Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 94 pages
Summary

Samenvatting Handboek Psychodiagnostiek - Tak

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 94 pages

In deze samenvatting is het hele boek van Tak (Handboek Psychodiagnostiek) verwerkt. Deze samenvatting kan gebruikt worden voor het vak Diagnostiek, onder anderen bij de opleidingen Pedagogische Wetenschappen en Clinical Child, Family and Education studies op de UU. Het volledige boek (behalve hoofdstuk 8) is samengevat, waar nodig ondersteund met afbeeldingen. Belangrijke begrippen zijn gekleurd, zodat deze makkelijk terug te vinden zijn.

Content preview

Hoofdstuk 1: De plaats van diagnostiek binnen het hulpverleningsproces
Psychodiagnostiek is onderzoek op het gebied van psychosociaal functioneren, met als doel om:

- Een betrouwbare en valide beschrijving van deze psychosociale werkelijkheid te verkrijgen.
- Mogelijke verklaringen te zoeken voor het ontstaan en voortbestaan van de problemen.
- Deze verklaringen te toetsen.

Psychodiagnostiek in de hulpverlening is handelingsgericht en gaat niet alleen om het vinden van
verklaringen, maar ook om:

- Bepalen welke interventies passend zijn.
- Bepalen wat het effect is van de hulp.
- Het onderzoek afstemmen op de hulpvragers zodat hun motivatie wordt versterkt en de
gewenste veranderingen worden bevorderd.

Diagnostiek moet aan 2 eisen voldoen:

Betrouwbaarheid: Hypothesen moeten zo onafhankelijk mogelijk zijn van het moment van
onderzoek, de onderzoeker of andere toevallige factoren.

Validiteit: Hypothesen moeten daadwerkelijk betrekking hebben op datgene dat bedoeld
werd te beschrijven of toetsen.

Diagnostisch onderzoek volgt de empirische cyclus/hypothesetoetsend model waarmee juistheid van
hypothese wordt getoetst:

1. Observatie: Het verzamelen en groeperen van gegevens.
2. Inductie: Het formuleren van hypothesen op basis van de waarnemingen.
3. Deductie: Het afleiden van toetsbare voorspellingen uit die hypothesen.
4. Operationalisering: Bij iedere voorspelling worden nu adequate onderzoeksmiddelengezocht
om de voorspellingen toetsbaar te maken.
5. Toetsing: Nagaan of de voorspellingen uitkomen door nieuwe gegevens te verzamelen.
6. Evaluatie: Het terugkoppelen van de uitkomsten van het onderzoek naar de hypothesen:
kunnen zij de toetsing doorstaan of worden ze verworpen?

Screeningsonderzoek: In het begin vindt er brede oriëntatie plaats op de gehele situatie. Het graaft
niet dieper dan nodig voor een eerste inschatting. Er is sprake van beschrijvende diagnostiek die de
situatie in kaart brengt.

Hiervoor gebruikt de onderzoeker vaak een zoekschema/heuristiek: Een lijst met te
onderzoeken aandachtspunten.

Als na de screening verder onderzoek nodig blijkt, wordt de stap gezet naar gericht onderzoek. Er
worden dan uitgebreidere instrumenten gebruikt waarbij vaak ook meerdere disciplines betrokken
zijn. Het primaire doel is het toetsen van hypothesen om vermoedens te kunnen bevestigen of
ontkrachten.

Classificatie: De problematiek wordt samengevat door haar onder te brengen in een
typerende categorie van een indelingssysteem, zonder uitspraken te doen over oorzaken of
interventies.

De hulpverlener gebruikt het gerichte onderzoek om de behandeldoelen te bepalen. Deze zijn
aanvankelijk relatief globaal geformuleerd (indicerende diagnose). Vervolgens wordt bepaald hoe
deze doelen bereikt kunnen worden.

,Monitoring: Onderzoek tijdens het uitvoeren van een interventie om het verloop en de resultaten
daarvan in beeld te brengen en eventueel bij te sturen.

Regulatieve cyclus: Planmatige stappen om het probleem van de hulpvrager op te lossen.

