Persoonlijkheidspsyc
hologie
1. Intro
Wat is persoonlijkheid?
- Woord komt van “persona” Latijns voor “masker” (dragen van masker
tijdens theatervoorstellingen)
- Definitie persoonlijkheid: Een patroon van relatief permanente
karaktertrekken (traits) en unieke kenmerken die zowel voor consistentie
als individualiteit zorgen in het gedrag
van een persoon
1) Traits (trekken):
a. Consistentie over tijd
b. Individuele verschillen in gedrag
c. Stabiliteit over situaties
2) Kenmerken:
a. Unieke kwaliteiten (bv. temperament, intelligentie)
i. Waarom? Want er is discussie of temperament ook hoort bij
persoonlijkheid of niet. Temperament is aangeboren en
bepaald de verdere ontwikkeling van je persoonlijkheid voor
een deel
Wat is een theorie?
Definitie theorie: Een set van gerelateerde veronderstellingen die wetenschappers
toelaten om op basis van logisch deductief redeneren testbare hypotheses te
formuleren TESTBAAR !!! dat is het verschil met volkswijsheid.
THEORIE I S V E RW A N T M E T , M A A R V E R S C H I L L E N D V A N
1) Speculatie: Theorie moet verbonden worden aan empirische data en
wetenschap
a. Theorie komt vaak vanuit een speculatie, maar het moet
toetsbaar zijn
2) Hypothese: Specifiek vermoeden dat kan getest worden aan de hand van
een wetenschappelijke methode
a. Deductief redeneren algemene theorie naar specificieke
bepaalde hypotheses
3) Taxonomie: Classificatie volgens natuurlijke relaties
a. ‘taxonomie’ is het indelen van/categoriseren. Je moet bij een
theorie verder gaan dan zuiver categoriseren.
1
,WAAROM BESTAAN ER MEERDERE THEORIEEN?
- Alle theorietici hebben verschillende persoonlijke achtergronden
o Ervaringen tijdens de kindertijd
o Interpersoonlijke relaties
- Verschillende filosofische oriëntaties
- Data die gekozen wordt om te observeren is verschillend
- Unieke manieren om naar de wereld te kijken
! betekent niet dat het nadelig is, je hebt vaak meerdere theorieen nodig voor iets te
begrijpen !
DE PERSOONLIJKHEID VAN THEORETICI EN HUN THEORIEËN OVER
PERSOONLIJKHEID
- ‘Psychology of Science’ (psychologie van de wetenschap)
o De empirische studie van het wetenschappelijk denken en gedrag
(inclusief theorie constructie) van een wetenschapper
- De persoonlijkheden en de psychologie van verschillende theoretici
beïnvloedt de aard van de theorieën die ze ontwikkelen
Wat maakt een theorie zinvol: criteria evalueren/beoordelen
theorie
- Genereert onderzoek. Goede theorie zorgt voor beschrijvend onderzoek
en testen v hypotheses
- Is falsifieerbaar (te verifiëren, controleren). Zonder meetbaarheid is het
een speculatie
- Organiseert gekende data.
- Leidt handelen (praktisch). Theorieen vormen leidraden (bv voor
opvoeding)
- Is intern consistent; operationaliserende condities maken
- Is spaarzaam (niet complexer dan noodzakelijk is) niet zo belangrijk,
de eerste vijf zijn belangrijkste (essentieel!)
Dimensies voor een ‘concept’ over de mensheid
Theoretici gaan uit van…
- Determinisme (alles zit vast) vs. vrije keuze
- Pessimisme vs. Optimisme
- Causaliteit (gedrag uitleggen via verleden) vs. Teleologie (gedrag
uitleggen via toekomstige doelen)
- Bewuste vs. onbewuste determinanten van gedrag
- Biologische vs. sociale invloeden op persoonlijkheid
- Individualiteit (uniek voor verschillende mensen) vs. similariteit (gelijkenis)
2
,O N DE R Z O E K N A A R P E R S O O N L I J K H E I D S T H E O R I E E N
- Moet onderzoek genereren
o Theorie geeft betekenis aan data
o Data komen voort uit onderzoek ontworpen om hypotheses te
testen die afgeleid zijn van de theorie
- Systematische observaties
o Predicties (voorspellingen) zijn consistent en accuraat
- Twee empirische criteria voor meetinstrumenten
o 1) Betrouwbaarheid (reliability)
Consistentie van het meten
Intern als extern
Test hertest betrouwbaarheid
o 2) Validiteit: mate waarin test meet wat het meent te meten
Construct Validiteit
Convergerend
o Hoge correlatie met vragenlijsten die iets anders
meten
Divergerend
o Lage correlatie met vragenlijsten die iets anders
meten
Discriminant
o In staat om onderscheid te kunnen maken met
verschillende groepen
Predictieve validiteit
Mate waarin test toekomstig gedrag kan voorspellen
3
, 2. Freud (1856-1939)
Freud: wetenschappelijke basis voor
onderdrukking van herinneringen uit de
kindertijd?
Casus (zie bv. Chu, 1997): Prof. Ross Cheit (politieke
wetenschappen)
- 1992: zijn zuster belt hem dat zijn neefje bij een koor
gaat
o Ross is onverklaarbaar niet blij, maar gespannen
Weken die volgen wordt hij depressief etc.
Herinnert zich plots seksueel misbruik door de
beheerder van het koor waar hij als kind bij was
o Blijkt waar na objectief onderzoek
- Schuldige gearresteerd in 1994 (misbruik vond plaats 1967/1968)
typisch wat Freud zei; verdringen van herinneringen die via een trigger naar
boven kunnen komen
Psychodynamische theorieen
1) Psychoanalyse: De methode die Freud toepaste bij de behandeling van
psychische
stoornissen. Methode voor het behandelen van psychische stoornissen.
2) Psychoanalytische theorie: De persoonlijkheidstheorie van Freud. (we
gaan hierop in)
OVERZICHT PSYCHOANALYTISCHE THEORIE
- Wat maakte deze theorie interessant?
o Bouwstenen: Seks en agressie
o Verspreid door een toegewijde groep
o Briljante taal (Goethe prijs voor literatuur)
- Hij is de eerste die het onbewuste naar voor bracht
BIOGRAFIE VAN FREUD
- Geboren in Freiberg (Moravia; nu Pribor in Tsjechië) in 1856
4
hologie
1. Intro
Wat is persoonlijkheid?
- Woord komt van “persona” Latijns voor “masker” (dragen van masker
tijdens theatervoorstellingen)
- Definitie persoonlijkheid: Een patroon van relatief permanente
karaktertrekken (traits) en unieke kenmerken die zowel voor consistentie
als individualiteit zorgen in het gedrag
van een persoon
1) Traits (trekken):
a. Consistentie over tijd
b. Individuele verschillen in gedrag
c. Stabiliteit over situaties
2) Kenmerken:
a. Unieke kwaliteiten (bv. temperament, intelligentie)
i. Waarom? Want er is discussie of temperament ook hoort bij
persoonlijkheid of niet. Temperament is aangeboren en
bepaald de verdere ontwikkeling van je persoonlijkheid voor
een deel
Wat is een theorie?
Definitie theorie: Een set van gerelateerde veronderstellingen die wetenschappers
toelaten om op basis van logisch deductief redeneren testbare hypotheses te
formuleren TESTBAAR !!! dat is het verschil met volkswijsheid.
THEORIE I S V E RW A N T M E T , M A A R V E R S C H I L L E N D V A N
1) Speculatie: Theorie moet verbonden worden aan empirische data en
wetenschap
a. Theorie komt vaak vanuit een speculatie, maar het moet
toetsbaar zijn
2) Hypothese: Specifiek vermoeden dat kan getest worden aan de hand van
een wetenschappelijke methode
a. Deductief redeneren algemene theorie naar specificieke
bepaalde hypotheses
3) Taxonomie: Classificatie volgens natuurlijke relaties
a. ‘taxonomie’ is het indelen van/categoriseren. Je moet bij een
theorie verder gaan dan zuiver categoriseren.
1
,WAAROM BESTAAN ER MEERDERE THEORIEEN?
- Alle theorietici hebben verschillende persoonlijke achtergronden
o Ervaringen tijdens de kindertijd
o Interpersoonlijke relaties
- Verschillende filosofische oriëntaties
- Data die gekozen wordt om te observeren is verschillend
- Unieke manieren om naar de wereld te kijken
! betekent niet dat het nadelig is, je hebt vaak meerdere theorieen nodig voor iets te
begrijpen !
DE PERSOONLIJKHEID VAN THEORETICI EN HUN THEORIEËN OVER
PERSOONLIJKHEID
- ‘Psychology of Science’ (psychologie van de wetenschap)
o De empirische studie van het wetenschappelijk denken en gedrag
(inclusief theorie constructie) van een wetenschapper
- De persoonlijkheden en de psychologie van verschillende theoretici
beïnvloedt de aard van de theorieën die ze ontwikkelen
Wat maakt een theorie zinvol: criteria evalueren/beoordelen
theorie
- Genereert onderzoek. Goede theorie zorgt voor beschrijvend onderzoek
en testen v hypotheses
- Is falsifieerbaar (te verifiëren, controleren). Zonder meetbaarheid is het
een speculatie
- Organiseert gekende data.
- Leidt handelen (praktisch). Theorieen vormen leidraden (bv voor
opvoeding)
- Is intern consistent; operationaliserende condities maken
- Is spaarzaam (niet complexer dan noodzakelijk is) niet zo belangrijk,
de eerste vijf zijn belangrijkste (essentieel!)
Dimensies voor een ‘concept’ over de mensheid
Theoretici gaan uit van…
- Determinisme (alles zit vast) vs. vrije keuze
- Pessimisme vs. Optimisme
- Causaliteit (gedrag uitleggen via verleden) vs. Teleologie (gedrag
uitleggen via toekomstige doelen)
- Bewuste vs. onbewuste determinanten van gedrag
- Biologische vs. sociale invloeden op persoonlijkheid
- Individualiteit (uniek voor verschillende mensen) vs. similariteit (gelijkenis)
2
,O N DE R Z O E K N A A R P E R S O O N L I J K H E I D S T H E O R I E E N
- Moet onderzoek genereren
o Theorie geeft betekenis aan data
o Data komen voort uit onderzoek ontworpen om hypotheses te
testen die afgeleid zijn van de theorie
- Systematische observaties
o Predicties (voorspellingen) zijn consistent en accuraat
- Twee empirische criteria voor meetinstrumenten
o 1) Betrouwbaarheid (reliability)
Consistentie van het meten
Intern als extern
Test hertest betrouwbaarheid
o 2) Validiteit: mate waarin test meet wat het meent te meten
Construct Validiteit
Convergerend
o Hoge correlatie met vragenlijsten die iets anders
meten
Divergerend
o Lage correlatie met vragenlijsten die iets anders
meten
Discriminant
o In staat om onderscheid te kunnen maken met
verschillende groepen
Predictieve validiteit
Mate waarin test toekomstig gedrag kan voorspellen
3
, 2. Freud (1856-1939)
Freud: wetenschappelijke basis voor
onderdrukking van herinneringen uit de
kindertijd?
Casus (zie bv. Chu, 1997): Prof. Ross Cheit (politieke
wetenschappen)
- 1992: zijn zuster belt hem dat zijn neefje bij een koor
gaat
o Ross is onverklaarbaar niet blij, maar gespannen
Weken die volgen wordt hij depressief etc.
Herinnert zich plots seksueel misbruik door de
beheerder van het koor waar hij als kind bij was
o Blijkt waar na objectief onderzoek
- Schuldige gearresteerd in 1994 (misbruik vond plaats 1967/1968)
typisch wat Freud zei; verdringen van herinneringen die via een trigger naar
boven kunnen komen
Psychodynamische theorieen
1) Psychoanalyse: De methode die Freud toepaste bij de behandeling van
psychische
stoornissen. Methode voor het behandelen van psychische stoornissen.
2) Psychoanalytische theorie: De persoonlijkheidstheorie van Freud. (we
gaan hierop in)
OVERZICHT PSYCHOANALYTISCHE THEORIE
- Wat maakte deze theorie interessant?
o Bouwstenen: Seks en agressie
o Verspreid door een toegewijde groep
o Briljante taal (Goethe prijs voor literatuur)
- Hij is de eerste die het onbewuste naar voor bracht
BIOGRAFIE VAN FREUD
- Geboren in Freiberg (Moravia; nu Pribor in Tsjechië) in 1856
4