Rating of perceived exertion
- SPPB = Short Physical Performance Battery
- STS = Sit-to-stand test
- TUG = Timed-Up and Go test
- WZC = Woonzorgcentrum
Inleiding
- active ageing = geintroduceerd door WHO = het in beweging krijgen en houden v
senioren
- medioren = 50-64j
senioren = 65-79j (cursus 65+)
oudste ouderen = 80+
- chronologische leeftijd= kalenderleeftijd = kijken nr geboortedatum
biologische leeftijd = houd rekening met individuele fysieke, psychologische en
sociale verschillen door verouderingsproces
→ veel variatie: sommige 65+ ers kunnen bijna niets meer en andere nog bijna alles
Hoofdstuk 1 : steeds ouder wordende bevolking
Demografische trends
→ vroeger veel minder ouderen → nu steeds meer en meer → 2 demografische trends
- Vergrijzing= meer en meer 65+ ers
- Verzilvering = meer en meer 80+ers
Hoe komt dit?
- Levensverwachting => we worden gewoon ouder
→ levensverwachting nu = 81,8j
→ gezonde levensverwachting = 63,8j
- Vooruitgang geneeskunde
- Levensomstandigheden zijn beter
Maatschappelijke kansen en uitdagingen
- (-) vraag gezondheidszorg neemt toe + langduriger → veel kosten
- (-) meer mensen op pensioen en aandeel actieve bevolking neemt af
- (+) senioren zijn grote consumentengroep
- (+) veel senioren als vrijwilliger
- (+) senioren beschikken over veel competenties die handig zijn in deze maatschappij
,Hoofdstuk 2 : het verouderingsproces
Verouderen = intrinsieke veranderingen in organisme in de loop v de tijd, die gezondheid en
het functioneren negatief beïnvloeden en waardoor individu gevoeliger wordt v veel interne
en externe factoren die dood als gevolg kunnen hebben
→ maakt u kwetsbaar v ziektes enz
- intrinsiek
= veranderingen in de persoon zelf
- in de loop van de (leef)tijd
= geleidelijk proces met subtiele veranderingen
- negatieve invloed gezondheid en functionaliteit
= aftakeling lichaamscellen, organen en functies die belangrijk zijn om te leven →
maakt u kwetsbaar v ziektes enz.
- gevoeliger v sterfte
= gezondheidsproblemen of incidenten
→ oorzaak verouderen nog niet exact gekend
Telomeer = DNA-strengen aan uiteinde chromosomen → beschermen DNA tegen
beschadiging tijdens celdelingsproces → lengte beschouwd als genetisch teken v
veroudering → hoe langer, hoe groter levensverwachting
Fysiologische verandering van verouderen
- minder vocht in u lichaam (vermogen opslaan vocht daalt en dorstgevoel ook)
→ warmtetolerantie daalt→ gevoeliger v hyperthermie
→ vatbaarder v dehydratatie
- Vetmassa neemt toe en herverdeeld zich
→ toename buikregio , onderhuidse thv ledematen neemt af
→ risico metabole aandoeningen en hart en vaatziekten stijgt
- Botmassa zal afnemen in kwaliteit en kwantiteit (osteoporose)
→ risico op breuken stijgt + risico rugproblemen stijgt → inzakken wervelkolom,
geknelde zenuwen (verlammingsverschijnselen),...
→ lichaamslengte neemt af door compressie wervelkolom en verlies spierspanning
- Spiermassa zal afnemen (kwaliteit en kwantiteit)
→ meer afbraak dan opbouw→ risico functionele problemen stijgt (= dagelijkse
activiteiten moeilijk alleen uitvoeren)
- vanaf 50j neemt het af met ½% per jaar , rond 80j dus ong helft
afgenomen (redenen p 18-19 cursus)
→ vooral type 2 en spieren OL + kracht en power die ze kunnen leveren dalen = ze
kunnen overgebleven spiermassa minder activeren
→ afname kwaliteit door toename vetinfiltratie
- hersenen (meer gaten?)
→vooral prefrontale cortex = cognitie en langetermijngeheugen
, → zenuwcellen kleiner of sterven af → verbinding zenuwcellen verminderen en
holtes in hersenen worden groter
→ informatieoverdracht trager
→ moeilijkheden met multitasken/coordineren, snelle reacties, onthouden, kleine
precieze bewegingen,...
- minder en kleinere motorische neuronen , meer vezels per motorisch neuron
→ atrofie spiervezels/hartspiervezels + fijne motoriek en coördinatie dalen
→ minder aansturing spiervezels → krimpen/sterven
→ centrale rol bij ontstaan sarcopenie en werking hart
- zintuigen verslechteren
→ horen en zien + proprioceptie dalen ⇒ evenwicht daalt
→ gevoeligheid huid daalt → minder snel wondjes opmerken + wondgenezing daalt
→ smaak en reukzin dalen → te weinig of eenzijdige voedselinname → verlies
spiermassa
- hart
→ atrofie hartspiervezels (vermindering motorische neuronen)
→ elasticiteit wanden hart neemt af
⇒ hart wordt trager en pompt minder krachtig (max HF en SV dalen)
→ minder zuurtsofrijk bloed nr spieren en organen → uithoudingsvermogen daalt →
sneller moe + trager herstel
- bloedvaten en bloeddruk
→ elasticiteit vaatwand daalt + verharding vaatwanden→ minder goed samentrekken
en utizetten → BD stijgt → niet ongevaarlijk : kan bloedvatwand beschadigen en
maakt bloedvaten gevoeliger v dichtslibben
- longen
→ kracht ademhalingsspieren, elasticiteit longweefsel en beweeglijkheid borstwand
dalen → oppervlakkige ademhaling + minder O2 opname → max 02 opname daalt
en uithoudingsvermogen ook
- gewrichten : artrose
= degeneratie/slijtage gewrichten → kwaliteit kraakbeen daalt
→stijve, minder bewegelijke, pijnlijke en scheefstand gewrichten
- gewrichten : reumatoïde artritis
= auto-immuunziekte , tast gewrichten progressief aan door aanmaak abnormale
antistoffen tegen eigen weefsel
→ beschadiging kraakbeen en facies articulares + gewrichtsontstekingen
→ ochtendstijfheid, pijnlijke en misvormde gewrichten, vermoeidheid
Sociale en psychologische verandering v ouderen
Verlieservaringen en ingrijpende, soms stressvolle veranderingen:
- Gezondheid en functionaliteit
, - Minder gezond worden, aan opp komen 1 of meerdere chronische
aandoeningen
- achteruitgaan cognitieve vaardigheden, angst v dementie
- Minder mobiel zijn en het optreden van functionele beperkingen
- Financiële situatie
- Pensioeninkomen lager dan loon, toename uitgaven gezondheidszorg, ...
- Sociale rollen en sociale relaties
- wegvallen sociale contacten/relaties, door bv. overlijden partner/familie/..
- het worden v grootouders en passen op kleinkinderen
- vrijwilliger worden
- Woonsituatie
- verhuizen nr specifieke voorzieningen: serviceflats of woonzorgcentra
- eigen woning aanpassen aan noden/veilig maken
- Vrije tijd
- veel meer tijd op pensioen : vakantie, seniorenverenigingen,
- ….
➔ Impact op mentaal en sociaal welzijn
Sociale isolatie en eenzaamheid
- sociaal isolement = waarneembaar en meetbaar gegeven obv omvang en
contactfrequentie met het sociaal netwerk
- eenzaamheid = gemis aan bepaalde sociale relaties (subjectief ervaren)
- sociale = gemis aan brede kring v sociale relaties
- emotionele = gemis aan hechte relatie
- kan leiden tot : psychologische problemen, bepaalde aandoeningen, sneller
verlies zelfredzaamheid, kortere levensverwachting
Psychologische veranderingen
- Negatieve stereotypering door maatschappij + door henzelf → negatief zelfbeeld →
minder bewegen
- Angsten
- om ziek te worden, dementie, eenzaamheid, vrijheid en identiteit verliezen,
slecht verzorgd worden, vallen, …
→ eenzaamheid kan leiden tot gezondheidsproblemen en vroegtijdig sterven
➔ Maak bespreekbaar, erken gevoelens, nr professionele hulp wnr nodig
Hoofdstuk 3 : geriatrische reuzen
= veel voorkomende problemen bij ouderen
= vaak niet 1 duidelijke oorzaak , wel meerdere risicofactoren aanwezig (fysiologische,
psychologische en sociale factoren)
- Rode vlaggen =risico- en beïnvloedende factoren v aandoeningen en
gezondheidsproblemen
- screenen = herkennen v risicofactoren
- diagnosticeren = verbonden risicofactoren aan ziektebeeld
Sarcopenie
Gebruikte termen
- 1 RM = one repetition maximum
- 6 MWT = 6 minuten wandeltest
- ADL = Activities of daily living
- iADL = Instrumental activities of daily living
- METs = Metabolic equivalents of a task
- mPPT = Modified Physical Performance Test
- PAR-Q = Physical activity readiness questionnaire
- RPE = Rating of perceived exertion
- SPPB = Short Physical Performance Battery
- STS = Sit-to-stand test
- TUG = Timed-Up and Go test
- WZC = Woonzorgcentrum
Inleiding
- active ageing = geintroduceerd door WHO = het in beweging krijgen en houden v
senioren
- medioren = 50-64j
senioren = 65-79j (cursus 65+)
oudste ouderen = 80+
- chronologische leeftijd= kalenderleeftijd = kijken nr geboortedatum
biologische leeftijd = houd rekening met individuele fysieke, psychologische en
sociale verschillen door verouderingsproces
→ veel variatie: sommige 65+ ers kunnen bijna niets meer en andere nog bijna alles
Hoofdstuk 1 : steeds ouder wordende bevolking
Demografische trends
→ vroeger veel minder ouderen → nu steeds meer en meer → 2 demografische trends
- Vergrijzing= meer en meer 65+ ers
- Verzilvering = meer en meer 80+ers
Hoe komt dit?
- Levensverwachting => we worden gewoon ouder
→ levensverwachting nu = 81,8j
→ gezonde levensverwachting = 63,8j
- Vooruitgang geneeskunde
- Levensomstandigheden zijn beter
Maatschappelijke kansen en uitdagingen
- (-) vraag gezondheidszorg neemt toe + langduriger → veel kosten
- (-) meer mensen op pensioen en aandeel actieve bevolking neemt af
- (+) senioren zijn grote consumentengroep
- (+) veel senioren als vrijwilliger
- (+) senioren beschikken over veel competenties die handig zijn in deze maatschappij
,Hoofdstuk 2 : het verouderingsproces
Verouderen = intrinsieke veranderingen in organisme in de loop v de tijd, die gezondheid en
het functioneren negatief beïnvloeden en waardoor individu gevoeliger wordt v veel interne
en externe factoren die dood als gevolg kunnen hebben
→ maakt u kwetsbaar v ziektes enz
- intrinsiek
= veranderingen in de persoon zelf
- in de loop van de (leef)tijd
= geleidelijk proces met subtiele veranderingen
- negatieve invloed gezondheid en functionaliteit
= aftakeling lichaamscellen, organen en functies die belangrijk zijn om te leven →
maakt u kwetsbaar v ziektes enz.
- gevoeliger v sterfte
= gezondheidsproblemen of incidenten
→ oorzaak verouderen nog niet exact gekend
Telomeer = DNA-strengen aan uiteinde chromosomen → beschermen DNA tegen
beschadiging tijdens celdelingsproces → lengte beschouwd als genetisch teken v
veroudering → hoe langer, hoe groter levensverwachting
Fysiologische verandering van verouderen
- minder vocht in u lichaam (vermogen opslaan vocht daalt en dorstgevoel ook)
→ warmtetolerantie daalt→ gevoeliger v hyperthermie
→ vatbaarder v dehydratatie
- Vetmassa neemt toe en herverdeeld zich
→ toename buikregio , onderhuidse thv ledematen neemt af
→ risico metabole aandoeningen en hart en vaatziekten stijgt
- Botmassa zal afnemen in kwaliteit en kwantiteit (osteoporose)
→ risico op breuken stijgt + risico rugproblemen stijgt → inzakken wervelkolom,
geknelde zenuwen (verlammingsverschijnselen),...
→ lichaamslengte neemt af door compressie wervelkolom en verlies spierspanning
- Spiermassa zal afnemen (kwaliteit en kwantiteit)
→ meer afbraak dan opbouw→ risico functionele problemen stijgt (= dagelijkse
activiteiten moeilijk alleen uitvoeren)
- vanaf 50j neemt het af met ½% per jaar , rond 80j dus ong helft
afgenomen (redenen p 18-19 cursus)
→ vooral type 2 en spieren OL + kracht en power die ze kunnen leveren dalen = ze
kunnen overgebleven spiermassa minder activeren
→ afname kwaliteit door toename vetinfiltratie
- hersenen (meer gaten?)
→vooral prefrontale cortex = cognitie en langetermijngeheugen
, → zenuwcellen kleiner of sterven af → verbinding zenuwcellen verminderen en
holtes in hersenen worden groter
→ informatieoverdracht trager
→ moeilijkheden met multitasken/coordineren, snelle reacties, onthouden, kleine
precieze bewegingen,...
