2025
Definiëring van GGGZ
Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) = psychiatrie = forensische geestelijke
gezondheidszorg
MAAR psychiatrie slaat vaker op de EPA’s (= Ernstige Psychische Aandoeningen)
Def:
Geestelijk, WANT georganiseerde dienstverlening die de maximale bevordering van de
psychische gezondheid beoogt
Gerechtelijk, WANT rechtsbedeling en nauwe samenwerking met de rechtbanken (bv.
als “straf”)
vaak strafrecht, MAAR anders kan ook
Verschil tussen Gerechtelijke GGZ en Gewone GGZ
Gerechtelijk Gewoon
- 3 partij berokken (bv.
e
- Tussen psychiater en
rechter) patiënt
opvolging en + evt. familie of
controle partner
geen ‘link’ met
patiënt
- Niet vrijwillig - Vrijwillig
doel: doel: patiënt
maatschappij helpen
- Conflictmodel tussen - Samenwerkingsmodel
meerdere partijen patiënt wil
geholpen
- Publiek en ter expertise - Beroepsgeheim
Werkgebieden
- Via het gerecht: controle-expertise-onderzoek
bv. voor verdediging / beklaagde
- Adviserende onderzoeken met zicht op de strafuitvoering
bv. risicotaxatie
- Behandelen van daders / slachtoffers
bv. justitiabelen met psychiatrische stoornis (= dader met stoornis én
toerekeningsvatbaar)
bv. geïnterneerden met psychiatrische stoornis (= dader niet toerekeningsvatbaar)
- Preventie en netwerking (= vermijden van PA’s)
,Samenvatting H1 – Algemene inleiding 2024-
2025
Definiëring psychiatrische stoornissen
! Subjectiviteit psychiater speelt een rol, MAAR niet allesbepalend !
Def: ziekte met psychische symptomen of oorzaken die gepaard gaat met lijden en/of
sociaal
disfunctioneren
- Symptomen: klachten of verschijnselen (= vaak aanleiding consultatie)
verschijnen vaak na iets mee te maken en verdwijnen vanzelf weer =/=
stoornis
langdurig verstoord en heeft negatief effect op versch. levensdomeinen =
stoornis
- Oorzaken: lichamelijk en/of psychisch
PROBLEEM: lichamelijk probleem kan gezien worden als een psychisch
(vice versa)
bv. anorexia (= psychisch lichamelijk), hersentumor (= lichamelijk
psychisch)
PROBLEEM: moeilijk aan te duiden
Psychische functies
= netwerken in de hersenen waar een stoornis zich kan situeren
Cognitieve functies = “denkfuncties” (aandacht, oriëntatie, geheugen, …)
Affectieve functies = “voelfuncties” (emoties)
Conatieve functies = “wilfuncties” (motivering, gedrag, psychomotoriek, …)
functies werken samen om een te interageren met de omgeving
DUS bij een foutje in één van de drie loopt het mis
allemaal gelinkt met omgeving, DUS symptomen ook invloed op omgeving
Ill: 5-G schema = oefening voor patiënt om eigen probleem te leren kennen/reflecteren
= gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag, gevolgen
EPA’s (Ernstige Psychiatrische Aandoeningen)
! Stoornis is meestal al ernstig, dus deze zijn écht ernstig !
- Gecoördineerde zorg van professionals is nodig, WANT beperkingen en disfunctioneren
is extreem
Diagnostiek
Doel: stoornis vaststellen, voorspelling maken, oorzaken opsporen en behandelen
Hoe?
- Auto-Anamnese = heel diep uitvragen van genoemde klachten (gestructureerd
,Samenvatting H1 – Algemene inleiding 2024-
2025
interview of vragenlijst)
kijken naar het gedrag van de patiënt tijdens een consultatie (bv. stemming,
hand geven, .)
PROBLEEM: enige bron van “bewijs” is wat de patiënt vertelt
OPLOSSING: omgeving bevragen (heteroanamnese) of kijken in dossier van de patiënt
(bv. strafblad)
4 stappen van Anamnese: a. Speciële anamnese = vragen naar problemen en
geschiedenis
vaak starten met een open vraag
b. Algemene psychiatrische anamnese = andere ziektes
bevragen
vaak om al wat zaken uit te sluiten
c. Sociale anamnese = thuis, opleiding en vrije tijd bevragen
d. Biografische anamnese = levensgeschiedenis patiënt
bevragen
e. Somatische anamnese = lichamelijke klachten en medicatie
bevragen
- Alle waarnemingen worden dan gegroepeerd en geclusterd tot een stoornis
! Oorzaak is vaak onbekend, DUS spreken van syndroomdiagnose !
= vaak samenvoorkomende symptomen
onder 1 noemer
- Onderzoek = exploratie en observatie (= tijdens de auto-anamnese)
+ samenvoegen van exploraties en observaties om idee te krijgen van
geloofwaardigheid
- Aanvullend onderzoek
a. Psychologische onderzoek = testonderzoek van bijvoorbeeld persoonlijkheid of
intelligentie
b. Aanvullend onderzoek = om diagnose te bevestigen of verwerpen (bv.
bloedonderzoek)
c. Brain Imaging = structuur van de hersenen bekijken (= lichamelijke klacht
checken) (bv. MRI)
- Betrouwbaarheid = psychiatrische diagnostiek = vergelijken van anamnese en
onderzoek
bv. experiment Rosenhan ‘On being sane in insane places’ = fake patiënten krijgen
EPA-diagnose
- Psychiatrische diagnostiek = conclusie trekken uit al het onderzoek
a. Syndroomdiagnose = descriptief = opsomming van klachten en die een titel
geven
, Samenvatting H1 – Algemene inleiding 2024-
2025
b. Structuurdiagnose = explicerend = proberen oorzaken en kwetsbaarheden te
betrekken
= epipathogenese
c. Differentiële diagnose = reserve = met weinig zekerheid diagnose stellen van
mogelijke optie
Beloop psychiatrische stoornis
- Kwetsbaar = zwakke plekken om rekening mee te houden
- Prodroom = tekenen die ziekte aankondigen, MAAR op het moment zelf heb je dit niet
door
- Ziekte = de stoornis
- Pijl = behandeling / wachten = soms de oplossing
- Beperking = kan ontstaan uit een ziekte
Classificatie (o.b.v. DSM)
= stempel kleven op patiënt
in België volgens de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
= syndroomdiagnosen (= lijstjes met symptomen met een titel)
PROBLEEM: DSM gaat uit van een ziek/niet-ziek beeld (duidelijke scheiding die er in ’t
echt niet is)
- Ondertussen al 5 versies, WANT in eerste twee versies zat net iets te veel psycho-
analyse
- DSM 3 en 4 gebruikten een multi-axaal systeem: syndromale as en
persoonlijkheidsas
stoornissen die al van jongs af aan aanwezig zijn stonden vooraan, de rest
achteraan
- DSM 5 doet dat niet meer
werkt met een chronologische ordening
PROBLEEM: in ’t echt lopen stoornissen vaak in elkaar over, dat kan niet volgens de DSM
= comorbiditeit
DISCLAIMER: diagnose mag niet doorgetrokken worden naar de wet (bv.
toerekeningsvatbaarheid)