• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 168 pages
Summary

Samenvatting (slides + eigen notities) verbintenissenrecht - prof Styns

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 168 pages

Dit is mijn samenvatting van het vak 'verbintenissenrecht'. Het boek is verwerkt voor de moeilijkere delen. Maar voornamelijk slides + eigen notities.

Content preview

BOEK 1: VERBINTENISSEN

INLEIDING
§1 Het wettelijk kader van het verbintenissenrecht

Voor 1/1/2023: het Oud BW (art. 1101-1386bis OBW): gebaseerd op de Code Nap

• de Code Napoléon van 1804 is verouderd; inhoudelijk onvolledig; onoverzichtelijk en weinig
toegankelijk

• Het weerspiegelde niet langer het geldend recht, omdat de evoluties vooral via
rechtspraak en rechtsleer gebeurden, in plaats van via wetgeving

 rechtszekerheid kwam in het gedrang: geldend recht was niet meer ‘toegankelijk’ en niet
meer ‘voorspelbaar’.

Vanaf september 2015: toenmalige Minister van Justitie, Koen Geens, lanceerde hercodificatie
van het OBW (boek 5 geschreven, BW hervormen) met de Franse hervorming van 2016 als trigger

• BW is ingevoerd bij wet van 13 april 2019 en bevat intussen de meerderheid van de 10
boeken

• Boek 5 samen lezen met boek 1  heel wat onderwerpen van boek 1 horen bij boek 5

• Beide traden in werking op 1 januari 2023

Verbintenissen + goederenrecht = vermogensrecht

• Breed domein van privaatrecht, regels over vermogen van persoon



Boek 5. Verbintenissen

Titel 1. Inleidende bepalingen (art. 5.1-5.3)

Titel 2. Bronnen v an verbintenissen (art. 5.4-5.137)



Rechtshandelingen Rechtsfeiten (Quasi-contracten en verwijzing naar Boek 6 )



Contract Eenzijdige rechtshandeling

1. Inleidende bepalingen, 2. Totstandkoming van het contract, 3. Interpretatie & kwalificatie, 4.
Gevolgen tussen partijen, 5. Niet-nakoming en gevolgen, 6. Gevolgen voor derden, 7. Tenietgaan
van het contract

Titel 3. Algemeen regime (art. 5.138-5.270): 1. Inleidende bepaling, 2. Modaliteiten van de
verbintenis, 3. Verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen of subjecten, 4. Overdracht van
verbintenissen, 5. Nakoming van de verbintenis, 6. Niet -nakoming van de verbintenis, 7.
Maatregelen ter bescherming van de rechten van de schuldeiser, 8. Gronden van tenietgaan van de
verbintenis

Basisregel:

• Boek 5 niet van toepassing op oude contracten, tenzij partijen zelf anders geregeld

• Boek 5 wel van toepassing op nieuwe contracten

Doelstellingen boek 5

, • rechtszekerheid bieden en meer voorspelbaarheid: door het recente geldende recht
uit in RS en RL – de verworvenheden – wettelijk te verankeren, maar ook geldend recht aan
te vullen en te vernieuwen en discussies te beslechten waar nodig.

• Voorspelbaarheid van het nieuwe verbintenissenrecht verzekeren

• Verworvenheden uit vaste RS. worden wettelijk verankerd (bv. uitzonderingen op
voorafgaande ingebrekestelling; verbintenis uit eenzijdige rechtshandeling;
verrijking zonder oorzaak, enac…)

• Aanvullingen worden opgenomen voor ontbrekende figuren/regels die RS en RL al
kenden (bv. voor de precontractuele fase, regels over aanvaarding van algemene
voorwaarden, …)

• Innovaties (zoals anticipatieve enac., imprevisieregels met
aanpassingsbevoegdheid voor de rechter)

• toegankelijkheid versterken: door het nastreven van een coherenter en overzichtelijker
geheel: o.a. door hoofding per artikel, inleidende overzichten, vereenvoudiging inhoud,
nieuwe structuur en moderne taal

• oog hebben voor maatwerk + proportionaliteit  nieuw evenwicht instellen:
tussen de versterking van de wilsautonomie en de versterking van de bescherming van de
zwakkere partij.

• Wilsautonomie – het recht van individuen om vrij hun juridische en economische beslissingen
te nemen, zoals contracten afsluiten of eigendom overdragen.

• Bescherming van de zwakkere partij – het waarborgen dat individuen die minder juridisch,
economisch of sociaal sterk staan (bijvoorbeeld consumenten, huurders, werknemers) niet
oneerlijk benadeeld worden in juridische relaties

• Bv. Boek 5 = aanvullend recht, tenzij … (art. 5.3 BW).
• Bv. buitengerechtelijke sancties, maar controle nadien door de rechter (art. 5.94 BW);
• Bv. gedeeltelijke nietigheid (art. 5.63 BW); prijsvermindering (art. 5.97 BW)


§2 De verbintenis

Art. 5.1. Verbintenis
• Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien
nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen.

Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis
• De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen.
• Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder vergissing of dwang werd
nagekomen.
• De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een verbintenis
ontstaan.
o Er kan dus beroep gedaan worden op (buiten)gerechtelijke sancties om uitvoering in natura af
te dwingen

A. Definitie: analyse van de vermogensrechtelijke verbintenis

• Een rechtsband (vinculum juris) tussen 2 of méér personen (minstens een SE en een
SA) door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3) en ontstaan uit een menselijk handelen
(een éénzijdige of meerzijdige rechtshandeling) of uit de wet (quasi-contracten) zodat de
SE jegens de SA aanspraken/eisen kan doen gelden die in geld waardeerbaar zijn en
die zo nodig in rechte afdwingbaar zijn

SE SA

• Gevolg van de verbintenis:

o De SE (eiser) is gerechtigd een prestatie te vorderen (passiefzijde)
o De SA (schuldenaar) is gehouden om de prestatie te leveren (= actiefzijde)

, • soms is elke partij SE én SA
o wanneer er meerdere
verbintenissen ontstaan tussen
hen (minstens 2)
 bv. wederkerig contract,
zoals koop
 Verkoper is SE van betalingsverbintenis
 Verkoper is SA van leveringsverbintenis

 Wederkerige verbintenissen
 Wederzijds en samenhangend = de ene verbintenis wordt aangegaan om de andere


B. Kenmerken

Kenmerk 1: Een rechtsband tussen personen
• Klassiek onderscheid van vorderingsrechten (verb./persoonlijk r) <-> zakelijke
rechten

o Gelijkenissen:
 Beide behoren tot de patrimoniale of vermogensrechten
 Zijn rechten die je in geld kunt uitdrukken
 Je kan ze verkopen, schenken, erven, …
o Persoonlijke rechten (recht op een prestatie van een ander persoon)
o Zakelijk recht (recht op een zaak(goed), met direct zeggenschap erover)
 Geven titularis rechtstreekse zeggenschap over een goed of een gedraging
 Bij persoonlijke rechten: zeggenschap over een gedraging van
iemand anders
 Bij zakelijke rechten: zeggenschap over een goed

o Onderscheid:
1° Interne structuur bekeken
 Een verbintenis of een persoonlijk recht = verhouding tussen 2 of meer
personen waarbij de ene jegens de andere een vorderingsrecht krijgt
 SE heeft aanspraak op een gedraging/prestatie van SA (doen,
nalaten of geven)
 Zakelijk recht (lees art. 3.3 BW) = verhouding tussen 1 of meer personen en
een bepaald goed of een geheel van goederen (art. 3.8, §1 BW)
 Titularis heeft een zakelijk recht en daardoor zeggenschap over
een zaak/goed (eigendom, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid)
➢ Relativeer want bv. huurder heeft ook relatie tot het goed: R. op rustig
genot; bv. rechtsband tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar

2° De genoemde rechten van buiten uit of Extern bekeken:

= Probleem van “derdenwerking” of “tegenwerpelijkheid aan derden”

 Zakelijk R. = geldt erga omnes + limitatief opgesomd in art. 3.3 BW
 moet door iedereen geëerbiedigd worden (vaak mits publiciteit)
o iedereen moet jouw recht eerbiedigen
 ze gelden tegenover iedereen

 Verbintenis = geldt inter partes maar opsplitsing tussen aanspraken
tussen SE & SA en haar bestaan als rechtsfeit in het rechtsverkeer:
 Ze gelden tussen SE en SA
 Aanspraken werken volgens de regel
‘relatief’ inter partes: enkel SE kan
afdwingen; enkel SA is iets
verschuldigd
 Bestaan als rechtsfeit is
‘tegenwerpelijk’ aan 3en en kan

, door 3en ingeroepen worden (meestal zonder publiciteit)  dus
hier vergelijkbaar met zakelijke rechten: derden moeten een
verbintenis respecteren als feit
o Ook zo voor contracten
 Derde mag het cc niet al feit negeren



Kenmerk 2: bronnen
Art. 5.3. Bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de bepalingen

• Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract (=quasi contract),
uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.

• De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt
dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben.

o Art. 5.3, lid 1 BW somt de bronnen op en vult ze aan, want art. 1370 OBW was
onduidelijk en onvolledig (bv. niets over verb. uit eenzijdige Rh. Of uit
ongerechtvaardigde verrijking);
o De wet ‘erkent’ de bronnen van verbintenissen. Zij geeft hoofdzakelijk
verbintenis scheppende kracht aan bepaalde gedragingen.
o Draagwijdte van bepalingen over verbintenissen: Boek 5 bevat in principe
aanvullend recht

• Verbintenissen ontstaan dus uit:
o Rechtshandelingen/andere menselijke gedraging waaraan de wet of rechtspraak
rechtsgevolgen aan knoopt
 In de regel knoopt de wet obligatoire kracht aan bepaalde gedragingen van
personen = een bepaalde gedraging doet voor 1 of meerdere personen een
verbintenis ontstaan
 De betrokken personen uiten hun wil met het oog op specifieke
rechtsgevolgen
 Twee- of meerzijdige rechtshandelingen (art. 5.69 BW),
o Hier gaat de wil uit van 2 of meerdere personen
 bv. Een overeenkomst/contract
 Eenzijdige rechtshandelingen (art. 5.125, lid 2 BW)
o Veronderstelt de wilsuiting van slechts 1 persoon zonder de aanvaarding van een andere
persoon
 bv. belofte van Gemeente aan kurk-artiest

o De wet geeft gevolgen aan sommige menselijke gedragingen die geen
rechtshandelingen zijn
 Rechtsgevolgen komt niet door een handeling maar door de wet die
uitdrukkelijk aan bepaalde rechtsfeiten gevolgen vastknoopt
= Soms gebeuren er dingen in het dagelijks leven die geen echte contracten of
rechtshandelingen zijn (dus: niemand had een afspraak gemaakt, of iets ‘bewust’
juridisch bedoeld), maar de wet zorgt er toch voor dat er rechtsgevolgen zijn .

Onrechtmatig handelen of nalaten (art. 1382 e.v. OBW) dat schade
berokkent aan derden met als gevolg herstelplicht
o De verbintenis om de schade te herstellen werd niet beoogd door de dader maar
krachtens de wet verbonden aan zijn gedragingen
 Stad Gent als schade uit advies Julie Van Espen

 Oneigenlijke contracten en quasi – contracten (art. 5.127 BW) (zie
IRW)
o Vrijwillige daden van de mens waaruit enige verbintenis ontstaat jegens een derde en
soms een wederzijdse voor beiden
 Dit zijn situaties waarin iemand vrijwillig iets doet
zonder dat er een echte overeenkomst is,
maar toch ontstaat er een verbintenis (dus een
verplichting) tegenover iemand anders.

Table of contents

  1. 01 Art. 5.1. Verbintenis 2
  2. 02 Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis 2
  3. 03 Kenmerk 1: Een rechtsband tussen personen 3
  4. 04 Kenmerk 2: bronnen 4
  5. 05 Een rechtshandeling: iets doen met juridische gevolgen als doel  verbintenis: een verplichting om iets te doen, te geven of te laten 6
  6. 06 Kenmerk 3: voorwerp van de verbintenis 6
  7. 07 Kenmerk 4: afdwingbaarheid van de verbintenis 8
  8. 08 A. De overeenkomst berust op wilsovereenstemming (art 5.27, eerste lid, 1°) 10
  9. 09 B. De overeenkomst wordt gesloten tussen 2 of meer personen 10
    1. Tweepartijencontracten 10
    2. Meerpartijencontract of driepartijenverhouding (art 5.12) 10
    3. Samenhangende contracten 11
    4. Andere privaatrechtelijke overeenkomsten (boek 5) 13
  10. 10 A. Consensuele, vormelijke en zakelijke contracten (art 5.5 BW) 13
    1. Consensueel contract (de regel) 13
    2. Vormelijk/plechtig contract (uitzondering op consensueel contract) 14
    3. Zakelijk contract (uitzondering op consensueel contract) 14
    4. Voorbeelden 14
    5. 1. Inpandgeving roerend goed 14
    6. a. Traditioneel = pandrecht een zakelijk contract dus enkel geldig na afgifte van het pand (niet enkel gebaseerd op consensualisme) 14
    7. b. Sinds (nieuwe) Pandwet (2018): consensueel en vormelijk contract en geen zakelijk contract meer 14
    8. i. Consensueel: komt geldig tot stand na consensus 14
    9. ii. Vormelijk: geschrift vereist ter bewijswaarde 14
    10. iii. Plechtig contract: geschrift dient ook voor geldigheid indien het om het over een consument gaat 14
    11. 2. Koop van een onroerend goed = consensueel contract (tenzij openbare verkoop) 14
    12. a. Niet vormelijk want geschrift moet worden opgemaakt voor de redenen: 14
    13. i. Geldigheid van die koop: hoe komt die geldig tot stand? 14
    14. ii. Bewijs van die koop: hoe bewijs je de onroerende koop? 14
    15. iii. Tegenwerpbaarheid aan derden: hoe zorg je voor publiciteit? 15
  11. 11 B. Wederkerige en eenzijdige contracten 15
    1. Eenzijdige contracten 15
    2. Wederkerig contract 15
    3. voorbeelden 15
  12. 12 C. Contracten onder bezwarende titel en om niet (art 5.7) 16
    1. Contracten onder bezwarende titel (meestal bij wederkerige contracten) 16
    2. Contracten ten kosteloze titel/om niet/vrijgevigheid 17
  13. 13 D. Vergeldende en kans contracten (art 5.8) 17
    1. Een vergeldend contract 17
    2. Een kans contract (alleatoir) 17
  14. 14 E. Contract intuitu personae (niet in boek 5 want nog teveel rechtspraak) 17
  15. 15 F. Benoemde, onbenoemde en gemengde contracten (art 5.67 BW) 18
    1. Benoemde contracten 18
    2. Onbenoemde contracten 18
    3. Gemengde contracten 18
    4. Kwalificatie van gemengde contracten 18
  16. 16 G. Duurcontracten 18
    1. Aflopende/dadelijke contracten 18
    2. Duurcontracten 18
    3. Contract onbepaalde duur 19
    4. Contract bepaalde duur 19
  17. 17 H. Raamcontracten/kadercontracten 19
  18. 18 I. Hoofdcontracten en bijkomende contracten 20
    1. Hoofdcontract 20
    2. Bijkomend contract 20
  19. 19 J. Onderhandelde contracten , toetredingscontracten en het gebruik van algemene voorwaarden 20
    1. Toetredingscontract <-> onderhandeld contract 20
    2. Gebruik van algemene voorwaarden (AV) of standaardbedingen (kleine lettertjes) 20
    3. Hoe ging ons recht om met misbruiken? (door testaankoop) 21
  20. 20 K. Contracten met een consument (B2C) 21
    1. WER hanteert als technieken voor ‘alle contracten’ (al of niet onderhandeld): 21
  21. 21 L. Contracten tussen ondernemingen (B2B) 22
    1. Schijnvertegenwoordiging: art 1.8, §5 BW 40

Document information

Study
Uploaded on
August 23, 2025
Number of pages
168
Written in
2024/2025
Type
Summary
$11.69

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions