• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 77 pages
Summary

Samenvatting - Management & Organisatie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 77 pages

Keuzevak derde jaar Toerisme

Content preview

MANAGEMENT EN ORGANISATIE
1-BEDRIJFSORGANISATIE
Organisatie draait om mensen en samenwerken om doelen te bereiken door planmatig
middelen in te zetten (bijvoorbeeld in een onderwijsinstelling).

Voorbeeld van een organisatie: een voetbalclub



FORMELE VS INFORMELE ORGANISATIES

Formele: heeft een vaste structuur en vooraf vastgelegde regels

Informele: ontstaat spontaan, bijvoorbeeld binnen een vriendengroep

Sociale interactie binnen informele structuur kan de formele organisatie versterkken
bijvoorbeeld teamspirit door middel van sociale activiteiten

Voorbeeld: formeel vs informeel leren (formeel = lessen volgens curriculum en informeel
= leren in je vrije tijd en ervaring opdoen met andere of bv. Artikels lezen)

80% van het leren gebeurt informeel en 20% formeel



BEDRIJVEN EN ONDERNEMINGEN

Bedrijf: een organisatie die producten of diensten levert, maar niet noodzakelijk een
winstdoel heeft.

Onderneming: een bedrijf met als doel winst te maken. Een onderneming is een bedrijf,
maar niet elk bedrijf is een onderneming. = profit bedrijf

ELK BEDRIJF IS EEN ORGANISATIE MAAR NIET ELKE ORGANISATIE IS EEN BEDRIJF.

 Elk onderneming is een bedrijf? Juist/fout = Juist
 Elk bedrijf is een onderneming? = Fout



WINSTBESTEMMINGEN

VZW (Vereniging zonder Winstoogmerk): kan geen winst maken en mag geen
dividenden uitkeren. Het geld van een VZW wordt niet naar aandeelhouders verdeeld,
maar moet worden geïnvesteerd in het doel van de organisatie.

Non-profit organisaties mogen wel investeringen doen, lonen uitbetalen en uitbreiden,
zolang dit ten goede komt aan hun sociale of maatschappelijke doelstellingen.

Werkgelegenheid creëren is een voorbeeld van een non-profit doel, zoals bij de
oesterbank in Oostende, waar het hoofddoel is om werkgelegenheid te bieden in
plaats van een product op de markt te brengen.

,VDAB probeert werkzoekenden en werkgevers met elkaar te verbinden, wat aansluit bij
het creëren van werkgelegenheid.

R&D (Research & Development) verwijst naar de activiteiten van onderzoek en
ontwikkeling die vaak plaatsvinden in zowel profit- als non-profitorganisaties om nieuwe
producten, diensten of innovaties te ontwikkelen.



MISSIE, VISIE EN DOELEN

Missie: het doel van een organisatie. Als het
een goede missie is dan weet je exact wat het
bedrijf doet. Het idee van een missie is dat
iedereen het bedrijf kent.

(bijv. NMBS: betrouwbare mobiliteit, Google:
wereldinformatie toegankelijk maken).

Visie: hoe de missie wordt uitgevoerd

(bijv. Google’s visie: toegang bieden tot alle
informatie met één klik).



De 3 P’s (Triple Bottom Line)

1. People (Mensen): Dit verwijst naar het sociale aspect van een bedrijf, inclusief
werknemers, klanten en leveranciers. Een bedrijf moet zich richten op het welzijn
van mensen en een positieve impact hebben op de gemeenschap.

2. Planet (Planeet): Duurzaamheid staat centraal. Bedrijven moeten rekening
houden met het milieu en proberen hun ecologische voetafdruk te verkleinen door
milieuvriendelijke praktijken en producten te implementeren.

3. Profit (Winst): Het financiële aspect. Bedrijven moeten winst maken om te
kunnen overleven en verder te kunnen groeien. Zonder winst is een bedrijf
financieel onhoudbaar en zal het failliet gaan.



De 4 P’s van Marketing

1. Product: Het product of de dienst die het bedrijf aanbiedt aan de klant. Dit omvat
het ontwerp, de kwaliteit, de functies, en de voordelen.

2. Prijs: De prijs die wordt gevraagd voor het product of de dienst. Het moet de
waarde van het product reflecteren, maar ook concurrerend en betaalbaar zijn
voor de doelgroep.

