De wereldgeschiedenis van België
Waarom een historisch perspectief (nuttig)? Hoe gaat een
historicus te werk?
- Thema’s die beschouwd worden als eigen aan een “moderne” samenleving, wat is
typisch aan ons samenlevingsmodel? Actuele thema’s: bv. Migratie is typische voor
de actuele samenleving na de 2e wereldoorlog, historici gaan ons duidelijk maken dat
migratie deel uitmaakt van ons menselijk bestaan al van toen mensen er waren.
Anders zouden we allemaal in Afrika wonen waar de eerste mensen ontstaan zijn.
- Vb2: de klimaat opwarming, thema dat ons sterk aanbeland, politici en actualiteit,
maar je ziet dat er in het verleden al klimaatproblemen zijn geweest waar
maatschappijen een antwoord op moesten bieden, en mee moesten leren omgaan.
- De vraag is of we iets kunnen leren als we kijken naar het verleden en hoe ze met
deze problemen zijn omgegaan? Helpen om onze actuele maatschappij beter te
begrijpen.
- Geschiedenis is een houvast EN een richtsnoer voor mens en maatschappij,
gebruiken om bepaalde herinneringen “levend” te houden en voor
groepsvorming/identiteitsopbouw
- Altijd een andere mening of interpretatie
- Academische (re)constructie en representatie
- Geschiedenis is niet alleen aanwezig in boek of documenten, maar ook via beelden,
documentaire, lezingen, ppt. Emigranten die een beeld kregen, vroeger veel reisden
mensen naar Amerika, waren jong en alleen, hier een beeld van een gezin, man kijkt
vooruit vrouw achteruit.
- -> stad maakt herdenkingsplaats van het
vertrekpunt van de meeste emigranten
Historische dimensie
- of weinig rekening mee gehouden
- of afgeschilderd als rooskleurig, beter, minder complex of net het tegendeel
- of (onjuist) toegeëigend
Geschiedenis gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
Via monumenten, beelden, etc.
Via films, romans, etc.
Via musea
Geschiedenis gebruiken voor groepsvorming/identiteitsopbouw
van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
1
, van bedrijven, merken, etc.
herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor welke
redenen?
• Via geschiedenis macht claims maken (wie herinnert zich het meeste ...) = heel belangrijk
voor politiek
• Geschiedenis is allen tegenwoordig
• Geschiedenis wordt op maatschappelijk niveau voortdurend gebruikt en hergebruikt, en
rond dat gebruik en hergebruik van gesch vindt voortdurend een machtsstrijd plaats
• Dat gebruik van de geschiedenis kan analyseren als een machtsstrijd, heel typisch voor ons
maatschappelijk gebruik van geschiedenis
Geschiedenis als academische discipline aan de universiteit = anders dan het publieke
discours
• Studie van het verleden, los van misleidend, valselijk en instrumenteel gebruik ervan
voor eigentijdse politieke, ideologische, commerciële, religieuze … motieven
• Cfr. Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (‘Het nazispook van De Wever en Moureaux
maakt van de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling’):
→ “Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het
verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen doorzichtige
analogieën, vergelijkingen en 1-op-1 relaties worden getoverd.”
→ ‘het maken van een hoer van de geschiedenis, omdat men het verleden vaak
gebruikt, inzet en er mee gaat toveren om vergelijkingen te maken die niet altijd
historisch correct zijn en misbruikt.
→ uiteraard staat geschiedenisbeoefening als academische wetenschappelijke
discipline niet los van dat maatschappelijk instrumenteel gebruik van geschiedenis.
→ verschil waarin de academische groep gescheidenis gebruikt in tal van vormen van
communicatie.
→ andere spelregels in de bredere maatschappij.
• Vb. Sophie de schaepdrijver: historicus die onderzoek doet naar de 1e wereldoorlog,
schreef een artikel in de morgen naar aanleiding van WOI, ze stelt dat die herdenking
te Vlaams is. Soms wordt die wereldoorlog te veel verbonden met de vlaamse
identiteit, terwijl we weten uit de documenten, brieven en dagboeken die de
soldaten schreven dat ze vechten voor het vaderland dus België, en niet Vlaanderen.
→ WO I is in eerste instantie een Belgisch verhaal, vol trots strijden voor eigen
vaderland, en geloven in de Belgische belangen
→ Sophie gebruikt de geschiedenis als huurling, waarbij die herdenking vooral in
Vlaams-nationalistische termen wordt gedacht. Vlaanderen trekt de oorlog te hard
naar zich toe.
2
,Een ‘invented tradition’
• Geschiedenis wordt toegeëigend: 11 juli 1302: historische mythe; er heeft veldslag
plaatsgevonden, maar betekenis in natievorming is onjuist: allianties niet volgens
taalstrijd/communautair conflict, maar feodaal conflict (graafschap Namen bij
Vlaanderen versus Hertogdom Brabant)
• Sociale strijd, niet helemaal juist, tussen fransen en nederlandstalige
Geschiedenis aan de universiteit:
• Kritische studie van het verleden, we worden overspoeld door info, wat is nu waar en
wat niet?
• Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
belang van betrouwbare informatie
zoeken en vinden (‘heuristiek’)
• Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- datakennis nooit doel op zich,
staan in encyclopediën
• Geen passieve opleiding (‘papagaaien’); zelf actief op zoek gaan (ondernemingszin)
• Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
→ Kritisch in vraag stellen en het complex maken van de geschiedenis = 1ste stap die elke
historicus maakt
→ vaak laat het verleden zich niet uitleggen vanuit een eenvoudig samenspel van
feitelijkheden waarbij 1 oorzaak aan de basis ligt, het is complexer dan dat.
→ de geschiedenis van feitelijkheden = tegenwoordig niet meer het uitgangspunt van
historici, wel zijn ze geïnteresseerd in diepere structuren en bredere processen: sociale /
economische / culturele / politieke processen = patronen die veel abstracter zijn en
moeilijker zijn om uit te leggen.
Geschiedmethode in drie stappen
gebeuren ≠(re)constructie/ interpretatie/
(‘feit’, ‘evenement’) abstractie
Bronnen (opzoek gaan) methode/ historische kritiek
(‘getuigenissen uit het (deze bronnen bekijken via historische
verleden’) kritiek)
- 3 stappen: gebeuren → bronnen → methode = constructie/interpretatie
Schematiseerd vorige slide, de wijze waarop de spelregels van de academische school/ de historici, in
hun gebruik van het verleden, in hun mobilisering van historische feiten/kennis, verschilt van de
wijze waarop breder maatschappelijk het verleden wordt ingezet als huurling/ manier om een
bepaalde agenda tot uitvoer te brengen.
3
, Stappen:
• In het verleden vind een gebeurtenis/evenement plaats
• Dat evenement heeft bronnen/getuigenissen nagelaten, zaken die getuigen
over iets dat zich daadwerkelijk heeft voorgedaan
• Er wordt een methode ontwikkelt waarbij historische kritiek van heel groot
belang is, historisch gefundeerde wetenschappelijke methode, spelregels
verschillend van een breder maatschappelijk gebruik van het verleden
• Via die methode wordt er gecommuniceerd over dat verleden, kan vele
vormen aannemen; in een boek/artikel/ppt/les
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
Maar: ‘dé geschiedenis’ bestaat niet
• Een feit of een gebeurtenis dat zich heeft voorgedaan is nooit helemaal te vatten in die
historische reconstructie zoals die in een boek/artikel/lezing naar voorkomt. Dat is
onmogelijk omdat precies feiten gevat zitten in een veel grotere complexiteit,
ervaringswereld/belevingswereld/mentale wereld, waar aspecten van wegen precies hun
complexiteit ons altijd zullen ontsnappen.
• Re-enactments = worden veelvuldig gebruikt in het verhaal van Vlaanderen
omdat het een directe manier is om het verleden tot leven te wekken,
moeilijke manier, bestuderen van historische films een analyse opzich wordt
• De reconstructie van een historicus is dundamenteel verschillend dan die
van in een historische film
Historische methode
• Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
• aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke
literatuur (voetnoten!)
• volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode:
→ plausabiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
• in een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang,
oorzakelijkheid, verklaring, …
• Vijf W-vragen:
o Wat?
o Wanneer?
o Waar?
o Wie?
O Waarom?
→ men gaat vaak in dialoog met andere historici
→ Waarbij noties van falsificatie, verificatie, van plausabiliteit/waarschijnlijkheid analyse, waarbij
men bepaalde hypotheses wil bevestigen/weerleggen, waarbij causaliteiten naar voor worden
geschoven volgens een grote probabiliteit en waarbij je ook argumenten moet aantonen waarom
dat meer plausibel/waarschijnlijk is
→ In een soort van verhaal volgens wetenschappelijke spelregels
→ De detectieve vragen
→ De complexiteit van de feitelijkheid
4
Waarom een historisch perspectief (nuttig)? Hoe gaat een
historicus te werk?
- Thema’s die beschouwd worden als eigen aan een “moderne” samenleving, wat is
typisch aan ons samenlevingsmodel? Actuele thema’s: bv. Migratie is typische voor
de actuele samenleving na de 2e wereldoorlog, historici gaan ons duidelijk maken dat
migratie deel uitmaakt van ons menselijk bestaan al van toen mensen er waren.
Anders zouden we allemaal in Afrika wonen waar de eerste mensen ontstaan zijn.
- Vb2: de klimaat opwarming, thema dat ons sterk aanbeland, politici en actualiteit,
maar je ziet dat er in het verleden al klimaatproblemen zijn geweest waar
maatschappijen een antwoord op moesten bieden, en mee moesten leren omgaan.
- De vraag is of we iets kunnen leren als we kijken naar het verleden en hoe ze met
deze problemen zijn omgegaan? Helpen om onze actuele maatschappij beter te
begrijpen.
- Geschiedenis is een houvast EN een richtsnoer voor mens en maatschappij,
gebruiken om bepaalde herinneringen “levend” te houden en voor
groepsvorming/identiteitsopbouw
- Altijd een andere mening of interpretatie
- Academische (re)constructie en representatie
- Geschiedenis is niet alleen aanwezig in boek of documenten, maar ook via beelden,
documentaire, lezingen, ppt. Emigranten die een beeld kregen, vroeger veel reisden
mensen naar Amerika, waren jong en alleen, hier een beeld van een gezin, man kijkt
vooruit vrouw achteruit.
- -> stad maakt herdenkingsplaats van het
vertrekpunt van de meeste emigranten
Historische dimensie
- of weinig rekening mee gehouden
- of afgeschilderd als rooskleurig, beter, minder complex of net het tegendeel
- of (onjuist) toegeëigend
Geschiedenis gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
Via monumenten, beelden, etc.
Via films, romans, etc.
Via musea
Geschiedenis gebruiken voor groepsvorming/identiteitsopbouw
van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
1
, van bedrijven, merken, etc.
herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor welke
redenen?
• Via geschiedenis macht claims maken (wie herinnert zich het meeste ...) = heel belangrijk
voor politiek
• Geschiedenis is allen tegenwoordig
• Geschiedenis wordt op maatschappelijk niveau voortdurend gebruikt en hergebruikt, en
rond dat gebruik en hergebruik van gesch vindt voortdurend een machtsstrijd plaats
• Dat gebruik van de geschiedenis kan analyseren als een machtsstrijd, heel typisch voor ons
maatschappelijk gebruik van geschiedenis
Geschiedenis als academische discipline aan de universiteit = anders dan het publieke
discours
• Studie van het verleden, los van misleidend, valselijk en instrumenteel gebruik ervan
voor eigentijdse politieke, ideologische, commerciële, religieuze … motieven
• Cfr. Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (‘Het nazispook van De Wever en Moureaux
maakt van de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling’):
→ “Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het
verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen doorzichtige
analogieën, vergelijkingen en 1-op-1 relaties worden getoverd.”
→ ‘het maken van een hoer van de geschiedenis, omdat men het verleden vaak
gebruikt, inzet en er mee gaat toveren om vergelijkingen te maken die niet altijd
historisch correct zijn en misbruikt.
→ uiteraard staat geschiedenisbeoefening als academische wetenschappelijke
discipline niet los van dat maatschappelijk instrumenteel gebruik van geschiedenis.
→ verschil waarin de academische groep gescheidenis gebruikt in tal van vormen van
communicatie.
→ andere spelregels in de bredere maatschappij.
• Vb. Sophie de schaepdrijver: historicus die onderzoek doet naar de 1e wereldoorlog,
schreef een artikel in de morgen naar aanleiding van WOI, ze stelt dat die herdenking
te Vlaams is. Soms wordt die wereldoorlog te veel verbonden met de vlaamse
identiteit, terwijl we weten uit de documenten, brieven en dagboeken die de
soldaten schreven dat ze vechten voor het vaderland dus België, en niet Vlaanderen.
→ WO I is in eerste instantie een Belgisch verhaal, vol trots strijden voor eigen
vaderland, en geloven in de Belgische belangen
→ Sophie gebruikt de geschiedenis als huurling, waarbij die herdenking vooral in
Vlaams-nationalistische termen wordt gedacht. Vlaanderen trekt de oorlog te hard
naar zich toe.
2
,Een ‘invented tradition’
• Geschiedenis wordt toegeëigend: 11 juli 1302: historische mythe; er heeft veldslag
plaatsgevonden, maar betekenis in natievorming is onjuist: allianties niet volgens
taalstrijd/communautair conflict, maar feodaal conflict (graafschap Namen bij
Vlaanderen versus Hertogdom Brabant)
• Sociale strijd, niet helemaal juist, tussen fransen en nederlandstalige
Geschiedenis aan de universiteit:
• Kritische studie van het verleden, we worden overspoeld door info, wat is nu waar en
wat niet?
• Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
belang van betrouwbare informatie
zoeken en vinden (‘heuristiek’)
• Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- datakennis nooit doel op zich,
staan in encyclopediën
• Geen passieve opleiding (‘papagaaien’); zelf actief op zoek gaan (ondernemingszin)
• Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
→ Kritisch in vraag stellen en het complex maken van de geschiedenis = 1ste stap die elke
historicus maakt
→ vaak laat het verleden zich niet uitleggen vanuit een eenvoudig samenspel van
feitelijkheden waarbij 1 oorzaak aan de basis ligt, het is complexer dan dat.
→ de geschiedenis van feitelijkheden = tegenwoordig niet meer het uitgangspunt van
historici, wel zijn ze geïnteresseerd in diepere structuren en bredere processen: sociale /
economische / culturele / politieke processen = patronen die veel abstracter zijn en
moeilijker zijn om uit te leggen.
Geschiedmethode in drie stappen
gebeuren ≠(re)constructie/ interpretatie/
(‘feit’, ‘evenement’) abstractie
Bronnen (opzoek gaan) methode/ historische kritiek
(‘getuigenissen uit het (deze bronnen bekijken via historische
verleden’) kritiek)
- 3 stappen: gebeuren → bronnen → methode = constructie/interpretatie
Schematiseerd vorige slide, de wijze waarop de spelregels van de academische school/ de historici, in
hun gebruik van het verleden, in hun mobilisering van historische feiten/kennis, verschilt van de
wijze waarop breder maatschappelijk het verleden wordt ingezet als huurling/ manier om een
bepaalde agenda tot uitvoer te brengen.
3
, Stappen:
• In het verleden vind een gebeurtenis/evenement plaats
• Dat evenement heeft bronnen/getuigenissen nagelaten, zaken die getuigen
over iets dat zich daadwerkelijk heeft voorgedaan
• Er wordt een methode ontwikkelt waarbij historische kritiek van heel groot
belang is, historisch gefundeerde wetenschappelijke methode, spelregels
verschillend van een breder maatschappelijk gebruik van het verleden
• Via die methode wordt er gecommuniceerd over dat verleden, kan vele
vormen aannemen; in een boek/artikel/ppt/les
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
Maar: ‘dé geschiedenis’ bestaat niet
• Een feit of een gebeurtenis dat zich heeft voorgedaan is nooit helemaal te vatten in die
historische reconstructie zoals die in een boek/artikel/lezing naar voorkomt. Dat is
onmogelijk omdat precies feiten gevat zitten in een veel grotere complexiteit,
ervaringswereld/belevingswereld/mentale wereld, waar aspecten van wegen precies hun
complexiteit ons altijd zullen ontsnappen.
• Re-enactments = worden veelvuldig gebruikt in het verhaal van Vlaanderen
omdat het een directe manier is om het verleden tot leven te wekken,
moeilijke manier, bestuderen van historische films een analyse opzich wordt
• De reconstructie van een historicus is dundamenteel verschillend dan die
van in een historische film
Historische methode
• Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
• aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke
literatuur (voetnoten!)
• volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode:
→ plausabiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
• in een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang,
oorzakelijkheid, verklaring, …
• Vijf W-vragen:
o Wat?
o Wanneer?
o Waar?
o Wie?
O Waarom?
→ men gaat vaak in dialoog met andere historici
→ Waarbij noties van falsificatie, verificatie, van plausabiliteit/waarschijnlijkheid analyse, waarbij
men bepaalde hypotheses wil bevestigen/weerleggen, waarbij causaliteiten naar voor worden
geschoven volgens een grote probabiliteit en waarbij je ook argumenten moet aantonen waarom
dat meer plausibel/waarschijnlijk is
→ In een soort van verhaal volgens wetenschappelijke spelregels
→ De detectieve vragen
→ De complexiteit van de feitelijkheid
4