3. romantiek
gekenmerkt door het streven naar hetgeen wat afwezig is aanwezig te
stellen: bv verleden, verre landen
gekenmerkt door dualiteit= aan ene kant middelen hetgeen wat afwezig is,
ver, te simuleren → anderzijds is er een fascinatie voor het verleden, ver
omdat deze iets onbereikbaar is
silhouette
ten tijde van regentschap Philippe II van Orléans en bewind Lodewijk XV →
periode om staatschuld zo veel mogelijk te beheersen, adellijk herstel Frankrijk
in stand houden
minister van financiën= grote spilzucht van adel in te dijken → silhouette =
schaduwbeeld, i.p.v. dure miniatuurportretten
voordeel silhouette: veel goedkoper
populair in Duitsland → scherenschnitt
burgerij maakte er een hobby van
studieobject psychologie om dingen te leren over de menselijke psyche
werden verzameld door kunstenaars, schrijvers, wetenschapper
→ Goethe bv.
2 karakteristieken silhouette die culturele betekenis brengen
verschil silhouette en schilderij
→ schilderij is in eerste plaats een kunstwerk gemaakt door een
kunstenaar
→ bij een silhouette is er geen artistieke representatie → schaduwbeeld is
een direct ‘spoor’ van een persoon
→ silhouette dus geen kunstwerk, maar een ambacht
→ verloor belang toen fotografie ontstond
cultuurgeschiedenis les 2 1
, → silhouette kan je beter een simulatie van de realiteit noemen i.p.v.
representatie : directe weergave is de ware weergave
silhouette werd aangevoeld als directe weergave van de realiteit
→ bv tijdens romantische briefcultuur vaak schaduwbeeld van zichzelf
meestuurde in de brief, alsof die zijn ziel meestuurde → seelenbesuch
nostalgie van de romantiek
protocinematografische uitvindingen: silhouette als aanwezig stellen van
iets dat aanwezig is
→ streven naar simulatie van de realiteit, en deze te vereeuwigen
sterke tegenstelling aanwezigheid en afwezigheid = bepalend voor
nostalgie van de romantiek, bepaalt gevoeligheid voor oneindigheid, voor
verleden als iets dat onbereikbaar is
→ diep besef van afwezigheid: bewustzijnsverlies, dood, irrationaliteit
romantiek: chronologie en algemene kenmerken
van late 18e eeuw tot tweede helft 19e eeuw
gekenmerkt door
overweldigende emotionaliteit
aandacht voor de woeste, verwoestende of mysterieuze kracht van de
natuur
aandacht voor volkscultuur, nationale of etnische oorsprong → sterk
geïnteresseerd in het eigen verleden
interesse in de middeleeuwen, de gotiek, de keltische cultuur
het occulte, het bovennatuurlijke, het satanische, het monsterlijke, waanzin
en deformatie
het exotische, het andere, datgene wat ‘ver weg’ ligt
kunstproductie gaat altijd 1 of meerdere van deze kenmerken
cultuurgeschiedenis les 2 2
, Het Vlot van de Medusa, 1819, Géricault
emoties, hoop, wanhoop
verlies van redelijkheid: moord, wreedheid,
verwoeste natuur, kannibalisme
Sneeuwstormstoomboot uit de haven, 1842,
Turner
kracht van de natuur
studie beweging en dynamiek abstract
Saturnus verslindt zijn zoon, 1819, Goya
Goya op het einde van zijn leven schildert donkere
schilderijen van angst, geweld, deformatie, niet voor het
grote publiek bedoelt
case schilderkunst: Caspar David Friedrich: Noord-
Duitsland en Scandinavië
belangrijkste romantische landschapsschilder
beïnvloed door Kosegarten = pleitbezorger Scandinavische Renaissance →
rond epische gedichten van Ossian → vertalingen van Gaelic
mistige landschappen, wouden, duisternis, maanlicht, kracht van de natuur,
mysterie, mystiek, ruïnes, gotiek
schilders uit kring van Friedrich
Dahl: samenwerking
cultuurgeschiedenis les 2 3