- minder en kleinere motorische neuronen , meer vezels per motorisch neuron
→ atrofie spiervezels/hartspiervezels + fijne motoriek en coördinatie dalen
→ minder aansturing spiervezels → krimpen/sterven
→ centrale rol bij ontstaan sarcopenie en werking hart
- zintuigen verslechteren
→ horen en zien + proprioceptie dalen ⇒ evenwicht daalt
→ gevoeligheid huid daalt → minder snel wondjes opmerken + wondgenezing daalt
→ smaak en reukzin dalen → te weinig of eenzijdige voedselinname → verlies
spiermassa
- hart
→ atrofie hartspiervezels (vermindering motorische neuronen)
→ elasticiteit wanden hart neemt af
⇒ hart wordt trager en pompt minder krachtig (max HF en SV dalen)
→ minder zuurtsofrijk bloed nr spieren en organen → uithoudingsvermogen daalt →
sneller moe + trager herstel
- bloedvaten en bloeddruk
→ elasticiteit vaatwand daalt + verharding vaatwanden→ minder goed samentrekken
en utizetten → BD stijgt → niet ongevaarlijk : kan bloedvatwand beschadigen en
maakt bloedvaten gevoeliger v dichtslibben
- longen
→ kracht ademhalingsspieren, elasticiteit longweefsel en beweeglijkheid borstwand
dalen → oppervlakkige ademhaling + minder O2 opname → max 02 opname daalt
en uithoudingsvermogen ook
- gewrichten : artrose
= degeneratie/slijtage gewrichten → kwaliteit kraakbeen daalt
→stijve, minder bewegelijke, pijnlijke en scheefstand gewrichten
- gewrichten : reumatoïde artritis
= auto-immuunziekte , tast gewrichten progressief aan door aanmaak abnormale
antistoffen tegen eigen weefsel
→ beschadiging kraakbeen en facies articulares + gewrichtsontstekingen
→ ochtendstijfheid, pijnlijke en misvormde gewrichten, vermoeidheid
Sociale en psychologische verandering v ouderen
Verlieservaringen en ingrijpende, soms stressvolle veranderingen:
- Gezondheid en functionaliteit
, - Minder gezond worden, aan opp komen 1 of meerdere chronische
aandoeningen
- achteruitgaan cognitieve vaardigheden, angst v dementie
- Minder mobiel zijn en het optreden van functionele beperkingen
- Financiële situatie
- Pensioeninkomen lager dan loon, toename uitgaven gezondheidszorg, ...
- Sociale rollen en sociale relaties
- wegvallen sociale contacten/relaties, door bv. overlijden partner/familie/..
- het worden v grootouders en passen op kleinkinderen
- vrijwilliger worden
- Woonsituatie
- verhuizen nr specifieke voorzieningen: serviceflats of woonzorgcentra
- eigen woning aanpassen aan noden/veilig maken
- Vrije tijd
- veel meer tijd op pensioen : vakantie, seniorenverenigingen,
- ….
➔ Impact op mentaal en sociaal welzijn
Sociale isolatie en eenzaamheid
- sociaal isolement = waarneembaar en meetbaar gegeven obv omvang en
contactfrequentie met het sociaal netwerk
- eenzaamheid = gemis aan bepaalde sociale relaties (subjectief ervaren)
- sociale = gemis aan brede kring v sociale relaties
- emotionele = gemis aan hechte relatie
- kan leiden tot : psychologische problemen, bepaalde aandoeningen, sneller
verlies zelfredzaamheid, kortere levensverwachting
Psychologische veranderingen
- Negatieve stereotypering door maatschappij + door henzelf → negatief zelfbeeld →
minder bewegen
- Angsten
- om ziek te worden, dementie, eenzaamheid, vrijheid en identiteit verliezen,
slecht verzorgd worden, vallen, …
→ eenzaamheid kan leiden tot gezondheidsproblemen en vroegtijdig sterven
➔ Maak bespreekbaar, erken gevoelens, nr professionele hulp wnr nodig
Hoofdstuk 3 : geriatrische reuzen
= veel voorkomende problemen bij ouderen
= vaak niet 1 duidelijke oorzaak , wel meerdere risicofactoren aanwezig (fysiologische,
psychologische en sociale factoren)
- Rode vlaggen =risico- en beïnvloedende factoren v aandoeningen en
gezondheidsproblemen
- screenen = herkennen v risicofactoren
- diagnosticeren = verbonden risicofactoren aan ziektebeeld
Sarcopenie