• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 52 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Sociaal recht voor criminologen (C01C6A) (GESLAAGD: 16/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 52 pagina's

Samenvatting van het vak 'Sociaal recht voor criminologen', gedoceerd door P. Schoukens. Het vak maakt deel uit van de tweede bachelor criminologische wetenschappen van de KU Leuven. De reader van Schoukens zit vervat in de samenvatting door wijze van aanvulling van mijn eigen lesnotities.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Sociaal Recht voor criminologen 2024-
2025



1. Arbeidsrecht
Def 1: het recht dat van toepassing is op arbeidsprestaties geleverd in ondergeschikt
verband

Def 2: recht dat de individuele en collectieve regeling omvat tussen werkgevers en
werknemers
 Privaatrecht

! Art. 51 CAO-wet = duidelijke opsomming van hiërarchie binnen het arbeidsrecht
OPVALLEND: mondelinge overeenkomst kan ook bindend zijn, MAAR laag in
hiërarchie!

2. Socialezekerheidsrecht
Def 1: recht waarbij de samenleving bepaalt dat bepaalde risico’s sociale risico’s zijn, die

gecompenseerd moeten worden als ze zich voordoen en een negatief effect
hebben
 Publiek recht bv. leeftijd of ontslag

Def 2: het recht dat voorziet in individuele sociale prestaties, die ertoe strekken de
levensstandaard
van betrokkenen te handhaven, een menswaardig leven te voorzien en
bijzondere kosten opvangt

- Vaak overlap tussen landen, MAAR officieel weinig internationale afspraken

2.1 Gemeenschappelijkheden
- Historische context = sociale strijd (cf. Daens) + industriële revolutie
 mensen verkopen arbeid, MAAR enorme onderbetaling door
simpliciteit
DUS bescherming nodig = minimumnorm (bv. uren, loon),
werkloosheidsuitkeringen, pensioen, …

- Beschermend doel

- Bindend recht, WANT bescherming van minderheden is hoofddoel (door
ondergeschikt verband)
 relatieve nietigheid bij arbeidsrecht (enkel door partijen)
 absolute nietigheid bij socialezekerheidsrecht (ook door derden)

- Beide behandeld in arbeidsgerechten en -hoven

,Samenvatting Sociaal Recht voor criminologen 2024-
2025

2.3 Bronnen
- Internationale context = belangrijker en belangrijker door groter internationaal netwerk
(bv. ESH)
 belang van internationale minimumnormen (= eerlijk en
duidelijk)
bv. lijsten met algemeen erkende risico’s

- Formele wetgeving, KB’s, MB’s, internationale richtlijnen (= omvorming!),
internationale verdragen, …
bv. Belgische Grondwet (art. 23 GW, bevoegdheidsverdelingen gewesten en
gemeenschappen, …)
+ Decreet 19 juli 1973: verplichting van Nederlands op de werkvloer

- Eigen rechtsvorming in arbeidsreglementen, CAO (collectieve arbeidsovereenkomsten,
…)
 geregeld met partijen onderling / algemeen verbindend (binnen bedrijf,
bedrijfstak of nationaal)



1. Wie is werknemer?
BELANGRIJK: bescherming geldt enkel voor werknemers
! Schijnzelfstandigen = werknemers die onder zelfstandigencontract
werken !
 handig voor werkgevers, WANT veel minder regels en plichten

BELANGRIJK: socialezekerheid werkt anders voor werknemers dan voor zelfstandigen
! Schijnzelfstandigen = zelfstandigen betalen minder sociale bijdrage

Vroeger: arbeid = handarbeid
 voltijds in een fabriek voor een loon

Later: intellectuele prestaties zijn ook arbeid
 autonomie en vrijheid binnen de arbeid

Vandaag: werk van thuis uit
 nog meer autonomie en vrijheid

MAAR doorheen alle tijd: altijd sprake van gezag en controle van bovenaf

 wat te doen bij twijfel?
= Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie raadplegen (= social ruling)
 uitspraak is bindend voor iedereen (bhv. Rechters)

,Samenvatting Sociaal Recht voor criminologen 2024-
2025

2. Het arbeidscontract
= overeenkomst tussen werkgever en werknemer over de te verrichten arbeid en het
loon
<--> zelfstandigen o.b.v. dienstenovereenkomst
! Overeenkomst = meerzijdige rechtshandeling met 2 partijen waarbij beiden akkoord zijn over inhoud !

3 componenten:
a. Loon = “beloning” voor de verrichte arbeid = vergelding waarvan de werknemer
moet kunnen leven
 onderscheid met vrijwilliger

b. Arbeid = activiteiten verricht als tegenprestatie van het loon
PROBLEEM: slapen is ook arbeid (= arts van wacht)

c. Gezagsrelatie = werkgever heeft iets te zeggen, houdt toezicht en heeft de leiding
(= sterkere positie)
 onderscheid met zelfstandige bv. over werkuren, kledij, …
! Toezicht moet er niet per sé zijn, de mogelijkheid volstaat !

PROBLEEM: beoordelen van gezag is puur feitelijk  rechter moet beslissen o.b.v. feiten
PROBLEEM: rechters hadden de vrijheid om zelf klemtonen te leggen (=/=
rechtszekerheid)

OPLOSSING: programmawet 27 december 2006
= verduidelijken van begrip werknemer + meer orde in rechtspraak rond
gezag



Wetgeving = best vrij, maar wel rood kader met minima / maxima waar je niet voorbij
mag
bv. minimumloon, maximum#uren, …
 dwingend recht!, DUS niet volgen zorgt voor relatieve nietigheid (ex
nunc)
cf. arbeidsovereenkomstenwet 3 juli 1978

! Bijzonder geval: ambtenaren = niet gezien als werknemer in België !
 regels staan in administratief recht

Programmawet 2006: Wet arbeidsrelaties
6 principes: 1. Wilsautonomie = opdrachtgever en -uitvoerder zijn vrij in hun beslissingen
2. Feiten primeren = praktijk gaat voor op hetgeen in de overeenkomst staat
3. Criteria voor rechters = verduidelijking van wat gezag is (duur, toezicht en
instructies)
4. Bewijslast ligt bij de betwister (vroeger: tegendeel bewijzen) = moeilijker

, Samenvatting Sociaal Recht voor criminologen 2024-
2025

dan vroeger
5. Herkwalificatie = rechter kan contract aanpassen naar wat in de praktijk
echt gebeurt

Wanneer is herkwalificatie mogelijk? (2 opties)

1. Algemene criteria: wil der partijen is anders dan praktijk, dwingende
werktijdregeling (=werknemer), vrijheid tot organiseren van werk, hiërarchische controle
over het werk én de persoon

2. Socio-economische vermoedens (slechts mogelijk in bepaalde, fraudegevoelige
sectoren!)
=ontstentenis
indien meer van enig financieel of economisch risico
dan 50% criteria voldaan is:
ontstentenis van verantwoordelijkheid en beslissingsmacht aangaande de financiële middelen van de onderneming

ontstentenis van beslissingsmacht over het aankoopbeleid van de onderneming

ontstentenis van beslissingsmacht over het prijsbeleid van de onderneming, behoudens wanneer de prijzen wettelijk
zijn vastgelegd;

ontstentenis van resultaatsverbintenis betreffende de overeengekomen arbeid

garantie op betaling van een vaste vergoeding, ongeacht de bedrijfsresultaten of de omvang van de prestaties

zelf geen werkgever zijn van persoonlijk en vrij aangeworven personeel of het ontbreken van de mogelijkheid om voor
de uitvoering van het overeengekomen werk personeel aan te werven of zich te laten vervangen;

zich niet voordoen als een onderneming ten overstaan van andere personen of hoofdzakelijk of gewoonlijk voor één
medecontractant werken;

in ruimtes werken waarvan men niet de eigenaar of de huurder is of werken met materiaal dat ter beschikking wordt
gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant.


PROBLEEM: bewijs is moeilijk, WANT je moet bewijzen dat iets NIET bestaat

Wanneer is herkwalificatie niet gegrond?

1. Bij verplichtingen die sowieso bij het beroep horen (bv. Tuchtrecht)
2. Bij neutrale elementen die niets met de band werkgever-werknemer te maken
hebben
bv. titel, inschrijving van BTW-nummer, inschrijving Kruispuntbank voor
Ondernemingen, …

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Arbeidsrecht 1
  2. 02 2. Socialezekerheidsrecht 1
    1. 2.1 Gemeenschappelijkheden 1
    2. 2.3 Bronnen 2
    3. 1. Wie is werknemer? 2
    4. 2. Het arbeidscontract 3
    5. Programmawet 2006: Wet arbeidsrelaties 3
  3. 03 1. De Arbeidsovereenkomst 5
    1. 1.1 De aanwerving en sollicitatie (precontractuele fase) 5
    2. 1.2 Contract en taal 5
    3. 1.3 Bestaanscriteria van arbeidsovereenkomsten 5
    4. 1.4 Geldigheidsvereisten van arbeidsovereenkomsten 6
    5. 1.5 Het sluiten van een arbeidsovereenkomst (mag ALTIJD elektronisch) 6
    6. 1.6 Het proefbeding (afgeschaft !) = ALTIJD SCHRIFTELIJK 7
    7. 1.7 Bijzondere arbeidsovereenkomsten 7
  4. 04 2. Arbeider vs bediende (art. 2 en 3 AOW) 8
    1. a. Arbeider 9
    2. b. Bediende 9
  5. 05 1. Wederzijdse verplichtingen 10
    1. 1.1 Verplichtingen van de werknemer 10
    2. 1.2 Verplichtingen van de werkgever 10
  6. 06 2. Loon 10
    1. 2.1 Loonbeschermingswet 12 april 1965 10
    2. 2.2 Voorbeelden 11
    3. 2.3 Gevolgen van loon 11
    4. 2.4 Loonregeling 11
  7. 07 3. Het arbeidsreglement 11
  8. 08 4. Concurrentie(verbod) 12
  9. 09 5. Arbeidstijd 12
    1. 5.1 Vakantie en verboden werk 12
  10. 10 6. Discriminatie 13
    1. 6.1 Controle en behandeling van discriminatie 13
  11. 11 7. Privacy op het werk 13
  12. 12 1. Definiëring ‘schorsing’ 14
  13. 13 2. Gewaarborgd loon 14
    1. 2.1 Met vertraging of niet op het werk aankomen 14
    2. 2.2 Arbeid niet kunnen beginnen of voortzetten op het werk 14
    3. 2.3 Ziekte of ongeval 14
  14. 14 3. Schorsingsgronden op vraag van werknemer 15
    1. 3.1 Moederschapsrust 15
    2. 3.2 Geboorteverlof (= vaderschaps- of meeouderverlof) 15
    3. 3.3 Adoptieverlof 15
    4. 3.4 Borstvoedingspauzes 15
    5. 3.5 Tijdskrediet 15
    6. 3.6 Klein verlet 15
    7. 3.7 Verlof om dwingende reden 15
    8. 3.8 Rouwverlof 16
  15. 15 4. Schorsingsgronden op vraag van werkgever 16
    1. 4.1 Technische stoornis 16
    2. 4.2 Economische oorzaken 16
    3. 4.3 Slecht weer 16
  16. 16 1. Verbod op levenslange verbintenissen 17
  17. 17 2. Manieren van beëindiging 17
    1. 2.1 Wil 17
    2. 2.2 Afloop van de termijn of het werk 17
    3. 2.3 Overlijden 17
    4. 2.4 Overmacht 17
    5. 2.5 Andere manier uit het BW 18
  18. 18 3. Het beëindigen van de AO 18
    1. 3.1 Wijze van opzegging 18
    2. 3.2 Opzegtermijn 18
    3. 3.3 Enkele speciallekes 20
  19. 19 4. Foutieve verbreking van de overeenkomst 20
    1. 4.1 Verbreking van een AO van onbepaalde duur 20
    2. 4.2 Verbreking van een AO van bepaalde duur 20
  20. 20 5. Motivering van het ontslag (cao nr 109) 20
  21. 21 6. Eenzijdige beëindiging om dringende redenen 21
  22. 22 7. Ontslagbescherming 21
    1. 7.1 Zwangerschap 21
    2. 7.2 Adoptie 21
    3. 7.3 Verzoek tot formele psychosociale interventie 21
    4. 7.4 Politiek mandaat 21
    5. 7.5 Vakbondsafgevaardigden 21
  23. 23 1. Begrip en definiëring 22
  24. 24 2. Vergelijking ‘sociale verzekering’ – ‘sociale bijstand’ 23
  25. 25 3. Twee structuren van de sociale zekerheid 23
    1. 3.1 Bismarck-model (DUI) 23
    2. 3.2 Beveridge-model (VK) 24
  26. 26 4. Bronnen van sociale zekerheidsrecht 25
    1. 4.1 Normeringsbevoegdheid 25
    2. 4.2 De Grondwet 25
    3. 4.3 Federale bevoegdheid en die van de deelstaten 25
  27. 27 5. Administratie van de sociale zekerheid 26
    1. 5.1 Ontstaan 26
    2. 5.2 Geldstromen 26
    3. 5.3 Gezinsbijslagen 27
  28. 28 6. Toepassingsgebied: werknemersstelsel 27
    1. 6.1 Begrip (art. 1 Wet 27 juni 1969 (RSZ-wet)) 27
    2. 6.2 Rationae Loci 27
    3. 6.3 De kunstenaar 27
    4. 6.4 Uitbreidingen van het werknemersbegrip 28
    5. 6.5 Beperkingen en uitsluitingen van het werknemersbegrip 28
  29. 29 7. Toepassingsgebied: zelfstandigenstatuut 28
    1. 7.1 Residuair professioneel stelsel 28
    2. 7.2 Helpers 29
    3. 7.3 Schijnzelfstandigen / schijnwerknemers behelpen 29
    4. 7.4 Personen ten laste 30
    5. 7.5 Asbestfonds 30
  30. 30 8. Vlaamse sociale bescherming en zorg 30
    1. 8.1 Vlaamse zorgverzekering 30
    2. 8.2 Gezinsbijslagen 30
  31. 31 9. Bijstandsregelingen 31
  32. 32 1. Werknemersstelsel – Financiering Sociale Zekerheid 32
  33. 33 2. Zelfstandigenstelsel – Financiering Sociale Zekerheid 32
  34. 34 3. Overheidspersoneel – Financiering Sociale Zekerheid 33
  35. 35 4. Zorgverzekering 33
  36. 36 5. Bijstandsregelingen en gedefederaliseerde gezinsbijslagen 33
  37. 37 1. Algemeen (begrip) 34
  38. 38 2. Risico I – Ouderdom 35
    1. 2.1 Drie regelingen 35
    2. 2.2 Zes componenten 35
    3. 2.3 Toegelaten arbeid 35
    4. 2.4 Minimumpensioen 35
    5. 2.5 Maximumpensioen 36
    6. 2.6 Extralegaal pensioen 36
    7. 2.6 IGO (InkomensGarantie Ouderen) 36
  39. 39 3. Risico II – Overlijden (overlevingspensioen) 36
    1. 3.1 Voor 2015 (werknemer en zelfstandige) 36
    2. 3.2 Na 2015 (werknemer en zelfstandige) 36
    3. 3.3 Overlevingspensioen van een ambtenaar 37
    4. 3.4 Beroepsrisico, arbeidsongeval of beroepsziekte 37
  40. 40 4. Risico III – Arbeidsongeschiktheid 37
    1. 4.1 Ziekte- en invaliditeitsverzekering voor werknemers (ZIV) 37
    2. 4.2 Moederschapsverzekering voor werknemers 38
    3. 4.3 Ziekte- en invaliditeitsverzekering voor zelfstandigen (ZIV) 38
    4. 4.4 Moederschapsverzekering voor zelfstandigen 38
    5. 4.5 Arbeidsongeschiktheid van de ambtenaren 39
    6. 4.6 Tegemoetkoming aan personen met een handicap 39
  41. 41 5. Risico IV – Werkloosheid 39
    1. 5.1 Toelaatbaarheidsvoorwaarden 39
    2. 5.2 Toekenningsvoorwaarden 39
    3. 5.3 Duur van de werkloosheidsuitkering 40
    4. 5.4 Het bedrag 40
    5. 5.5 Tijdelijke werkloosheid 40
    6. 5.6 Inschakelingsuitkering 41
    7. 5.7 Werkloosheidsuitkering met bedrijfstoeslag (“brugpensioen”) 41
    8. 5.8 Onderbrekingsuitkeringen 41
    9. 5.9 Werkloosheid van zelfstandigen 41
  42. 42 1. Gezinsbijslagen 42
    1. 1.1 Onstaan 42
    2. 1.2 Het groeipakket (= Vlaamse Gezinsbijslag) 42
  43. 43 2. Gezondheidszorg 43
    1. 2.1 Systemen 43
    2. 2.2 Personeel toepassingsgebied 44
    3. 2.3 Materieel toepassingsgebied (art. 32 GVU-wet) 44
  44. 44 3. Zorg 44
    1. 3.1 Zorg voor zwaar zorgbehoevenden (= Vlaamse Zorgverzekering) 45
    2. 3.2 Zorg voor ouderen met zorgnood (= tegemoetkoming hulp aan bejaarden) 45
    3. 3.3 Zorg voor volwassen personen met handicap (= persoonsvolgend budget) 45
    4. 3.4 Zorg voor mobiliteitshulpmiddelen & financiering van woonzorgcentra 45
    5. 3.5 Federale tegemoetkoming voor zorg 45
  45. 45 4. Behoeftigheid 46
    1. 4.1 Maatschappelijke integratie 46
    2. 4.2 Maatschappelijke dienstverlening 46
  46. 46 1. Penitentiair statuut 47
    1. 1.1 Wettelijke basis 47
  47. 47 2. Penitentiaire arbeid 47
  48. 48 INTRA MUROS 48
    1. 2.2.1 Art. 81 WIR – Recht op arbeid 48
    2. 2.2.2 Art. 82 WIR – Beschikbaarheid van arbeid 48
    3. 2.2.3 Art. 83 WIR – Normaliteitsbeginsel op arbeid 48
    4. 2.2.4 Art. 84 §4 WIR – Verbod op arbeidsovereenkomst 49
    5. 2.2.5 Art. 85 WIR – Werk buiten de gevangenis 49
    6. 2.2.6 Omzendbrieven van de minister 49
    7. 2.1 Gezondheidszorg 49
  49. 49 EXTRA MUROS 50
    1. 3. Sociaal statuut gedetineerden (= sociale zekerheid) 51

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
2 september 2025
Aantal pagina's
52
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$11.72

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
8
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
9 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen