Evolutionaire psychologie
= onderzoekt de evolutionaire oorsprong van gedrag en consequenties voor
huidige psychologische mechanismen.
1. Altruïsme en natuurlijke selectie
1.1 Natuurlijke selectie en gedrag
Darwin, 1859: Origin of Species
Selectie in de natuur ontstaat omdat sommigen soorten beter overleven en zich
reproduceren in een bepaalde omgeving.
- betere fitness ( = meer doorgeven van genen aan volgende generatie )
- betere aanpassing aan omgeving
o Wie zich beter kan aanpassen zal sneller overleven: zo ontstaan variatie want
bepaalde elementen zullen afsterven
o Meestal is het een aanpassing aan de lichamelijke structuur dat op dat moment
voor het organisme van toepassing is.
Aanpassing aan lichamelijke structuur
Aanpassing in gedrag
- hechting van kinderen aan ouders om overlevingskansen te vergroten
o hechtingstheorie kan biologisch, via evolutionaire selectie ontstaan
o vb. kleine olifant: kan niet wandelen, moeder zal blijven, beschermen
- hechting vnl. bij vogels en zoogdieren
Voorbeeld – Giraf:
Er is eens een giraf geboren met een iets langere nek, kon beter aan de planten. De
vrouwen vonden dit aangenaam en gingen zich dus voortplanten met de giraf met de lange
nek. Kreeg veel kinderen met een iets langere nek, deze gingen zich ook weer voortplanten.
Zo ontstaan verschillen.
1.2 Altruïstisch gedrag
= helpen van anderen hoewel het nadeling kan zijn voor eigen fitness
Hoe dit verklaren?
- Darwin: fitness van het individu – had geen goed antwoord op altruïstisch
gedrag: inclusieve fitness: overdracht naar de nakomeling
- Na 1960: fitness van soort en transfer van genen naar volgende generatie
Ouders zonder hechtingsgedrag voeden hun kinderen niet, genenpool stopt
Je moet een genenpool hebben om elkaar te helpen: de genenpool van een vader die
geen aandacht heeft voor kinderen zal zich niet verder zetten omdat de kinderen sterven dit
heeft invloed op de volgende generatie = inclusieve fitness
,1.3 Inclusieve fitness ⌘1 en verwantschap
= betere fitness ( van volgende generatie ) door het helpen van verwanten.
- ouders – kind: genetische overlap: 50%
- kinderen onderling: genetische overlap: 50%
- neven en nichten: genetische overlap 12,5%
Burnstein et al., 94
- meer helpen van verwanten bij problemen: je gaat eerst je eigen kroost beschermen
Daly & Wilson, 88
- minder zorg van stiefouders dan natuurlijke ouders
- meer kindermishandeling door stiefvaders ( 100x meer dan natuurlijke vader)
1.4 Wederkerig altruïsme ⌘
Trivers, 71 – stokstaartjes – 2 blijven de wacht doen op kinderen, de rest gaat jagen.
Enkel mogelijk indien:
- de persoon die geholpen wordt later kan herkend worden
- bedriegers kunnen verijdeld worden
! enkel mogelijk bij intelligente soorten ( primaten )
! enkel bij bekenden en kleine groepen ( garandeert wederkerigheid: jij vandaag, ik morgen)
! Een van de zaken dat de evolutie in stand houd is overspel !
monogaam = stabiliteit
Overspel = grotere variatie ( = belangrijk voor de evolutie )
Iemand in de familie heeft een dodelijke erfelijke ziekte, wanneer je dan eens naar links of
rechts gaat kun je deze ziekte uit je genenpool verwijderen
jay = gaai
>< aangeleerd gedrag: niet alles is evolutionair!
1
Belangrijke verklaringen binnen de evolutionaire psychologie
2
,Sommige groepen van chimpansees hebben geleerd om stenen te gebruiken om noten te
kraken.
Oudere generatie kon dit niet overnemen, leeftijdsgenoten wel.
1.5 Coöperatie en competitie
De evolutionaire psychologie verklaar dus meer in het algemeen.
- competitie: natuurlijke selectie in de strijd om schaarse goederen ( > voedsel)
- coöperatie: natuurlijke selectie en gemeenschappelijke belangen
o bij verwanten ( inclusieve fitness )
o bij bekenden ( wederkerig altruïsme )
- ouderschap:
o coöperatie indien beide ouders noodzakelijk zijn voor overleving van de
nakomelingen ( vogels, primaten, mens )
o competitie: eigen fitness vergroten door ontrouw
! Er is competitie voor eten, vrouwen MAAR er kan ook samenwerking ontstaan!
2. 2. Seksuele selectie en geslachtsverschillen in gedrag
DEMO
1) W at denk je dat m annen en vrouwen het m eest aantrekkelijk vinden in
een m ogelijke partner?
− Materieel goed bedeeld
− Jonger of ouder
− Seksueel beschikbaar
− Lichamelijk aantrekkelijk
2) Vergelijk m annen en vrouwen.
− Wie heeft het meeste zin in kortstondige relaties?
− Verschillende partners?
3) Vanaf wanneer wil je seks m et een nieuwe partner die je pas hebt
leren kennen?
4) W at m aakt je het m eest jaloers bij een partner?
− Dat je partner seks heeft met een ander?
− Dat je partner verliefd is op een ander?
3
, 2.1 Seksuele selectie en ouderlijke investering
Seksuele selectie = natuurlijke selectie door verschillende toegang tot seksuele
partners.
Trivers, 72:
- vrouw investeert vnl. in voortbrengen/ opvoeden van nakomelingen
- man investeert enkel in zijn zaad
≠ reproductieve strategieën
- vrouw is selectief in kiezen van partner – voedsel en veiligheid bieden
- man is competitief ( tov andere mannen ) in veroveren van partner
o grotere variatie in reproductief succes
o meer partners – om zo zeker te zijn dat genen worden verder gezet
o tegenstrategieën om vaderschap te verzekeren ( investeren in eigen genen ->
maagd voor huwelijk )
o andere voorkeuren vb. leeftijd ( hoe jonger de vrouw, hoe betere voortplanting )
o meer risico’s
o meer seksuele jalousie – man heeft schrik om zaad te hebben van andere man.
! Vele van onze voorkeuren zitten dus in onze oerdriften.
4
= onderzoekt de evolutionaire oorsprong van gedrag en consequenties voor
huidige psychologische mechanismen.
1. Altruïsme en natuurlijke selectie
1.1 Natuurlijke selectie en gedrag
Darwin, 1859: Origin of Species
Selectie in de natuur ontstaat omdat sommigen soorten beter overleven en zich
reproduceren in een bepaalde omgeving.
- betere fitness ( = meer doorgeven van genen aan volgende generatie )
- betere aanpassing aan omgeving
o Wie zich beter kan aanpassen zal sneller overleven: zo ontstaan variatie want
bepaalde elementen zullen afsterven
o Meestal is het een aanpassing aan de lichamelijke structuur dat op dat moment
voor het organisme van toepassing is.
Aanpassing aan lichamelijke structuur
Aanpassing in gedrag
- hechting van kinderen aan ouders om overlevingskansen te vergroten
o hechtingstheorie kan biologisch, via evolutionaire selectie ontstaan
o vb. kleine olifant: kan niet wandelen, moeder zal blijven, beschermen
- hechting vnl. bij vogels en zoogdieren
Voorbeeld – Giraf:
Er is eens een giraf geboren met een iets langere nek, kon beter aan de planten. De
vrouwen vonden dit aangenaam en gingen zich dus voortplanten met de giraf met de lange
nek. Kreeg veel kinderen met een iets langere nek, deze gingen zich ook weer voortplanten.
Zo ontstaan verschillen.
1.2 Altruïstisch gedrag
= helpen van anderen hoewel het nadeling kan zijn voor eigen fitness
Hoe dit verklaren?
- Darwin: fitness van het individu – had geen goed antwoord op altruïstisch
gedrag: inclusieve fitness: overdracht naar de nakomeling
- Na 1960: fitness van soort en transfer van genen naar volgende generatie
Ouders zonder hechtingsgedrag voeden hun kinderen niet, genenpool stopt
Je moet een genenpool hebben om elkaar te helpen: de genenpool van een vader die
geen aandacht heeft voor kinderen zal zich niet verder zetten omdat de kinderen sterven dit
heeft invloed op de volgende generatie = inclusieve fitness
,1.3 Inclusieve fitness ⌘1 en verwantschap
= betere fitness ( van volgende generatie ) door het helpen van verwanten.
- ouders – kind: genetische overlap: 50%
- kinderen onderling: genetische overlap: 50%
- neven en nichten: genetische overlap 12,5%
Burnstein et al., 94
- meer helpen van verwanten bij problemen: je gaat eerst je eigen kroost beschermen
Daly & Wilson, 88
- minder zorg van stiefouders dan natuurlijke ouders
- meer kindermishandeling door stiefvaders ( 100x meer dan natuurlijke vader)
1.4 Wederkerig altruïsme ⌘
Trivers, 71 – stokstaartjes – 2 blijven de wacht doen op kinderen, de rest gaat jagen.
Enkel mogelijk indien:
- de persoon die geholpen wordt later kan herkend worden
- bedriegers kunnen verijdeld worden
! enkel mogelijk bij intelligente soorten ( primaten )
! enkel bij bekenden en kleine groepen ( garandeert wederkerigheid: jij vandaag, ik morgen)
! Een van de zaken dat de evolutie in stand houd is overspel !
monogaam = stabiliteit
Overspel = grotere variatie ( = belangrijk voor de evolutie )
Iemand in de familie heeft een dodelijke erfelijke ziekte, wanneer je dan eens naar links of
rechts gaat kun je deze ziekte uit je genenpool verwijderen
jay = gaai
>< aangeleerd gedrag: niet alles is evolutionair!
1
Belangrijke verklaringen binnen de evolutionaire psychologie
2
,Sommige groepen van chimpansees hebben geleerd om stenen te gebruiken om noten te
kraken.
Oudere generatie kon dit niet overnemen, leeftijdsgenoten wel.
1.5 Coöperatie en competitie
De evolutionaire psychologie verklaar dus meer in het algemeen.
- competitie: natuurlijke selectie in de strijd om schaarse goederen ( > voedsel)
- coöperatie: natuurlijke selectie en gemeenschappelijke belangen
o bij verwanten ( inclusieve fitness )
o bij bekenden ( wederkerig altruïsme )
- ouderschap:
o coöperatie indien beide ouders noodzakelijk zijn voor overleving van de
nakomelingen ( vogels, primaten, mens )
o competitie: eigen fitness vergroten door ontrouw
! Er is competitie voor eten, vrouwen MAAR er kan ook samenwerking ontstaan!
2. 2. Seksuele selectie en geslachtsverschillen in gedrag
DEMO
1) W at denk je dat m annen en vrouwen het m eest aantrekkelijk vinden in
een m ogelijke partner?
− Materieel goed bedeeld
− Jonger of ouder
− Seksueel beschikbaar
− Lichamelijk aantrekkelijk
2) Vergelijk m annen en vrouwen.
− Wie heeft het meeste zin in kortstondige relaties?
− Verschillende partners?
3) Vanaf wanneer wil je seks m et een nieuwe partner die je pas hebt
leren kennen?
4) W at m aakt je het m eest jaloers bij een partner?
− Dat je partner seks heeft met een ander?
− Dat je partner verliefd is op een ander?
3
, 2.1 Seksuele selectie en ouderlijke investering
Seksuele selectie = natuurlijke selectie door verschillende toegang tot seksuele
partners.
Trivers, 72:
- vrouw investeert vnl. in voortbrengen/ opvoeden van nakomelingen
- man investeert enkel in zijn zaad
≠ reproductieve strategieën
- vrouw is selectief in kiezen van partner – voedsel en veiligheid bieden
- man is competitief ( tov andere mannen ) in veroveren van partner
o grotere variatie in reproductief succes
o meer partners – om zo zeker te zijn dat genen worden verder gezet
o tegenstrategieën om vaderschap te verzekeren ( investeren in eigen genen ->
maagd voor huwelijk )
o andere voorkeuren vb. leeftijd ( hoe jonger de vrouw, hoe betere voortplanting )
o meer risico’s
o meer seksuele jalousie – man heeft schrik om zaad te hebben van andere man.
! Vele van onze voorkeuren zitten dus in onze oerdriften.
4