Fasen: Probleemherkenning – Probleemdefiniëring – Het bedenken en afwegen van
handelingsmogelijkheden – Planning van de interventie – Uitvoering van de interventie –
Evaluatie van de effecten.

Probleemherkenning: Eerste oriëntatie op de hulpvraag (en beschermende factoren)
door middel van screening. Dit resulteert in hypothesen over wat er aan de hand zou
kunnen zijn en mogelijk ideeën over interventies.

Probleemdefiniëring: Beantwoorden van de vraag wat de oorzaak is van het
probleem. Doelen worden gekozen. Het doel is vaak zelfregulatie en empowerment.

Handelingsmogelijkheden: Onderzoeken hoe de opgestelde doelen bereikt kunnen
worden. Doelen worden geconcretiseerd tot een bepaalde aanpak. Eerst worden
mogelijke oplossingen bedacht (brainstorming) en daarna worden deze alternatieven
afgewogen (kosten-baten analyse).

Planning van de interventie: Er worden concrete afspraken gemaakt over de
interventie. Wie doet wat, waar, wanneer, waarmee etc. Ook wordt bepaald hoe er
gaat worden beoordeeld of de interventie werkt en wanneer de doelen zijn bereikt.

Uitvoering van de interventie: De interventie wordt uitgevoerd zoals afgesproken. Er
wordt steeds onderzocht of de interventie het gewenste effect heeft.

Evaluatie van de effecten: Er wordt besloten of de interventie voldoende heeft
gewerkt, afgesloten kan worden of moet worden voortgezet, of dat een verwijzing
voor andere hulp nodig is. Het perspectief van de cliënt speelt hierbij een grote rol.

Fase Hoofdvraa Type onderzoek Te nemen beslissingen Algemeen
g werkzame
factoren
Probleem- Wat is er -Screening van het -Hulpvraag, motivatie en -Aansluiting op
herkenning aan de probleem betekenis motivatie
hand? -Screening van -Rechten en plichten hulpvrager
context -Hypothesen -Goede cliënt-
-Screening van -Eerste taxatie van ernst hulpverlener
voorgeschiedenis en veiligheid relatie
-Is verder onderzoek
nodig
-Wie gaat ermee verder

Probleem- Wat is de Gericht onderzoek -Wat verklaart de -Gedeelde visie
definiëring verklaring? om hypothesen te problemen op het
toetsen -Wat staat centraal probleem en de
-Wat is veranderbaar doelen
-Definitieve taxatie van -Focus op
ernst en veiligheid zelfregulatie als
-Keuze doelen doel
Handelings- Welke Literatuuronderzoek -Welke interventie is hier -Interventie in

, mogelijkhede oplossingen -Dialoog met effectief, sluit aan bij de proportie met
n zijn er en hulpvrager hulpvrager en is ernst
welke is haalbaar -Ingreep
geschikt? -Welke concrete doelen uitvoerbaar in
worden nagestreefd omgeving
hulpvrager
-Ingreep sluit
aan bij de
motivatie
Planning Hoe gaan -Afstemming op -Afspraken over wie, -Helder,
we het beginniveau van wat, waar, wanneer concreet,
doen? hulpvrager -Ondersteuning gestructureerd
-Afstemming op hulpverlener -Afstemming op
organisatie van -Coördinatie en hulpvrager
hulpverlener communicatie -Accorderen
-Vastleggen criteria voor door hulpvrager
evaluatie
-Vastleggen van het plan
Uitvoering Gaat alles -Monitoring van de -Worden afspraken -Uitvoering
volgens uitvoering uitgevoerd volgens plan
plan? -Monitoring van de -Welke effecten -Goede werk-
effecten -Noodzakelijke relatie
bijstellingen -Ondersteuning
-Is er reden om te van uitvoerders
evalueren
Evaluatie -Wat was -Effectmeting -Effect volgens -Concrete
het effect? -Reflectie hulpvrager en criteria
-Wat -Teamleren hulpverlener -Teamleren
hebben we -Terugkoppeling naar
geleerd? voorgaande fasen
-Stoppen, doorgaan of
verwijzen


In een hulpverleningsrelatie is een combinatie van nabijheid en afstand nodig, de relatie is namelijk
in bepaalde mate zakelijk.

