Groep 5: Spitsen en oertypes
spitsen (soms keeshonden genoemd, maar dit kan duiden op specifiek ras) hebben in
uiteenlopende mate volgende eigenschappen gemeen:
- breed hoofd met matig lange snuit, sterke kaken en dicht gesloten strakke lippen
(kwijlen niet)
- stevige, puntige (spits, driehoekig) oren die opstaand worden gedragen en uitermate
beweeglijk
- hoog aangezette, overvloedig behaarde staart, die opgekruld is over achterhand
- overvloedig, heel waterbestendige stokharige vacht, bestaande uit lange grove
bovenbeharing en zachte, korte bovenvacht; om hals en borst vormt lange
bovenvacht een kraag, terwijl beharing eveneens lang uitvalt aan achterbovenkant
van voorbenen, achterkant van billen, onderkant van staart; aangepast aan
buitenleven of leven in koud klimaat → poolhonden kunnen temperaturen tot -60°C
verdragen
→ gebruikt voor alle taken die mens bedacht heeft:
- Noorse elandhond: voor jacht op groot wild
- Duitse grote keeshond: waakhond
- Alaskan malamute: sleden trekken
- Finse lappenhond: herdershond
- sommige rassen/individuen nogal nerveus, blafferig of wreedaardig
ze worden beschouwd als primitieve hondenrassen en als noordelijke tegenhanger van
pariahond of oertypes
overal ter wereld leven honden dicht bij de mens, maar zijn niet overal huishonden (bv.
West-Europa) → 3 typen van Canis familiaris onderscheiden volgens verhouding met mens:
- gedomesticeerde huishond: leeft binnen bij mens of uiten in kennel op domein van
mens en wordt gevoederd door mens (meeste rassen in Syllabus)
- vrijlevende honden/pariahonden (straathonden): leven in nabijheid van mens
(meestal in warmere zuidelijke streken), maar worden niet door mens onderhouden;
ze leven van afval en aas; sommige van deze hebben zich ontwikkeld tot erkend ras
dat behoort tot de oertypes (bv. basenji, pharaohond, kanaänhond, carolinahond,
Indische pariahond); vaak geelbruin gekleurd met krulstaart en spitse oren
- verwilderde honden: dingo is verwilderde hond; leeft in meutes in binnenland van
Australië; jaagt op kleine en grotere dieren en heeft mens niet nodig om te overleven
,Groep van spitsen en oertypes kan onderverdeeld worden in 4 subgroepen:
1. Poolhonden en sledehonden:
Samojeed, Siberische husky, Alaskan malamute, Alaskische husky
2. Scandinavische jachthonden:
Lundehund, Noorse Elandhond, Finse lappenhond
3. Europese keeshonden:
Wolfspitz (= (wolfs)keeshond), Duitse spitz (grosspitz, mittelspitz, kleinspitz), Dwergspitz (=
dwergkees of Pomeriaan (of Pommers vosje)
4. Aziatische keeshonden:
Chowchow, Akita inu, American akita, Shiba inu
5. Oertypes:
Basenji, Mexicaanse naakthond, Faraohond
1. Poolhonden en sledehonden:
Samojeed
- brede hond met diepe borst en middellange rug (48-60cm)
- krachtig wigvormig hoofd
- brede, platte schedel
- nogal puntige snuit
- diepliggende ogen
- oren: niet te groot, ver uit elkaar geplaatst, afgeronde punt
- bovenvacht: zware stokharige vacht met duidelijke halskraag; op hoofd: glad, kort
- ‘lachende hond’/smiley dog
- kleur: wit is meest bekend, roomkleurig of wit met lichtbruine aftekeningen (=biscuit),
(ook verschillende gradaties van crème met rode schijn mogelijk)
, Siberische husky
= odd-eyed (bruin en
blauw oog) lichte bril en
masker - typisch voor
sledehonden
- oorspronkelijk: sledehond
- elegante lichaamsbelijning
- fijn besneden vosachtig hoofd
- iets schuin geplaatste ogen (bruin of blauw; 50% odd-eyed)
- oren: hoog aangezet, kaarsrecht staand, brede basis, matig afgeronde punt
- matig kort, diep lichaam
- lichtgekleurd masker op hoofd
- brilvormige aftekening rond ogen
- kan 40km lopen, daarna wel moe
- bovenvacht: stokharig, middelmatig lang, niet grof, gladliggend (geen halskraag en
staart niet opgekruld naar boven)
- gewillig, aanhankelijk, veel beweging nodig
- kleur: alle kleuren en aftekeningen (ook wit) → in cursus: rasspecifieke termen zoals
wolfsgrauw, zilvergrijs, roestbruin, zwart-wit
→ foto 1: bijna witte basisvacht en zwarte agouti deklaag
→ foto 2: crème basisvacht met lichtbruine deklaag
veel huskies in asiel beland, want ras heeft meer dan 2 uur beweging/dag nodig en moeilijk
te trainen (populair door Game of Thrones = Noorse inuithonden (gefokt om te lijken op wolf))
Alaskan malamute
- stevig gebouwd (zwaarder dan Sib. husky)
- staat op tenen
- hoofd: breed, krachtig,bovenaan matig rond
- omvangrijke snuit
- ogen: schuinstaand, altijd bruin (blauw afgekeurd)
- oren: klein ivm hoofd, zijdelings en iets schuin naar
voor aangezet itt Sib. husky
- staart: wuivende pluimbeharing
- bovenvacht: dik, ruw, dikke halskraag
- veel beweging nodig
- kleur: meestal wolfsgrijs of zwart-wit, op hoofd kap en bril
spitsen (soms keeshonden genoemd, maar dit kan duiden op specifiek ras) hebben in
uiteenlopende mate volgende eigenschappen gemeen:
- breed hoofd met matig lange snuit, sterke kaken en dicht gesloten strakke lippen
(kwijlen niet)
- stevige, puntige (spits, driehoekig) oren die opstaand worden gedragen en uitermate
beweeglijk
- hoog aangezette, overvloedig behaarde staart, die opgekruld is over achterhand
- overvloedig, heel waterbestendige stokharige vacht, bestaande uit lange grove
bovenbeharing en zachte, korte bovenvacht; om hals en borst vormt lange
bovenvacht een kraag, terwijl beharing eveneens lang uitvalt aan achterbovenkant
van voorbenen, achterkant van billen, onderkant van staart; aangepast aan
buitenleven of leven in koud klimaat → poolhonden kunnen temperaturen tot -60°C
verdragen
→ gebruikt voor alle taken die mens bedacht heeft:
- Noorse elandhond: voor jacht op groot wild
- Duitse grote keeshond: waakhond
- Alaskan malamute: sleden trekken
- Finse lappenhond: herdershond
- sommige rassen/individuen nogal nerveus, blafferig of wreedaardig
ze worden beschouwd als primitieve hondenrassen en als noordelijke tegenhanger van
pariahond of oertypes
overal ter wereld leven honden dicht bij de mens, maar zijn niet overal huishonden (bv.
West-Europa) → 3 typen van Canis familiaris onderscheiden volgens verhouding met mens:
- gedomesticeerde huishond: leeft binnen bij mens of uiten in kennel op domein van
mens en wordt gevoederd door mens (meeste rassen in Syllabus)
- vrijlevende honden/pariahonden (straathonden): leven in nabijheid van mens
(meestal in warmere zuidelijke streken), maar worden niet door mens onderhouden;
ze leven van afval en aas; sommige van deze hebben zich ontwikkeld tot erkend ras
dat behoort tot de oertypes (bv. basenji, pharaohond, kanaänhond, carolinahond,
Indische pariahond); vaak geelbruin gekleurd met krulstaart en spitse oren
- verwilderde honden: dingo is verwilderde hond; leeft in meutes in binnenland van
Australië; jaagt op kleine en grotere dieren en heeft mens niet nodig om te overleven
,Groep van spitsen en oertypes kan onderverdeeld worden in 4 subgroepen:
1. Poolhonden en sledehonden:
Samojeed, Siberische husky, Alaskan malamute, Alaskische husky
2. Scandinavische jachthonden:
Lundehund, Noorse Elandhond, Finse lappenhond
3. Europese keeshonden:
Wolfspitz (= (wolfs)keeshond), Duitse spitz (grosspitz, mittelspitz, kleinspitz), Dwergspitz (=
dwergkees of Pomeriaan (of Pommers vosje)
4. Aziatische keeshonden:
Chowchow, Akita inu, American akita, Shiba inu
5. Oertypes:
Basenji, Mexicaanse naakthond, Faraohond
1. Poolhonden en sledehonden:
Samojeed
- brede hond met diepe borst en middellange rug (48-60cm)
- krachtig wigvormig hoofd
- brede, platte schedel
- nogal puntige snuit
- diepliggende ogen
- oren: niet te groot, ver uit elkaar geplaatst, afgeronde punt
- bovenvacht: zware stokharige vacht met duidelijke halskraag; op hoofd: glad, kort
- ‘lachende hond’/smiley dog
- kleur: wit is meest bekend, roomkleurig of wit met lichtbruine aftekeningen (=biscuit),
(ook verschillende gradaties van crème met rode schijn mogelijk)
, Siberische husky
= odd-eyed (bruin en
blauw oog) lichte bril en
masker - typisch voor
sledehonden
- oorspronkelijk: sledehond
- elegante lichaamsbelijning
- fijn besneden vosachtig hoofd
- iets schuin geplaatste ogen (bruin of blauw; 50% odd-eyed)
- oren: hoog aangezet, kaarsrecht staand, brede basis, matig afgeronde punt
- matig kort, diep lichaam
- lichtgekleurd masker op hoofd
- brilvormige aftekening rond ogen
- kan 40km lopen, daarna wel moe
- bovenvacht: stokharig, middelmatig lang, niet grof, gladliggend (geen halskraag en
staart niet opgekruld naar boven)
- gewillig, aanhankelijk, veel beweging nodig
- kleur: alle kleuren en aftekeningen (ook wit) → in cursus: rasspecifieke termen zoals
wolfsgrauw, zilvergrijs, roestbruin, zwart-wit
→ foto 1: bijna witte basisvacht en zwarte agouti deklaag
→ foto 2: crème basisvacht met lichtbruine deklaag
veel huskies in asiel beland, want ras heeft meer dan 2 uur beweging/dag nodig en moeilijk
te trainen (populair door Game of Thrones = Noorse inuithonden (gefokt om te lijken op wolf))
Alaskan malamute
- stevig gebouwd (zwaarder dan Sib. husky)
- staat op tenen
- hoofd: breed, krachtig,bovenaan matig rond
- omvangrijke snuit
- ogen: schuinstaand, altijd bruin (blauw afgekeurd)
- oren: klein ivm hoofd, zijdelings en iets schuin naar
voor aangezet itt Sib. husky
- staart: wuivende pluimbeharing
- bovenvacht: dik, ruw, dikke halskraag
- veel beweging nodig
- kleur: meestal wolfsgrijs of zwart-wit, op hoofd kap en bril