Staatsrecht
Inleiding
Privaatrecht = horizontale verhouding tss burgers onderling bv. 2 personen die tegen elkaar
rijden is burgerlijk recht waar schadevergoeding betaald zal worden
Publiek = verticale verhouding van burger en overheid = grondwet: wanneer verkiezingen,
monarchie, straf en strafprocesrecht, fiscaal recht, …
Gemengde rechtstakken = sociaal recht, arbeidsrecht, onderneming en economisch recht,
burgerlijk procesrecht
De algemene beginselen van het Belgische publiekrecht
De grondwet: basis van het Belgische publieke recht
Het ontstaan van België
1815 – 1830: Verenigd koninkrijk der Nederlanden
- We stonden onder het bewind van koning Willem I, deze stuitte op kritiek van
katholieken (waren voor scheiding kerk en staat) en liberalen (hoofdzakelijk
Franstalig dus tegen gebruik van Nederlands in scholen en administratie)
1830: Belgische Omwenteling + onafhankelijkheid
- Augustus 1830: rellen ontstaan en uitgegroeid tot revolutie Belgische omwenteling
Revolutionairen namen macht over en startte voorlopig bewind op, een voorlopig
Belgische regering
- 4 oktober 1830 hebben ze de onafhankelijkheid uitgeroepen
- 1e parlement noemde het nationale congres en heeft op 7 februari 1831 nationale
grondwet afgekondigd.
1831: Belgische grondwet
Wat is de grondwet nu eigenlijk?
- Legt de hoofdlijnen van een staatsstructuur vast in een juridisch afdwingbaar
document in rechtsregels genaamd de grondweg. Verhouding tss instellingen
onderling en tss instellingen en burger
Als bepaalde personen beslissen om vereniging op te richten bv. Gaan ze vaak op voorhand
regels vastleggen om werking zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Ook bij het oprichten
van een staat moet dit
Bepaald in grote lijnen hoe staat wordt bestuurd, hoe worden instellingen georganiseerd,
organisatie parlement en regering, rechtbanken, verhouding van burgers tegenover
instellingen. Wie is bevoegd om wetten uit te voeren, toe te passen, …
Gaat enkele vrijheden gaan vastleggen
Wijzigen van grondwet is heel ingewikkeld
De kenmerken van de Belgische staat
Grondwet gecreëerd in1831 door nationaal congres, eerste benaming van parlement.
- Leden van nationaal congres moesten fundamentele keuzes maken over organisatie
van de nieuwe staat België bv. Welk statuur staatshoofd krijgt dit is koning
geworden, hoe wordt ons land concreet bestuurd. Deze zijn tot op de dag van
vandaag nog steeds de fundamentele kenmerken van onze staat
1
, o Scheiding der machten
o Monarchie
o Representatie en parlementaire democratie
o Rechtstaat
Scheiding der machten
Als nieuwe staat wordt opgericht veronderstelt dit dat aan bepaalde personen of instellingen
macht wordt aangegeven
Macht geven kan op verschillende manieren
- Aan 1 persoon of instelling
- Verdelen
Montesqieu l’esprit des lois Franse filosoof die zei dat wie macht heeft geneigd is deze
te gaan misbruiken dus zei hij dat het beter is macht te verdelen over 3 machten
- Wetgevende = om wetten te maken en om uitvoerende macht te controleren
o Federaal parlement, staat en senaat en kamer van volksvertegenwoordigers
- Uitvoerende = de wet gaan uitvoeren, ons land gaan besturen door wet te gaan
toepassen, moet de wetten hierbij naleven
o De koning en federale regering bestaande uit ministers en staatssecretarissen
- Rechterlijke = doet uitspraak over juridische geschillen
o In handen van hoven en rechtbanken
Scheiding der machten wordt toegepast op verschillende niveaus
- Federale overheid
- Gemeenschappen en gewesten (regionaal)
Art. 33 GW = alle machten gaan uit van de natie. Zij worden uitgeoefend op de wijze bij de
grondwet bepaald.