Distantie: Afstand. De hulpverlener moet voldoende afstand houden om objectief te kunnen
reageren. Hij mag geen oordeel geven of zijn eigen normen of waarden laten blijken.

Nabijheid: De hulpvrager wil zich gehoord en begrepen voelen. Hier is nabijheid voor nodig.
De hulpverlener moet hiervoor aansluiten bij de belevingswereld van de cliënt. Dit zorgt voor
een betere werkrelatie en effectievere hulp. Hierbij is het ook belangrijk om te letten op
cultuurverschillen.

Laagcontextcultuur: De context van mededelingen is niet zo belangrijk. De boodschap is expliciet,
gestructureerd en letterlijk. Lichamelijk contact wordt vermeden, individualistisch.

Hoogcontextcultuur: Er is veel aandacht voor de context. Uitspraken zijn vaak figuurlijk, gebaren zijn
belangrijk. Goed gesprek is belangrijker dan op tijd komen bij je volgende afspraak. Lichamelijk
contact wordt gebruikt.

, Acculturatie



Expliciteren: De hulpverlener moet kunnen uitleggen wat hij doet en waarom. Zo kan hij beter
samenwerken en kennis overdragen aan collega’s. Ook wordt de cliënt zo actiever betrokken.

Accountability: Legitimering en verantwoording van het handelen.

Liability: Aansprakelijkheid.

Enerzijds is de hulpverlener zelf verantwoordelijk voor zijn handelen. Anderzijds is hij gebonden aan
beroepsethische regels, de voorgeschreven richtlijnen binnen zijn organisatie en de wetgeving
rondom zijn werk.

Wat betreft de toestemmingsrechten van het kind en de betrokken ouders geldt het volgende:

- 0-12 jaar: toestemming door beide gezagsdragende ouders is vereist.
- 12-16 jaar: naast toestemming door kind is toestemming van beide gezagsdragende ouders
vereist.
- 16-18 jaar: de jongere beslist zelfstandig, tenzij hij/zij wilsonbekwaam is en wanneer het over
residentiële behandeling gaat.
- >18 jaar: de jongere beslist zelfstandig, tenzij hij/zij wilsonbekwaam is.

Er zijn situaties waarin een hulpverlener in het belang van het kind moet handelen en noodzakelijke
hulp mag verlenen, ook als dat ingaat tegen de wensen van de ouders. Toestemming is bijvoorbeeld
niet vereist in een acute situatie, zoals waarbij er sprake is van kindermishandeling.

Iemand die geen ouderlijk gezag heeft, maar wel recht heeft op omgang, hoeft geen toestemming te
geven. Hij/zij heeft wel recht op informatie over belangrijke feiten en omstandigheden over het kind.

Veel hulpverleners werken binnen een instelling. Vaak wordt aangenomen dat de ouders
toestemming hebben gegeven voor alle vormen van onderzoek die de aanmelding of plaatsing met
zich meebrengt, omdat ze hebben toegestemd in de plaatsing van hun kind. Echter, ouders dienen in
alle gevallen te worden geïnformeerd over onderzoek en de redenen hiervoor. Daarom moet je
toestemming vragen voor elk afzonderlijk onderzoek via informed consent.

Toestemming moet altijd schriftelijk worden vastgelegd.

Leden van een multidisciplinair team hebben geen toestemming van de cliënt nodig om elkaars
verslagen te mogen inzien. Voor het opvragen van eerdere informatie van andere instellingen is wel
schriftelijke toestemming vereist (van beide ouders en het kind als het 12 jaar of ouder is).



Hoofdstuk 2: Theoretische aspecten van diagnostiek
Inductie: Vanuit losse waarnemingen wordt een meer algemene samenhangende interpretatie
geformuleerd.

Connected book
 image
Publisher: augustus 2014 ISBN: 9789058982537 Edition: 8

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 21, 2020
Number of pages
94
Written in
2020/2021
Type
Summary
$6.60
Purchased by 106 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
yaelleq
4.3
(127)
Sold
997
Followers
595
Items
17
Last sold
3 months ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions