Inleiding:
Publiekrecht = bundelt de regels rond de verhouding tussen natuurlijke
personen of rechtspersonen en de overheid enerzijds, en tussen
verschillende overheidsinstanties anderzijds.
Privaatrecht = bundelt de regels rond de verhouding tussen natuurlijke
personen onderling, tussen rechtspersonen onderling en tussen natuurlijke
en rechtspersonen.
Ondernemingsrecht is een deel van het privaatrecht dat de
rechtsregels van toepassing op ondernemingen omvat, waaronder
het vennootschapsrecht en insolventierecht.
Natuurlijke persoon Rechtspersoon
Mens van vlees en bloed Juridische constructie
(vennootschap)
1999-2023: Wetboek Van Vennootschappen;
1921-2023: Wet betreffende de vereniging zonder winstoogmerk en
stichtingen (VZW)
Sinds 1/1/2014; definitieve inwerktreding van het Wetboek van
Venootschappen en Venenigingen (WVV). Trad in werking op 1/5/2019
maar bestaande vennootschappen kregen tijd tot 31/12/2023 om hun
statuten aan te passen volgens het WVV.
Invoering van het WVV; nood aan modernisering door vereenvoudiging
en flexibilisering:
Vereenvoudiging:
Afschaffen onderscheid tussen burgerlijke en
handelsvennootschappen + WER van toepassing op alle
vennootschappen.
Beperking van het aantal vennootschappen
Integratie vzw-recht in WVV
Flexibilisering:
Nieuw evenwicht tussen contractuele vrijheid en dwingende derden
bescherming
Waar er contractuele vrijheid is, werden er suppletieve regels
voorzien (gebruiksgemak)
Aanpassing aan Europese evoluties
Insolventierecht:
Omvat alle juridische aspecten van personen en ondernemingen in
financiële problemen.
Tot 1/5/2018: Wet Continuïteit Ondernemingen (WCO) en
Faillissement (Faill.W.)
Vanaf 1/5/2018: Boek XX WER. “Insolventie van ondernemingen”
, Alle rechtspersonen- ongeacht activiteit of finaliteit- kunnen failliet
gaat, behalve publiekrechtelijke rechtspersonen (“schuldenaar”, art.
I.22, 7 °)
Publiekrechtelijke personen behoren tot de overheid en oefenen een
publieke taak uit.
LES 1:
Een vennootschap: (Art. 1:1 WVV)
Opgericht door één of meer personen (= vennoten of
aandeelhouders)
Die een inbreng doen (kunnen ze helemaal verliezen, maar in
principe niet meer dan dat)
Voorwerp = één of meer welbepaalde activiteiten (= statutaire
specialiteit)
Doel: vennoten (on)rechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeren.
Vennootschap heeft al dan niet rechtspersoonlijkheid!
MET rechtspersoonlijkheid: BV, NV, VOF,...
ZONDER rechtspersoonlijkheid: een maatschap
Een of meer personen:
Pluraliteitsvereiste: naargelang de vennootschapsvorm (bv en nv
kunnen opgericht worden door één enkele aandeelhouder)
Relevant voor de juridische kwalificatie van de oprichtingshandeling
van de vennootschap: (i) overeenkomst (indien meer als één vennoot); of
(ii) een eenzijdige wilsverbintenis (indien slechts één vennoot).
Inbreng:
iets in gemeenschap inbrengen en aan economische risico’s
onderwerpen (met beperkte aansprakelijkheid) art. 1:8 WVV
verbod op leonijns beding: nu enkel nog een verbod op volledige
winsttoeëigening of volledige winstuitsluiting. Art. 4:2, Art. 5:14
en Art. 7:16
Soorten inbreng: in geld, in natura of in nijverheid (niet in NV)
Een ingebracht goed bij inbreng in geld of in natura is eigendom
geworden van de onderneming.
Voorwerp:
Omschrijving van de activiteit die de vennootschap zal uitoefenen
Wordt statutair bepaald
Vormen de grenzen aan externe vertegenwoordigingsbevoegdheid
van vennootschapsvertegenwoordiging en begrenst het mandaat
van de bestuurders (interne aansprakelijkheid bij overschrijding)
Doel:
, Winstverdeling Art. 1:1maar dit impliceert geen verplichting om
jaarlijks dividenden uit te keren
Vereniging versus vennootschap:
Beide zijn een verschijningsvorm van een vereniging in de ruime zin.
“Duurzame groepering van verschillende personen die een
gemeenschappelijke activiteit voeren vanuit een bepaald doel.”
Een vereniging: wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee
of meer personen (= leden). Heeft al dan niet rechtspersoonlijkheid.
Doel van een vereniging: mag geen winst onder haar leden
verdelen. Zowel expliciete winstuitkering als verdoken winstuitkering
zijn verboden ( Art. 1:2 WVV) + heeft een belangeloos doel, het
heeft een menslievend, godsdienstig, wetenschappelijk karakter!
Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij een
rechtshandeling en door één of meer personen (=stichters). Art. 1.3
WVV
Een vereniging is een organisatie van mensen om een bepaald doel te
bereiken.
Een stichting is een organisatie van kapitaal om een bepaald doel te
bereiken.
Vennootschapsrecht om agency-conflicten te vermijden!
Bestuurders vs aandeelhouders
Meerderheids- vs minderheidsaandeelhouders
Vennootschap vs schuldeisers
LES 2:
Vennootschapsvormen:
1) Zonder rechtspersoonlijkheid: (de maatschap)
- Geen afzonderlijk rechtssubject; de zaakvoerder treedt op
namens vennoten en niet namens de maatschap. Art. 4:11
WVV
- Uitzondering van de “stille maatschap”: de zaakvoerder treedt
naar buiten toe op in eigen naam. Art. 4:1 WVV
- Dus geen oprichtingsformaliteiten!
2) Met rechtspersoonlijkheid: (Bv, Nv, Cv, CommV, VOF)
- De rechtspersoon is het rechtssubject!
- Kan als zelfstandige entiteit deelnemen aan het rechtsverkeer
door rechtshandelingen te stellen: contracten afsluiten, zakelijke
rechten verkrijgen,...
Oprichting van een rechtspersoon:
1) Ondertekenen van een oprichtingsakte Art. 2:5 WVV
- Alle rechtspersonen: bijzonder geschrift
, - Nv, Cv, BV via authentieke akte (notaris)
- CommV en VOF mogelijk via onderhandse akte.
1) Neerlegging ter griffie van de oprichtingsakte Art. 2:8 WVV
- Op dat moment bestaat de rechtspersoon Art. 2:6 WVV
2) Publicatie uittreksel oprichtingsakte in Belgisch Staatsblad Art.
2:13 en 2:14
- Vanaf nu; tegenwerpelijkheid aan derden
Belang van rechtspersoonlijkheid:
Twee elementen om rechtspersonen te onderscheiding:
1) Afscheiden vermogen: afgescheiden van het vermogen van de
vennoten (vennootschap) en haar leden (vzw) en van het
vermogen van andere vennootschappen met
rechtspersoonlijkheid. Dient als onderpand voor de schuldeisers
van de rechtspersoon.
2) Beperkte aansprakelijkheid: vennootschapsschuldeisers
kunnen in beginsel geen aanspraak maken op het privévermogen
van de vennoten/leden.
Onvolkomen rechtspersoonlijkheid: Bepaalde vennootschapsvormen
(VOF en CommV) beschikken over een afgescheiden vermogen doch
een deel van de vennoten volledig aansprakelijk met hun
privévermogen voor schulden van de vennootschap (daar waar de
overige vennoten niet aansprakelijk zijn met hun privévermogen).
Rechtspersonen hebben afgescheiden vermogen:
Vb. Jan is eigenaar van een snoepwinkel:
“Handelszaak” = geen rechtssubject (want zuiver economisch concept)
Onderneming heeft geen afgescheiden vermogen!
Dus zowel de persoonlijke schuldeisers als de schuldeisers van de
onderneming kunnen inspraak doen op zijn snoepwinkel!
Bestanddelen van de handelszaak bestaan “met” elkaar!
Overdracht van rechten op handelszaak volgens recht van betrokken
bestanddeel
Vb. Bv Miet (Miet is vennoot) is eigenaar van de snoepwinkel
“Rechtspersoon” is wel een rechtssubject (juridisch concept)
Onderneming heeft wel een afgescheiden vermogen!
Dus enkel de schuldeisers van de onderneming kunne inspraak doen
op haar snoepwinkel.
Vennoten zijn enkel eigenaar van de aandelen in de rechtspersoon!
Aandelen = roerende goederen!
Overdracht van rechten op handelszaak: niet het vermogen van de
rechtspersoon wordt overgedragen maar wel de aandelen in de
rechtspersoon.
Publiekrecht = bundelt de regels rond de verhouding tussen natuurlijke
personen of rechtspersonen en de overheid enerzijds, en tussen
verschillende overheidsinstanties anderzijds.
Privaatrecht = bundelt de regels rond de verhouding tussen natuurlijke
personen onderling, tussen rechtspersonen onderling en tussen natuurlijke
en rechtspersonen.
Ondernemingsrecht is een deel van het privaatrecht dat de
rechtsregels van toepassing op ondernemingen omvat, waaronder
het vennootschapsrecht en insolventierecht.
Natuurlijke persoon Rechtspersoon
Mens van vlees en bloed Juridische constructie
(vennootschap)
1999-2023: Wetboek Van Vennootschappen;
1921-2023: Wet betreffende de vereniging zonder winstoogmerk en
stichtingen (VZW)
Sinds 1/1/2014; definitieve inwerktreding van het Wetboek van
Venootschappen en Venenigingen (WVV). Trad in werking op 1/5/2019
maar bestaande vennootschappen kregen tijd tot 31/12/2023 om hun
statuten aan te passen volgens het WVV.
Invoering van het WVV; nood aan modernisering door vereenvoudiging
en flexibilisering:
Vereenvoudiging:
Afschaffen onderscheid tussen burgerlijke en
handelsvennootschappen + WER van toepassing op alle
vennootschappen.
Beperking van het aantal vennootschappen
Integratie vzw-recht in WVV
Flexibilisering:
Nieuw evenwicht tussen contractuele vrijheid en dwingende derden
bescherming
Waar er contractuele vrijheid is, werden er suppletieve regels
voorzien (gebruiksgemak)
Aanpassing aan Europese evoluties
Insolventierecht:
Omvat alle juridische aspecten van personen en ondernemingen in
financiële problemen.
Tot 1/5/2018: Wet Continuïteit Ondernemingen (WCO) en
Faillissement (Faill.W.)
Vanaf 1/5/2018: Boek XX WER. “Insolventie van ondernemingen”
, Alle rechtspersonen- ongeacht activiteit of finaliteit- kunnen failliet
gaat, behalve publiekrechtelijke rechtspersonen (“schuldenaar”, art.
I.22, 7 °)
Publiekrechtelijke personen behoren tot de overheid en oefenen een
publieke taak uit.
LES 1:
Een vennootschap: (Art. 1:1 WVV)
Opgericht door één of meer personen (= vennoten of
aandeelhouders)
Die een inbreng doen (kunnen ze helemaal verliezen, maar in
principe niet meer dan dat)
Voorwerp = één of meer welbepaalde activiteiten (= statutaire
specialiteit)
Doel: vennoten (on)rechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeren.
Vennootschap heeft al dan niet rechtspersoonlijkheid!
MET rechtspersoonlijkheid: BV, NV, VOF,...
ZONDER rechtspersoonlijkheid: een maatschap
Een of meer personen:
Pluraliteitsvereiste: naargelang de vennootschapsvorm (bv en nv
kunnen opgericht worden door één enkele aandeelhouder)
Relevant voor de juridische kwalificatie van de oprichtingshandeling
van de vennootschap: (i) overeenkomst (indien meer als één vennoot); of
(ii) een eenzijdige wilsverbintenis (indien slechts één vennoot).
Inbreng:
iets in gemeenschap inbrengen en aan economische risico’s
onderwerpen (met beperkte aansprakelijkheid) art. 1:8 WVV
verbod op leonijns beding: nu enkel nog een verbod op volledige
winsttoeëigening of volledige winstuitsluiting. Art. 4:2, Art. 5:14
en Art. 7:16
Soorten inbreng: in geld, in natura of in nijverheid (niet in NV)
Een ingebracht goed bij inbreng in geld of in natura is eigendom
geworden van de onderneming.
Voorwerp:
Omschrijving van de activiteit die de vennootschap zal uitoefenen
Wordt statutair bepaald
Vormen de grenzen aan externe vertegenwoordigingsbevoegdheid
van vennootschapsvertegenwoordiging en begrenst het mandaat
van de bestuurders (interne aansprakelijkheid bij overschrijding)
Doel:
, Winstverdeling Art. 1:1maar dit impliceert geen verplichting om
jaarlijks dividenden uit te keren
Vereniging versus vennootschap:
Beide zijn een verschijningsvorm van een vereniging in de ruime zin.
“Duurzame groepering van verschillende personen die een
gemeenschappelijke activiteit voeren vanuit een bepaald doel.”
Een vereniging: wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee
of meer personen (= leden). Heeft al dan niet rechtspersoonlijkheid.
Doel van een vereniging: mag geen winst onder haar leden
verdelen. Zowel expliciete winstuitkering als verdoken winstuitkering
zijn verboden ( Art. 1:2 WVV) + heeft een belangeloos doel, het
heeft een menslievend, godsdienstig, wetenschappelijk karakter!
Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij een
rechtshandeling en door één of meer personen (=stichters). Art. 1.3
WVV
Een vereniging is een organisatie van mensen om een bepaald doel te
bereiken.
Een stichting is een organisatie van kapitaal om een bepaald doel te
bereiken.
Vennootschapsrecht om agency-conflicten te vermijden!
Bestuurders vs aandeelhouders
Meerderheids- vs minderheidsaandeelhouders
Vennootschap vs schuldeisers
LES 2:
Vennootschapsvormen:
1) Zonder rechtspersoonlijkheid: (de maatschap)
- Geen afzonderlijk rechtssubject; de zaakvoerder treedt op
namens vennoten en niet namens de maatschap. Art. 4:11
WVV
- Uitzondering van de “stille maatschap”: de zaakvoerder treedt
naar buiten toe op in eigen naam. Art. 4:1 WVV
- Dus geen oprichtingsformaliteiten!
2) Met rechtspersoonlijkheid: (Bv, Nv, Cv, CommV, VOF)
- De rechtspersoon is het rechtssubject!
- Kan als zelfstandige entiteit deelnemen aan het rechtsverkeer
door rechtshandelingen te stellen: contracten afsluiten, zakelijke
rechten verkrijgen,...
Oprichting van een rechtspersoon:
1) Ondertekenen van een oprichtingsakte Art. 2:5 WVV
- Alle rechtspersonen: bijzonder geschrift
, - Nv, Cv, BV via authentieke akte (notaris)
- CommV en VOF mogelijk via onderhandse akte.
1) Neerlegging ter griffie van de oprichtingsakte Art. 2:8 WVV
- Op dat moment bestaat de rechtspersoon Art. 2:6 WVV
2) Publicatie uittreksel oprichtingsakte in Belgisch Staatsblad Art.
2:13 en 2:14
- Vanaf nu; tegenwerpelijkheid aan derden
Belang van rechtspersoonlijkheid:
Twee elementen om rechtspersonen te onderscheiding:
1) Afscheiden vermogen: afgescheiden van het vermogen van de
vennoten (vennootschap) en haar leden (vzw) en van het
vermogen van andere vennootschappen met
rechtspersoonlijkheid. Dient als onderpand voor de schuldeisers
van de rechtspersoon.
2) Beperkte aansprakelijkheid: vennootschapsschuldeisers
kunnen in beginsel geen aanspraak maken op het privévermogen
van de vennoten/leden.
Onvolkomen rechtspersoonlijkheid: Bepaalde vennootschapsvormen
(VOF en CommV) beschikken over een afgescheiden vermogen doch
een deel van de vennoten volledig aansprakelijk met hun
privévermogen voor schulden van de vennootschap (daar waar de
overige vennoten niet aansprakelijk zijn met hun privévermogen).
Rechtspersonen hebben afgescheiden vermogen:
Vb. Jan is eigenaar van een snoepwinkel:
“Handelszaak” = geen rechtssubject (want zuiver economisch concept)
Onderneming heeft geen afgescheiden vermogen!
Dus zowel de persoonlijke schuldeisers als de schuldeisers van de
onderneming kunnen inspraak doen op zijn snoepwinkel!
Bestanddelen van de handelszaak bestaan “met” elkaar!
Overdracht van rechten op handelszaak volgens recht van betrokken
bestanddeel
Vb. Bv Miet (Miet is vennoot) is eigenaar van de snoepwinkel
“Rechtspersoon” is wel een rechtssubject (juridisch concept)
Onderneming heeft wel een afgescheiden vermogen!
Dus enkel de schuldeisers van de onderneming kunne inspraak doen
op haar snoepwinkel.
Vennoten zijn enkel eigenaar van de aandelen in de rechtspersoon!
Aandelen = roerende goederen!
Overdracht van rechten op handelszaak: niet het vermogen van de
rechtspersoon wordt overgedragen maar wel de aandelen in de
rechtspersoon.