ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE (MIJN NOTITIES)
Les 1: H1
Begrippen:
-
-
,H1: GESCHIEDENIS, THEORIE EN ONDERZOEKSSTRATEGIEËN
KERNVRAGEN
1. Hoe kunnen we ontwikkelingspsychologische theorieën met elkaar vergelijken?
2. Welke zijn de belangrijkste klassieke en meer hedendaagse ontwikkelingstheorieën?
3. Welke methodes worden er gehanteerd om ontwikkelingspsychologische processen te
bestuderen?
1. DEFINIËRING ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE:
- Wetenschappelijk
→ een wetenschap die stabiliteit en verandering van gedrag wil begrijpen over de
levensloop
in verschillende domeinen: fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel
met interesse voor beïnvloedende factoren voor ontwikkeling
- Toegepast
→ heeft belang voor praktijk
- Interdisciplinair
→ ontwikkelt zich door gecombineerde inspanningen uit vele wetenschappen
Bv. Sociologie
Vb. toepassing: Groei mindset vs vaste mindset
Groei mindset:
- Progressie tonen
- Capaciteiten zijn maakbaar
Vaste mindset:
- Intelligentie bepaalt voor grote deel je prestatie
leerlingen met groei mindset scoren beter
Redenen:
- groei = beter met tegenslag omgaan bv. Negatieve uitdaging > zien als uitdaging
- vast = voelen zich hulpeloos > ‘ik kan het niet’, ‘ik ben hier te dom voor’
groeimindset kun je trainen!
Voorbeeld: Interventie bij 99 adolescenten gedurende 8 sessies
zien filmpje over de veranderbaarheid van het brein
zien dat het effectief lukt
betere prestatie
,theorie
= een geordend en samenhangend geheel van uitspraken dat gedrag beschrijft, verklaart en
voorspelt
theorieën over ontwikkeling: vb. hechting
- beschrijven
→ ontwikkeling van hechtingsrelatie in 1ste jaar
- verklaren
→ waarom ontwikkelt die band zich?
- voorspellen
→ wat is het gevolg hiervan voor latere hechtingsrelaties
Nut van theorie
- begrijpen
→ geeft richting en betekenis aan wat we zien
- basis voor praktijk (weten wat te doen)
- behoefte aan wetenschappelijke bevestiging
= belang van replicatie
2. STRUCTURELE KENMERKEN VAN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
CONTINUE VS DISCONTINUE ONTWIKKELING
Continue ontwikkeling
= kwantitatieve veranderingen: uitbreiden van al bestaande vaardigheden
→ je hebt een bepaalde kenmerk die verandert naarmate je ouder wordt
- kan toenemen of afnemen
- vaak geleidelijke verandering – gradueel (maar niet altijd!)
bv. Vocabularium > je breidt je woordenschat woord per woord uit
lichaam > kg per kg / cm per cm (fysiek verandert bijna alles continue)
snelheid van informatieprocessen (cognitief) > neemt eerst toe, dan geleidelijk af
discontinue ontwikkeling
= kwalitatieve verandering: nieuwe manier van reageren in specifieke periodes
→ plots kan je de overstap zetten in een fase in je leven (leven is niet meer als voordien)
onderscheidt echt hoe je daarvoor was/dacht
- abrupte verandering – plots – crisis
vb. een scheiding, verlies dierbaar persoon, eerste job
nuances
continue levensloop meestal rustig en geleidelijk maar niet altijd!
Peak = puberteit → je groeit
blijft continue ontwikkeling ook al is het zo abrupt en gaat het snel
soms lijkt de verandering discontinue/ continue maar is het andersom
bv. Baby’s eerst stappen → gaat snel en plots (= discontinue)
→ achter de schermen ontwikkeling spierkracht v baby (=
continue)
Metafoor: wolk verschijnt plots → lijkt continue → vorming van wolk heel proces →
discontinu
, EEN VERLOOP VS MEERDERE VERLOPEN
Vroeger: aanhangers van stadiatheorien (vb. Piaget en Kohlberg)
- zelfde sequentie van ontwikkeling
→ we maken allemaal hetzelfde mee
- universeel
- unidimensieel
→ ontwikkeling is 1 iets
Nu: meerdere vormen van ontwikkeling mogelijk door unieke combinaties van persoonlijke en
omgevingskenmerken
ERFELIJKHEID VS MILIEU
Ontwikkeling vooral door erfelijkheid of omgeving gestuurd? Nature-nurture
Biologische theorieën Milieutheorieën
= erfelijkheid (nature) = omgeving (nurture)
→ nadruk op endogene ontwikkeling → nadruk op exogene ontwikkeling
van binnenuit gestuurd van buiten uit gestuurd
→ benadrukken stabiliteit & belang van → beklemtonen plasticiteit of veranderbaarheid
erfelijkheid geen blauwdruk
blauwdruk
→ omgeving is ganse leven belangrijk
→ omgeving is belangrijk bij vroege ervaring
Judith Harris Watson: behaviorist
Vb. three identical strangers
Nature-nurture debat tegenwoordig
= achterhaalde discussie want erfelijkheid en omgeving spelen op een complexe manier op
elkaar in
→ niet enkel nature of nurture
Toepassing: onderzoek van Caspi
Interactie tussen mishandeling en 5HTT gen in voorspelling van depressie
Combinatie van een gen (nature) en mishandeling (nurture)
Verhoogde kans op depressie als het gecombineerd wordt met mishandeling
Stel je hebt dat gen, maar je thuissituatie is oké -> geen risico, je bent oke
Je hebt dan gen en een slechte thuissituatie -> hogere kan op depressie
(het is alsof je echt eerst de combinatie nodig hebt voor dat gen in ‘werking’ gaat)
Hoe zijn deze structurele kenmerken onderling verweven?
Vb. onderzoeker gelooft in continue ontwikkeling → zal eerder in nature geloven
EEN GEBALANCEERD PERSPECTIEF: LEVENSLOOPPERCEPTIEF
Les 1: H1
Begrippen:
-
-
,H1: GESCHIEDENIS, THEORIE EN ONDERZOEKSSTRATEGIEËN
KERNVRAGEN
1. Hoe kunnen we ontwikkelingspsychologische theorieën met elkaar vergelijken?
2. Welke zijn de belangrijkste klassieke en meer hedendaagse ontwikkelingstheorieën?
3. Welke methodes worden er gehanteerd om ontwikkelingspsychologische processen te
bestuderen?
1. DEFINIËRING ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE:
- Wetenschappelijk
→ een wetenschap die stabiliteit en verandering van gedrag wil begrijpen over de
levensloop
in verschillende domeinen: fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel
met interesse voor beïnvloedende factoren voor ontwikkeling
- Toegepast
→ heeft belang voor praktijk
- Interdisciplinair
→ ontwikkelt zich door gecombineerde inspanningen uit vele wetenschappen
Bv. Sociologie
Vb. toepassing: Groei mindset vs vaste mindset
Groei mindset:
- Progressie tonen
- Capaciteiten zijn maakbaar
Vaste mindset:
- Intelligentie bepaalt voor grote deel je prestatie
leerlingen met groei mindset scoren beter
Redenen:
- groei = beter met tegenslag omgaan bv. Negatieve uitdaging > zien als uitdaging
- vast = voelen zich hulpeloos > ‘ik kan het niet’, ‘ik ben hier te dom voor’
groeimindset kun je trainen!
Voorbeeld: Interventie bij 99 adolescenten gedurende 8 sessies
zien filmpje over de veranderbaarheid van het brein
zien dat het effectief lukt
betere prestatie
,theorie
= een geordend en samenhangend geheel van uitspraken dat gedrag beschrijft, verklaart en
voorspelt
theorieën over ontwikkeling: vb. hechting
- beschrijven
→ ontwikkeling van hechtingsrelatie in 1ste jaar
- verklaren
→ waarom ontwikkelt die band zich?
- voorspellen
→ wat is het gevolg hiervan voor latere hechtingsrelaties
Nut van theorie
- begrijpen
→ geeft richting en betekenis aan wat we zien
- basis voor praktijk (weten wat te doen)
- behoefte aan wetenschappelijke bevestiging
= belang van replicatie
2. STRUCTURELE KENMERKEN VAN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
CONTINUE VS DISCONTINUE ONTWIKKELING
Continue ontwikkeling
= kwantitatieve veranderingen: uitbreiden van al bestaande vaardigheden
→ je hebt een bepaalde kenmerk die verandert naarmate je ouder wordt
- kan toenemen of afnemen
- vaak geleidelijke verandering – gradueel (maar niet altijd!)
bv. Vocabularium > je breidt je woordenschat woord per woord uit
lichaam > kg per kg / cm per cm (fysiek verandert bijna alles continue)
snelheid van informatieprocessen (cognitief) > neemt eerst toe, dan geleidelijk af
discontinue ontwikkeling
= kwalitatieve verandering: nieuwe manier van reageren in specifieke periodes
→ plots kan je de overstap zetten in een fase in je leven (leven is niet meer als voordien)
onderscheidt echt hoe je daarvoor was/dacht
- abrupte verandering – plots – crisis
vb. een scheiding, verlies dierbaar persoon, eerste job
nuances
continue levensloop meestal rustig en geleidelijk maar niet altijd!
Peak = puberteit → je groeit
blijft continue ontwikkeling ook al is het zo abrupt en gaat het snel
soms lijkt de verandering discontinue/ continue maar is het andersom
bv. Baby’s eerst stappen → gaat snel en plots (= discontinue)
→ achter de schermen ontwikkeling spierkracht v baby (=
continue)
Metafoor: wolk verschijnt plots → lijkt continue → vorming van wolk heel proces →
discontinu
, EEN VERLOOP VS MEERDERE VERLOPEN
Vroeger: aanhangers van stadiatheorien (vb. Piaget en Kohlberg)
- zelfde sequentie van ontwikkeling
→ we maken allemaal hetzelfde mee
- universeel
- unidimensieel
→ ontwikkeling is 1 iets
Nu: meerdere vormen van ontwikkeling mogelijk door unieke combinaties van persoonlijke en
omgevingskenmerken
ERFELIJKHEID VS MILIEU
Ontwikkeling vooral door erfelijkheid of omgeving gestuurd? Nature-nurture
Biologische theorieën Milieutheorieën
= erfelijkheid (nature) = omgeving (nurture)
→ nadruk op endogene ontwikkeling → nadruk op exogene ontwikkeling
van binnenuit gestuurd van buiten uit gestuurd
→ benadrukken stabiliteit & belang van → beklemtonen plasticiteit of veranderbaarheid
erfelijkheid geen blauwdruk
blauwdruk
→ omgeving is ganse leven belangrijk
→ omgeving is belangrijk bij vroege ervaring
Judith Harris Watson: behaviorist
Vb. three identical strangers
Nature-nurture debat tegenwoordig
= achterhaalde discussie want erfelijkheid en omgeving spelen op een complexe manier op
elkaar in
→ niet enkel nature of nurture
Toepassing: onderzoek van Caspi
Interactie tussen mishandeling en 5HTT gen in voorspelling van depressie
Combinatie van een gen (nature) en mishandeling (nurture)
Verhoogde kans op depressie als het gecombineerd wordt met mishandeling
Stel je hebt dat gen, maar je thuissituatie is oké -> geen risico, je bent oke
Je hebt dan gen en een slechte thuissituatie -> hogere kan op depressie
(het is alsof je echt eerst de combinatie nodig hebt voor dat gen in ‘werking’ gaat)
Hoe zijn deze structurele kenmerken onderling verweven?
Vb. onderzoeker gelooft in continue ontwikkeling → zal eerder in nature geloven
EEN GEBALANCEERD PERSPECTIEF: LEVENSLOOPPERCEPTIEF