Nederlands 1
1. INLEIDING
ET Nederlands vertaald naar leerplannen (Zill, GO, leerlokaal)
Ontwikkelingsdoelen = streefdoelen einde kleuterschool ( KS)
Eindtermen = minimumdoelen einde lagere school (LS)
lezen en schrijven = schriftelijke vaardigheden
luisteren en spreken = mondelinge vaardigheden
deze 4 vaardigheden staan centraal
Je hebt altijd een reden om taal te gebruiken taal is functioneel
Taal is een middel om een betekenisvolle taak op te lossen
= Lln X moet een boek lezen, om dit later te presenteren. Als je het niet gelezen hebt, kan je
het niet presenteren.
Conclusie: taal gebruik je de hele dag. Als je taal gebruikt, is het functioneel. Dit heeft een
functionele reden.
Kinderen gebruiken heel de dag door taal:
o Taal = krachtig bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt, wederzijds begrip doet
ontstaan en de sociale samenhang verstevigt
o Taal = een van de belangrijkste instrumenten om deel te nemen aan de 21 ste
samenleving om te kunnen functioneren in de samenleving
Lezen, schrijven, spreken en luisteren: leer je al doende
Opmerking: Je kan taal niet volledig al doende leren. Vb: hout en pauw lessen spelling. –
hoe schrijf je een mail?
1.1 FUNCTIES VAN TAAL
- Conceptualiserende functie: in taal wordt de werkelijkheid geïnterpreteerd
- Sociale functie: je gebruikt de taal die bij jouw sociale groep hoort Vb. jongerentaal
- Expressieve functie: uitdrukken van emoties.
1.2 TAALCOMPETENTIE
= geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om geschreven,
gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken.
1.3 TAALKENNIS EN TAALVAARDIG ZIJN
Taalkennis = wat iemand bewust of onbewust allemaal weet over de aspecten
van taal
Taalvaardig zijn = in staat zijn om talige handelingen uit te voeren
1.4 BAMBI
Hoe leert Bambi taal?
- Door klanken & woorden te herhalen
Hoe reageert zijn omgeving op wat hij zegt?
- Eerst wordt Bambi uitgelachen en daarna wordt hij verbeterd op zijn fouten
In het echt gaat dit niet zo. Je leert een eerste taal door ondergedompelt te worden in een
taalbad. Er komt veel interactie en ondersteuning vanuit de ouders. Je wordt als kind
aangemoedigt.
, 1.5 TAALKRACHTIG ONDERWIJS: 7 PRINCIPES
1. Taalkrachtig onderwijs stimuleert een positieve talige grondhouding
= basis/fundament voor de volgende zes principes
= samenspel van
- Veilige oefencontext bieden
o Sociale omgeving creëren waar ze taal kunnen en durven oefenen
o Veilige oefenkansen= centraal
- Talige repertoire van leerlingen omarmen
o Appreciëren wat ze al kunnen & oog hebben voor wat wel en niet werkt
o Hen aanvaarden zoals ze zijn: interesse tonen in de taal die ze thuis spreken
- Hoge verwachtingen koesteren
o Zorgt ervoor dat kinderen in staat zijn om meer te presteren
o Leerlingen laten geloven dat ze het gaan kunnen: uitdagen
Hangt allemaal ook af van de manier waarop je onderwijs vormgeeft & houding en
voorbeeldgedrag van leerkracht
2. Taalkrachtig onderwijs is contextrijk
Taal krijgt betekenis door contexten:
- Interesses, leefwereld en voorkennis van leerlingen: je speelt in op hun motivatie
3. Taalkrachtig onderwijs is functioneel
Taal = middel om betekenisvolle taken op te lossen, middel om een ander doel te bereiken,
taal heeft een functie
Als leerkracht houd je het talige doel voor ogen!
- Functioneel doel verhoogt motivatie & betrokkenheid
Voorbeeld: De pikkel en de Wop (niet functioneel) en lampje (functioneel).
Functioneel spreken = spreken is een middel om een ander doel te bereiken
4. Taalkrachtig onderwijs is (inter)actief
Een term/zinsconstructie: eenmaal horen = niet voldoende om te onthouden
Veel mondeling of schriftelijk taalaanbod krijgen + fb op verschillende momenten in
verschillende contexten
- Leraar-leerling-interactie
- Leerling-leerling-interactie
-
5. Taalkrachtig onderwijs geeft ondersteuning
Ondersteuning door feedback terwijl leerling aan het lezen/luisteren/spreken/schrijven is
Bv: een kind zegt kola in de context van de dierentuin dan kan je vragen of de lln een koala
bedoelt
Bv: “Meester ik heb 2 paards gezien” Lkr: en hoe zagen de paarden eruit?
Hoe gerichter de ondersteuning die je biedt, hoe meer die oplevert
Kwaliteitsvolle feedback is een combinatie van:
- Feedback: beschrijving van huidige stand van zaken
- Feed-up: beschrijving van de gewenste leeruitkomst
, -Feedforward: beschrijving van de stap die nodig is om bij de gewenste leeruitkomsten te
belanden
Scaffolding & modeling (je staat model) om kloof te overbruggen
- Scaffolding = iets wat je voorziet als ondersteuning, maar deze is tijdelijk
Stellingen zijn nodig om een gebouw te ondersteunen, maar na een tijd gaan de
stellingen weg .
Vb: lln moet een brief over zichzelf schrijven scaffold: blad met een soort van
‘identiteitskaart’, die ze later kunnen gieten in een tekst.
- Modeling = lkr. staat model. Vb. Samen nadenken over leesstrategieën lkr. vertelt
wat ze doet in haar hoofd
Thuistaal als ondersteuning:
- Taalhomogene groepjes: kunnen ze elkaar helpen
6. Taalkrachtig onderwijs heeft aandacht voor impliciet en expliciet leren
- Impliciet leren: onbewuste taal oppikken
Vb. lln leren nieuwe woorden na het lezen van een verhaal
- Expliciet leren: bewust stilstaan bij talige aspecten Vb. schooltaalwoorden
Incidenteel (toeval, niet gepland):
Vb. Het valt op bij het schrijven dan eigennamen niet met een hoofdletter geschreven
worden. De leerkracht haalt dit even aan.
Intentioneel (gepland):
o Het is een doelstelling die je binnen een les of een thema wil bereiken
De leerkracht geeft les over de hoofdletters
Beide aanpakken zijn zinvol en ze vullen elkaar aan
7. Biedt kansen tot reflectie
Nadenken/reflecteren over proces, product, vooruitgang om leren te ondersteunen: voor,
tijdens en/of na
Reflectie op initiatief van de leraar
- Voor je aan een les of taak begint: laten nadenken wat ze al weten over het nieuwe
lesonderwerp
- Tijdens een taak: regelmatig reflecteren hoe ze iets willen aanpakken & wat hun aanpak
al heeft opgeleverd
- Na een opdracht: ‘ Wat hebben we geleerd vandaag?’
Reflectie door medeleerlingen
- Leesvaardigheid wordt aangescherpt en je leert tips te formuleren
- Je kan zo als lkr inschatten in hoeverre leerlingen erin slagen om basis van feedback zich
te verbeteren
- Leren & reflecteren: hand in hand
Samenhang tussen de zeven principes:
- Het eerste principe is niet het belangrijkste
- Staan niet los van elkaar & overlappen zelfs gedeeltelijk
- De principes moeten in combinatie gerealiseerd worden
1. INLEIDING
ET Nederlands vertaald naar leerplannen (Zill, GO, leerlokaal)
Ontwikkelingsdoelen = streefdoelen einde kleuterschool ( KS)
Eindtermen = minimumdoelen einde lagere school (LS)
lezen en schrijven = schriftelijke vaardigheden
luisteren en spreken = mondelinge vaardigheden
deze 4 vaardigheden staan centraal
Je hebt altijd een reden om taal te gebruiken taal is functioneel
Taal is een middel om een betekenisvolle taak op te lossen
= Lln X moet een boek lezen, om dit later te presenteren. Als je het niet gelezen hebt, kan je
het niet presenteren.
Conclusie: taal gebruik je de hele dag. Als je taal gebruikt, is het functioneel. Dit heeft een
functionele reden.
Kinderen gebruiken heel de dag door taal:
o Taal = krachtig bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt, wederzijds begrip doet
ontstaan en de sociale samenhang verstevigt
o Taal = een van de belangrijkste instrumenten om deel te nemen aan de 21 ste
samenleving om te kunnen functioneren in de samenleving
Lezen, schrijven, spreken en luisteren: leer je al doende
Opmerking: Je kan taal niet volledig al doende leren. Vb: hout en pauw lessen spelling. –
hoe schrijf je een mail?
1.1 FUNCTIES VAN TAAL
- Conceptualiserende functie: in taal wordt de werkelijkheid geïnterpreteerd
- Sociale functie: je gebruikt de taal die bij jouw sociale groep hoort Vb. jongerentaal
- Expressieve functie: uitdrukken van emoties.
1.2 TAALCOMPETENTIE
= geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om geschreven,
gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken.
1.3 TAALKENNIS EN TAALVAARDIG ZIJN
Taalkennis = wat iemand bewust of onbewust allemaal weet over de aspecten
van taal
Taalvaardig zijn = in staat zijn om talige handelingen uit te voeren
1.4 BAMBI
Hoe leert Bambi taal?
- Door klanken & woorden te herhalen
Hoe reageert zijn omgeving op wat hij zegt?
- Eerst wordt Bambi uitgelachen en daarna wordt hij verbeterd op zijn fouten
In het echt gaat dit niet zo. Je leert een eerste taal door ondergedompelt te worden in een
taalbad. Er komt veel interactie en ondersteuning vanuit de ouders. Je wordt als kind
aangemoedigt.
, 1.5 TAALKRACHTIG ONDERWIJS: 7 PRINCIPES
1. Taalkrachtig onderwijs stimuleert een positieve talige grondhouding
= basis/fundament voor de volgende zes principes
= samenspel van
- Veilige oefencontext bieden
o Sociale omgeving creëren waar ze taal kunnen en durven oefenen
o Veilige oefenkansen= centraal
- Talige repertoire van leerlingen omarmen
o Appreciëren wat ze al kunnen & oog hebben voor wat wel en niet werkt
o Hen aanvaarden zoals ze zijn: interesse tonen in de taal die ze thuis spreken
- Hoge verwachtingen koesteren
o Zorgt ervoor dat kinderen in staat zijn om meer te presteren
o Leerlingen laten geloven dat ze het gaan kunnen: uitdagen
Hangt allemaal ook af van de manier waarop je onderwijs vormgeeft & houding en
voorbeeldgedrag van leerkracht
2. Taalkrachtig onderwijs is contextrijk
Taal krijgt betekenis door contexten:
- Interesses, leefwereld en voorkennis van leerlingen: je speelt in op hun motivatie
3. Taalkrachtig onderwijs is functioneel
Taal = middel om betekenisvolle taken op te lossen, middel om een ander doel te bereiken,
taal heeft een functie
Als leerkracht houd je het talige doel voor ogen!
- Functioneel doel verhoogt motivatie & betrokkenheid
Voorbeeld: De pikkel en de Wop (niet functioneel) en lampje (functioneel).
Functioneel spreken = spreken is een middel om een ander doel te bereiken
4. Taalkrachtig onderwijs is (inter)actief
Een term/zinsconstructie: eenmaal horen = niet voldoende om te onthouden
Veel mondeling of schriftelijk taalaanbod krijgen + fb op verschillende momenten in
verschillende contexten
- Leraar-leerling-interactie
- Leerling-leerling-interactie
-
5. Taalkrachtig onderwijs geeft ondersteuning
Ondersteuning door feedback terwijl leerling aan het lezen/luisteren/spreken/schrijven is
Bv: een kind zegt kola in de context van de dierentuin dan kan je vragen of de lln een koala
bedoelt
Bv: “Meester ik heb 2 paards gezien” Lkr: en hoe zagen de paarden eruit?
Hoe gerichter de ondersteuning die je biedt, hoe meer die oplevert
Kwaliteitsvolle feedback is een combinatie van:
- Feedback: beschrijving van huidige stand van zaken
- Feed-up: beschrijving van de gewenste leeruitkomst
, -Feedforward: beschrijving van de stap die nodig is om bij de gewenste leeruitkomsten te
belanden
Scaffolding & modeling (je staat model) om kloof te overbruggen
- Scaffolding = iets wat je voorziet als ondersteuning, maar deze is tijdelijk
Stellingen zijn nodig om een gebouw te ondersteunen, maar na een tijd gaan de
stellingen weg .
Vb: lln moet een brief over zichzelf schrijven scaffold: blad met een soort van
‘identiteitskaart’, die ze later kunnen gieten in een tekst.
- Modeling = lkr. staat model. Vb. Samen nadenken over leesstrategieën lkr. vertelt
wat ze doet in haar hoofd
Thuistaal als ondersteuning:
- Taalhomogene groepjes: kunnen ze elkaar helpen
6. Taalkrachtig onderwijs heeft aandacht voor impliciet en expliciet leren
- Impliciet leren: onbewuste taal oppikken
Vb. lln leren nieuwe woorden na het lezen van een verhaal
- Expliciet leren: bewust stilstaan bij talige aspecten Vb. schooltaalwoorden
Incidenteel (toeval, niet gepland):
Vb. Het valt op bij het schrijven dan eigennamen niet met een hoofdletter geschreven
worden. De leerkracht haalt dit even aan.
Intentioneel (gepland):
o Het is een doelstelling die je binnen een les of een thema wil bereiken
De leerkracht geeft les over de hoofdletters
Beide aanpakken zijn zinvol en ze vullen elkaar aan
7. Biedt kansen tot reflectie
Nadenken/reflecteren over proces, product, vooruitgang om leren te ondersteunen: voor,
tijdens en/of na
Reflectie op initiatief van de leraar
- Voor je aan een les of taak begint: laten nadenken wat ze al weten over het nieuwe
lesonderwerp
- Tijdens een taak: regelmatig reflecteren hoe ze iets willen aanpakken & wat hun aanpak
al heeft opgeleverd
- Na een opdracht: ‘ Wat hebben we geleerd vandaag?’
Reflectie door medeleerlingen
- Leesvaardigheid wordt aangescherpt en je leert tips te formuleren
- Je kan zo als lkr inschatten in hoeverre leerlingen erin slagen om basis van feedback zich
te verbeteren
- Leren & reflecteren: hand in hand
Samenhang tussen de zeven principes:
- Het eerste principe is niet het belangrijkste
- Staan niet los van elkaar & overlappen zelfs gedeeltelijk
- De principes moeten in combinatie gerealiseerd worden