3. Promotie: De marketing- en communicatiestrategieën die worden gebruikt om
het product te promoten, zoals reclame, public relations, en sales.

4. Plaats: De distributiekanalen waarmee het product beschikbaar wordt gesteld
aan de klant, zoals winkels, online platforms, of andere verkooplocaties.

,DOELSTELLINGEN

Geformuleerd vanuit de missie en visie.

Doelen kunnen strategisch (5 jaar), tactisch (1-5 jaar) en operationeel (korter dan 1 jaar)
zijn.



Voorbeeld van Tesla hoe we het samenstellen

 Missie: Duurzame energie bevorderen.

 Visie: Stijlvolle elektrische voertuigen aanbieden die de massa aanspreken.

 Strategische doelstellingen: 3 verschillende modellen ontwikkelen in 5 jaar.

 Tactische doelstellingen: Fabrieken kopen, productielijnen opzetten, personeel
aannemen.

 Operationele doelstellingen: Dagelijks productie halen, eerste modellen
produceren en de eerste auto's leveren.



SMART DOELSTELLINGEN

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden.

Bijvoorbeeld: een bachelor diploma behalen binnen 3 jaar is een SMART doel.



KRITISCHE SUCCESFACTOREN (KSF)

Essentiële elementen voor succes binnen een organisatie.

Bijvoorbeeld, bij Colruyt is de "uitgespaarde kilometers door kantoorbus" een kritische
succesfactor.

CSF: critical success factors in het Engels

De 6 KSF's waarop bedrijven zich willen focussen zijn:

1. Differentierend karakter: De unieke waarde en positionering van de
organisatie.

2. Trends & tendensen: Het vermogen om trends te herkennen en snel in te
spelen op veranderingen in de markt.

3. Quick win: Snel haalbare doelen die direct resultaat opleveren en voor
momentum zorgen.

4. Draagvlak: Steun van medewerkers en andere belanghebbenden om
veranderingen succesvol door te voeren.

5. Moeten: Noodzakelijke acties of vereisten die essentieel zijn voor het
functioneren van de organisatie.

, 6. Fun: Het creëren van een leuke, motiverende en creatieve werkcultuur om
medewerkers betrokken en tevreden te houden.

KEY PERFORMANCE INDICATORS (KPI)

KPI's (Key Performance Indicators) zijn meetbare waarden die een organisatie helpt
te bepalen hoe effectief ze haar strategische doelstellingen bereikt. Ze geven inzicht in
de voortgang van de organisatie en kunnen zowel financiële als niet-financiële cijfers
zijn. KPI’s zijn dus essentieel voor het monitoren van prestaties en het maken van
datagestuurde beslissingen.

Waarom zijn KPI’s belangrijk?

KPI's helpen om:

 Prestaties te meten: Ze geven objectieve cijfers waarmee je kunt zien of je de
juiste koers vaart.

 Verbeteringen aan te brengen: Ze helpen bij het identificeren van zwakke
punten en het doorvoeren van verbeteringen.

 Verantwoordelijkheid vast te stellen: Door KPI's kan iedereen in de
organisatie zien wie verantwoordelijk is voor welke doelen.

 Doelen te behalen: Ze helpen de voortgang te monitoren en strategische doelen
te behalen door concrete, meetbare doelen te stellen.

Financiële KPI’s

Gericht op het meten van de financiële gezondheid van een organisatie.

 Voorbeelden:

o Omzetgroei: Vergelijk de huidige omzet met de vorige periodes.

o Winstmarge: Het percentage van de omzet dat winst is.

o Cashflow: De netto kasinstroom/-uitstroom over een periode.

o Return on Investment (ROI): Het rendement op investeringen,
bijvoorbeeld in marketing of infrastructuur.

Niet-financiële KPI’s

Deze KPI's meten andere belangrijke aspecten die bijdragen aan het succes van de
organisatie, zoals klanttevredenheid, productiviteit, of operationele efficiëntie.

 Voorbeelden:

o Klanttevredenheid (CSAT): Gemiddelde klantwaardering op basis van
enquêtes.

o Medewerkersbetrokkenheid: Hoe betrokken en gemotiveerd
werknemers zijn, gemeten door bijvoorbeeld jaarlijkse
medewerkersenquêtes.

Table of contents

  1. 01 1-Bedrijfsorganisatie 1
    1. Formele vs informele organisaties 1
    2. Bedrijven en ondernemingen 1
    3. Winstbestemmingen 1
    4. Missie, visie en doelen 2
    5. Doelstellingen 3
    6. Smart doelstellingen 3
    7. KRITISCHE SUCCESFACTOREN (KSF) 3
    8. key performance indicators (kpi) 4
  2. 02 2-bedrijfsomgeving 5
    1. Shareholdermodel 5
    2. stakeholdermodel 5
    3. Vergelijking tussen de twee 5
    4. VOORBEELD VIVES 6
  3. 03 externe belanghebbenden 6
    1. klanten 6
    2. leveranciers 6
    3. drukkingsgroepen 7
    4. overheid 7
    5. media 7
    6. vakbonden 7
    7. concurrenten 8
    8. omwonenden 8
  4. 04 interne belanghebbenden 9
    1. werknemers 9
    2. aandeelhouders 9
    3. raad van bestuur 9
  5. 05 meerdere rollen 9
  6. 06 de rol van het management 10
    1. demografie 10
    2. ECONOMIE 12
    3. politiek 12
    4. ecologie 13
    5. sociaal cultureel 13
    6. technologie 13
  7. 07 3-organisatiestructuur 14
  8. 08 Opbouw van de Organisatiestructuur 14
    1. Arbeidsverdeling 14
    2. hiërarchie 16
    3. omgeving 17
  9. 09 types organisatiestructuren 18
    1. de lijnorganisatie 18
    2. Oplossing: Lijn- en Staforganisatie 20
    3. afdelingsvorming 21
    4. matrixorganisatie 28
    5. Conclusie 29
  10. 10 organisatieprincipes 31
    1. formalisatie 31
    2. centralisatie 32
  11. 11 organisatiestructuren van mintzberg 34
    1. basisdelen 34
    2. coordinatiemechanismen 36
    3. organisatorische configuraties 37
  12. 12 omspanningsvermogen 38
    1. Horizontale Dimensie (Span of Control / Spanwijdte) 38
    2. Verticale Dimensie (Depth of Control / Spandiepte) 39
    3. invloed van de organisatiestructuur 39
    4. Evolutie van Span of Control en Organisatiestructuren 40
    5. Maatregelen bij Overschrijding van de Spanwijdte 41
  13. 13 4-TEAMS 42
    1. eigenschappen van teams 42
    2. levencscyclus van teams 43
    3. teamrollen van BELbIN 44
  14. 14 5-bedrijfscultuur 46
    1. bedrijfscultuur als een ui 47
    2. functie van bedrijfscultuur 48
    3. cultuurverandering: uitdagingen en voorwaarden 48
    4. mechanismen voor verandering: walk the talk (doe wat je zegt) 49
    5. soorten bedrijfscultuur 50
    6. vier types culturen 50
    7. solliciteren en bedrijfscultuur 52
    8. cultuur bij mintzberg model 52
  15. 15 cultuur 53
    1. hofstede cultural orientation model 53
  16. 16 6-human resources management (hrm) 55
    1. human resources management 56
    2. actuele thema’s 58
  17. 17 motivatie 59
    1. Geschiedenis van Motivatie 59
    2. het blumberg pringle model 60
    3. motivatie is niet enkel geld 61
    4. motivatie-hygiëne theorie 62
    5. motivatie in de praktijk 63
    6. het peter principle 63
    7. de 4 a’s van motivatie 64
  18. 18 demotivatie 64
    1. burn out 65
    2. bore out 67
    3. stress 67
  19. 19 7-leiding geven 69
    1. leiderschapsstijlen 71
    2. model van ohio state university 71
    3. managerial grid 72
    4. situatie afhankelijke benadering 73
    5. 3d benadering van reddin (theorie z) 73
    6. situationele leiderschapstheorie van hersey en blanchard 75
  20. 20 actuele leiderschapstheorieën 76
    1. charismatische leiderschap 76
    2. management by walking about (mbwa) 76
    3. dienend leiderschap 76

Document information

Study
Uploaded on
September 24, 2025
Number of pages
77
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.90

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
17
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions