Begrip Omschrijving Pagina
Hoofdstuk 2. Beroemde patiënten in de kijker
Frontaalkwab Deel van de hersenen (schedel van Gage) 9, 10, 75
Frontaalsyndroom Syndroom waarbij de frontaalkwab beschadigd is. Kan leiden tot gedragsverandering, verandering in karakter en 9-10
ingesteldheid zonder dat cognitieve functies werden aangetast.
Geheugen Vermogen van een mens of dier om informatie te onthouden. 10, 15, 76
Geheugendomeinen Verschillende domeinen van het geheugen waarvoor een verschillende hersenstructuur verantwoordelijk is 10, 76
(procedureel, episodisch, semantisch,…).
Hippocampus Deel van de hersenen dat instaat voor het geheugenproces. 10
Neuropsychiatrie Het begrijpen van lichamelijke symptomen waarvan geen lichamelijke of fysiologische oorzaak kan gevonden
worden.
Amygdala Deel van de hersenen dat instaat voor de regulatie van behoeften en emoties. 10
Hysterie Lichamelijke symptomen waarvan een lichamelijke/fysiologische oorzaak kan gevonden worden. 11
Conversie Omzetting. 11
Conversiesymptomen Symptomen bij sommige groepen patiënten waarbij het moeilijk uit te maken is of het anders functioneren van 11
hersenstructuren een gevolg is van hun aanleg of aangeleerd gedrag om op bepaalde manieren te reageren op
situaties dan wel de oorzaak tot dergelijke wijze van reageren. Bv. Anna O. kampte met psychische problemen die
ze via haar lichaam ging uitwerken.
Neuro-imaging Neurologische beeldvorming. 11, 24
Reductionisme Stroming die gelooft dat gedrag herleidbaar is tot het functioneren van de hersenen. 12
James-Lange theorie De oorzaak en gevolg met elkaar verwarren. ‘Ik word bang omdat mijn hart sneller slaat’ i.p.v. ‘mijn hart slaat 12
sneller omdat ik bang ben’
Kanskapitalisatie Met veel mini-onderzoeken werken zodat er wel iets opvallend zal tussen zitten en je rapporteert alleen het 12
opvallende.
Nomothetische of Studie van groepen om algemene conclusie te kunnen trekken. 12
veralgemenende methode
Idiografische methode Studie van gedrag dat het individu uniek maakt (beperkt tot een eenmalige gebeurtenissen). 12
Gevalstudie De intensieve studie van een verschijnsel binnen de natuurlijke omgeving zodat de verwevenheid van de 12
relevante factoren behouden blijft. Bv. Wolfskinderen
Hyperthymesie Overmatig autobiografisch geheugen (Jill Price). 13
Dwanghandelingen en Personen met onweerstaanbare neiging om voortdurend bepaalde zaken te doen of aan bepaalde zaken te 14
dwangneurose denken (obsessies).
Algemene Psychologie (GWW) 1
, Obsessief-compulsionele Personen met onweerstaanbare neiging om voortdurend bepaalde zaken te doen of aan bepaalde zaken te 14
stoornis denken (obsessies).
Savant Persoon die op een laag niveau functioneert/lijdt aan een mentale – of ontwikkelingsstoornis. Hij/zij blinkt wel uit 14
op een geïsoleerde begaafdheid of vermogen van de hersenen. (Rain man).
Autismespectrumstoornis Mensen met extreem gedrag, namelijk zich systematisch en zelf obsessioneel toeleggen op datgene waarin men 14, 45
goed is. Meer gericht op detailwaarnemingen en hebben een overgevoelige directe zintuigelijke waarneming.
Cortex en corticale De hersenschors. Verschillende zones: de prefrontale cortex, orbitofrontale cortex, … 15, 48
hersenzones
Hersenstructuren De hersenen bestaan uit verschillende structuren met elk hun eigen functie(s). 15
Hersenschors De cortex. 15, 48
Mesolimbisch system Circuit tussen de prefrontale structuren en het mesolimbisch systeem reguleert van motivatie, beloning en 15, 73, 79
bevrediging.
Limbisch systeem De amygdala en de hippocampus samen. 15, 79
Hersenbeloningssysteem Circuit tussen de prefrontale structuren en het mesolimbisch systeem. 15, 80
(brain
reward system)
Occipitale, frontale en Onderdelen van de grote hersenen: de voorhoofd- of frontaalkwab, een achterhoofd- occipitaalkwab, een slaap- 15, 48
temporale of temporaalkwab.
hersenkwabben
Linker- en Onderverdeling. 15
rechterhersenhelft
Plasticiteit Kneedbaar. 16
Hoofdstuk 3. Gedrag onder de loep
Interbeoordeelaars Overeenkomst tussen uitkomsten van dezelfde meting door meerdere beoordeelaars.
betrouwbaarheid
Gedragsdomeinen Het veld van het menselijk gedrag kunnen we onderverdelen volgend het soort functioneren. Deze domeinen zijn 17, 18
vaak verbonden met onderdelen van het lichaam.
Perceptie Wat de zintuigen waarnemen. 17
Apperceptie Het proces waarbij de aandacht automatisch wordt gericht dat de waarneming en ook de verwerking van prikkels 17
wordt vergemakkelijkt of vlotter verloopt.
Synapsen Verbindingen in de hersenen tussen de hersencellen. 17
Sociale cognitie Het detecteren en interpreteren van sociale en emotionele signalen en processen en het gepast reageren hierop 18
of hiervan gebruik maken.
Algemene Psychologie (GWW) 2
Hoofdstuk 2. Beroemde patiënten in de kijker
Frontaalkwab Deel van de hersenen (schedel van Gage) 9, 10, 75
Frontaalsyndroom Syndroom waarbij de frontaalkwab beschadigd is. Kan leiden tot gedragsverandering, verandering in karakter en 9-10
ingesteldheid zonder dat cognitieve functies werden aangetast.
Geheugen Vermogen van een mens of dier om informatie te onthouden. 10, 15, 76
Geheugendomeinen Verschillende domeinen van het geheugen waarvoor een verschillende hersenstructuur verantwoordelijk is 10, 76
(procedureel, episodisch, semantisch,…).
Hippocampus Deel van de hersenen dat instaat voor het geheugenproces. 10
Neuropsychiatrie Het begrijpen van lichamelijke symptomen waarvan geen lichamelijke of fysiologische oorzaak kan gevonden
worden.
Amygdala Deel van de hersenen dat instaat voor de regulatie van behoeften en emoties. 10
Hysterie Lichamelijke symptomen waarvan een lichamelijke/fysiologische oorzaak kan gevonden worden. 11
Conversie Omzetting. 11
Conversiesymptomen Symptomen bij sommige groepen patiënten waarbij het moeilijk uit te maken is of het anders functioneren van 11
hersenstructuren een gevolg is van hun aanleg of aangeleerd gedrag om op bepaalde manieren te reageren op
situaties dan wel de oorzaak tot dergelijke wijze van reageren. Bv. Anna O. kampte met psychische problemen die
ze via haar lichaam ging uitwerken.
Neuro-imaging Neurologische beeldvorming. 11, 24
Reductionisme Stroming die gelooft dat gedrag herleidbaar is tot het functioneren van de hersenen. 12
James-Lange theorie De oorzaak en gevolg met elkaar verwarren. ‘Ik word bang omdat mijn hart sneller slaat’ i.p.v. ‘mijn hart slaat 12
sneller omdat ik bang ben’
Kanskapitalisatie Met veel mini-onderzoeken werken zodat er wel iets opvallend zal tussen zitten en je rapporteert alleen het 12
opvallende.
Nomothetische of Studie van groepen om algemene conclusie te kunnen trekken. 12
veralgemenende methode
Idiografische methode Studie van gedrag dat het individu uniek maakt (beperkt tot een eenmalige gebeurtenissen). 12
Gevalstudie De intensieve studie van een verschijnsel binnen de natuurlijke omgeving zodat de verwevenheid van de 12
relevante factoren behouden blijft. Bv. Wolfskinderen
Hyperthymesie Overmatig autobiografisch geheugen (Jill Price). 13
Dwanghandelingen en Personen met onweerstaanbare neiging om voortdurend bepaalde zaken te doen of aan bepaalde zaken te 14
dwangneurose denken (obsessies).
Algemene Psychologie (GWW) 1
, Obsessief-compulsionele Personen met onweerstaanbare neiging om voortdurend bepaalde zaken te doen of aan bepaalde zaken te 14
stoornis denken (obsessies).
Savant Persoon die op een laag niveau functioneert/lijdt aan een mentale – of ontwikkelingsstoornis. Hij/zij blinkt wel uit 14
op een geïsoleerde begaafdheid of vermogen van de hersenen. (Rain man).
Autismespectrumstoornis Mensen met extreem gedrag, namelijk zich systematisch en zelf obsessioneel toeleggen op datgene waarin men 14, 45
goed is. Meer gericht op detailwaarnemingen en hebben een overgevoelige directe zintuigelijke waarneming.
Cortex en corticale De hersenschors. Verschillende zones: de prefrontale cortex, orbitofrontale cortex, … 15, 48
hersenzones
Hersenstructuren De hersenen bestaan uit verschillende structuren met elk hun eigen functie(s). 15
Hersenschors De cortex. 15, 48
Mesolimbisch system Circuit tussen de prefrontale structuren en het mesolimbisch systeem reguleert van motivatie, beloning en 15, 73, 79
bevrediging.
Limbisch systeem De amygdala en de hippocampus samen. 15, 79
Hersenbeloningssysteem Circuit tussen de prefrontale structuren en het mesolimbisch systeem. 15, 80
(brain
reward system)
Occipitale, frontale en Onderdelen van de grote hersenen: de voorhoofd- of frontaalkwab, een achterhoofd- occipitaalkwab, een slaap- 15, 48
temporale of temporaalkwab.
hersenkwabben
Linker- en Onderverdeling. 15
rechterhersenhelft
Plasticiteit Kneedbaar. 16
Hoofdstuk 3. Gedrag onder de loep
Interbeoordeelaars Overeenkomst tussen uitkomsten van dezelfde meting door meerdere beoordeelaars.
betrouwbaarheid
Gedragsdomeinen Het veld van het menselijk gedrag kunnen we onderverdelen volgend het soort functioneren. Deze domeinen zijn 17, 18
vaak verbonden met onderdelen van het lichaam.
Perceptie Wat de zintuigen waarnemen. 17
Apperceptie Het proces waarbij de aandacht automatisch wordt gericht dat de waarneming en ook de verwerking van prikkels 17
wordt vergemakkelijkt of vlotter verloopt.
Synapsen Verbindingen in de hersenen tussen de hersencellen. 17
Sociale cognitie Het detecteren en interpreteren van sociale en emotionele signalen en processen en het gepast reageren hierop 18
of hiervan gebruik maken.
Algemene Psychologie (GWW) 2