BOA
1 Sociale landkaart
1.1 Integrale jeugdhulpverlening
SDJ = sociale dienst jeugdzorg
VK = vertrouwenscentrum kindermishandeling
Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp:
Voor iedereen toegankelijk
Hulp en ondersteuning
o CLB o CAW
o Kind en gezin o JAC
Meer gespecialiseerd maar voor iedereen toegankelijk
o CGG = centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning
o CKG = centrum voor geestelijke gezondheidszorg
DOP = diensten ondersteuningsplan van het VAPH (= Vlaams agentschap voor
personen met een handicap)
Andere sectoren
o Huisartsen o …
o OCMW’s
Niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp:
Erg gespecialiseerde hulpverlening en erg intensief
1
, Voorzieningen binnen de sector vd bijzonder jeugdbijstand
Centra van het VAPH (hiervoor moet je een ticket van de toegangspoort hebben)
Langdurige opvang binnen een CKG
Pleegzorg
Bv kind en gezin vindt dat iemand meer zorg nodig heeft CKG
Toegangspoort daar ga je naartoe en dan krijg je een soort van ticket en daar ga je dan
mee naar CKG en dan moet deze persoon langer worden opgevangen. Dit is wanneer dat
ouders dit niet willen maar kinderen wel meer hulp nodig hebben niet gerechtelijk, niet
echt heel gedwongen.
Niet echt verontrustende gezinssituaties wel bv voor handicappen.
1.2 Ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ)
Verontrustende opvoedingssituatie o Hulpverlening starten of
melden door een mee opvolgen
motivatiedocument o Doorverwijzen naar
Nog vrijwillige jeugdhulp (akkoord jeugdrechter
vn iedereen) Consulenten volgen hulpverlening
Start onderzoek mee op
4 kerntaken Vrijwillige hulpverlening met
o Advies aan hulpverleners, akkoord jongere en ouders
kan ook anoniem zijn Geen eigen hulpaanbod
o Tussenkomst overheid Jongeren tot 18 jaar
noodzakelijk?
Bv zoon gebruikt drugs en je weet niet wat je moet doen en je wilt meer hulp dus je gaat
naar hier. Zij kijken wat ze kunnen doen. Maar iedereen moet echt wel akkoord zijn met hulp
ook de patiënt zelf.
1.3 Armoede
1.3.1 Begrip kansarmoede
Als het woord armoede valt, denkt iedereen vooral aan het financiële aspect terwijl dit maar
een onderdeel van armoede is. Bij armoede is er een ongelooflijke kloof tussen de wereld
van de armen en de wereld van de niet-armen.
De kloof omspant 5 niveaus:
Gevoelskloof:
o Gevoel dat ze er alleen voor staan bv materiele dingen kopen
Kenniskloof:
o Onderwijs is minder, bijzonder onderwijs vaak minder goede job
Vaardigheidskloof:
o Moeilijker sociaal contact leggen, ook administratief moeilijker ze weten
niet hoe ze kleren moeten wassen
Positieve krachtenkloof:
o Ze hebben nog altijd de wil om er bovenop te komen empowerment, gaan
werken met de krachten die de mensen zelf nog hebben
Structurele kloof:
2
, o Ze hebben geen structuur in hun leven bv niet op tijd kunnen komen
1.3.2 Definitie armoede
Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende
deel te hebben aan maatschappelijke hooggewaardeerde goederen zoals onderwijs, arbeid,
huisvesting. Het gaat hierbij niet om een eenmalig feit, maar om een duurzame toestand die
zich voordoet op verschillende terreinen, zowel materiële als immateriële.
1.3.3 Kenmerken van kansarmen
Multicomplexe problematiek o Verbintenis met de
Gevoelens van machteloosheid toekomst
Gevoelens van wantrouwen o Met anderen
Gestoorde communicatie o En met zichzelf
Centrale kenmerk =
verbintenisproblematiek
1.3.4 Visie op armoede en bestrijding
Verschillende visies maar het ontstaat altijd vanuit de actieve medewerking van armen
zelf:
7 accenten vanuit het ermoedediscours (Van Regenmortel):
Structurele dimensie naast de individuele dimensie
Multicomplexe karakter
Subjectieve en culturele kenmerken van armoede o.a. levensgeschiedenis
(binnenkant van de armoede: de roots) enz… naast de objectieve kenmerken zoals
inkomenssituatie (de buitenkant van de armoede)
Grote heterogeniteit onder armen met homogeen lot
1.3.5 Ik ben iemand/niemand
1.3.5.1 Vragen
Welke bedenkingen en gevoelens hou je over aan het lezen van dit boek?
Welk zijn de 7 levensdomeinen waarop de armoede zich situeert? Herken je deze in
het ouderlijke gezin van Emilie?
Wat bewonder je in deze mensen?
1.3.5.2 Oorzaken van armoede
Model Vranken:
Individueel schuldmodel Maatschappelijk ongevalmodel
Individueel ongevalmodel Maatschappelijk schuldmodel
1.3.5.3 Meten van armoede
Generatiearmen en nieuwe armen
Europese armoede-indicator:
3
1 Sociale landkaart
1.1 Integrale jeugdhulpverlening
SDJ = sociale dienst jeugdzorg
VK = vertrouwenscentrum kindermishandeling
Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp:
Voor iedereen toegankelijk
Hulp en ondersteuning
o CLB o CAW
o Kind en gezin o JAC
Meer gespecialiseerd maar voor iedereen toegankelijk
o CGG = centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning
o CKG = centrum voor geestelijke gezondheidszorg
DOP = diensten ondersteuningsplan van het VAPH (= Vlaams agentschap voor
personen met een handicap)
Andere sectoren
o Huisartsen o …
o OCMW’s
Niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp:
Erg gespecialiseerde hulpverlening en erg intensief
1
, Voorzieningen binnen de sector vd bijzonder jeugdbijstand
Centra van het VAPH (hiervoor moet je een ticket van de toegangspoort hebben)
Langdurige opvang binnen een CKG
Pleegzorg
Bv kind en gezin vindt dat iemand meer zorg nodig heeft CKG
Toegangspoort daar ga je naartoe en dan krijg je een soort van ticket en daar ga je dan
mee naar CKG en dan moet deze persoon langer worden opgevangen. Dit is wanneer dat
ouders dit niet willen maar kinderen wel meer hulp nodig hebben niet gerechtelijk, niet
echt heel gedwongen.
Niet echt verontrustende gezinssituaties wel bv voor handicappen.
1.2 Ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ)
Verontrustende opvoedingssituatie o Hulpverlening starten of
melden door een mee opvolgen
motivatiedocument o Doorverwijzen naar
Nog vrijwillige jeugdhulp (akkoord jeugdrechter
vn iedereen) Consulenten volgen hulpverlening
Start onderzoek mee op
4 kerntaken Vrijwillige hulpverlening met
o Advies aan hulpverleners, akkoord jongere en ouders
kan ook anoniem zijn Geen eigen hulpaanbod
o Tussenkomst overheid Jongeren tot 18 jaar
noodzakelijk?
Bv zoon gebruikt drugs en je weet niet wat je moet doen en je wilt meer hulp dus je gaat
naar hier. Zij kijken wat ze kunnen doen. Maar iedereen moet echt wel akkoord zijn met hulp
ook de patiënt zelf.
1.3 Armoede
1.3.1 Begrip kansarmoede
Als het woord armoede valt, denkt iedereen vooral aan het financiële aspect terwijl dit maar
een onderdeel van armoede is. Bij armoede is er een ongelooflijke kloof tussen de wereld
van de armen en de wereld van de niet-armen.
De kloof omspant 5 niveaus:
Gevoelskloof:
o Gevoel dat ze er alleen voor staan bv materiele dingen kopen
Kenniskloof:
o Onderwijs is minder, bijzonder onderwijs vaak minder goede job
Vaardigheidskloof:
o Moeilijker sociaal contact leggen, ook administratief moeilijker ze weten
niet hoe ze kleren moeten wassen
Positieve krachtenkloof:
o Ze hebben nog altijd de wil om er bovenop te komen empowerment, gaan
werken met de krachten die de mensen zelf nog hebben
Structurele kloof:
2
, o Ze hebben geen structuur in hun leven bv niet op tijd kunnen komen
1.3.2 Definitie armoede
Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende
deel te hebben aan maatschappelijke hooggewaardeerde goederen zoals onderwijs, arbeid,
huisvesting. Het gaat hierbij niet om een eenmalig feit, maar om een duurzame toestand die
zich voordoet op verschillende terreinen, zowel materiële als immateriële.
1.3.3 Kenmerken van kansarmen
Multicomplexe problematiek o Verbintenis met de
Gevoelens van machteloosheid toekomst
Gevoelens van wantrouwen o Met anderen
Gestoorde communicatie o En met zichzelf
Centrale kenmerk =
verbintenisproblematiek
1.3.4 Visie op armoede en bestrijding
Verschillende visies maar het ontstaat altijd vanuit de actieve medewerking van armen
zelf:
7 accenten vanuit het ermoedediscours (Van Regenmortel):
Structurele dimensie naast de individuele dimensie
Multicomplexe karakter
Subjectieve en culturele kenmerken van armoede o.a. levensgeschiedenis
(binnenkant van de armoede: de roots) enz… naast de objectieve kenmerken zoals
inkomenssituatie (de buitenkant van de armoede)
Grote heterogeniteit onder armen met homogeen lot
1.3.5 Ik ben iemand/niemand
1.3.5.1 Vragen
Welke bedenkingen en gevoelens hou je over aan het lezen van dit boek?
Welk zijn de 7 levensdomeinen waarop de armoede zich situeert? Herken je deze in
het ouderlijke gezin van Emilie?
Wat bewonder je in deze mensen?
1.3.5.2 Oorzaken van armoede
Model Vranken:
Individueel schuldmodel Maatschappelijk ongevalmodel
Individueel ongevalmodel Maatschappelijk schuldmodel
1.3.5.3 Meten van armoede
Generatiearmen en nieuwe armen
Europese armoede-indicator:
3