De verschillende machten op verschillende niveaus (cursief is wetgevend instrument)
- Decreet is algemeen, ordonnantie is voor Brussel
2
,Scheiding der machten op federaal niveau
- Art. 36 GW
- Art. 37 GW
- Art 105 GW
- Art 146 GW
Scheiding der machten op regionaal niveau
- Art. 115 GW
- Art. 121 GW
België is een monarchie
De vraag of het een republiek moest worden met president die verkozen moet worden of
een monarchie die een koning is die over gaat van vader op zoon/dochter. Deze vraag werd
gesteld aan nationaal congres in 1831
Koning Leopold 1 was onze eerste koning
Koning is staatshoofd maar heeft beperkte persoonlijke macht = de koning is onbekwaam en
onverantwoordelijk om alleen te handelen.
- Koning heeft enkel bevoegdheid als hij ze samen met ministers kan uitoefenen
- Regering bestuurd ons land, dit wordt waargenomen door koning het hoofd van
regering
- Heeft wel politieke invloed. Formateurs moeten verlag gaan uitbrengen bij koning om
tot regering te komen.
Grondwettelijke macht van koning gaat over via erfopvolging volgens het eerste
geboorterecht.
- Oorspronkelijk kon dit geen vrouw zijn
- In 1991 werd einde gemaakt aan deze discriminatie. Sinds dien kan ook een vrouw
opvolgen.
3
,Art. 85 GW
Art 88 GW
Art 106 GW
België is een representatieve en parlementaire democratie
Betekend dat het nationaal congres in 1831 moest bepalen wie bevoegdheid kreeg om
wetten te gaan maken
Ze moeten zorgen dat wetten worden nageleefd. Het is onmogelijk dat de bevolking de
wetten zouden maken.
Beslist om taak van wetten te maken toe te vertrouwen aan het parlement, die worden
gekozen door de bevolking.
Democratie = het volk heerst, via verkiezingen worden representatief vertegenwoordigers
gekozen in het parlement
Evolutie va het stemrecht
- 1831 – 1893 = cijnskiesrecht
o Enkele burgers hadden stemrecht, enkel zei die bepaald belastingen
betaalden konden stemmen. Enkel rijke Belgen konden dus parlementsleden
kiezen
- 1893 – 1921 = algemeen meervoudig stemrecht
o Elke man heeft stem
o Sommige die bepaalde cijns betaalden of bepaald diploma hadden, hadden
2/3 stemmen
o Minimumleeftijd was 25
- 1893 = stemplicht
o Iedereen is verplicht zich op dag van verkiezingen aan te melden in het
stemlokaal
o Blanco of ongeldig stemmen mocht ook
o Enkel mannen
- 1919 = algemeen enkelvoudig stemrecht
o 1 man = 1 stem
o Minimumleeftijd 21 jaar
- 1948 = stemrecht voor vrouwen
o Na WO II
- 1881 = leeftijdsgrens 18 jaar
o Elke burger vanaf 18 heeft recht op een stem als hij/zij Belg is
- 1998 – 2004 = stemrecht voor niet-Belgen
o 1998: alle burgers van EU moeten stemrecht hebben bij Europese
verkiezingen en gemeenterechtverkiezingen
o 2004: niet-Europese vreemdelingen hebben stemrecht als ze 5
ononderbroken hoofdverblijf hebben in België, enkel bij
gemeenteraadsverkiezingen
- 2002 = Meer vrouwelijke parlementsleden
o Op de kandidatenlijsten moeten evenveel mannen en vrouwen staan op 1
eenheid na
o Eerste 2 plaatsen op lijst is elk 1 van beide geslachten
4
,Evolutie stemrecht
- Art. 8 GW
- Art 11 bis GW
Het is representatief omdat het over vertegenwoordiging gaat
- Bevolking wordt vertegenwoordigd door parlement.
Als bevolking niet akkoord gaan met parlementsleden kunnen ze bij volgende verkiezingen
anders gaan stemmen
Controle door bevolking via volksraadpleging enkel mogelijk op niveau van gewesten,
provincies en gemeentes en dit is niet bindend. = consultatief referendum
- Art. 33 GW
- Art. 42 GW
- 39 BIS GW (gewestelijk niveau consultatief referendum)
- Art. 41 GW (gemeentelijk en provinciaal niveau consultatief referendum)
Beslissingsreferendum waar uitslag bindend is gaat hier niet
België is een rechtsstaat
In een rechtsstaat beschikken overheidsinstanties (parlementen en regeringen) niet over
onbeperkte macht, ze moeten rechtsregels respecteren bij het uitoefenen van hun macht.
De belangrijkste evoluties sinds 1830
De samenleving is sinds toen veel veranderd en ons recht dus ook
We hebben 4 taalgebieden, in 1830 was hier geen sprake van. Toen was er wel al vrijheid
van taalgebruik, je mocht als burger kiezen welke taal je sprak. Dit was tss de burgers
onderling
- De overheidsinstellingen, rechtbanken en onderwijs daar werd er wel een taal
opgelegd, toen was de voertaal Frans
- Nu is dit voor een groot deel omgedraaid en is Vlaanderen welvarender dan Wallonië
Coucke en Goethals zijn veroordeeld tot de doodstraf
- Ze zijn veroordeeld zonder dat ze verstaan hebben wat er werd gezegd, ze waren
Nederlands maar het was toen in het Frans
- Dit leidde tot opstanden en dit heeft ervoor gezorgd dat er in 1963, art. 4 in
grondwet die zegt dat België wordt opgedeeld in taalgebieden.
Art. 4 GW
De taal van het gebied is ook de bestuurstaal voor de overheid.
Faciliteitengemeente = op politiek vlak is hier veel over te doen
- Def. een Belgische gemeente die gelegen is in een eentalig gebied waarvan
grondwettelijk is bepaald dat de gemeentelijke diensten als de burger daar om vraagt
ook in een andere taal moeten aangeboden worden dan de officiële taal van het
taalgebied waarin de gemeente ligt.
- Niet in grondwet kijken maar in andere wet: wet op gebruik van de talen in
bestuurszaken (art. 2,8)
5
, - Faciliteiten helden ten voordele van de burger, niet in het voordeel van de
overheidsintentie. Als de burger in het frans tegen ambtenaar begint moet
ambtenaar in frans antwoorden, de officiële documenten zullen wel in officiële taal
zijn
We zijn een federale staat die verder is opgedeeld in gemeenten en gewesten
Want sommige dingen zijn niet voor heel het land maar opgedeeld per gemeenten en
gewesten.
Evolutie van eenheidsstaat naar federale staat is in gang gestoken door de koningskwestie
- Leopold 3 tijdens oorlog had hij te veel sympathie voor Duitsers. Er was een
referendum of hij nog als koning mocht blijven. Grote tegenstellingen tss Vlaanderen
en Wallonië, van Vlaanderen mocht hij blijven.
- Gemeenschappen en gewesten vooral ontstaan in grondwetherziening van 1993
We zijn van nachtwakerstaat naar verzorgingsstaat gegaan art. 23 GW
Nachtwaker = overheid moet ervoor zorgen dat alles veilig verloop, in 1830 bestond er bv.
geen uitkeringen.
Welvaartsstaat = overheid moet zaken ter beschikking stellen om welvaart te doen stijgen.
Europese commissie = uitvoerende macht Europese unie
Europees parlement = wetgevende instrumenten van EU worde hier gemaakt, richtlijnen,
verordeningen en besluiten
Raad van Europa # Europese raad, Europese top # raad van Europese unie
Art. 34 GW
Hiërarchie van de rechtsnormen
1. Internationaal en Europees
2. Grondwet
3. Wetten, decreten, ordonnanties
4. Uitvoeringsbesluiten (gemeenschappen, gewesten)
5. Provinciale besluiten
6. Gemeentelijke besluiten
Lagere wetgeving mag niet in strijd zijn met hoger.
- Enkele nuanceringen = als je vind dat wet in strijd is met grondwet mag rechter zich
hier niet over uitspreken, hij moet dit vragen aan het grondwettelijk hof via een
prejudiciële vraag.
- Europees recht heeft voorrang op nationaal recht als dat verdrag of richtlijn
voldoende duidelijk en precies is en dus directe werking heeft.
Even testen 58: zijn de volgende stellingen juist/fout, waarom en relevant wetsartikel
Het Belgische stelsel van scheiding der machten houdt in dat er een strikte scheiding is
tussen de machten.
- Fout, het is niet strikt. Ze gaan elkaar steeds gaan controleren. Bv. Begroting wordt
bepaald door uitvoerende macht maar gestemd door wetgevende
6
, - Art. 33 grondwet
In een parlementaire democratie wordt de regering gecontroleerd door de Koning.
- Fout, parlement controleerd de regering ….
België is door voorbije vijf staatshervormingen tot op heden geleidelijk geëvolueerd van een
eenheidsstaat naar een confederale staat.
- Fout, we zijn een federale staat opgedeeld in gemeenschappen en gewesten en geen
confederele staat
- Art. 1 grondwet
De representatieve democratie is een van de belangrijkste kenmerken van onze Belgische
staatsstructuur.
- Juist, art. 8 grondwet, we kiezen zelf vertegenwoordigers voor in ons parlement
Waar vind ik de volgende wetgeving?
OPGAVE WETSARTIKEL
…hoeveel taalgebieden België heeft? Art. 4 grondwet
…of Bever een faciliteitengemeente is Art. 8 wet op het gebruik van de talen in
bestuurszaken
…of ik een volksraadpleging kan houden over Art. 34 grondwet
een verlaging van de leerplicht van 6 naar 3
jaar
België is een monarchie, doch in de praktijk heeft Koning Filip nauwelijks enige macht.”
Verduidelijk deze stelling.
- Alles moet goedgekeurd en gestemd worden, hij heeft geen beslissingsrecht.
- Hij is onbekwaam en onverantwoordelijk en moet bijgestaan worden door ministers
- Art. 85 grondwet
De federale overheid
De wetgevende macht
Samenstelling van de wetgevende macht
De wetgevende macht bestaat uit 3 takken
- De koning, wordt erdoor uitgeoefend
- Het parlement
o Kamer van volksvertegenwoordigers
o Senaat
Kamer en senaat zijn verkozen instellingen. Rechtstreeks of onrechtstreeks door de
bevolking
De rol van senaat is laatste jaren sterkt teruggeschroeft
7
Inleiding
Privaatrecht = horizontale verhouding tss burgers onderling bv. 2 personen die tegen elkaar
rijden is burgerlijk recht waar schadevergoeding betaald zal worden
Publiek = verticale verhouding van burger en overheid = grondwet: wanneer verkiezingen,
monarchie, straf en strafprocesrecht, fiscaal recht, …
Gemengde rechtstakken = sociaal recht, arbeidsrecht, onderneming en economisch recht,
burgerlijk procesrecht
De algemene beginselen van het Belgische publiekrecht
De grondwet: basis van het Belgische publieke recht
Het ontstaan van België
1815 – 1830: Verenigd koninkrijk der Nederlanden
- We stonden onder het bewind van koning Willem I, deze stuitte op kritiek van
katholieken (waren voor scheiding kerk en staat) en liberalen (hoofdzakelijk
Franstalig dus tegen gebruik van Nederlands in scholen en administratie)
1830: Belgische Omwenteling + onafhankelijkheid
- Augustus 1830: rellen ontstaan en uitgegroeid tot revolutie Belgische omwenteling
Revolutionairen namen macht over en startte voorlopig bewind op, een voorlopig
Belgische regering
- 4 oktober 1830 hebben ze de onafhankelijkheid uitgeroepen
- 1e parlement noemde het nationale congres en heeft op 7 februari 1831 nationale
grondwet afgekondigd.
1831: Belgische grondwet
Wat is de grondwet nu eigenlijk?
- Legt de hoofdlijnen van een staatsstructuur vast in een juridisch afdwingbaar
document in rechtsregels genaamd de grondweg. Verhouding tss instellingen
onderling en tss instellingen en burger
Als bepaalde personen beslissen om vereniging op te richten bv. Gaan ze vaak op voorhand
regels vastleggen om werking zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Ook bij het oprichten
van een staat moet dit
Bepaald in grote lijnen hoe staat wordt bestuurd, hoe worden instellingen georganiseerd,
organisatie parlement en regering, rechtbanken, verhouding van burgers tegenover
instellingen. Wie is bevoegd om wetten uit te voeren, toe te passen, …
Gaat enkele vrijheden gaan vastleggen
Wijzigen van grondwet is heel ingewikkeld
De kenmerken van de Belgische staat
Grondwet gecreëerd in1831 door nationaal congres, eerste benaming van parlement.
- Leden van nationaal congres moesten fundamentele keuzes maken over organisatie
van de nieuwe staat België bv. Welk statuur staatshoofd krijgt dit is koning
geworden, hoe wordt ons land concreet bestuurd. Deze zijn tot op de dag van
vandaag nog steeds de fundamentele kenmerken van onze staat
1
, o Scheiding der machten
o Monarchie
o Representatie en parlementaire democratie
o Rechtstaat
Scheiding der machten
Als nieuwe staat wordt opgericht veronderstelt dit dat aan bepaalde personen of instellingen
macht wordt aangegeven
Macht geven kan op verschillende manieren
- Aan 1 persoon of instelling
- Verdelen
Montesqieu l’esprit des lois Franse filosoof die zei dat wie macht heeft geneigd is deze
te gaan misbruiken dus zei hij dat het beter is macht te verdelen over 3 machten
- Wetgevende = om wetten te maken en om uitvoerende macht te controleren
o Federaal parlement, staat en senaat en kamer van volksvertegenwoordigers
- Uitvoerende = de wet gaan uitvoeren, ons land gaan besturen door wet te gaan
toepassen, moet de wetten hierbij naleven
o De koning en federale regering bestaande uit ministers en staatssecretarissen
- Rechterlijke = doet uitspraak over juridische geschillen
o In handen van hoven en rechtbanken
Scheiding der machten wordt toegepast op verschillende niveaus
- Federale overheid
- Gemeenschappen en gewesten (regionaal)
Art. 33 GW = alle machten gaan uit van de natie. Zij worden uitgeoefend op de wijze bij de
grondwet bepaald.
De verschillende machten op verschillende niveaus (cursief is wetgevend instrument)
- Decreet is algemeen, ordonnantie is voor Brussel
2
,Scheiding der machten op federaal niveau
- Art. 36 GW
- Art. 37 GW
- Art 105 GW
- Art 146 GW
Scheiding der machten op regionaal niveau
- Art. 115 GW
- Art. 121 GW
België is een monarchie
De vraag of het een republiek moest worden met president die verkozen moet worden of
een monarchie die een koning is die over gaat van vader op zoon/dochter. Deze vraag werd
gesteld aan nationaal congres in 1831
Koning Leopold 1 was onze eerste koning
Koning is staatshoofd maar heeft beperkte persoonlijke macht = de koning is onbekwaam en
onverantwoordelijk om alleen te handelen.
- Koning heeft enkel bevoegdheid als hij ze samen met ministers kan uitoefenen
- Regering bestuurd ons land, dit wordt waargenomen door koning het hoofd van
regering
- Heeft wel politieke invloed. Formateurs moeten verlag gaan uitbrengen bij koning om
tot regering te komen.
Grondwettelijke macht van koning gaat over via erfopvolging volgens het eerste
geboorterecht.
- Oorspronkelijk kon dit geen vrouw zijn
- In 1991 werd einde gemaakt aan deze discriminatie. Sinds dien kan ook een vrouw
opvolgen.
3
,Art. 85 GW
Art 88 GW
Art 106 GW
België is een representatieve en parlementaire democratie
Betekend dat het nationaal congres in 1831 moest bepalen wie bevoegdheid kreeg om
wetten te gaan maken
Ze moeten zorgen dat wetten worden nageleefd. Het is onmogelijk dat de bevolking de
wetten zouden maken.
Beslist om taak van wetten te maken toe te vertrouwen aan het parlement, die worden
gekozen door de bevolking.
Democratie = het volk heerst, via verkiezingen worden representatief vertegenwoordigers
gekozen in het parlement
Evolutie va het stemrecht
- 1831 – 1893 = cijnskiesrecht
o Enkele burgers hadden stemrecht, enkel zei die bepaald belastingen
betaalden konden stemmen. Enkel rijke Belgen konden dus parlementsleden
kiezen
- 1893 – 1921 = algemeen meervoudig stemrecht
o Elke man heeft stem
o Sommige die bepaalde cijns betaalden of bepaald diploma hadden, hadden
2/3 stemmen
o Minimumleeftijd was 25
- 1893 = stemplicht
o Iedereen is verplicht zich op dag van verkiezingen aan te melden in het
stemlokaal
o Blanco of ongeldig stemmen mocht ook
o Enkel mannen
- 1919 = algemeen enkelvoudig stemrecht
o 1 man = 1 stem
o Minimumleeftijd 21 jaar
- 1948 = stemrecht voor vrouwen
o Na WO II
- 1881 = leeftijdsgrens 18 jaar
o Elke burger vanaf 18 heeft recht op een stem als hij/zij Belg is
- 1998 – 2004 = stemrecht voor niet-Belgen
o 1998: alle burgers van EU moeten stemrecht hebben bij Europese
verkiezingen en gemeenterechtverkiezingen
o 2004: niet-Europese vreemdelingen hebben stemrecht als ze 5
ononderbroken hoofdverblijf hebben in België, enkel bij
gemeenteraadsverkiezingen
- 2002 = Meer vrouwelijke parlementsleden
o Op de kandidatenlijsten moeten evenveel mannen en vrouwen staan op 1
eenheid na
o Eerste 2 plaatsen op lijst is elk 1 van beide geslachten
4
,Evolutie stemrecht
- Art. 8 GW
- Art 11 bis GW
Het is representatief omdat het over vertegenwoordiging gaat
- Bevolking wordt vertegenwoordigd door parlement.
Als bevolking niet akkoord gaan met parlementsleden kunnen ze bij volgende verkiezingen
anders gaan stemmen
Controle door bevolking via volksraadpleging enkel mogelijk op niveau van gewesten,
provincies en gemeentes en dit is niet bindend. = consultatief referendum
- Art. 33 GW
- Art. 42 GW
- 39 BIS GW (gewestelijk niveau consultatief referendum)
- Art. 41 GW (gemeentelijk en provinciaal niveau consultatief referendum)
Beslissingsreferendum waar uitslag bindend is gaat hier niet
België is een rechtsstaat
In een rechtsstaat beschikken overheidsinstanties (parlementen en regeringen) niet over
onbeperkte macht, ze moeten rechtsregels respecteren bij het uitoefenen van hun macht.
De belangrijkste evoluties sinds 1830
De samenleving is sinds toen veel veranderd en ons recht dus ook
We hebben 4 taalgebieden, in 1830 was hier geen sprake van. Toen was er wel al vrijheid
van taalgebruik, je mocht als burger kiezen welke taal je sprak. Dit was tss de burgers
onderling
- De overheidsinstellingen, rechtbanken en onderwijs daar werd er wel een taal
opgelegd, toen was de voertaal Frans
- Nu is dit voor een groot deel omgedraaid en is Vlaanderen welvarender dan Wallonië
Coucke en Goethals zijn veroordeeld tot de doodstraf
- Ze zijn veroordeeld zonder dat ze verstaan hebben wat er werd gezegd, ze waren
Nederlands maar het was toen in het Frans
- Dit leidde tot opstanden en dit heeft ervoor gezorgd dat er in 1963, art. 4 in
grondwet die zegt dat België wordt opgedeeld in taalgebieden.
Art. 4 GW
De taal van het gebied is ook de bestuurstaal voor de overheid.
Faciliteitengemeente = op politiek vlak is hier veel over te doen
- Def. een Belgische gemeente die gelegen is in een eentalig gebied waarvan
grondwettelijk is bepaald dat de gemeentelijke diensten als de burger daar om vraagt
ook in een andere taal moeten aangeboden worden dan de officiële taal van het
taalgebied waarin de gemeente ligt.
- Niet in grondwet kijken maar in andere wet: wet op gebruik van de talen in
bestuurszaken (art. 2,8)
5
, - Faciliteiten helden ten voordele van de burger, niet in het voordeel van de
overheidsintentie. Als de burger in het frans tegen ambtenaar begint moet
ambtenaar in frans antwoorden, de officiële documenten zullen wel in officiële taal
zijn
We zijn een federale staat die verder is opgedeeld in gemeenten en gewesten
Want sommige dingen zijn niet voor heel het land maar opgedeeld per gemeenten en
gewesten.
Evolutie van eenheidsstaat naar federale staat is in gang gestoken door de koningskwestie
- Leopold 3 tijdens oorlog had hij te veel sympathie voor Duitsers. Er was een
referendum of hij nog als koning mocht blijven. Grote tegenstellingen tss Vlaanderen
en Wallonië, van Vlaanderen mocht hij blijven.
- Gemeenschappen en gewesten vooral ontstaan in grondwetherziening van 1993
We zijn van nachtwakerstaat naar verzorgingsstaat gegaan art. 23 GW
Nachtwaker = overheid moet ervoor zorgen dat alles veilig verloop, in 1830 bestond er bv.
geen uitkeringen.
Welvaartsstaat = overheid moet zaken ter beschikking stellen om welvaart te doen stijgen.
Europese commissie = uitvoerende macht Europese unie
Europees parlement = wetgevende instrumenten van EU worde hier gemaakt, richtlijnen,
verordeningen en besluiten
Raad van Europa # Europese raad, Europese top # raad van Europese unie
Art. 34 GW
Hiërarchie van de rechtsnormen
1. Internationaal en Europees
2. Grondwet
3. Wetten, decreten, ordonnanties
4. Uitvoeringsbesluiten (gemeenschappen, gewesten)
5. Provinciale besluiten
6. Gemeentelijke besluiten
Lagere wetgeving mag niet in strijd zijn met hoger.
- Enkele nuanceringen = als je vind dat wet in strijd is met grondwet mag rechter zich
hier niet over uitspreken, hij moet dit vragen aan het grondwettelijk hof via een
prejudiciële vraag.
- Europees recht heeft voorrang op nationaal recht als dat verdrag of richtlijn
voldoende duidelijk en precies is en dus directe werking heeft.
Even testen 58: zijn de volgende stellingen juist/fout, waarom en relevant wetsartikel
Het Belgische stelsel van scheiding der machten houdt in dat er een strikte scheiding is
tussen de machten.
- Fout, het is niet strikt. Ze gaan elkaar steeds gaan controleren. Bv. Begroting wordt
bepaald door uitvoerende macht maar gestemd door wetgevende
6
, - Art. 33 grondwet
In een parlementaire democratie wordt de regering gecontroleerd door de Koning.
- Fout, parlement controleerd de regering ….
België is door voorbije vijf staatshervormingen tot op heden geleidelijk geëvolueerd van een
eenheidsstaat naar een confederale staat.
- Fout, we zijn een federale staat opgedeeld in gemeenschappen en gewesten en geen
confederele staat
- Art. 1 grondwet
De representatieve democratie is een van de belangrijkste kenmerken van onze Belgische
staatsstructuur.
- Juist, art. 8 grondwet, we kiezen zelf vertegenwoordigers voor in ons parlement
Waar vind ik de volgende wetgeving?
OPGAVE WETSARTIKEL
…hoeveel taalgebieden België heeft? Art. 4 grondwet
…of Bever een faciliteitengemeente is Art. 8 wet op het gebruik van de talen in
bestuurszaken
…of ik een volksraadpleging kan houden over Art. 34 grondwet
een verlaging van de leerplicht van 6 naar 3
jaar
België is een monarchie, doch in de praktijk heeft Koning Filip nauwelijks enige macht.”
Verduidelijk deze stelling.
- Alles moet goedgekeurd en gestemd worden, hij heeft geen beslissingsrecht.
- Hij is onbekwaam en onverantwoordelijk en moet bijgestaan worden door ministers
- Art. 85 grondwet
De federale overheid
De wetgevende macht
Samenstelling van de wetgevende macht
De wetgevende macht bestaat uit 3 takken
- De koning, wordt erdoor uitgeoefend
- Het parlement
o Kamer van volksvertegenwoordigers
o Senaat
Kamer en senaat zijn verkozen instellingen. Rechtstreeks of onrechtstreeks door de
bevolking
De rol van senaat is laatste jaren sterkt teruggeschroeft
7