• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 25 pages
Class notes

Deel 2 criminologie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 25 pages

Deel 2 criminologie. Geslaagd in 1ste zit!

Content preview

DEEL 2: Criminologisch onderzoek (college 7-9)

Inleiding in de criminologie 29/10/21
Kwantitatief onderzoek (gastcollege van Jonas Visschers)

Algemene problemen bij criminologisch onderzoek (ongeacht kwalitatief en kwantitatief)

1. Verborgen populaties
Totale populatie is vaak ongebekend, door verbogen populatie (≠ volledig bekend).
Problematisch: ≠ goede steekproef nemen  ≠ representatief  ≠ goede conclusie.

2. Dark number
= niet door politie geregistreerde criminaliteit (ijsberg) = 100% - het cijfer van aangifte
Bv. seksuele delicten, fysiek geweld, vluchtmisdrijf, …

Niet alle delicten worden gemeld bij politie of opgemerkt door de politie

Afhankelijk van
- Type delict
- Geslacht/leeftijd/land van slachtoffer bv. meldingsbereidheid verschilt
- Tijdsperiode bv. in het verleden een lagere meldingsbereidheid voor bep. onderwerp

Niet alle gemelde delicten geregistreerd door politie
Registratie = opgenomen in een PV, bv. fietsdiefstal wordt vaak niet geregistreerd
Oorzaken bv. hoge werkdruk

Grey number = % van melding - % van aangifte
= gemelde, maar niet door politie geregistreerde criminaliteit

3. Rechtsscheve verdeling van criminaliteit
Veel kenmerken in sociale realiteit (bv. rijkdom) zijn normaal verdeeld ≠ criminaliteit: kleine groep die
veel delicten plegen, maar meeste mensen plegen er geen/weinig
Problematisch voor statistische testen, deze gaan uit van normale verdeling (<-> uitvoering)

4. Ehtische belemmeringen
Experimenteel criminologisch onderzoek is vaak onethisch = zelden mogelijk

Experimenteel design: voor- en nameting van controlegroep (≠ interventie) en experimentele groep
(interventie/stimulus)

Bv. Wat is de ideale gevangenisstrafduur?
Persoon A niet 1 jaar gevangenisstraf kunnen geven en persoon B (die voor hetzelfde is veroordeeld) 10
jaar. (zien of recidive na 10 jaar verschillend is)

Criminologisch onderzoek gebruikt vaak bedreigende vraagstellingen
- Zelfrapportages (vraag of respondent delicten heeft gepleegd): sociale wenselijkheid
Bv. Aan mensen vragen of ze de laatste 12 maanden canabis hebben gebruikt.
Niet naar waarheid antwoorden maar naar wat de maatschappij van u verwacht.

- Slachtofferenquêtes: herbeleving trauma’s  onbedoeld schade berokken
Sociale wenselijkheid komt in mindere mate voor.




1

, 5. Afhankelijkheid van de overheid
Criminologie verwijst altijd wel naar overheid
- Criminologie verbonden met strafrecht
- Beleidsgericht (vraagstelling uit overheid) > fundamenteel onderzoek (vraagstelling uit
wetenschappelijk dispositief: onderzoeker bepaalt zelf onderzoeksonderwerp)

Verschillen in verwachtingen tussen beleidsmakers (opdrachtgever) en onderzoekers: concrete sleutel-
op-de-deur oplossingen (korte termijn) vs. verruiming wetenschappelijke kennis (lange termijn) zonder
concrete oplossingen voor concrete gevallen

Twee types van criminologisch onderzoek (kwalitatief en kwantitatief)

Kwantitatief onderzoek = kwantificeren/in cijfers uitdrukken van bepaalde fenomenen
Bv. hoeveel % van de studenten gebruikt canabis?

Steunt op de onderzoekstraditie van het (neo)positivisme
Oudere naïeve benadering vs. nieuwe (neo)/post-positivistische benadering:
Hebben dezelfde uitgangspunten, maar de post-positivistische benadering is kritischer.

Kritiek: objectiviteit en zoeken naar algemeenheden kunnen niet bereikt worden.
Menselijke relaties niet kunnen uitdrukken in een cijfer.

Kwalitatief onderzoek ≠ homogeen pakket van onderzoeksmethodes
- Interpreterende benaderingen: meer richting kwantitatief
- Kritische benaderingen: zeer kwalitatief bv. feminisme, marxisme
 Continuüm maken

Kenmerken van positivistisch onderzoek (vanaf nu focus op kwantitatief)

Ontologische (hoe kijk ik naar de wereld/mens) en epistemologische (relatie tussen onderzoeker en zijn
onderzoekssubject) uitgangspunten.
Emperische waarneming  causale verbanden/algemene wetmatigheden

1. Empirisch kennen (empirisme) als onderzoeksfilosie
Onderzoeksfilosofie (on)bewust hantenteren, vooral ontologie

Uitgangspunt: kennis steunt op ervaring van wereld buiten ons, die objectief meetbaar is
1 werkelijkheid en als onderzoeker kan je die werkelijkheid achterhalen door waarnemingen en
ervaringen van de (externe) wereld buiten ons.
Alternatieve kennismodellen: verschillende geschiedenis, doeleinden, …
Het positivistisch onderzoek steunt op deze kennismodellen, enkel op het empirisme.

- Realisme: waarheid is hetgene wat onze zintuigen kunnen waarnemen.
Objecten bestaan los van het menselijk brein, hoe dat u en ik erover denken.

- Direct realisme
Zijn onze bevindingen/waarnemingen op zich accuraat?
Sommigen: waarnemingen kunnen beïnvloed worden door gevoelens.
Zintuigen kunenn misleiden, bv. verkeerd been uit bed  andere waarneming

- Kritisch realisme
Het meeste sociaal-wetenschappelijk onderzoek gaat uit van dit realisme.

- Rationalisme: bron ware kennis = logisch denken/redeneren

2

, Waarnemingen = belangrijk ≠ bron van kennis.
Organiserend principe binnen mens, los van externe werkelijkheid (waarheid)
 Waarnemingen ordenen en interpreteren ≠ directe toegang tot de waarheid
Kennis is afhankelijk van het ingrijpen van dit principe in de waarheid.

- Constructivisme/interpretivisme als product van waarneming/empirie
Wetenschappelijke concepten = sociale/culturele constructies
 1 absolute waarheid/werkelijkheid bestaat niet
Kennis/iets opvatten = product van historische/sociale processen

Nu zijn onderzoekers het eens dat zuiver empirisch kennen (zonder voorafgaand begrippenkader,
concepten in het achterhoofd) niet mogelijk is.  kritischer worden
Zuiver empirisch kennen = ik neem dat waar dus dat is werkelijkheid




2. Determinisme (positivisme) of probabilisme (neo-positivisme)
Uitgangspunten: verleden bepaalt heden
Gedragingen moeten worden verklaard door voorafgaande gebeurtenissen of factoren
‘Wat is vandaag doe, wordt mee bepaald door wat ik in het verleden heb meegemaakt.’
Causaliteit (oorzaak-gevolg) als centraal begrip.

Hume: voorwaarden voor causaliteit
- Constant samengaan van oorzaak en gevolg
Bv. Telkens als ik armoede zie, moet ik criminaliteit zien.

- Contiguïteit: samen voorkomen in plaats
Bv. Als ik armoede in België zie, moet ik de criminaliteit ook in België zien niet in VS.

- Antecedentie: oorzaak vooraf gaan aan gevolg
Bv. Armoede voorkomen voor criminaliteit plaatsvindt.

- Uitsluiten van andere oorzaken
Bv. Criminaliteit alleen te wijten aan armoede.

3

Document information

Study
Uploaded on
September 11, 2025
Number of pages
25
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Paoli letizia
Contains
Deel 2
$6.91

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
8
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions