• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 60 pages
Class notes

Notities bestuursrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 60 pages

Notities bestuursrecht. Geslaagd in 1ste zit!

Content preview

BESTUURSRECHT – lesnotities
PPT1
DEEL 1 – PUBLIEKRECHT IN PERSPECTIEF

HOOFDSTUK 1. BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMA’S VAN HET PUBLIEKRECHT
INLEIDING
Bestuursrecht is niet enkel abstract maar ook in ons dagelijks leven:
Vb: intercommunales voor elektriciteitsdistributie (= vereniging/ verzameling van gemeentes)
Vb: bestuur van de VRT (= beheerscontracten over openbare dienstverlening)
vb: waterzuivering (= gewestbevoegdheden maar komt van Europese richtlijnen MAAR prijscontroles is
dan weer federaal)
vb: voedselvergiftiging (= samenwerking, controle-instantie en regelgeving)
vb: openbare wegennetwerken (openbaar ervoer, weg, veiligheid)
vb: KU Leuven (= private instelling maar overheid gestuurd)

- Bestuursrecht is verspreid over verschillende regels
• Privaatrecht: het recht dat de verhouding regelt tussen alle personen (soms ook van toepassing
op OH en burger)
• Publiekrecht: regels die afwijken van het algemene privaatrecht (= gemeenR) om het algemene
belang te behartigen.

I. Begrip en evolutie van het bestuur = UM
Trias politica (UM, WM en RM (Montesqieu)) en het principe van de machtenscheiding
-> waarschuwing vereniging macht = dictatuur
-> moet gescheiden zijn/ geen absolute scheiding (controle op anderen + zichzelf)

De 1ste manier om de macht vd OH te beperken zijn de rechten en de vrijheden vd burger:
- er zijn de klassieke liberale rechten die de vrijheid van de burger afschermen tegen de OH
- rechten die de OH verplichten om bepaalde beslissingen te nemen

De 2de manier is de machtenscheiding

Het goede bewind:
- kant van de zon = welvaart
- schaduwkant = oorlog/ geweld (slechte
bewind)
- vrouwe justitia -> touw via grijsaard
(regeringsleider en wereldse deugden – via 24
raadsleden naar vr just
-> beginselen van bestuur: vraag van alle
tijden – wereldse deugden: onpartijdigh/
proportional/ rechtszekerh/ redelijke termijn
(zandloper) / links: vooruitziendheid (lange
termijn)

Bestuur = organen en instellingen van UM (vooral een taak van tenuitvoerlegging) MAAR
 ook lokale besturen vallen onder bestuursbegrip (gemeenten en provincies) ≠ UM
 bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende inhoud
bv: politiereglementen, personeelsstatuut, handelingen verpleegkundigen in KB
(WM of RM kunnen ook handelen als bestuur (aard handelen is hetzelfde)
bv. adm ambtenaren aanstellen, aankoop nieuwe computers RM)



1

,  bestuurlijke of administratieve rechtscolleges (gerekend tot de uitvoerende macht) oefenen een
rechtsprekende functie uit en zijn dus geen besturen

In tweede helft 19e E is overheid steeds meer taken gaan opnemen (sterke uitbouw OHapparaat). Burgers
en ondernemingen komen dagelijks in contact met OHadministratie: openbaar vervoer, burgerlijke stand,
gezondheidszorg, onderwijs, pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, …
 bestuur vervult normerende (materieel-wetgevende of verordenende) en uitvoerende en/of
rechtsprekende bevoegdheden

Max Weber (= grondlegger sociologie) heeft de kenmerken waaraan een moderne administratie moet
voldoen, naar voor gebracht (geen willekeur, iedereen gelijk voor de wet, …). Herkende bureaucratie als
de typische organisatievorm vd moderne staat, waarin rationaliteit (efficiënt/doelmatig gebruik van
middelen en gelegitimeerde macht) en depersonalisering van onderlinge verhoudingen centraal staan
= bureaucratie van Max Weber
 primaat van de politiek (minister, niet ambtenaar, moet zich in parlement verantwoorden)
 onderworpen aan formele regels en procedures
 depersonalisering van onderlinge verhoudingen (=waarborg tegen ongelijkheid, vriendjespolitiek en
willekeur)
 strikte hiërarchie (+ takenpakker tss politiek en ambtenarij)

Vandaag de dag wordt ‘bureaucratie’ geassocieerd met log, duur, niet flexibel, gebruiksonvriendelijk (><
moderne economie / pejoratief karakter)

“Government is not the solution of the problem; government is the problem”
Ronald Reagan, 20 januari 1981

 gebruik andere organisatievormen en werkmethodes om aan de veelzijdige behoeften van moderne
samenleving te voldoen / performanter maken die gericht zijn op :
 administratie te moderniseren naar beeld van private onderneming met rationele besteding van
middelen met resultaatgerichte en klantvriendelijke aanpak
 verzelfstandiging: uitoefening taken overheid worden overgedragen naar gespecialiseerde
diensten met publiekrechtelijke, soms privaatrechtelijke vorm die zekere autonomie hebben t.o.v.
centrale gezag (= decentralisatie) => sneller
bv: private gevangenissen, asiel in handen van private onderneming (Griekenland)
 kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
 verschuiving van besturende OH (reguleert, overheid die zelf touwtjes in handen heeft) naar sturende
overheid (steeds belangrijker door op te treden als regelgever)

verzorgingsstaat  reguleringsstaat

II. Besturen in de gelaagde rechtsorde: decentralisatie en federalisme
Recht kan niet tot één bestuurslaag worden herleid:
 burger maakt deel uit van verschillende OHverbanden; van lokale tot internationale niveau
 verhoudingen tss de verschillende bestuursniveaus met eigen bevoegdheden en administratie
(+ naarmate het bestuursniveau toeneemt, neemt de invloed van de burger op beslissingen af: daarom
moeten beslissingen op en zo laag mogelijk niveau genomen worden =subsidiariteitsbeginsel)

Technieken van verticale machtenscheiding: decentralisatie en federalisme
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen!!
bv: België: de organieke overheid wordt vaak overgeheveld naar de deelstaten

Decentralisatie: centrale overheid kent bepaalde taken toe aan ondergeschikte (lokale) besturen
-> toezicht bewaren/ deelstaten geen kracht van wet


2

,Federalisme: spreiding van bevoegdheden tussen verschillende autonome rechtsordes: deelstaten
kunnen zelf regels uitvaardigen die kracht van de wet hebben, hun decreten zijn niet ondergeschikt aan
de federale wetgeving (versch niveaus kracht van wet)
Eenheidsstaat: de soevereiniteit of Kompetenz-Kompetenz berust bij het centrale niveau (diegene
bepaald waar hoogste macht geldt)
Gecentraliseerde eenheidsstaat: al de OHfuncties (wetgeving, rechtspraak en bestuur) w
uitgeoefend door instellingen/organen die behoren tot het centrale bestuur bv: Romeinse rijk

Mogelijkheid tot deconcentratie (intern & extern): overdragen van bepaalde taken vanuit centrale
bestuur naar lagere instanties of ambten (deze hebben geen rechtspersoonlijkheid maar maken
deel uit van centrale niveau + staan onder hiërarchisch toezicht)

Gedecentraliseerde eenheidsstaat: er zijn ondergeschikte besturen de geen onderdeel uitmaken
van centrale overheid: ze hebben eigen rechtspersoonlijkheid en zijn onderworpen aan minder
verregaande vorm van toezicht (administratief of bestuurlijk toezicht).
Hun bevoegdheden zijn in de (grond)wet vastgelegd, bij de uitoefening zijn ze niet volledig
autonoom (blijven onderworpen aan regels van centrale niveau + hun regels hebben geen kracht
van wet) >< deelstaten
 Territoriale decentralisatie: algemeen omschreven bevoegdheden wordt toegekend aan
overheden die voor bepaald grondgebied bevoegd zijn
Bv: gemeenten en provincies (organisatie gebaseerd op politieke vertegenwoordiging)
= laagste niveau van democratische inspraak (dicht bij de burger)
-> publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke vertegenwoordiging
 Functionele decentralisatie: centrale niveau kent specifieke bevoegdheden toe aan
overheidsdiensten die in bepaald beleidsdomein over nodige expertise beschikken
Doel: besluitvorming op efficiënte wijze en onafhankelijk van de politieke instellingen
organiseren (= organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging)
bv: vervoer (NMBS, De Lijn), radio en cultuur (VRT)

Dubbele betekenis van het begrip “centralisatie” en “centrale overheid”:
gezagsstructuur (binnen een staat): concentratie bevoegdheden bij 1/meer centrale organen
organisatiebeginsel (binnen één bestuurslaag vd gedecentr staat): de gedecentraliseerde besturen zijn zo
georganiseerd dat een centrale administratie ten dienste staat van de politieke organen bij het uitvoeren
van het lokale beleid.

-> evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus (ook lokaal)

III. Verhouding tussen regering en administratie
In overeenstemming met de principes van Weber: de overheidsdiensten zijn hiërarchisch gestructureerd
met aan het hoofd een topambtenaar die onder gezag staat van minister:
 veelbeschreven spanningsveld in politieke wetenschap:
 politisering van de ambtenarij: grote gespecialiseerde equipes drukken stempel op het beleid
 politieke verantwoordelijkheid rust bij minister/ regering
- motie van wantrouwen = heel belangrijk
- ontslag van minister
bv eind ‘90: ontsnapping Dutroux: ontslag minister van Justitie, 1 j later: dioxidecrisis:
ontslag minister van landbouw en Volksgezondheid

Politieke verantwoordelijkheid minister >< grote afhankelijkheid minister van zijn administratie

Technieken om controle op administratie te behouden
 “Spoils system” uit de VS (19e E): meest verregaande vorm: president mag administratie
vervangen door personen op wie hij kan vertrouwen dat ze zijn beleid (snel en goed) uitvoeren


3

,  praktijk van partijpolitisering van de administratie: “merit system”: ambtenaren moeten examens
afleggen van bekwaamheid + oprichting federale commissie die de examens aflegt (niet zomaar
elke burger kan ambtenaar worden) MAAR meerdere personen kunnen slagen en dan wordt er
wel gekozen (overheidsbemoeienis blijft)
 ministeriële kabinetten (= naaste medewerkers van de minister): slaan brug tussen politiek en
administratie

Administratieve rekenplichtigheid (accountability) staat meer dan ooit centraal
- enerzijds politisering gespec ambtenarij + anderzijds bureaucratisering politiek (meer tijd in technische
aangelegenheden dan beleid)
-> niet enkel minister ter verantwoording : ook administratie zelf
Verplichting om rekenschap af te leggen
- inzicht geven in beleid en motieven (openbaarheid bestuur)
- audits, rapporten en jaarverslagen (toelichting wijze vervulling plichten)
- zwijgplicht ambtenaren wordt spreekrecht of zelfs spreekplicht
 klokkenluidersbescherming
Administratieve en tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van administratie– klacht van burger of
onderneming bij ombudsfuncties

IV. Afwezigheid van codificatie van het bestuursrecht
-> gaandeweg toegenomen – reden voor verschillende wetgevingen

Verreikende overheidstussenkomst heeft vele oorzaken:
- Uitbouw sociale staat en de openbare nutsvoorzieningen vanaf midden 19de E
- Verdere uitbouw verzorgingsstaat na WO II: sociaal vangnet, publieke voorzieningen, …
- Verstedelijking en bevolkingsgroei  OH moet meer planmatig omgaan met grond en ruimte
- Industrialisering en technische ontwikkeling  meer OHingrijpen ter bescherming van veiligheid
en milieu
- Rampen en crises zetten OH aan tot noodplannen, maatregelen en verstrengd toezicht
(pandemiewet)

=> deze beleidsterreinen hebben allemaal betrekking op:
Bijzonder bestuursrecht: ruimtelijke ordening, overheidsopdrachten, ambtenarenrecht, milieu,
gezondheid, openbare veiligheid, fiscaal recht, …
-> meer geïntegreerde aanpak

Algemeen bestuursrecht houdt zich bezig met volgende gemeenschappelijke vraagstukken:
- bestuursbegrip, organisatie, verschijningsvormen van bestuur
- verhouding tussen verschillende besturen onderling
- actiemiddelen en werking van het bestuur
- regels/ beginselen waaraan bestuur gebonden is
- rechtsbescherming van de burger ten aanzien van het bestuur (waar terecht bij geschil)

- Regels zijn verspreid over supranationale normen, (grond)wetten, reglementen, besluiten,
omzendbrieven…
- De fundamentele beginselen (ABBB) en leerstukken (intrekkingsleer) kwamen tot ontwikkeling in RS +
Rleer
- Codificatie ligt niet voor de hand
- op welk bestuursniveau? zelden excl voor bepaald niveau
- in Nederland: Algemene Wet Bestuursrecht (federaal) + DUI ook codificatie

-> begrippen verschillen vaak naargelang toepassingsgebied
ook veel ontwikkelingen op Europees niveau/ wetgeving


4

Table of contents

  1. 01 BESTUURSRECHT – lesnotities 1
  2. 02 - Overheidsbegrip wordt steeds diffuser 7
  3. 03 Hoofdstuk III: noties van het ambtenarenrecht 43
    1. I Toegang tot het ambt 43
    2. II Rechtstoestand van het overheidspersoneel 43
    3. III Belang van statutaire verhouding 43
    4. IV Wie regelt het statuut van het overheidspersoneel? 43
    5. V Enige eenheid in verscheidenheid? 44
    6. VII Grondwettelijke vrijheden en statutaire rechten en plichten 44
    7. I. Tuchtrecht 44
  4. 04 Hoofdstuk IV: openbaar domein 45

Document information

Study
Uploaded on
September 11, 2025
Number of pages
60
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Lierman steven
Contains
All classes
$6.91

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
8
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions